Woensdag 5 mei 1993
Bezoek aan het Yerebatan Sarayi (“ondergronds paleis”), zijnde de Cisternen van keizer Justinianus: een onderaards waterreservoir om zijn paleis (en later Topkapi) van stromend water te voorzien. Nu voor een gedeelte toegankelijk gemaakt voor toeristen en vaak als locatie gebruikt in films (b.v. “From Russia with love” en meer recent “The International”). Een prachtige ervaring, vooral omwille van de klassieke muziek (bij ons waren het fragmenten uit “Rigoletto” en “La Bohème”) die weerkaatst tegen de wanden. Volgens Luc Carnier, een trouw bezoeker, heb ik dan wel geluk gehad, want meestal speelt men er een soort van new age music.

Nadien komen we in de universitaire wijk terecht, waar ik word uitgenodigd op een soort van openlucht t-dansant van de Germaanse. Ik ga er niet op in, maar daar heb ik later toch een beetje spijt van.
Dé sport die in het stadsbeeld aanwezig is, is voetbal. Overal wordt gespeeld. Improvisatie is daarbij troef. Op een wandeling door de oude stad struikel ik over een wedstrijd, ik weet niet uit welke divisie, maar het is blijkbaar wel een “officiële” match, getuige de scheidsrechter en de geïmproviseerde tribune. Nochtans spelen de beide ploegen niet in reglementaire shirts, maar in eender wat, gaande van een tricot van A.C.Milan over diverse t-shirts tot gewoon het naakte bovenlijf. Om de twee ploegen te onderscheiden, draagt één van de twee teams een gele plastic overtrek. Dat belet niet dat Turkije op internationaal niveau een goed figuur slaat, denken we daarbij maar aan de interland België-Turkije eind augustus 1996 die vooral in het nieuws kwam door de verplichting van minister Vandelanotte om ook tot Belg genaturaliseerde Turken te dwingen in het vak van de Turkse supporters plaats te nemen.
Wielrennen daarentegen is nog een privilege van de rijke burgerij, al is er merkwaardig genoeg wel een traditie. Er zijn in Turkije diverse rittenkoersen geweest (en nog) doorheen de jaren. De organisaties zijn niet altijd even stabiel en verdwijnen bijgevolg geregeld van de internationale of nationale kalender om daarna opnieuw op te duiken. Samen met de Ronde van Marmara zijn er ook de Presidency Tour (zeg maar de nationale ronde) meestal in de buurt van Istanbul en ook de Ronde van de Turkse Riviera (in de buurt van Antalya‑Alanya in het vroege voorjaar en soms ook over het traject Antalya‑Izmir of andersom). Deze laatste rittenkoers gaat in 2004 internationaal en met deelname van profs elite.
Wielrennen was in Turkije redelijk populair in de jaren 60 en 70. Ze hadden ooit zelfs een topamateur (zijn naam ken ik niet meer) die de Ronde van Rheinland‑Pfaltz won, toen toch een toptreffen voor liefhebbers. In de Turkse rittenkoersen waren vaak ook de sterke Oostblokrenners te gast. Ampler, Ludwig en co. hebben er gereden.
In de late jaren tachtig en de aanvang van de jaren negentig ging de wielerbond er door een diep dal, maar nu is er opnieuw beterschap. Omwille van beperkte populariteit, relatief weinig renners en clubs… en grote afstanden zit de kalender er voor onze normen eigenaardig in elkaar. Vooreerst is er weinig sprake van vaste data op de kalender. De kalender staat er meestal ook in het teken van o.m. de Spelen van de Middellandse Zee en de Aziatische Spelen. Het beperkte wielerpeloton doet heel het land aan en verblijft vaak voor één week en langer in een deel van Turkije. Daar worden dan naast een klassieke koers van de ‘topkalender’ vaak nog criteriums en kleinere wedstrijden gereden. Zo reist men van april tot oktober het land rond. Hierdoor kan men de verplaatsingen en kosten drukken.
Sommige wedstrijden zijn heel oud. In Ankara is er jaarlijks een klassieke koers die reeds sinds de jaren twintig verreden wordt. Aldus Johan De Win.
In het dagelijkse leven is fietsen hier een levensgevaarlijke bezigheid. En dat omwille van het chaotische verkeer (de voornaamste bron van de luchtverontreiniging overigens), voornamelijk veroorzaakt door een wegeninfrastructuur die grotendeels nog teruggaat op de periode toen Istanbul nog amper 700.000 inwoners kende!
Aangezien het openbaar vervoer gratis is, is het juist daarom overvol, zodat je beter een taxi neemt, wat relatief goedkoop is. Taxichauffeurs mogen dan al zelden Engels spreken, als je de naam van Jean-Marie Pfaff laat vallen, kan je toch al een primitieve conversatie voeren. Diens verblijf bij Trabsonspor is blijkbaar niet ongemerkt voorbijgegaan.
Anderzijds gaat de invloed van Jean-Marie nu ook weer niet zo ver dat je hier b.v. een biefstuk-friet zou kunnen bestellen. Je kan uiteraard wel een biefstuk krijgen en ook friet, maar je krijgt die dan niet tesamen. Friet blijkt namelijk een… voorgerecht te zijn. Zo maar, gewoon friet, met mosterd of ketchup voor de fijnproevers, maar dat is dan ook al…
’s Avonds neemt Batya Ruso van Plan Tours ons mee voor een tourtocht “Istanbul by night”, die eindigt in een nightclub met de gebruikelijke buikdanseressen, volksdansen en in alle talen zingende Johan Stolzen (deze keer bijgestaan door twee Kalinka’s). Het overgrote deel van de aanwezigen zijn Vlamingen (maar uiteraard niet van Amarant), maar wij doen alsof onze neus bloedt. Door die Plan Tours zijn we wel vergezeld van een sympathieke Jemenetische jonge zakenman (die twee dagen eerder overvallen werd, maar op eigen houtje een deel van zijn geld kon recupereren) en ook van een zwijgzame, mankende Iraniër, die bij een vorige uitstap zijn paspoort voor drie maanden was kwijtgespeeld omdat hij een cassette met buikdansmuziek had meegebracht. Daarom verkoopt hij nu maar voor alle zekerheid de traditionele foto met de buikdanseres door aan zijn Jemenitische collega. Hij kan op de sympathie van Batya rekenen (haar telefoonnummer was toen 246.84.68 of 232.71.72, je weet maar nooit of het nog steeds van toepassing is), die duidelijk ook verder wil gaan dan zelfs Turkije toelaat (zij wil absoluut topless kunnen zonnebaden). Zij heeft ook politieke interesse, maar als uit mijn conversatie met de (Noord-)Jemeniet blijkt dat ik nog bij De Rode Vaan heb gewerkt, is ze toch een beetje op haar hoede, heb ik de indruk.

4 gedachtes over “25 jaar geleden: de cisternen van Istanbul

  1. Misschien was die Jemeniet al twee keer overvallen. Ik zal hem en jou niet tegenspreken, maar ik liep daar al ontzettend veel rond en maakte nog nooit dat soort ervaring mee. Mijn boekje met onder meer mijn bankkaarten was eens uit een zijzakje van mijn rugzak gefloept en een jongen rende mij achterna om mij dat terug te geven. Een Iraniër die zijn paspoort kwijtraakte wegens een cassette met buikdanseressenmuziek? Het zijn twee straffe verhalen hoor.
    Over buikdanseressen zou je onder meer eens Orhan Pamuk moeten lezen, maar ik weet niet meer welk boek. Ik geloof dat het zo zit dat buikdansen oorspronkelijk inderdaad authentiek Turks was, maar dat er een periode was waarin Turkse vrouwen dat niet mochten doen en daarom trok met andere (Westerse) vrouwen aan. Aanverwant daarmee is dat prostitutie een hele tijd niet mocht gebeuren door Turkse vrouwen, zeker geen moslimvrouwen, en zo kwamen de Natasja’s (Russische en andere Oost-Europese) prostituees. Ik geloof dat er sinds enkele jaren wel Turkse prostituees zijn. Ik heb het hier over de officieel geregistreerde bordelen zoals aan Zürafa sok (Girafstraat) nabij de Galatetoren, want uiteraard bestaan er ook verborgen huizen.
    De seks-cinema op Istiklal Caddesi (Onafhankelijkheidsstraat) met het oude trammetje is er weg.
    Over de koers in Turkije nog dit. De Presidential Tour of Turkey wordt sinds enkele jaren ook door grote teams gereden. De recente geschiedenis is wel ontsierd door twee verrassende overwinningen van renners van een Turkse ploeg (Torku): een Turk (Sayar) en een Bulgaar (Gabrowski). Beide waren zij tot aan de dag van hun glansprestatie voor het brede wielerminnende publiek totaal onbekend. Zij zijn daarna hun overwinning afgepakt wegens doping (ik geloof epo in beide gevallen). Echter, in oktober 2018 kwam de laatste rit aan op een prachtige locatie: de zogeheten hippodroom naast de Sultahmet Camii (Blauwe Moskee) met een nog prachtiger overwinnaar van dit rit: de Belg Edward Theuns. Een memorabel moment!
    Fietsen (geen wielrennen nu) is in Istanbul inderdaad iets voor durvers. Twintig jaar geleden zag ik eigenlijk nooit een fiets in de stad, niet in het historische centrum, niet daarbuiten. Sinds enkele jaren komt daar verandering in. Op enkele grote invalswegen zijn fietsstroken aangebracht, er worden toeristische rondleidingen per fiets georganiseerd (weliswaar vooral in autovrije straten of door parken), langs de Bosporus wordt veel gefietst enz.
    Openbaar vervoer is niet gratis. Vandaag niet en het zou mij verworderen dat dit in 1993 zo was. Ik kwam er de eerste keer in 1995 en toen moest ik op elke bus, tram en boot betalen. Ik weet wel dat er buschauffeurs zijn die zich een moeilijke uitleg met handen en voeten willen besparen en toeristen die geen halve letter Turks begrijpen gewoon gratis laten meerijden want zij zijn geacht een stresserend schema te volgen en overal op tijd te komen.
    Ik was vorig jaar in Trabzon, waar ik onder meer het museum van Trabzonspor bezocht. De ogen van de twee mannen die het onthaal verzorgden hun ogen blonken toen ik meedeelde dat ik uit “Belçika” kwam, het land van niet alleen JM Pfaff maar ook van Urbain Braems en Georges Leekens.
    Hier en daar vindt de hongerige wel eens een biftek (biefstuk dus). Of dat dezelfde restaurants zijn die ook frieten bakken valt niet te voorspellen. Parmak patates (letterlijk ‘vingeraardappelen’, stel je je daarbij niets schunnig voor, dat zijn frieten) zijn geen voorgerecht. Voorgerechten zijn de ‘meze’, met een enkele ‘z’ en niet op z’n Italiaans uit te spreken. Het is weliswaar mogelijk dat sommige mensen frieten als voorgerecht eten; dat genoegen moet je die mensen niet afnemen. Keçap (ketchup) of mayonez (mayonnaise) of hardal (mosterd) zullen hier en daar tot meestal ook wel te vinden zijn. Het kan ook zijn dat de biefstuk en de frieten niet op hetzelfde moment worden geserveerd. Kan gebeuren, net zoals het ook voorkomt dat jouw meze samen of na jouw hoofdschotel op jouw tafel komt. En wat wij de eerste keren ook vreemd vinden is het volgende. Veronderstel dat je met een groep aan tafel zit en er is er een die klaar is, dan wordt dat bord direct afgeruimd ook al zijn de anderen nog aan het eten. Opgeruimd staat netjes.

    Like

  2. Topless zonnebaden? Kan inderdaad op de stranden aan de Bosporus of de Zwarte Zee nabij Istanbul een probleem zijn. Aan de Middellandse Zeekust zie je ze wel: de Nederlandse of Scandinavische blonde vrouwen die liggen of lopen te pronken met hun voorsteven en je boos aankijken als ze merken dat je die kunstwerken in de gaten krijgt.
    En nog dit over de Byzantijnse cisternen. Er zijn er nog enkele in Istanbul: overdekte maar ook in open lucht (deze laatste zijn tegenwoordig nogal vervallen). Een overdekte ligt dicht bij de cisterne die je beschrijft, nabij Divan Yolu: “cisterne met 1001 zuilen”. Enkele jaren geleden was die heropend als mooi (duur) bar-restaurant (entree te betalen) maar is nu blijkbaar opnieuw dicht. Enkele kilometer van het historische centrum (richting Edirne-poort) is nogal recent een cisterne compleet gerenoveerd en nu in gebruik als feestzaal voor huwelijken enz. In oktober 2017 bezocht: prachtig!

    Like

  3. (Istanbul) Basilica Cisterne – Fatih
    Letterlijk vertaald is dit “Verzonken cisterne/paleis”
    Dit opmerkelijke monument ligt onder de voormalige Stoa Basilica, een plein op de eerste heuvel, waar recht werd gesproken.
    In de 4de eeuw liet keizer Constantijn (regeerde 306-337) dit bouwen. Het was een ondergrondse cisterne die dienstdeed als waterreservoir. Dit lag bij de Theotokos Chalkoprateia (kerk van de Maagd in de Kopermarkt). Het is de grootste cisterne van Istanbul. Het water kwam van 19 à 20 km ver (uit het Belgradobos ten westen van de Bosporus) via aquaducten waarvan de meeste ingestort en/of verdwenen zijn.
    In 532 liet keizer Justinianus (regeerde 527-565) dit dienen om het (verdwenen) Groot Paleis van water te voorzien.
    In 1453 viel Constantinopel. Eerst was de cisterne nog gebruikt voor het Topkapıpaleis, tot de Ottomanen liever stromend dan liggend water hadden en vanaf dan werd de cisterne werd niet meer gebruikt.
    Tussen 1545 en 1547 herontdekte de Fransman Petrus Gyllius voor de Ottomanen deze cisterne nadat wijkbewoners via gaten in de grond er water en zelfs vissen bovenhaalden. Het water werd opnieuw gebruikt om het Topkapıpaleis van water te voorzien, maar ook om er afval en lijken in te storten. Men voer er rond met bootjes.
    In de 18de en 19de eeuw ondernam men pogingen tot reparaties.
    In de 19de eeuw metselde men de zuidwestkant dicht. Dit deel werd dan niet meer gebruikt als cisterne.
    In 1985 begon de restauratie: men maakte de muren waterdicht, acht zuilen kregen een betonnen kraag, er kwamen wandelwegen en de bootjes verdwenen.
    In 1987 opende dit monument als museum.
    Het interieur werd/wordt ook gebruikt als tentoonstellingsruimte, decor voor films (zoals in 1963 de James Bond-film ‘From Russia with Love’), modeshows, videoclips en concerten.

    De cisterne ligt 6 m onder de grond en meet 138 à 140 x 65 à 70 m. Een deel van 40 x 30 m met 90 zuilen is verborgen achter een muur. Het bouwwerk heeft een symmetrische structuur.
    Hier lag ooit 80.000 m3 water.
    Er zijn 336 pilaren in 12 rijen van 28. Vele komen van oude tempels, ze zijn 8 à 12 m hoog op 4,8 m van elkaar en weerspiegelen in het water als een spiegelpaleis. Er zijn zowel Korynthische pilaren als andere. Enkele pilaren zijn bijzonder, bijvoorbeeld de ‘huilende zuil’ (tranen lekken uit de ogen van pauwen als symbool van het lijden van de slaven tijdens de bouw) waarschijnlijk afkomstig van de Triomfboog van Theodosius aan het huidige Beyazitplein. Twee pilaren hebben omgekeerde Medusahoofden afkomstig uit een klassieke tempel ofwel van het Forum van Constantijn.
    De buitenmuren zijn 4 m dik, gewelfd en uit baksteen gemaakt.
    Het is er altijd vochtig.
    In een deel zwemmen karpers.
    Het geluid wordt gevormd door druppels die voortdurend in het water vallen en door muziek. De ene keer speelt er (Westerse) klassieke muziek, de andere keer newage of iets dergelijk.
    Vroeger kon men hier koffie, thee of een frisdrank drinken. Tegenwoordig is een recentere vorm van geldklopperij gangbaar: de bezoekers trekt een Ottomaans kleed aan, hiervan trekt men een foto en foto wordt verkocht aan die bezoeker.

    Like

  4. Trabzonspor Müzesi, Trabzon, Karadeniz Bölgesi.
    Trapzonspor Museum, Trabzon, Regio Zwarte Zee
    Eigenlijk: Şamil Ekinci Müzesi (Şamil Ekinci Museum).
    Dit is geopend in 1996. Er liggen, staan en hangen ongeveer 600 voorwerpen uit de geschiedenis van deze voetbalclub.
    In de zalen gloeit een lounge-achtige verlichting.
    Het museum is open van 09.00-17.30 uur elke dag op weekdagen en van 11.00 tot 17.00 uur op zaterdag.
    Gratis toegang.
    Als u aan de mannen (uiteraard mannen) aan de balie zegt dat u uit Belgë komt dan ontstaat bij hen een ontzettend brede glimlach want namen als Urbain Braems, Jean-Marie Pfaff en George Leekens zijn voor iemand uit Trabzon evengoed bekend als Atatürk en Erdoğan.
    Voor een enkele keer – en alleen daar – mogen ook Nederlanders voor mijn part ook wel verklaren dat ze Belgen zijn. Kan nooit kwaad. Daar toch niet.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s