Tijdens het Gentse Filmfestival in het jaar 2000 konden we via een tentoonstelling over Raoul Servais in het Caermersklooster kennismaken met de Vlaamse grootmeester van de animatiefilm. Deze tentoonstelling, die een uitgelezen beeld schetste van veertig jaar animatiefilm, omvatte naast originele animatietekeningen ook attributen en installaties waarin het volledige animatiefilmproces visueel wordt weergegeven. De tentoonstelling toonde daarnaast ook een ander, minder bekend beeld van Raoul Servais: dat van een zeer begaafd schilder.

Raoul Servais werd geboren in Oostende op 1 mei 1928. Een symbolische datum bijna, want het werk van Servais zal voortdurend gekenmerkt zijn door een streven naar een betere wereld. In een interview dat door Andere Sinema werd afgenomen op 13/1/1986 formuleert hij het als volgt: “Ik heb een zekere nostalgie naar een utopie, naar broederlijkheid en gerechtigheid. Ik geloof nog altijd in de fundamentele goedheid van de mens. Hoevelen er ook het tegenovergestelde denken. Daarom ben ik diep gekwetst als ik vaststel dat mensen die goedheid niet bezitten of me plots een minder aangenaam aspect van hun karakter tonen. Dat is mijn naïviteit. Ik ben misschien een zachtaardig man maar daarom niet zoeterig in mijn films. Als ik tegenover mij onrechtvaardigheid of leugen, bedrog of geweld zie, dan reageer ik uiterst hard, bijna meedogenloos, als protest.”
Op jonge leeftijd is Servais reeds gefascineerd door de tekenfilmpjes over “Felix the Cat”, die zijn vader bezit. Vrij vlug probeert hij zelf animatiefilms te maken, waarbij hij de technieken zelf moet (her)uitvinden, aangezien hij nergens terecht kan. Hij gaat dan maar schilderkunst studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent. Nadat hij zijn eerste drie films nog in zijn geboortestad realiseerde, werd hij in 1960 zelf aangesteld als docent Toegepaste Kunsten aan de KASK, waar hij in 1966 het allereerste opleidingscentrum voor animatiefilms op het Europese vasteland oprichtte. Het groeide uit tot één van de belangrijkste ter wereld. Van 1985 tot 1994 was Raoul Servais algemeen voorzitter van de ‘Association Internationale du Film d’Animation’.
In Gent realiseerde hij een reeks korte animatiefilms en een langspeelfilm die meer dan vijftig nationale en internationale bekroningen verwierven. Zo behaalde “Harpya” (1979) de Gouden Palm op het Internationaal Filmfestival in Cannes.
Servais’ meest gekoesterde project was de langspeelfilm “Taxandria”, die echter zo lang op de montagetafel bleef liggen (tot 1994), dat de zelf ontworpen techniek ondertussen achterhaald werd door computeranimatie. De reden waarom “Taxandria” (de Romeinse naam voor een deel van de Antwerpse Kempen werd enkel gekozen voor zijn welluidendheid) buiten de prijzen viel was trouwens voornamelijk de wijten aan de gestileerde manier van acteren, die een beetje deed denken aan de tijd van de stomme film. Voor deze stijl werd echter bewust gekozen omdat de zogenaamde Servaisgrafie, die Raoul Servais voor deze film ontwikkelde in samenwerking met Agfa-Gevaert, vereiste dat de acteurs voor een blue screen werden gefilmd, waarna de cellofaanvellen bovenop een getekend decor werden gelegd. Om cellofaan te sparen kon er niet “subtiel” worden geacteerd en vandaar. Ondertussen is deze techniek (die lang vóór Servais ook reeds door de Tsjech Karel Zeman werd toegepast in o.a. “De duivelse machine”) door digitale computertechnologie en zelfs Servais werd door de Duitse coproducent “gedwongen” om deze technologie in zijn film te integreren (via het zogenaamde Toccata-programma), maar Servais wilde dat de basis (bijvoorbeeld de geschilderde decors) manueel bleef.
Inhoudelijk wilde de film op een subtiele manier de val van de Oost-Europese regimes tekenen in decors die aan onze grote Belgische traditie van René Magritte en Paul Delvaux refereren. Drie schilderijen van deze laatste (“Petite place de gare”, “Trains de nuit” en “Trains du soir”) vormden ook de inspiratiebron voor de kortfilm (acht minuten) “Nachtvlinders”, die in 1998 de Grand Prix op het prestigieuze Animatiefilmfestival van Annecy in de wacht sleepte.
Alhoewel de tentoonstelling doorgaans een ernstig karakter had, leerden we Servais toch ook kennen als een “tettenfreak”, zoals Raymond van het Groenewoud dat zo plastisch pleegt uit te drukken. Zowel in “Harpya” als in “Taxandria” en “Nachtvlinders” komt kledij voor die de vrouwelijke borsten bloot laat en accentueert (cfr.”Histoire d’O”). Dat kan toch geen toeval niet meer zijn.
Als docent aan de KASK zorgde Raoul Servais voor de vorming van nieuwe generaties animatiefilmers die vandaag actief zijn in diverse disciplines en uiteenlopende stijlen. Enkele prominente voorbeelden zijn: Frédéric DuChau (The Quest For Camelot), Paul Demeyer (Rugrats), Tim Crawfurd (Pixar), Jan Van Buyten (Industrial Light and Magic), Piet De Rycker (Tobias Totz und sein Löwe), Ann Vrombaut (Little Wolf), Jan Bultheel (tv‑generieken), Klaartje Schrijvers (Chiome d’Oro) en Stefan Vermeulen (Suburbanites). Ook van hen kregen we een aantal staaltjes te zien op de tentoonstelling.
Deze tentoonstelling werd mede georganiseerd door de Stichting Raoul Servais. Opgericht in 1989, is deze organisatie actief op het gebied van professionele begeleiding van jeugdateliers animatiefilm, productie van animatie‑auteurfilms en het archiveren van de werken van Raoul Servais.

Ronny DE SCHEPPER

(Zeer) selectieve bibliografie
Herwig Waterschoot, Raoul Servais: de dreiging verbeeld, Snoecks 81

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s