De Amerikaanse actrice Michelle Pfeiffer wordt vandaag zestig jaar.

Michelle Pfeiffer was in 1980 voor het eerst te zien in “The Hollywood Knights” van Floyd Mutrux. Ze speelt hierin het kleine rolletje van Suzie Q en wordt in de schaduw gesteld door Tony Danza (“She’s out of control”) voor wie het ook z’n debuutfilm was. Zijzelf moest nog twee jaar wachten voor ze in een ander dergelijk vehikel (“Grease 2” van Patricia Birch) als “vedette” werd uitgespeeld.
Toch duurt het nog tot 1988 vooraleer ze echt doorbreekt. Eerst in de actiethriller “Tequila sunrise”, geschreven en geregisseerd door Robert Towne, waarin ze een betoverend mooie speelbal is tussen Mel Gibson en Kurt Russell (al is het Raul Julia die de show steelt bij de mannen). Michelle Pfeiffer reportedly did not get along with Robert Towne. He called her “the most difficult actress I have ever worked with.” This was most likely due to Towne’s reputed perfectionism, and the fact that Pfeiffer was going through a divorce. Waarom de film “Tequila sunrise” heet, is me een compleet raadsel. Het is zelfs geen aanleiding om het hitje van The Eagles nog eens te lanceren, want dat komt er niet eens in voor.
Nog datzelfde jaar is ze ook ontzettend fragiel en kwetsbaar in “Dangerous liaisons” van Stephen Frears. Een jaar later schittert ze als Susie Diamond in “The fabulous Baker Boys” van Steve Kloves (die ook het scenario schreef) naast de broertjes Bridges, maar de grootste flop in dat jaar was ongetwijfeld “The bonfire of the vanities” (Brian De Palma). Deze lang verwachte verfilming van de bestseller van Tom Wolfe werd dus niks. Michelle Pfeiffer weigerde heel terecht de vrouwelijke hoofdrol (nu door een irritante Melanie Griffiths gespeeld) omdat ze het een belediging voor de vrouw in het algemeen vond. Dat ze de vrouwelijke hoofdrol van “Silence of the lambs” weigerde omdat ze vond dat de seriemoordenaar “te sympathiek” werd voorgesteld, is minder te begrijpen.
Later werd ze gelauwerd als beste actrice in Berlijn voor “Love field” van Jonathan Kaplan. Daarvóór had ze in “The Russia House” de show gestolen met wat ze zelf het lelijke eendje noemt. Alhoewel ze voor de rol van Katja in onvervalste Meryl Streep-stijl Engels met een Russisch accent moest spreken, gaf ze in mijn ogen een aandoenlijke vertolking als het Russische liefje van Sean Connery.
Ook in haar volgende film, “Frankie and Johnny”, vormt ze een liefdespaar dat wellicht filmgeschiedenis zal schrijven. Niemand minder dan Al Pacino is immers haar partner en dat was blijkbaar zo’n succes dat de twee de romance ook buiten de filmset voortzetten. Onder de oorspronkelijke titel, “Frankie and Johnny in the Clair de Lune”, was het een toneelstuk van Terrence McNally, dat in Vlaanderen werd vertolkt door Nora Tilley en Frank Aendenboom. McNally bewerkte het zelf tot een filmscenario.
In deze film speelt Pacino de rol van een kok die het hart wil veroveren van serveerster Pfeiffer. Eigenlijk spelen ze beiden de rol van een “loser”. Frankie is een vrouw met een volledig gebrek aan zelfvertrouwen. Haar afkomst is dezelfde als de mijne, zegt Pfeiffer, al voegt ze er lachend aan toe dat opdienen juist één van de weinige jobs is die ze nooit heeft gedaan. Frankie heeft in haar privé-leven een paar zware ontgoochelingen opgelopen en daarom heeft ze gedurende drie jaar naar geen man meer omgekeken. Ondanks goed werk van de make-up afdeling is het een beetje ongelooflijk dat het omgekeerde ook waar is.
In een interview met de onvolprezen Barry Norman van de BBC geeft Michelle Pfeiffer toe dat ze voor deze rol ook weer in haar eigen leven heeft gegraven. Ze noemt uiteraard niet één man die haar gekwetst heeft, maar toch zegt ze dat ze voor diverse omstandigheden aan diverse mannen heeft gedacht. Anderzijds leek het mij overduidelijk dat Norman naar de naam van Malkovich zat te hengelen.
Regisseur Garry Marshall (niet te verwarren met Frank Marshall, de maker van “Arachnophobia”) omschrijft “Frankie and Johnny” niet als een sprookje maar als een realistisch liefdesverhaal. “Het gaat over doorsnee mensen en hun alledaagse problemen in verband met liefde, eenzaamheid, seksualiteit…” Zoals Steven Spielberg met “Gremlins” een soort “anti-E.T.” wilde maken, zo heeft Marshall met deze film de andere zijde van zijn hitfilm “Pretty woman” willen laten zien. Dat was immers wél een sprookjesfilm!
Als er in deze film dan toch een sprookjeselement zit, dan is het niet zozeer “Assepoester” of “Sneeuwwitje” die door een sprookjesprins à la Richard Gere aan haar grauwe bestaan worden ontrukt, maar wel het aloude thema van het lelijke eendje dat uiteindelijk een prachtige zwaan wordt.
Het is duidelijk dat men met deze film een beetje hoopt op het succes dat “Moonstruck” heeft gehad. Ook dat was geen sprookje, maar een realistische zedenschets over mensen van om het hoekje. Als de vrouwenrol dan nog wordt vertolkt door iemand die gewoonlijk met glamour wordt omgeven (in “Moonstruck” was dat dus Cher), dan heeft dat blijkbaar nog een bijkomend effect. Ongeveer zoals Eddy Merckx placht te zeggen: “Ik ben ook maar een mens.”
Alhoewel “Frankie and Johnny” dus zeker geen “soap” is (want dat zijn per definitie sprookjesfilms), toch is het evenzeer duidelijk dat Marshall geput heeft uit zijn rijke ervaring als regisseur van televisie-feuilletons zoals “Happy days”, “The odd couple”, “The Dick Van Dyke Show” en “Mork and Mindy”.
Ondertussen heeft Pfeiffer Al Pacino ertoe kunnen bewegen zijn geliefde New York in te ruilen voor Beverly Hills, alhoewel zijzelf in Santa Monica woont. In 1983 hadden beiden elkaar al ontmoet op de set van “Scarface” van Brian de Palma. Pfeiffer was toen naar eigen zeggen reeds heimelijk verliefd geworden op Pacino, maar naar buiten toe kon men enkel spreken van vriendschap, meer niet. “Ik wilde het voor mezelf niet toegeven,” verklaart ze nu, “vooral omdat we toen allebei iemand anders hadden.”
Toch zijn die acht jaar tussen Scarface en deze film niet voor niets geweest: “Hij is ‘nicer’ geworden en ik ‘meaner’,” lacht Michelle. Niet dat ze zo’n rotkarakter heeft, voegt ze er onmiddellijk aan toe, maar vroeger had ze meer de neiging zich te schikken naar de onderdanige vrouwenrol die de maatschappij en zeker de filmindustrie pleegt voor te schrijven. “Die verandering heb ik eigenlijk te danken aan Al,” zegt ze, “want reeds bij Scarface merkte ik dat hij zich ook niet liet doen.” Pacino, die wél een volbloed acteur is, heeft haar ondertussen ook reeds zoveel zelfvertrouwen gegeven dat ze nadien op de planken zelfs Shakespeare heeft gespeeld (“Twelfth night”).
Ik heb reeds eerder laten doorschemeren, neen, zelfs open en bloot toegegeven dat ik een zwak heb voor zwartharige vrouwen. Ik zal dus wel geen gentleman zijn (want “gentlemen prefer blondes”, nietwaar Marilyn?) en evenmin een feestneus (zegt Rod Stewart immers niet dat “blondes have more fun”?), maar dat heeft er wel voor gezorgd dat ik Michelle Pfeiffer eerder omwille van haar acteerprestaties dan omwille van haar uiterlijk heb leren appreciëren. En dat zal haar allicht veel genoegen doen, ook al omdat zij het (toch ietwat bizarre) idee heeft dat ze helemaal niet mooi is.
Anderzijds moet ik wel toegeven dat die appreciatie er niet meteen is gekomen. Zowel in “Ladyhawke”, in “The Witches of Eastwick” als in “Grease II”, vond ik haar nu niet bepaald schitterend. Haar beste prestatie uit die tijd was ontegensprekelijk haar rol in “Into the night” van John Landis (dit is overigens de enige film, waarin ze – heel even – naakt is te zien en dan nog gewoon functioneel in de badkamer). Toch ben ik pas echt van haar gaan houden sedert “Dangerous liaisons” van Stephen Frears waarin ze aangrijpend de rol van de eerzame Madame de Tourvel vertolkt. Ze hield er trouwens ook een oscar-nominatie aan over, wat ze een jaar later nog eens overdeed met “The fabulous Baker Boys”, de debuutfilm van de 29-jarige Steve Kloves, nadat Debra Winger de rol had geweigerd. Alhoewel verwijzingen naar filmdiva’s als Rita Hayworth en Lauren Bacall haar de keel uithangen, is het toch zonder meer duidelijk dat het nummertje dat ze op de piano van Jeff Bridges ten beste geeft in de filmgeschiedenis altijd naast de “handschoen-strip” van Rita Hayworth in “Gilda” zal worden geplaatst.
Wellicht heeft Pfeiffer schrik van dergelijke vergelijkingen omdat ze uit een totaal niet-artistiek milieu komt. Ze is van arbeidersafkomst en zelf had ze sedert haar veertiende allerlei baantjes. Toen iemand op een bepaald ogenblik echter een onbeleefde opmerking maakte terwijl ze als caissière van een supermarkt in Long Beach werkte, had ze er genoeg van. Op aanraden van een vriendin begon ze aan Miss-verkiezingen mee te doen, want alhoewel ze nog nooit van VTM had gehoord, wist ze instinctief dat je op die manier in de mediawereld aan de bak kunt komen.
Nadat ze tot Miss Orange Country (Zuid-Californië) werd verkozen, kwam ze in een paar reklamefilmpjes terecht. Op die manier hoopte ze natuurlijk de poorten van Hollywood te forceren. Maar toen dit niet onmiddellijk wilde lukken, zocht ze soelaas bij een dubieuze sekte (bestaan er dan andere?). Gelukkig was er een zekere Peter Horton, een televisie-acteur, die haar daaruit kon redden, zij het dat ze daarvoor wel met hem in het huwelijk moest treden. Zeven jaar zou de relatie toch standhouden. Maar dan kwam the seven year itch, jawel. Of misschien was het dan toch het succes?
Ondertussen zitten we immers reeds op de set van “Dangerous liaisons”, waar ze een hartstochtelijke relatie begint met de man die ook in de film de rol speelt van haar “verleider” en daarmee haar (en zijn) ondergang bewerkt, namelijk John Malkovich. Malkovich was echter gehuwd en kon er maar niet toe besluiten om te scheiden. Uiteindelijk breekt hij dan maar met Pfeiffer, waardoor ze tot driemaal toe in een inrichting dient te worden opgenomen. Daarna zocht ze troost bij o.a. gitaargod Eric Clapton.
Toch heeft ze een en ander ook aan haar zeer persoonlijke manier van acteren te wijten. Aangezien ze immers geen volledige acteursopleiding heeft doorlopen, vindt ze zelf dat haar technische mogelijkheden beperkt zijn, zodat ze voor elke rol in zichzelf moet graven.
Michelle PfeifferDaarna leek Pfeiffer in “Batman returns” wel uit een sadomasochistische film weggelopen in haar catwoman-outfit. In een interview stelde Terry Wogan dat de manier waarop ze met de zweep omspringt “will bring out the worst in people”. Zij antwoordt raadselachtig: “Or the best…”
Alhoewel Michelle Pfeiffer duidelijk een voorkeur heeft voor “echte” rollen (en soms, zoals in “The Russia House” of in “Frankie and Johnny”, haar sexy uiterlijk daarvoor doelbewust verdoezelt) toch wou ze heel graag Catwoman spelen, niet in het minst omdat ze daarvoor Cher, Annette Bening en zelfs Madonna heeft opzij gezet! De producers wrijven zich overigens in de handen, want tijdens zijn openingsweekend heeft de film meer dan 46 miljoen dollar (meer dan anderhalf miljard frank) opgebracht. De prent die op 19 juni in 2.600 Amerikaanse zalen in première ging, verdringt daarmee zijn voorganger “Batman” aan de top van de box office-inkomsten op één weekend tijd.
Alhoewel Michelle Pfeiffer er gewoonweg schitterend uitzag, kon dergelijke rol natuurlijk moeilijk een oscarnominatie opleveren. Toch kreeg ze die, maar dan voor haar vertolking in “Love field”, waarin ze dan weer een lookalike van Marilyn Monroe neerzet in een melodrama over rassenproblemen in het begin van de jaren zestig.
Daarna kwam “The age of innocence” van Martin Scorsese (1993), gevolgd door “Wolf” van Mike Nichols. Niet te geloven, in zijn oude dag verandert Jack Nicholson dan toch in een weerwolf en dan nog wel omdat hij met Michelle Pfeiffer vrijt! James Spader, Kate Nelligan en Christopher Plummer vergapen zich net als iedereen aan de “special effects” van Rick Baker (“An American Werewolf in London”).
Bovendien adopteerde ze een dochtertje Claudia Rose (de nieuwste rage in Hollywood) en beviel ze in augustus van John Henry, nadat ze begin 1994 met producer David Kelley was getrouwd (later zou hij een goudader aanboren met de reeks “Ally McBeal”). Toch was het niet al rozegeur en maneschijn dat jaar, want Michelle moest haar zus Dedee (°1964) bijspringen toen deze geconfronteerd werd met de zelfmoord van haar vriend acteur Ron Marquette. Die had er genoeg van om in onnozele series als “Red shoe diaries” te moeten spelen. Groot gelijk, maar is zelfmoord niet wat overdreven? Was het niet beter Zalman King een dreun op z’n hersens te verkopen?
Ondanks zanglessen (toch nog nodig na “The fabulous Baker Boys”) zou Michelle Pfeiffer uiteindelijk toch niet de rol van “Evita” vertolken, want dat werd Madonna. Ondertussen draaide Pfeiffer wel “Dangerous minds”, een scenario van Ronald Bass naar “My posse don’t do homework”, een “autobiografisch” werk van Louanne Johnson. Die zichzelf dus wel een hagiografie toedicht, want in deze film speelt La Pfeiffer een lerares van een klas opstandige kinderen. Als gevolg van de research die ze hiervoor deed, stuitte ze op zoveel geweld en druggebruik in de scholen dat ze de twee kinderen die ze samen met Kelley heeft geadopteerd (Claudia en John) aan privé-leraars toevertrouwde.
Over kinderen gesproken, alle ingrediënten van een screwball comedy zaten in “One fine day” van Michael Hoffman uit 1996, waarin Michelle Pfeiffer en George (“E.R.”) Clooney elkaar een hele film lopen uit te schelden om uiteindelijk toch in elkaars armen te belanden. Hun wederzijdse kinderen hebben dit reeds veel vlugger door, maar het is precies het gedrag van deze ettertjes dat er voor mij toch te veel aan was.
Deze film werd gevolgd door “Up close and personal” (John Avnet), waarin oude TV-rot Robert Redford wat ziet in het talent van Michelle Pfeiffer. Haar zus Deedee speelt… haar zus. Eigenlijk is dit het verhaal van anchor woman Jessica Savitch, die ten onder ging aan drank en drugs, maar het scenario werd door Disney Films zodanig opgekuist dat er helemaal niets van overblijft.
Of het boek “The deep end of the ocean” (*) van Jacquelyn Mithard op reële feiten gebaseerd is, weet ik niet, maar het zou best kunnen. Het verhaal van een jongetje dat op driejarige leeftijd wordt ontvoerd en waarvan de ouders zeven jaar later in dezelfde buurt komen wonen, zodat ze nog twee jaar later heel toevallig met hem in contact komen en de relatie kunnen herstellen, klinkt alleszins zeer geloofwaardig. Aangezien het verhaal, reëel of niet, door een vrouw werd te boek gesteld, gaat de aandacht vooral naar de moederfiguur, die dus in de film (om de titel te verklaren zal men wel het boek moeten lezen, want in de film wordt er niet op gealludeerd) van Ulu Grosbard uit 1999 uiteraard door Michelle Pfeiffer wordt vertolkt. Ze doet dat op een overtuigende manier, wat onder meer inhoudt dat ze niet altijd even sympathiek wordt voorgesteld. Haar tegenspeler is Treat Williams, terwijl Whoopi Goldberg een redelijk overbodig personage vertolkt als de detective die zich altijd met de zaak is blijven bezighouden. Ryan Merriman is Sam Karras (de vroegere Ben Cappadora) en Jonathan Jackson zijn oudere broer Vincent.
Daarna volgde “What lies beneath” van Robert Zemeckis (2000). Michelle Pfeiffer stated in interviews that she was initially put off by all the technical aspects of the film, but eventually learned to embrace them. In the end the actress found the experience both educational and enjoyable.
Michelle Pfeiffer is daarna niét de Sam uit de titel van de film “I am Sam” van Jessie Nelson uit 2001. Sam is immers niet de afkorting van Samantha maar van Samuel. De titelrol wordt dan ook vertolkt door Sean Penn. Hij speelt een zekere Sam Dawson, die de mentale leeftijd heeft van amper een zevenjarige. Toch werkt de man in een bar en voedt hij op zijn eentje zo goed en zo kwaad het kan zijn dochter op. “Tot de sociale diensten zich ermee beginnen te bemoeien…” schrijft Humo onheilspellend. Moeten we dan veronderstellen dat Pfeiffer “de sociale diensten” vertegenwoordigt? Of mag zij toch de rol van “reddende engel” spelen en wordt de zwarte piet doorgeschoven naar Dianne Wiest?
Een jaar later is Pfeiffer als Ingrid Magnussen a mother from hell in “White Oleander” van Peter Kosminksky. Niet enkel maakt ze met deze rol de gepaste overgang naar moederrollen, tevens laat ze een duistere kant van haar zien die we tot nu toe niet kenden. Haar bezig zien is genoeg om te besluiten dat artiesten maar beter gesteriliseerd worden i.p.v. kinderen te verwekken die ze regelrecht naar de afgrond katapulteren. Toch wordt Pfeiffer nog “weggespeeld” door Alison Lohman, die als haar dochter een verpletterende indruk nalaat. De titel “White Oleander” slaat op het feit dat Ingrid Magnussen haar minnaar (een zwijgende rol van comedian Billy Connolly) uit de weg ruimt met het gif, getrokken uit haar lievelingsbloem, witte oleander.
In 2009 kreeg ze van regisseur Stephen Frears en scenarist Christopher Hampton een mooie rol toegeschoven als Léa de Lonval, een personage gecreëerd door Colette voor haar roman (en dus ook de titel van de film) “Chéri”. De Lonval is een ouder wordende courtisane uit het begin van deze eeuw, die een verhouding aanknoopt met Fred Peloux (die ze het troetelnaampje Chéri meegeeft), de zoon van een collega van haar (gespeeld door Kathy Bates; Chéri is Rupert Friend). Tot Charlotte (Bates dus) besluit dat het tijd is dat haar zoon voor kleinkinderen zorgt. Daarom huwelijkt zij hem uit aan Edmée (Felicity Jones), een dochter van alweer een andere courtisane (Iben Hjejle in de rol van Marie Laure). Enfin, Pfeiffer krijgt tal van onderbelichte seksscènes, ruggelingse badscènes en candlelight dinners om haar tanende schoonheid nog een laatste glans te geven. Helaas is de film zo saai dat ik me haast letterlijk heb dood verveeld.
In “People like us” van Alex Kurtzman uit 2012 krijgt ze een rol als “grieving widow” toebedeeld. Eerst lijkt ze daarmee een beetje uitgerangeerd te worden, maar naarmate de film vordert, wordt ook haar rol steeds belangrijker.
In 2013 mag Pfeiffer nog eens haar rol in “Married to the mob” hernemen, maar nu met meer gusto, in “Malavita” van Luc Besson. Ondanks het feit dat de body count erg hoog ligt, wordt de film als een komedie aangepakt en dat doet ‘m goed!
Er was ook ooit sprake van dat Michelle Pfeiffer de hoofdrol zou vertolken in “Faithfull”, de autobiografie van Marianne Faithfull, die dan overigens zelf de rol van haar moeder (barones Erisso von Sacher-Masoch) zou hebben vertolkt. Voor de rol van Mick Jagger wilde Marianne het liefst William Dafoe gecast zien. Ze vergat daarbij echter dat het dan deze keer Michelle Pfeiffer zou zijn geweest die ermee naar bed mocht gaan…
Misschien is niemand minder dan Emma Thompson daar wel jaloers op, niet op Pfeiffer, maar op Dafoe! Aan een Amerikaans homotijdschrift verklaarde Thompson immers dat ze vaak lesbische fantasieën had, met dan vooral Michelle Pfeiffer als onderwerp…

Referentie
Ronny De Schepper, The Russia House: meer sfeer dan spanning, Steps Magazine april 1991
Ronny De Schepper, Frankie and Johnny: het lelijke eendje, Steps Magazine januari 1992

(*) Niet te verwarren met de bijna gelijknamige thriller “The deep end” van David Siegel en Scott McGehee uit 2001, waarin Tilda Swinton de hoofdrol vertolkt. Het is werkelijk zeer merkwaardig dat de regisseurs uiteindelijk voor deze voor verwarring zorgende titel hebben gekozen, niet alleen omdat het boek van Elisabeth Sanxay Holding waarop de film is gebaseerd “The blank wall” heet, maar vooral omdat “The deep end”, naast de evidente symbolische betekenis die ook bij “The deep end of the ocean” aanwezig is, verwijst naar een merk van condooms voor… anale seks (de intrige heeft inderdaad met homoseks te maken).

Een gedachte over “Michelle Pfeiffer wordt zestig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s