Vandaag is het al vijftien jaar geleden dat de Amerikaanse zangeres en pianiste Nina Simone is overleden aan borstkanker.

Eunice Kathleen Waymon, zoals haar echte naam luidde, was geen gemakkelijke tante. Ze vond dat ze niet genoeg erkenning kreeg, maar bij diegenen die haar wel aanbaden, dan vond ze dat ze dit om de verkeerde redenen deden. Zo kocht destijds ikzelf de single "Ain't go no/I got life", een samenvoeging van twee nummers uit de musical "Hair", in een opzwepend arrangement. Tijdens de fameuze depressie in mijn leven raakte ik deze single kwijt en ik heb er sindsdien vruchteloos naar gezocht. Ik heb o.a. nog een elpee van Nina Simone aangeschaft waarop het nummer zogezegd stond, maar het was een trage versie die je nu nog overal kunt terugvinden, maar die single is blijkbaar op verzoek van Nina Simone zelf uit de handel genomen. "De verkeerde redenen", weet je wel. Maar goed, veel zal haar vergeven worden, omwille van het triestige vooral dat, toen ze op tienjarige leeftijd debuteerde bij een pianoconcert, haar ouders, die op de voorste rij waren gaan zitten, moesten plaatsmaken voor blanken. Het is en blijft een dieptreurige toestand om haar met de tranen in de ogen aan Eve Ruggieri te horen verklaren: ik was veel liever de eerste zwarte klassieke pianiste geweest, "I would have been much happier then", maar men weigerde mij aan het conservatorium omdat ik zwart was.
De geschiedenis van de Afro-Amerikanen in de klassieke muziek is kort en bitter; het is het verhaal van een diepgewortelde discriminatie. In 2003 gaf b.v. operazangeres Shirley Verrett haar memoires uit, I Never Walked Alone, waarin ze vrijelijk schrijft over het racisme dat ze in de Amerikaanse klassieke-muziekwereld tegenkwam. Toen de dirigent Leopold Stokowski haar o.a. uitnodigde om te zingen met de Houston Symphony in de vroege jaren zestig moest hij zijn uitnodiging intrekken toen de orkestleiding een zwarte solist weigerde. Stokowski maakte het later goed door haar een prestigieus aanbod te doen bij het bekendere Philadelphia Orchestra, maar toch...
Twintig jaar geleden was minder dan één op de honderd musici in de Amerikaanse orkesten zwart en ik durf er veel op vergokken dat dit ondertussen nauwelijks is verbeterd. In Detroit, een stad met een merendeels zwarte bevolking, heeft de wetgevende macht van de staat gedreigd met een drastische verlaging van de subsidie, zolang er niet meer dan één zwarte (foto) werd aangetrokken in het orkest. Met dàt zwaard van Damocles boven hun hoofd is dat ondertussen misschien wél gebeurd, desnoods moesten ze maar eens langs gaan bij de muzikanten van Motown...
Zwarte musici in Amerika voeren sinds lang een campagne om op een auditie achter een scherm te mogen spelen, opdat zij op het geluid dat zij voortbrengen, en niet op hun uiterlijk beoordeeld worden. In 1969 hebben twee zwarte strijkers Leonard Bernstein en het New York Philharmonic voor de Commissie van de Mensenrechten van de Staat New York gedaagd, omdat hun geweigerd werd om op een auditie te spelen en ongezien te blijven. Bernstein voerde aan dat hij eerst moest zien hoe iemand speelde, alvorens hem te kunnen huren en won de zaak.
Was het al moeilijk voor zwarten om bij de orkesten te komen, dirigeren was voor hen helemaal onbereikbaar. In de jaren twintig kwam een jongeman uit Brits‑Guyana, Rudolph Dunbar, naar New York om aan de Juilliard School te studeren; hij verdiende zijn lesgeld als klarinettist bij jazzbands in Harlem. Daar hij in de concertzaal geen voet aan de grond kreeg, vertrok hij naar Europa. Hij werd door de weduwe van Debussy gefêteerd en gaf een beroemd recital in de Salle Pleyel. Hij stak het Kanaal over en leidde een zwart dansorkest dat in deftige Londense restaurants speelde totdat, drie jaar na het begin van de oorlog, zijn ambitie in vervulling ging en hij het London Philharmonic in de Royal Albert Hall dirigeerde. Nadat de nazi's verslagen waren, heeft hij ook de Berliner Philharmoniker gedirigeerd. Geen van beide engagementen heeft echter verder tot iets geleid.
De eerste zwarte muziekdirecteur was Henry Lewis, die in 1968 deze taak bij het New Jersey Symphony Orchestra op zich nam. Lewis was met zestien jaar begonnen als contrabassist bij het Los Angeles Philharmonic. In militaire dienst was het hem gelukt om het Symfonieorkest van het Zevende Leger te dirigeren. In 1960 trouwde hij met de zangeres Marilyn Horne; hij trok de meeste aandacht wanneer hij haar optreden dirigeerde in de Met. Na hun echtscheiding bleef hij daar nog lange tijd werken, maar het stigma van echtgenoot van de diva dat aan hem kleefde, is nooit helemaal verdwenen.
Lewis van zijn kant bleef desondanks optimistisch over de toekomst voor de zwarte dirigenten, maar er is inmiddels weinig gebeurd dat zijn hoop kan rechtvaardigen. Enkele zwarten hebben een baan als dirigent ergens in de binnenlanden van Amerika en een klein aantal heeft een stage kunnen krijgen bij stedelijke orkesten, maar de algemene toestand is eigenlijk nog somberder dan zij in 1945 was.
In Europa bekleedt de uit Virginia afkomstige Isaiah Jackson de naar verluidt weinig aanlokkelijke positie van muziekdirecteur van het Royal Ballet in Londen en James DePriest, een neef van de alt Marian Anderson, heeft engagementen voor concerten in Scandinavië en daarmee houdt het zowat op, wat dirigenten betreft. Ongetwijfeld heeft het feit dat het een leidinggevende functie betreft daarmee te maken, want voor zangers is het nu niet direct zo’n probleem meer. Er is zelfs een soort overcompensatie: vaak worden zij in een rol gecast die overduidelijk voor een blanke is bedoeld, zo zag ik ooit een zwarte Susanna in “Le nozze”, terwijl haar ouders door twee blanken werden gezongen. (*)
De zwarte dirigent die het meeste succes leek te hebben om de muur van vooroordeel te slechten, was een Newyorker, Dean Dixon genaamd. Zijn ouders hadden hem als kind meegenomen naar Carnegie Hall. Met zeventien jaar richtte hij de Dean Dixon Symphony Society op. Hij wekte zozeer de belangstelling van Eleanor Roosevelt, de First Lady, dat zij hem in augustus 1941 een engagement bij de New York Philharmonic bezorgde, nadat hij als zesentwintigjarige een doctoraat in de muziek had gehaald (**). Daar het hem niet lukte om zijn wil aan een vijandig gezelschap van blanken op te leggen, nam hij een afstandelijke en hooghartige houding aan, waarmee hij hun respect, maar niet hun genegenheid afdwong. Er volgden uitnodigingen door Toscanini'S NBC Symphony Orchestra, en ook uit Boston en Philadelphia, maar hij kon geen vaste aanstelling krijgen. Ten slotte vormde hij zijn eigen American Youth Orchestra. In 1948 kreeg hij een belangrijke prijs voor zijn buitengewone bijdrage aan de Amerikaanse muziek, maar later in datzelfde jaar verliet hij Amerika definitief. Na enige tijd met het Israëlisch Filharmonisch Orkest te hebben samengewerkt, vestigde hij zich in Zweden, met het Göteborg Symfonie Orkest. Daarnaast trad hij door heel Europa op als gastdirigent. Hij was populair in Parijs, waar hij in 1960 de première bracht van de Negende van Mahler. Het laatste deel van zijn carrière verdeelde hij tussen Frankfurt, waar hij het Radio‑Orkest leidde, en Sydney, waar hij het symfonieorkest dirigeerde en meewerkte aan de inwijding van het nieuwe operagebouw. Zijn dirigeercursussen in Salzburg werden goed bezocht, o.a. door Edo de Waart. Dixon keerde ten slotte in 1970 nog eens naar New York terug voor een serie zomerconeerten, die veel succes hadden. Vijf jaar later overleed hij op eenenzestigjarige leeftijd in Zwitserland als vrijwillige balling van zijn vaderland, waar hij als een exotische curiositeit werd behandeld.

Referentie
Norman Lebrecht, De Mythe van de Maestro, uitg.Gottmer, 1992

(*) Daarmee wil ik uiteraard niet impliceren dat dit van een leien dakje is gelopen. Een pioniersrol werd gespeeld door de genoemde Marian Anderson, die op 7 januari 1955 als eerste zwarte zangeres in de New Yorkse Metropolitan optrad.
(**) Eleanor Roosevelt zal nadien ook een rol spelen in het stimuleren van de carrière van Marian Anderson.

Een gedachte over “Nina Simone (1933-2003)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.