De Britse dirigent John Eliot Gardiner wordt vandaag 75 jaar.

Hij is eigenlijk van boerenafkomst. Hij was trouwens eerst van plan de familietraditie verder te zetten. Al heel jong verleende hij wel reeds zijn medewerking aan uitvoeringen van polyfonische muziek. Toen hij in Cambridge geschiedenis ging studeren, kwam hij op die manier tot de conclusie dat de King’s Choir die muziek op een totaal verkeerde manier uitvoerde omdat het allemaal veel te gepolijst was. Toen hij echter voorzichtige kritiek uitte, werd hij meteen gebrandmerkt als een rebel en werd hij zeer onpopulair. Hij zocht dan steun bij het Westminster Choir van George Malcolm, waarvan hij vond dat die dichter bij de originele uitvoering aanleunde.
Na zijn geschiedenisstudies begon hij zich in muziek te specialiseren naast klassiek Arabisch en middeleeuws Spaans. Met zijn medestudenten, zoals Andrew Davis, David Munro en Christopher Hogwood, had hij echter totaal geen contact. De enige waartoe hij zich aangetrokken voelde was Feston Dart, een professor die eveneens als rebel bekend stond, omdat hij ook totaal buiten de “king’s tradition” stond. Deze wou hem meenemen als assistent naar the University of London, waar hij de muziekafdeling had opgericht, maar omdat Gardiner zich daar nog niet rijp voor voelde, ging hij eerst les volgen bij Nadia Boulanger in Parijs, die daar oude muziek gaf. Deze zei hem dat hij op 22 jaar ongeveer stond waar zij op 5 jaar stond. “En ’t was nog waar ook,” zegt Gardiner.
Zijn koor heeft hij later (in 1964) niet voor niets het “Monteverdi Choir” genoemd, want dat was zijn grootste belangstelling. Hij was ook de eerste die vrouwen opnam in een koor dat Monteverdi zong. Pas in 1977 sticht hij The English Baroque Soloists, dat bij aanvang nog niet echt authentiek was en ook niet als hij Bach en Händel begon te spelen. Pas toen hij in 1982 overschakelde naar het Franse repertoire (“Les Boréades” van Rameau) vond hij dat hij het gewenste effect had bereikt. Ondanks alles is hij niet vies van bepaalde “uitstapjes”. Zo was hij van ’83 tot ’87 verbonden aan de opera van Lyon, waar hij niet enkel Mozart maar ook Verdi dirigeerde, en ook b.v. Beethovens “Leonora” met zijn Orchestre Revolutionnaire et Romantique.
Wie Gardiner reeds aan het werk heeft gezien op de Nederlandse televisie (met “Don Giovanni” en “Die Zauberflote”) weet dat zijn concertante uitvoeringen altijd halve ensceneringen zijn en vaak zelfs boeiender dan “echte” opera. Verder begeleidde hij met het orkest van de Norddeutsche Rundfunk in het begin van 1994 de zangeres Ute Lemper in de uitvoering van “De zeven hoofdzonden” van Kurt Weill. Hogwood zegt over hem “dat hij nogal eens brutaal kan zijn“, maar voegt er relativerend aan toe dat “niemand perfect is“.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.