Op woensdag 20 april 1988 ging in de Brusselse Beursschouwburg « Rats », toen het nieuwste stuk van Tie 3, in première. Dit wil zeggen: in Vlaamse première, want in Nederland werd het — zo te zien met succes — reeds een aantal keren opgevoerd. Het is alleszins een merkwaardig stuk, aangezien het hierin zekere zin een collage van Beatleteksten betreft. Hoe het is tot stand gekomen, vroegen we aan Eugene Bervoets, de regisseur en tevens de man die de leiding van Tie 3 heeft overgenomen na het vertrek van Tone Brulin.

Eugene Bervoets: Eigenlijk is het idee afkomstig van Paul Pourveur, aan wie wij een verhaal hadden voorgelegd en hij wou daar de teksten van The Beatles inpassen, omdat deze teksten een bepaalde generatie zodanig hebben beïnvloed — kijk maar naar de belangstelling die er voor de jaren zestig opnieuw is ontstaan — dat het wel interessant leek om eens na te gaan of deze teksten inderdaad zo briljant zijn, als men doorgaans denkt.
— En wat was dan dat verhaal waarmee jullie kwamen aandraven ?
E.B.:
Dat was gebaseerd op een boek van Marshall Sahlins, « Stoneage economics ». Een antropologisch boek dus, waarin wordt gehandeld over primitieve stammen die ook vandaag nog overal ter wereld leven volgens de gebruiken en cultuur van prehistorische mensen. Hiervan uitgaande hebben we dan het volgende verhaaltje verzonnen : in een schutkelder zitten vier mensen samen, die weten dat ze daar ook zullen sterven en dus onder elkaar tot een modus vivendi moeten komen om te overleven. Zo simpel is het. Om de regressie tegen te gaan, meten ze zichzelf een structuur toe, meer bepaald de burgerlijke structuur, wat op het theater min of meer overeenkomt met een boulevard-komedie.
— En hoe komen die Beatle-teksten daar nu bij te pas?
E.B.:
Laat ik eerst en vooral die vier mensen even nader voorstellen, dan zal een en ander al veel duidelijker worden. Er is de vader, Mr. Kite, die zich bezighoudt met het organiseren van benefietavonden en het verzamelen van goede doelen. De moeder is Polythene Pam, die bedlegerig is omdat ze geen benen heeft, maar toch een beetje de matriarch is. Samen hebben ze een voorbeeldige zoon, Mother Nature’s Son, die eigenlijk een erg verwend joch is. En zoals het mensen van welstand past, hebben ze ook nog een dienstmeisje, dat uiteraard zwart is en naar de naam Lovely Rita luistert. De actie wordt dan in gang gezet door de zoon die verliefd wordt op Lovely Rita en deze probeert hem op haar beurt te gebruiken om « moeder » te worden, dus om Polythene Pam van de troon te stoten.
— Wordt er enkel gebruik gemaakt van de teksten van The Beatles of ook van de muziek?
E.B.:
De muziek is in die zin aanwezig, dat we in onze eigen muziek wel refereren aan bepaalde Beatle-nummers. Bepaalde ritmes worden b.v. gebruikt, maar de muziek van The Beatles zelf komt niet in de voorstelling voor. Wel bewerkingen van Beatle-teksten in het Nederlands.
— Desondanks lijkt me dit een productie die zou kunnen aanslaan bij jongeren. Ik merk immers dat The Beatles vooral bij heel jonge mensen nog steeds erg populair zijn…
E.B.:
Dat hebben wij ook gemerkt. In Nederland bleek dat heel wat heel jonge mensen de voorstelling konden smaken, ook omdat ze erg worden aangesproken door het wedstrijdgegeven.
— Pardon ?
E.B.:
Wel ja, we hebben het stuk in een bepaalde vorm gegoten, namelijk als een wedstrijd tussen die vier mensen die moeten proberen mekaar de loef af te steken, of erger: mekaar bijna te vermoorden. En daarnaast er is ook nog, wat ik zou noemen het concertgegeven. Het heeft dus iets weg van een popconcert.
— Maar je hebt ook over een komedie gesproken en dat zie ik nu toch niet zo direct zitten…
E.B.:
Je moet het zo zien : we hebben de structuur van de boulevard-komedie gebruikt als uitgangspunt. Maar die vier mensen kunnen dat niet ophouden en na verloop van tijd merkt men dat datgene waar men om lacht, eigenlijk helemaal niet om te lachen is. Omdat die mensen in een compleet uitzichtloze situatie zitten.
— Ze zitten als ratten in een val ? Of ze vliegen elkaar « als ratten naar de keel » ?
E.B.:
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat twee ratten bij elkaar geen enkel probleem vormen, maar van zodra ze met meer zijn, vreten die elkaar gewoon op.
Later zou Eugène Bervoets o.a. bij The Needcompany gaan spelen. Zo speelde hij in november 1996 in het derde deel van “The Snakesong Trilogy”. Na deze voorstelling ontstond er een conflict met de Singel over “warmte” en “kwaliteit” (aldus Steven Heene in De Morgen van 29/12/1998) en moest Needcompany op zoek gaan naar een andere partner. Nochtans had leider Jan Lauwers, ongetwijfeld omwille van de “warmte” en de “kwaliteit”, Eugène Bervoets reeds aan de deur gezet omdat die het waagde om naast zijn werk bij de Needcompany ook mee te spelen in het BRT-feuilleton “Windkracht Tien”. Niet omdat hij cumuleerde of zo, maar omdat hij “te veel in de publiciteit kwam te staan”. “Toen is mijn frank gevallen,” zei Bervoets in Doen van januari 2002 en hij gooide het roer meteen helemaal om en ging Gentse Waterzooi bereiden en in het Swingpaleis uit de bol gaan.

Referentie
Ronny De Schepper, Eugene Bervoets aan het lijntje, De Rode Vaan nr.16 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.