Vandaag wordt de Franse acteur Jean-Paul Belmondo 85 jaar. De laatste jaren kwam hij vooral in het nieuws door zijn liefdesleven met een Vlaamse dame die niet helemaal onbesproken is, maar Wikipedia zwijgt daarover zedig, dus dat zal ik dan ook maar doen, want eigenlijk interesseren die liefdeshistories me helemaal niet.

Wat ik vreemder vind is dat Wikipedia ook heel kort is over de carrière van Bebel: “Reeds zeer vroeg boekte hij in de film zijn belangrijkste successen. Hij werd beroemd met zijn rol in À bout de souffle (1960) van Jean-Luc Godard, die van hem een gewichtig figuur maakte van de Nouvelle Vague (*). Met L’Homme de Rio (1965) ging hij over op meer commerciële films, in het bijzonder komedies en actiefilms. Na gezondheidsproblemen in 2001 keerde hij terug in 2008 in een film van Francis Huster, Un homme et son chien een re-make van Umberto D van Vittorio De Sica.”
Door de stijlbreuk in 1965 te leggen bij “L’Homme de Rio” (met Françoise Dorléac) gaat Wikipedia er wel aan voorbij dat Belmondo in 1961 met diezelfde regisseur Philippe de Broca (en deze keer met Claudia Cardinale als tegenspeelster) reeds “Cartouche” had gedraaid, wat toch ook moeilijk een “nouvelle vague” film kan worden genoemd…
L’AS DES AS
Vooraleer in de film te gaan, had Belmondo het als bokser geprobeerd en net als Gérard Depardieu heeft hij aan zijn bokscarrière een gebroken neus overgehouden. Dat komt uitdrukkelijk aan bod in “L’as des as” (Gérard Oury, 1982), een film die met haken en ogen aan elkaar hangt (hoe komt halfweg de film bijvoorbeeld die kleine alleen te zitten met die “geleende” wagen, in the middle of nowhere?), maar toch onze aandacht opeist omdat hij zich afspeelt tijdens de Olympische Spelen van Berlijn. Dat twee Franse boksers daar goud halen (Jean Despeaux in de middengewichtsklasse tegen de Noor Henry Tiller en Roger Michelot bij de lichte zwaargewichten tegen de Duitser Richard Vogt), dat klopt inderdaad, al ben ik verre van zeker dat dit op hetzelfde moment gebeurde en dat de commentator gewoon kon switchen van de ene ring naar de andere.
Godard had Belmondo ontdekt in een café en hem eerst een rolletje in de kortfilm “Charlotte et son Jules” aangeboden. Hun samenwerking duurde tot en met “Pierrot le Fou” (1965).
UN SINGE EN HIVER
In 1962 was er “Un singe en hiver” van Henri Verneuil met Jean Gabin als Albert Quentin, Suzanne Flon als zijn echtgenote, Jean-Paul Belmondo als Gabriel Fouquet en Noël Roquevert als Landru. Niet te verwonderen dat op De Rode Vaan fotograaf Jo Clauwaert zichzelf en Lode De Pooter identificeerde met de twee hoofdpersonages uit dit boek van Antoine Blondin uit 1959 (De Pooter had trouwens Blondin nog ontmoet in de tijd dat De Rode Vaan nog de Ronde van Frankrijk volgde). Dit boek gaat over Albert Quentin en zijn vrouw Suzanne die een hotel (“Stella”) hebben in Tigreville aan het Kanaal. Het is buiten het seizoen en hun enige klant is Gabriel Fouquet. Quentin, oudstrijder in China, vat dadelijk sympathie op voor deze jongeman (ondanks zijn 35 jaar ziet hij er nog zo uit), die uit Parijs komt maar geen verdere bestemming heeft. Vooral wanneer hij hem stomdronken aantreft en zich de grootste toreador van Frankrijk waant (iets waarvoor Blondin zelf ook ooit is opgepakt). Fouquet drinkt uit verdriet omdat zijn minnares, Claire, hem verlaten heeft. Dit herinnert Quentin aan zichzelf in de tijd toen hij alkoholieker werd, omdat hij niet wist wat er van zijn vader geworden was (alweer een autobiografisch trekje: de vader van Blondin had zich gezelfmoord, maar terloops ook een verklaring voor de titel: Quentin deed navraag naar zijn vader in het station, maar men zette hem op een trein naar Tigreville; hij vergelijkt dit met de aapjes in China die in de winter naar de dorpen komen en door de inwoners op verwarmde treinen worden gezet). Wanneer Fouquet zijn roes heeft uitgeslapen, gaan zijn gedachten naar zijn ex-vrouw, Gisèle, en naar zijn dochtertje Marie, dat hij heeft gadegeslagen in het weeshuis. Terwijl ze er niet is, gaat hij het pension bezoeken. Ondertussen heeft Fouquet zich voorgenomen Quentin weer aan het drinken te krijgen, omdat hij dit als de enige remedie beschouwt. Dat lukt hem nadat Quentin hem alweer bij de politie is moeten gaan halen wegens openbare dronkenschap. In Quentins vroeger stamcafé, een Chinese bar, worden ze samen opnieuw dronken en Quentin denkt dat hij een missie heeft te vervullen in China. Fouquet buigt dit om naar een poging om zijn dochtertje uit het pensionaat te halen, maar het mislukt. Dan gaan ze naar “Landru”, een handelaar in vuurwerk. Als ze dit ontsteken op het strand, loopt heel het dorp te hoop en de twee vluchten naar de bergen. Uiteindelijk krijgt Fouquet Marie toch mee naar Parijs, Quentin doet hem uitgeleide. Marie vraagt Fouquet een verhaal te vertellen. Hij vertelt over de aapjes in de winter. Marie: “Heeft hij er echt gezien?” Fouquet: “Toch alleszins één.” (De titel slaat dus op hém). Het einde blijft “open”: Fouquet keert terug bij zijn vrouw, of bij zijn minnares, of gewoon, hij keert terug naar Tigreville.
LE CASSE
In 1971 was er eerst de typische Belmondo-actiekomedie “Les mariés de l’an II” van Jean-Paul Rappeneau, waarin Belmondo Marlène Jobert als tegenspeelster had, maar het was Laura Antonelli die in een kleinere rol blijkbaar meer indruk maakte op hem, want ze werden (ook voor de wet) een koppel.
Daarna volgde “Le Casse”, un film réalisé par Henri Verneuil. Il s’agit d’un remake du “Cambrioleur” (1957), réalisé par Paul Wendkos. Quatre malfrats, menés par Azad (Jean-Paul Belmondo), organisent un cambriolage au domicile du richissime Monsieur Tasko (José Luis de Vilallonga), à Athènes. Ils neutralisent le gardien de la villa puis, grâce à leur matériel sophistiqué, parviennent à ouvrir le coffre-fort et dérobent une somptueuse collection d’émeraudes. Abel Zacharia (Omar Sharif), un policier qui passe à côté de la villa, repère la voiture des malfrats garée à proximité et est alerté par un bruit. Azad sort de la villa et feint une panne de voiture. Le policier ne croit guère à cette version des faits mais laisse partir le cambrioleur. En fait, le but de Zacharia est de récupérer pour son compte personnel la collection d’émeraudes. S’ensuit alors un formidable jeu du chat et de la souris entre le cambrioleur et le policier. Enfin, “formidable” dan enkel in de ogen van de schrijver van dit stukje op Wikipedia, want in werkelijkheid is het een zeer mediocere film, met een uiterst machistische visie op vrouwen, zoals o.m. de relatie tussen Azad en zijn soortement van stiefdochter (Nicole Calfan) bewijst. De klappen die Dyan Cannon moet incasseren van diezelfde Azad zijn eigenlijk ook beneden alle peil, maar ik moet toegeven dat ik daarmee goed heb kunnen lachen, aangezien deze klappen worden gekoppeld aan het ingenieuze systeem van de verlichting aan of uit te doen in het appartement van Cannon (je moet het gezien hebben om dit te begrijpen). Nog opvallend: Robert Hossein, toch ooit (de Angélique-films) een Grote Naam in de Franse filmwereld, wordt hier door Belmondo in een onbeduidende sidekick-rol gemaneuvreerd. En de muziek van Ennio Morricone is buiten het bekende thema ook niet om over naar huis te schrijven. Het moment dat hij zich – omwille van de Griekse context – even op het territorium van Mikis Theodorakis waagt, is op z’n zachtst gezegd lachwekkend…
L’HERITIER
“L’héritier” van Philippe Labro uit 1973 is al niet veel beter. “The Inheritor” finds Jean Paul Belmondo, at the height of his fame, playing a business tycoon who has come from New York to Paris after his parents’ death in a plane crash, which he suspects was not an accident but an assassination. It’s a slick, flashy, fast-moving picture, with a couple of well-done (and unexpected) action scenes, and Belmondo is his usual charismatic self. However, Philippe Labro’s direction is sometimes unnecessarily gimmicky, especially when he gets all crazy with the cutting between different places or even time periods. Belmondo’s relationship with Carla Gravina does not ring true – we are meant to believe that she falls in love with him after slapping her hard, twice. As for the pessimistic ending, it’s fairly predictable – it was the 1970s, after all! (Gridoon op de Internet Movie Database)
LE MAGNIFIQUE
Daarna (maar nog in hetzelfde jaar) parodieert Belmondo zijn eigen rollen als een soort van superman in “Le magnifique” van Philippe de Broca, met als tegenspeelster een verrukkelijke (lichamelijk gezien dan, qua acteertalent wordt er niet veel moeite verspeeld) Jacqueline Bisset. Belmondo speelt immers een dubbelrol als de superagent Bob Saint-Clar, bedacht door de schlemielerige schrijver François Merlin (eveneens Belmondo dus), die in zijn in boeken gegoten wensdromen niet enkel de boeven van Karpof (een alterego van zijn onuitstaanbare uitgever Charron, beide rollen gespeeld door Vittorio Caprioli, die ook als scenarist staat opgegeven, al is dat eigenlijk Francis Veber) bij bosjes uitschakelt, maar ook zijn buurvrouw Christine (in het boek Tatiana) binnendoet (uiteraard gespeeld door Jacqueline Bisset). Het grappige is dat in de 21ste eeuw een Franse DJ Christophe Le Friant wereldroem vergaarde onder de naam Bob Sinclar met o.a. de hit “Love generation” (2005).
LE CORPS DE MON ENNEMI
In 1976 werkt Belmondo opnieuw samen met Henri Verneuil voor “Le corps de mon ennemi”, een soort van whodunit in reverse. De film begint met Belmondo die vrij komt uit de gevangenis en we voelen al met onze ellebogen aan dat hij op basis van een valse beschuldiging heeft vastgezeten. Aan de hand van vele flashbacks komen zowel Belmondo als de kijkers te weten wie de ware schuldige is en natuurlijk moet die zijn comeuppance krijgen. Deze film zou ik eigenlijk ook in de categorieën voetbalfilms, SM-films en films met of over striptease kunnen klasseren en toch vonden de censoren in Frankrijk deze film geschikt voor kinderen vanaf tien jaar. Eat your heart out, Americans!
LE PROFESSIONEL
In 1981 is “Le professionnel” van Michel Audiard ook weer op zijn lijf geschreven. Georges Lautner verfilmde het met minder humor dan gewoonlijk wellicht omdat de onherroepelijke afloop al van bij het begin duidelijk is. Wat wél gebleven is: een leuke hoeveelheid totaal nutteloos, maar erg mooi bloot zowel van Cyrielle Clair, Marie-Christine Descouard als Elisabeth Margoni, allemaal onbekende actrices dus die duidelijk om andere redenen dan hun acteertalent werden uitgekozen. Maar terecht! De tegenstander van Belmondo is ook hier Robert Hossein, die zich echter weer met kruimels moet tevreden stellen.
LE MARGINAL
Dat “op het lijf schrijven” was ook het geval voor “Le marginal” van Jacques Deray uit 1983. Een film die ik destijds wellicht als “fascistisch” zou hebben afgedaan, maar die nu een film naar mijn hart is: procedurefouten? Doe mij niet lachen, hé zeg, hier zie, nen dzjoef op uw muile! “It probably takes a film as dull as their subsequent and deadly dull Le Solitaire to make you really appreciate Le Marginal, Belmondo and Deray’s previous and much more successful pairing (the third highest grossing film in France in 1983). It’s junk and derivative junk at that, but at least it keeps moving and delivers what it promises, while Belmondo is still in good enough shape to do his own stunts (**) – be it climbing into a helicopter from a speeding boat or showing off his driving skills in a car chase (and Remy Julienne’s second unit work makes sure you can see that it really is Belmondo doing the driving). If Peur Sur la Ville was inspired by the poster for Bullitt, this is Belmondo’s take on Sharky’s Machine (albeit without any of that romantic stuff): it’s not enough that his cop is busted to the basement no-hopers for getting too close to Mr Big, but the film even goes to he extent of hiring Sharky’s nemesis Henry Silva (dubbed in the English version) to play the villain. Silva doesn’t really have much to do in the film, but then it’s really all Belmondo’s show. This is Belmondo at his most populist, kicking ass, taking names and looking cool – well, this being the 80s he’s got that ex-professional middleweight boxer look to him (as one hood puts it, “You’re not a police officer. You’re the best gorilla I know.”), but it must work because even hookers fancy him. At times it threatens to become as much an ego trip as a star vehicle, but there’s enough action to keep it moving, it has a good sense of the underbelly of the city, from its squats to its gay bars, frequent co-star Pierre Vernier is quietly reliable as Belmondo’s sidekick and there’s a decent Ennio Morricone score thrown in for good measure. Utterly disposable, but as a brain-off Saturday night movie it passes muster effectively enough.” (Trevor Aclea op de Internet Movie Database)
LES MORFALOUS
Een jaar later speelt Belmondo een gelijkaardige rol in “Les morfalous” van Henri Verneuil (een echte vertaling is er niet, men zou kunnen zeggen “de gulzigaards”, waarbij dit echter niet op eten slaat, maar op geld). Oorlogskomedies, het is dansen op een slappe koord. De film begint b.v. met het uitmoorden van een volledig contingent Franse soldaten, waarna de enkele overgeblevenen (de hoofdpersonages in deze film uiteraard) wraak nemen op het Duitse bataljon en dat op hun beurt helemaal uitroeien. Die lijken blijven een tijdlang op de scène liggen en de personages moeten er geregeld hun weg door banen. Dat is natuurlijk allesbehalve lachwekkend, maar eigenlijk is dat “kwantitatieve” aspect nog ondergeschikt aan de individuele moorden die daarna plaats vinden. Het moment dat adjudant Mahuzard (Michel Constantin) de légionnaire Boissier (Michel Creton) zo maar in de rug schiet omdat hij een bevel negeert, doet werkelijk koude rillingen over je, wel ja, rug lopen.
Uiteraard is deze film over een stelletje vrijbuiters dat in oorlogstijd (hier: in Tunesië) een bank wil beroven, schatplichtig aan “Kelly’s heroes” van Brian G.Hutton uit 1970. Merkwaardig is ook dat dit de laatste speelfilm was van zowel de regisseur (Henri Verneuil decided to end his career, after this movie, by making a series of dramatic movies about the Turkish genocide of the Armenians during World War One) als van de scenarist (les deux derniers scénarios de Michel Audiard, La Cage aux folles 3 et On ne meurt que deux fois, sont sortis quelques mois après sa mort, en juillet 1985).
ITINERAIRE D’UN ENFANT GATE
Claude Lelouch stelde in 1989 “Itinéraire d’un enfant gâté” voor dat op het lijf van Jean-Paul Belmondo was geschreven en waaraan verder ook nog Richard Anconina, Lio en Daniel Gélin meewerkten.
Een nooit afgewerkt project van Jean-Paul Belmondo was de stripheld Lucky Luke tot leven wekken. Met Jean Gabin als rechter Roy Bean zelfs. Geen kleinschalige productie dus, maar toch nooit afgewerkt. O.a. omdat het geen zin heeft striphumor over te planten op filmbeelden (denk hierbij ook aan de Popeye van Robin Williams b.v.): in een stripverhaal springt de hoed van iemand die schrikt b.v. enkele centimeter van zijn hoofd. Zelfs met special effects wérkt zoiets niet in een film. En het casting bureau had – ongelooflijk maar waar – wel degelijk vier Fransen gevonden, die perfect de Daltons konden voorstellen, van klein naar groot. Alleen bleken deze vier heren hoegenaamd geen kaas te hebben gegeten van acteren.

Ronny De Schepper

(*) Toch moet hij in “Classe tous risques” van Claude Sautet (1960) nog in de schaduw acteren van Lino Ventura. Wellicht omdat de film werd gedraaid, terwijl “A bout de souffle” nog moest uitkomen, of dat althans het succes ervan nog niet zo geprononceerd was.
(**) Acteurs die hun eigen stunts doen, ik heb daar altijd mijn bedenkingen bij gehad. Niet omdat ik twijfel aan hun kunnen, maar gewoon omdat de verzekering dat risico niet durft te dragen. Toch moet ik toegeven dat ik onlangs in een documentaire over Belmondo beelden heb gezien over de opnames van een bepaalde film (ik ben vergeten de welke, maar hij loopt over een rijdend metrostel en moet daarbij de elektrische bedrading vermijden), waaruit blijkt dat hij deze opname effectief zelf heeft gedaan en dan nog wel meerdere keren na elkaar om de beste take te kunnen bewaren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.