De Amerikaanse zanger, componist, songwriter en muziekproducer Jeff Barry viert vandaag zijn tachtigste verjaardag.

Jeff Barry werd geboren als Joel Adelberg in New York. Hij debuteerde in januari 1960 met de door Sam Cooke opgenomen ballade Teenage Sonata, die echter niet echt doorbrak. Zijn volgende compositie, het samen met Ben Raleigh geschreven en in juni 1960 verschenen, Tell Laura I Love Her van Ray Peterson bereikte evenwel de 7e plaats, waarna Gene McDaniels in januari 1961 het nummer Chip Chip opnam, geschreven door Barry en Artie Resnick, dat de 10e plaats bereikte. Er volgde voor Linda Scott I Left My Heart in the Balcony (september 1962). Barry’s tot nu toe beste klassering werd eerder echter in de Britse charts genoteerd met Tell Me What He Said (1962) van Helen Shapiro. Daar was voorheen in augustus 1960 een coverversie van de doodssong Tell Laura I Love Her door Ricky Valance op de 1e plaats beland.
In 1962 ontmoette Barry Ellie Greenwich, met wie hij op 28 oktober 1962 in het huwelijk trad. Zij had in juli 1962 haar eerste song geschreven voor Jay & the Americans, namelijk This Is It, die evenwel de charts niet bereikte.
Om met zijn vrouw als auteursteam te kunnen samenwerken, wisselde Barry naar de muziekuitgeverij “Trio Music Publishing”, dat toebehoorde aan het auteursteam Jerry Leiber & Mike Stoller, waar ook zijn vrouw werkte. De eerste gezamenlijk geschreven hit was Da Doo Ron Ron (april 1963, 3e plaats) van The Crystals. Het auteursduo werd nu een van de belangrijkste auteursteams bij Philles Records van Phil Spector. Daar werden hun composities in Spectors Wall of Sound-producties omgezet. Zo ontstonden miljoenensellers als Then He Kissed Me (augustus 1963) van The Crystals, Be My Baby (augustus 1963) van The Ronettes en alweer een doodssong Leader of the pack (september 1964) van The Shangri-Las, de succesvolste hit van het label. In totaal schreef het auteursechtpaar 16 songs voor Philles Records, waaronder de originele versie van de klassieker River Deep, Mountain High (mei 1966) van Ike & Tina Turner, die later meermaals werd gecoverd door andere artiesten.
Ondertussen had het echtpaar onder de naam The Raindrops een paar gezamenlijke composities zelf gezongen, namelijk What a Guy (april 1963) en Hanky Panky (B-kant, november 1963). Een vroege punk-versie hiervan door Tommy James & the Shondells behaalde in juni 1966 de 1e plaats.
Verdere tophits voor andere labels waren Chapel of Love (mei 1964) van The Dixie Cups en Do Wah Diddy Diddy (juli 1964) van Manfred Mann. Laatstgenoemde werd de transatlantische nummer 1 en de succesvolste song van de Britse band überhaupt, al wordt die er liever niet mee vereenzelvigd (het was eerder een bluesband). Weliswaar betrof het hier een cover van het Amerikaanse kwartet The Exciters, dat hiermee echter in januari 1964 geen succes hadden. Ook talrijke minder goed geklasseerde composities ontstonden in dit stadium. In oktober 1965 werd het huwelijk tussen Barry en Greenwich ontbonden, maar beroepsmatig bleven ze wel nog samenwerken.
Het echtpaar geldt als ontdekker van Neil Diamond, die aan het begin van 1966 in het Brill Building als songwriter niet echt tot zijn recht kwam. Ze raadden hem aan bij Bert Berns, die net zijn platenlabel Bang Records had opgericht en die Neil Diamond een platencontract aanbood. Daar kreeg hij de gelegenheid om een van zijn eerste composities, I’m a Believer, dat door The Monkees tot een superhit werd verheven, zelf te zingen. Het nummer kwam voor op Diamonds tweede zelfgezongen LP Just For You (juli 1967), geproduceerd door Barry/Greenwich. Zijn eerste LP The Feel of Neil Diamond (augustus 1966) bevatte Diamonds versie van Hanky Panky.
In juli 1969 creëerde Barry samen met Andy Kim de song Sugar Sugar, die door sessiemuzikanten vermomd als de tekenfilmfiguren van The Archies tot een transatlantische nummer 1-hit werden gezongen en waarvan wereldwijd meer dan zes miljoen exemplaren werden verkocht. De song groeide uit tot de hymne van de bubblegum-muziekgolf.
Barry schreef voor Bobby Bloom de met een Caribisch karakter voorziene song Montego Bay (september 1970). Samen met deze zanger ontstond ook het gospelachtige Heavy Makes You Happy (december 1970) van The Staple Singers. De samenwerking met Peter Allen resulteerde dan weer in het romantische I Honestly Love You (augustus 1974) van Olivia Newton-John. Tijdens deze periode schreef Barry ook enkele countrysongs, waaronder Out of Hand (1974) voor Gary Stewart, Saying Hello, Saying I Love You, Saying Goodbye (december 1976) voor Jim Ed Brown en Lie to You For Your Love (oktober 1985) voor The Bellamy Brothers, allemaal goed voor de top 5 van de C&W-charts.
Ellie concentreerde zich tijdens de jaren zeventig op het componeren van melodieën voor reclamespots, maar schreef voor Elkie Brooks toch Sunshine After The Rain (augustus 1977), terwijl Jeff zich terloops tot een van de gevraagde componisten voor titelsongs voor tv-shows ontwikkelde.
Volgens Broadcast Music Incorporated zijn in totaal 703 songs voor Jeff Barry en 215 voor Ellie Greenwich geregistreerd. Van hun songs werden wereldwijd rond 40 miljoen exemplaren verkocht. In mei 1991 werden beiden in de Songwriters Hall of Fame opgenomen. Rolling Stone plaatste Barry en Greenwich in 2015 op de 19e plaats van de 100 beste songwriters aller tijden. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.