De Franse schrijfster en kunstcritica Catherine Millet (foto Marc Bervillé via Wikipedia) viert vandaag haar zeventigste verjaardag. Het is twijfelachtig of ze op deze leeftijd nog altijd de seksclubs bezoekt die ze beschrijft in “La vie sexuelle de Catherine M.”

Jan Verheyen heeft in 2020 een boek uitgebracht, “Alle remmen los”, over de wonderlijke jaren zeventig! Behaverbrandingen, flowerpower, de seksuele revolutie: porno werd Salonfähig. Ook in de bioscoop werden − na de verstikkende (zelf)censuur die tot eind jaren zestig duurde – grenzen verkend, uitgehold en verlegd. Het was de eerste en meteen de laatste uitbarsting van totale vrijheid, en het leverde films en genres op waar je nu met verbazing, verbijstering en zelfs verontwaardiging op terugkijkt. What were they thinking!? Jan Verheyen is uw vrolijke gids doorheen de riolen van de exploitatiefilms uit die tijd. Tirolersekskluchten, vrouwengevangenisfilms, sadiconazista’s, zombies en kannibalen, mondo cane’s en beestenfilms. Als filmnerd par excellence heeft Jan Verheyen een ongezonde kennis van B- tot Z-films. Hij deelde die kennis vroeger al met duizenden enthousiaste bezoekers van het theaterspektakel ‘De Nacht van de Wansmaak’ en de kijkers van zijn cultprogramma’s Film Night Special en Cult Night op Kanaal 2.

Catherine Millet, die zich pas vele jaren later zou “outen” met haar fameuze “Vie sexuelle de Catherine M.”, besteedde het volledige januari-februari nummer van 1976 van “haar” deftige tijdschrift Art Press International aan de “pornogolf”. Haar argumentatie: “Pornografie? Ik vind dat meer iets vrolijks, meer iets vermakelijks, zoals alles wat een opening maakt. Een geslachtsdeel in close-up, dat is nog nooit vertoond, ik vind dat wel goed: beelden waren altijd verboden, ze worden nu zichtbaar.
Daarom hebben we een nummer van Art Press International, een kunsttijdschrift, aan de porno gewijd. Op het gebied van de avant-garde gebeurt er op het ogenblik niet veel nieuws — niets provocerends in de schilderkunst bijvoorbeeld, en de kunst laat zich niet genoeg gelegen liggen aan wat er op straat aan de hand is, aan al die afbeeldingen om ons heen. Nu is het zo dat telkens wanneer zich een doorbraak, een scheuring heeft voorgedaan in de kunst, de oorzaak lag in beelden uit een nieuw werelddeel waardoor men zich liet overspoelen — de negerkunst, de oosterse kunst, bijvoorbeeld, hebben revoluties teweeggebracht in de westerse kunst. Voor ons vormen de pornografische afbeeldingen die in onze maatschappij circuleren ook een nieuw werelddeel. Wij hebben, daarnaar willen kijken, al was het maar om oude gewoonten omver te gooien.
De opkomst van de pornografie lijkt me een positief element: wij worden gebombardeerd met visuele aanvallen die de seks ter discussie stellen, dat is een manier om zich in zijn eigen seksualiteit te verdiepen. En die afbeeldingen vallen ons in zo’n overweldigende hoeveelheid op ons dak, met zoveel geweld, dat het provocerende of openbrekende elementen zijn op andere gebieden, dat ze beweging brengen op andere terreinen dan alleen dat van de seksualiteit.
Dat deze films, deze plaatjes, niet altijd van grote kwaliteit zijn is een ding dat zeker is. Maar dat houdt niet in dat ze geen gevolgen hebben. Deze films zijn modern voorzover iedere psychologie, ieder drama uitgebannen zijn: er is een nieuw type beelden geschapen. Het is fascinerend om oude erotische afbeeldingen of schuine prenten te vergelijken met die van de porno. Vroeger had je een conventionele bladindeling. Vandaag viert de close-up hoogtij — een geslachtsdeel, twee geslachtsdelen, als om te zien te geven wat nooit gezien werd. Er wordt vaak gepraat over de eentonigheid van pornofilms, maar dat komt misschien omdat het register van onze fantasieën zo beperkt is… Wat er gebeurt, is dat de mensen anders gaan kijken. Ik ben mij dat bewust geworden toen we bezig waren met de voorbereiding van dit nummer van Art Prees International: we hebben gewerkt met honderden foto’s, organen, delen van lichamen en ik ontdekte dingen die ik nooit had gezien. De film biedt wat in de werkelijkheid niet echt gezien kan worden: de geslachtsdaad zelf op het moment van zijn voltooiing: dat is een volkomen nieuwe, verwarrende, revolutionaire visie. (…)
Zodra de golf van afwijzende reacties (iets volkomen natuurlijks, laat men zich niets verbeelden) is weggeëbd, wanneer men opnieuw zijn pornoweekblad in de eerste de beste kiosk zal kopen, wanneer de porno opnieuw een filmgenre te midden van andere is geworden, wanneer wij er tot onze oren in zullen zitten zoals ook het geval is met de tv en verkiezingscampagnes, wat zullen wij dan een geweldige bewustwording meemaken! Herinner u wat er in ’68 allemaal aan stakingen en barricaden, toespraken en straatstenen nodig was voordat men begon in te zien dat alles politiek was. De voort durend in omvang toenemende, verboden en almaar groeiende porno zal de mensen doen vermoeden dat alles seksualiteit is.”
 (Hans & Lapouge, p.316-317)

In 2001 verscheen dan “La vie sexuelle de Catherine M.”, een autobiografisch relaas van iemand die heel haar leven groepsseks heeft beoefend. Bij haar is het al lof van de fallus wat de klok slaat (in dat geval weet ze dus blijkbaar wel de klepel hangen). Als ze met vrouwen vrijt, doet ze dat enkel om deze te overhalen mee te doen aan het feestje en dan nog vooral opdat hun mannelijke partner zonder gewetensproblemen zou kunnen rondvrijen. Onnodig te zeggen dat deze vorm van wiskunde met rekenkundige en soms zelfs meetkundige reeksen me helemaal koud laat (het enige interessante, dat evenwel niet in het boek staat, is dat de mogelijkheid bestaat dat ze het ook met Michel Houellebecq heeft gedaan, want die bezocht dezelfde clubs, maar omdat anonimiteit de sleutel is tot dit hele gedoe zullen we het natuurlijk nooit weten), te meer ook omdat het slecht geschreven is. Toegegeven, ik heb het werk in vertaling gelezen, maar Amélie Nothomb zegt dat het effectief zo is. Alleszins is het stilistisch zeer slecht (de pseudo-filosofische uitweidingen, de slechte structuur) of natuurlijk het taalgebruik zo slecht is als in de Nederlandse vertaling, daarover kan ik niets zeggen. Slechts één voorbeeldje uit de tientallen: “(…) toen Jacques me op een drukfout wees in een catalogus waar hij aan had meegewerkt en waar ik de supervisie over had” (p.70). Het zijn nochtans twee vrouwen die zich over deze vertaling hebben gebogen (het moest wellicht vreselijk rap gaan om te kunnen inpikken op het verkoopsucces in het Frans) en alhoewel de ene Kiki Coumans heet, dan was de andere, Martine Vosmaer, door haar familienaam wel voorbestemd om dit werk te vertalen… (Wikipedia)

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.