De Britse acteur Gary Oldman wordt vandaag zestig jaar.

Oldman won een studiebeurs voor het Rose Bruford Drama College. Hij speelde later bij het Greenwich Young People’s Theatre en kreeg van Time Out een Beste Nieuwkomer 1985-86 prijs voor zijn rol in The Pope’s Wedding.
Oldman verscheen voor het eerst op het witte doek in de film Remembrance in 1982 en kreeg zijn eerste hoofdrol in Sid and Nancy in 1986, waarin hij de rocker Sid Vicious speelde. Net als de regisseur Alex Cox had hij eigenlijk een hekel aan punk. Erg ironisch was het feit dat Oldman op de basgitaar gedoubleerd werd door Glen Matlock, die destijds bij de Sex Pistols aan kant was geschoven voor Sid Vicious. Cox distantieert zich nu van zijn film: “Ik vertel het verschrikkelijke verhaal van die twee zielige slachtoffers en dan maak ik er plots een soort helden en martelaars van. Terwijl Sid Vicious gewoon een sukkel zonder enig talent was.”
In 1992 Gary Oldman met with Tony Scott about the “True Romance” project, and told him he hadn’t had a chance to read the script he’d been sent, then asked Scott what his part would be like. Scott told him “You’re playing Drexl Spivey, a white guy who thinks he’s black, and you’re a killer pimp.” Oldman laughed and immediately and accepted the role. In early versions of the script, the character of Drexl had several more scenes. Many were removed and re-purposed for Pulp Fiction (1994), before being removed from that project as well. In a 2011 interview with the American Film Institute, Gary Oldman was asked to name his favorite role. He chose two: Lee Harvey Oswald in “JFK” (1991) and Drexl Spivey in “True Romance” (1993).
Twee jaar later zou men zijn rol als Sid Vicious kunnen contrasteren met die van Ludwig Van Beethoven in “Immortal Beloved”, maar de film wilde net als “Amadeus” en “Farinelli” Beethoven als een heuse popvedette opvoeren: een nonconformist die de goegemeente op stang jaagt en er zelfs niet voor terugschrikt om een hotelkamer in elkaar te rammen net als Rod Stewart in zijn jonge jaren! Het leek wel alsof de toen 37-jarige Gary Oldman reeds aan het oefenen was voor zijn volgende filmrol, want dat zou namelijk die van gitarist Jimmy Page zijn in “Hammer of the Gods”, een film over de hardrockgroep Led Zeppelin (*). Rose kent trouwens iets van popmuziek, want hij heeft ook reeds veel videoclips gedraaid, waaronder het fameuze “Relax” van Frankie Goes To Hollywood.
Hoe dan ook, Oldman geeft de beste vertolking weg in de film. De anderen, met Jeroen Krabbé helaas op de eerste plaats, zijn herleid tot schouwgarnituur. Ongetwijfeld komt dat ook omdat Oldman weinig of geen moeite had om zich in te leven in het getormenteerde bestaan van Beethoven. Daarvoor moest hij immers gewoon bij zichzelf te rade gaan. Nee, Oldman wordt gelukkig niet doof (zoals Sting, Pete Townshend en nog een handvol andere popvedetten), maar hij zit wél met een zwaar drankprobleem. En daaraan kon het feit dat hij op de set een verkering begon met Isabella Rossellini blijkbaar niks aan verhelpen.
Jeroen Krabbé geeft als verklaring voor het feit dat zoveel acteurs aan de drank raken: “De eenzaamheid. Je gaat van film naar film, je kan je huiselijke problemen niet oplossen want je bént niet thuis. Vergeten we niet dat Gary nog altijd met een echtscheiding zit (Uma Thurman) en met een kind (van Lesley Manville), dat hij niet ziet. En dan ben je alleen op een hotelkamer en je grijpt naar een glaasje vrolijkheid en voor je het weet worden dat er drie, vier, vijf. Ikzelf ben absoluut iemand die geen alcoholist kan worden, want dat heb ik niet in me. Dat is mijn geluk, want toen ik voor ‘Stalin’ tijdens de winter in Moscou zat, waar het om twaalf uur licht wordt en om drie uur alweer donker, dan merkte ik dat ik om elf uur ’s morgens zei: ik neem maar ’s een vodkaatje om de dag door te komen.”
Of zoals Gary Oldman in navolging van Humphrey Bogart pleegt te zeggen: “Iedereen is toch dronken om vier uur ’s namiddags?”
In plaats van te vertrekken van het cliché van de oude dove knorpot baseert deze film zich op een passionele liefdesbrief die na Beethovens dood werd gevonden en waarvan men niet met zekerheid weet aan wie hij was gericht. Net als de mysterieuze dood van Mozart zou dit eigenlijk gefundenes Fressen voor een scenarist moeten zijn. Maar dat is dus niet zo.
Jammer eigenlijk. Na “Farinelli” en vooral na wat Jeroen Krabbé, die in deze film Anton Schindler speelt, de man die jarenlang de rechterhand van Beethoven was en die dus ook naar die “Immortal Beloved” op zoek gaat, mij bij die gelegenheid vertelde, waren de verwachtingen hoog gespannen, maar “Immortal Beloved” is hoegenaamd geen tweede “Farinelli” geworden, laat staan een tweede “Amadeus”. Want, laat ik dit duidelijk stellen: het is niet omdat regisseur Bernard Rose (die zelf met een knipoog naar zijn idool Alfred Hitchcock even in de film verschijnt als Max Friedrich) als scenarist met een theorie voor de pinnen komt die door musicologen wordt verworpen, dat de film zou tegenvallen, want tenslotte is “Amadeus” ook één grote leugen. Nee, de ware reden is dat de film vreselijk voorspelbaar is. Van de eerste noten van de noodlotsymfonie, waarmee hij begint tot de ontknoping op het laatste. Toch wel merkwaardig voor iemand die tot nu toe vooral thrillers draaide (“Paperhouse”, “Chicago Joe and the Showgirl”, “Candyman”).
In de film “Immortal Beloved” (in Vlaanderen uitgebracht als “Ludwig Van B.”) is Isabella Rossellini één van de drie vrouwen die in aanmerking komen om de “Onsterfelijke Geliefde” van Beethoven te zijn: Valeria Golino (“Rain man”, “Hot shots”) als de Italiaanse gravin Julia Guicciardi, Isabella Rossellini als de Hongaarse gravin Anna Marie Erdödy en Johanna ter Steege (“Spoorloos”, “Vincent and Theo”, “Meeting Venus”, “Sweet Emma, dear Böbe”) als zijn schoonzus Johanna Reiss. Wie van de drie is de “Immortal Beloved”?
Rose wil dit raadsel pas op het allerlaatste moment van de film oplossen, we gaan hier dus geen spelbreker spelen door te verklappen dat het eigenlijk de derde is – al uitte die “liefde” zich dan wel in ontzettend pestgedrag! Haar zoon Karl (Matthew North als kind, Marco Hofschneider als jongvolwassene) zou ook niet die van Ludwigs broer Casper (Christopher Fulford) zijn maar het kind van Beethoven zelf. Vandaar dat hij zo zijn best deed om hem naar zijn beeld en gelijkenis te kneden. Ook al omdat hij een betere vader wilde zijn, dan zijn eigen vader (Fintan McKeown). Er wordt trouwens geïnsinueerd dat zijn doofheid te wijten is aan de klappen die hij in zijn jeugd kreeg. Voor de volledigheid: er was nog een derde broer, Nikolaus (Gerard Horan). Ludwig was de oudste van de drie en een soort van vervangvader. En, oh ja, ook Beethoven himself faalde vreselijk als “vader”…
De Nederlandse acteur Jeroen Krabbé speelde dus Beethovens secretaris Anton Schindler in “Immortal Beloved”. Toen ik hem ontmoette, zei ik dat ik het jammer vond dat hij zelf niet Beethoven speelt. Trouwens, was daar oorspronkelijk niet Anthony Hopkins voor voorzien?
Het is hem aangeboden. Het is mij ook gevraagd, maar uiteindelijk is het Gary Oldman geworden en die geeft een adembenemende vertolking weg. Ikzelf speel zijn secretaris Anton Schindler, de man die jarenlang zijn rechterhand was, een tweederangscomponist die wel zo verstandig was dat hij zijn mediocriteit inzag en zijn leven dan maar in het teken plaatste van de grote Beethoven. Ik moet zeggen: mijn gevoelens bij Beethoven waren net andersom dan bij Händel in ‘Farinelli’. Eigenlijk hield ik helemaal niet van zijn muziek. Wij zijn allemaal immers opgegroeid met zo’n bombastische uitvoeringen, zoals door Herbert Von Karajan. Maar Beethoven ben ik door deze film enorm gaan waarderen. Een groot deel van zijn muziek heeft-ie zelf nooit horen uitvoeren. Dat is dus wel heel raar. Die is dus ook nooit gecorrigeerd door hem. Ik kan me voorstellen dat Mozart iets maakte en bij het horen dan vond dat hij er iets moest aan toevoegen of dat het sneller of trager moest, weet ik veel. Wat ik overigens een kenmerk vind van het genie. Neem nu een Picasso. Of je dat nou mooi vindt of niet, het is gewoon geniaal. Omdat hij zichzelf steeds weer veranderde, verbeterde. Maar Beethoven heeft nooit die mogelijkheid gehad, waardoor je iets hoort dat puur van De Schepper komt.”
Oldman heeft sindsdien nog een aantal andere historische figuren uitgebeeld, onder wie Lee Harvey Oswald in Oliver Stones “J.F.K.”, Pontius Pilatus in de TV-film “Jesus” van Roger Young uit 1999 en Joe Orton in “Prick up your ears” van Stephen Frears uit 1987. Waarom hij Pop in “Henry & June” van Philip Kaufman uit 1990 onder de schuilnaam Maurice Escargot speelde, ben ik niet te weten gekomen. Bij mijn weten is dat de enige keer in zijn carrière dat hij zijn verantwoordelijkheid niet heeft opgenomen.
Maar het hoeven niet altijd historische figuren te zijn. In Francis Ford Coppola’s “Dracula” zette Gary Oldman toch ook wel een heel knappe prestatie neer, weliswaar omdat Jeremy Irons en Daniel Day-Lewis niet vrij waren, maar Coppola liet zich dan beïnvloeden door Oldmans vertolking in “Sid and Nancy”. Coppola’s “untold story” stond zo stijf van seks (de kledij-ontwerpen van Eiko Ishioka gaan terug op schilderijen van Gustav Klimt en andere symbolisten uit de tijd van het ontstaan van het boek, 1897) en geweld dat de film niet door de sneak-preview geraakte. Een deel van het publiek werd zelfs misselijk en moest de zaal verlaten. De aangepaste versie was merkwaardig genoeg lànger. Dat het een parabel over aids zou zijn, ontkent Coppola. “Er zit echter wel een verwijzing in naar de venerische ziekte, waaraan Stoker overleed,” zegt hij.
Natuurlijk was het niet altijd prijs. “The Scarlet Letter” van Roland Joffé was uiteraard de verfilming van de roman van Nathaniel Hawthorne met verder nog Demi Moore en Robert Duvall, maar ondanks het feit dat de publiciteit het grof geschut bovenhaalde door te beloven dat Demi in deze film uit de kleren zou gaan en dat deze klassieke roman zowaar een happy-end toebedeeld kreeg, flopte de film met een recette op het openingsweekend van 4,1 miljoen dollar. Hij had in totaal 50 miljoen dollar gekost…
Recent was Oldman te zien in de Harry Potter films, waarin hij de peetoom van Harry Potter Sirius Zwarts speelt. Hij vertolkte ook de politiecommissaris James Gordon in de Batmanreeks van Christopher Nolan.
In 1997 schreef, regisseerde en produceerde hij Nil by Mouth, gedeeltelijk gebaseerd op zijn eigen leven. De film won de Alexander Korda Award voor Beste Britse Film, een BAFTA Award en werd door de British Film Academy aangemerkt als een van de 100 beste films aller tijden.
Dat kan zeker niet worden gezegd van “Paranoia” van Robert Luketic uit 2013. Hierin speelt Gary Oldman een IT-wizard die in de clinch gaat met Harrison Ford. Hij maakt een even nerveuze indruk als de film in z’n geheel…

Ronny De Schepper

(*) Maar bij mijn weten is die film er nooit gekomen. Er bestaan wel twee films met die titel, maar die hebben te maken met de Noordse Sagas en hebben niets vandoen met Led Zeppelin.

Een gedachte over “Gary Oldman wordt zestig…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.