Hoe zou het nog zijn met Martine Bijl? Eind september 2015 stond mijn interview met Martine Bijl in de top tien van meest gelezen stukken op mijn blog en dan weet ik het al: stront aan de knikker. Dus ben ik even op het internet gaan googelen en, jawel, lieve Martine was anderhalve week eerder het slachtoffer geworden van een hersenbloeding. Ondertussen is ze alweer aan de beterhand, weet haar management te melden, maar desondanks blijf ik duimen dat ze er niks aan heeft overgehouden. Sterkte, Martine!

Toen ik haar (helaas aan de telefoon) heb geïnterviewd voor De Rode Vaan was ze toch ook al veertig jaar. Maar wat een bloem van een vrouw was ze toen. Zelfs op haar veertigste een meisje nog. “Oh Martine, oh Martine, hoe kan ik jouw hart verdienen? Ik hield altijd van brunettes, maar ik hou het nu op blond.”
Voor zo iemand ging ik dus “aardig voor de bijl,” zoals ook Louis Neefs dat ootmoedig toegaf en ik gaf dit dan ook als titel mee aan de recensie van een elpee uit 1980, die als volgt ging:
« Vincent » van Don McLean staat ook op de nieuwe elpee van Martine Bijl, die zich ietwat eigenaardig als een elpee plus maxisingle-op-33-toeren aandient (Ariola 300.925). De vertaling van Martine zelf blijft heel wat dichter bij het origineel dan de ode aan Wim Sonneveld die Gerard Cox ervan maakte. Ook in andere nummers bewijst Martine trouwens dat ze gevatte teksten kan schrijven (« Televisievrouwen » en de eerste twee strofen van « Had Jezus ook een zusje ? »), maar als er niet de stevige melodie van iemand anders aan ten grondslag ligt (b.v. “Even wachten” van Anita O’Day) dan gaat die tekst jammer genoeg toch vaak de mist in, omdat de muziek van Henk Van der Molen (1920-1992) de aandacht niet kan gaande houden.
Soms ben je echt het geeuwen nabij en dan schaam je je natuurlijk dood, als je bedenkt dat je voor Martine bereid bent van een oubollig programma als « Wie van de drie » te trotseren of een onnozele film als « Help, de dokter verzuipt ».
Op de reeds genoemde « maxi-single » zet Martine vier typetjes neer die, ook al jammer genoeg, weinig van elkaar verschillen en muzikaal (zie hoger) niet veel te betekenen hebben. Toch weet Martine de luisteraar constant te doen monkelen en het « Limburgs Klaaglied » blijft natuurlijk de beste « carnavalschlager » ooit gemaakt met de onsterfelijke zinnen “M’n moeder komt uit Drachten en m’n vader uit Maastricht, ik ben een Friese kruidkoek maar gekneed uit Limburgs deeg. Dat carnaval dat zit me soms tot hier! Maar ik laat me toch niet kennen en ik zal er wel aan wennen. Ik blaas dapper op m’n toeter van papier, maar ik doe het voor m’n vader z’n plezier.”

Maar vanwaar die hartekreet? Zit er soms iets autobiografisch in dit lied, Martine?Martine Bijl (griezelt bij de idee): Oh nee! Ik heb niets vandoen met carnaval. Maar een artiest moet alles wat-ie doet met overtuiging doen, anders hoeft het natuurlijk niet. Al kan-ie daar dan best bij staan te jokken uiteraard. Ik hou echter niet van carnaval, dat is wél waar.
– Je zal dan wel niet van beneden de Moerdijk zijn …
M.B.:
Ik ben van Amsterdam. Geboren en getogen. Al woon ik nu in een dorp in de omgeving.
– Daar kan ik inkomen. Net als in je afkeer van carnaval. Maar waarom maak je dan zo’n nummer? Heb je daar persoonlijk nare ervaringen mee gehad of zo?
M.B.:
Welnee. Ik heb het ten eerste al niet zelf geschreven (het was haar partner Henk van der Molen, red.) en ten tweede was het eigenlijk bedoeld voor één van de televisieshows die ik toen deed. Voor zo’n show zoek je dan naar een nummer dat beeldend is en ook nog grappig als dat kan. Je hoeft daar echt niets achter te zoeken, hoor. Ik heb zelfs geen echte hekel aan carnaval, ik hou er gewoon niet van. En het is zeker niet belerend bedoeld om de mensen ervan af te houden of zo, zeker niet.
– Hoe dan ook, boven de Moerdijk is carnaval, of toch het “carnavalgevoelen”, zo goed als onbestaande, of niet?
M.B.: Ze probéren het wel, maar het lukt niet. Wat normaal is want carnaval hoort beneden de Moerdijk.
– Dat typetjes neerzetten dat doe je nu (eind jaren tachtig, RDS) nog steeds blijkbaar. Een foto uit je jongste one-woman-show, waarop je “de schijnheilige buurvrouw” verbeeldt, lijkt me daarvan het bewijs te zijn.
M.B.:
Dat doe ik nog steeds ja, er zitten wel drie, vier typetjes in de show. Al heb ik er geen idee van over welke foto je het hebt, want van een schijnheilige buurvrouw weet ik niets.
– Nou, dat staat zo op de keerzijde. En je zit in een kerk…
M.B.:
Oh! Dat nummer heet “Almachtig oog”, ik weet niet hoe men dan aan die schijnheilige buurvrouw komt. Het is een gesprek met god, maar dat is moeilijk om uit te leggen, daarvoor zou je het moeten zien.
– Kan dat dan? Ik bedoel, kom je ermee naar Vlaanderen of zo?
M.B.:
Niet veel. Een paar weken geleden waren we nog in Zolder en we komen ook nog naar Brussel en naar Antwerpen, maar dat is nou niet precies voor morgen.
– Dat zien we dan nog wel. Ondertussen krioelt het hier immers van andere Nederlandse artiesten die “solo” gaan. Willem Nijholt heeft daarvoor een “economische” verklaring: ’t is crisis, er worden geen financiële risico’s genomen na het fiasco van “Jan Cremer” en dan zit je met zo’n soloprogramma wel goed. Maar voor jou gaat deze redenering niet helemaal op. Jij hebt toch nooit in musicals gezeten, dacht ik?
M.B.:
Nee, dat is echt een verklaring van Willem die uit die wereld komt. Ik heb überhaupt nog nooit iets in teamverband gedaan. Ik doe dat omdat ik het leuk vind en niet omdat het meer of minder zou kosten. Ik ben begonnen als “chansonnière” waarna mijn programma’s via de televisie en die typetjes wel gegroeid zijn met conférences en zo. De mensen vinden me vaak lastig. Dat komt doordat ik een perfectioniste ben. De eisen die ik aan mezelf stel, stel ik ook aan anderen. Voorbeeldje: er belt wel eens iemand op met de mededeling dat hij een mooi lied voor me heeft. ‘Volgende week heb ik het klaar’, zegt zo iemand dan. Op de bewuste dag komt de man bij me en blijkt het niet helemaal af te hebben. Dan word ik kwaad, da’s klungelwerk, daar kan ik niet tegen. Dan had die vent maar de hele nacht moeten doorwerken.
– Het aardige meisje, zoals je jaren door het leven ging en Louis Neefs je vereeuwigde in een prachtig lied, behoort dus tot het verleden? (*)
M.B.:
Dat is een beeld dat ik destijds misschien onbewust heb opgeroepen met liedjes zoals “Het Bloemendaalse bos”. Hiermee reken ik in mijn theatershow resoluut af. Ik mag dan misschien niet wild om me heen hakken, ik doe toch uitspraken die voor sommigen blijkbaar over de grens van het betamelijke gaan. In het cultureel centrum van Hoogeveen waren er onlangs zelfs twee oude dames die het pand geschokt verlieten: ze hadden zich een avondje Martine Bijl toch wel heel anders voorgesteld. Maar dat soort reacties verbaast me dus niet, hé. Ik zit nu eenmaal met die erfenis opgescheept als de zangeres van lieve luisterliedjes. Toen ik zeventien jaar was heb ik de mensen met plezier op die manier bediend. Sindsdien heb ik een bepaald etiket opgeplakt gekregen en als je dat eenmaal hebt, is het uiterst moeilijk om daarvan af te komen. Aan de eerste show hebben weinig mensen zich gestoord. Nu, met een pittig programma, zullen er wat verschrikte oude figuren rondlopen, die zich verdwaald voelen. Maar ik heb ook gezien dat er meer jongeren in de zaal zitten. Daar kan ik toch alleen maar blij om zijn? Er is onderhand geen zinnig mens meer die mij nog een trut vindt.
– In Vlaanderen ben je wellicht als “televisiester” nog meer bekend uit het spelletje “Wie van de drie”. Ook al hou ik niet zo van spelletjes, ik wilde dat amper missen, moet ik bekennen, en dan vooral wegens jouw verschijning.
M.B.:
Wat aardig. Kijk, het was goed dat het ophield, want het bestond, geloof ik, al honderd jaar, maar ik vond het wel leuk om te doen, ja. Iets dergelijks zou ik wel graag nog eens een keer doen.
– Solliciteer je nu naar een plaatsje in “Namen noemen”?
M.B.:
Ik kén dat programma niet eens. Is dat van de BRT?
– Ja. We zitten nou toch op de kabel?
M.B.: Ik kijk niet zoveel naar de BRT (proest het uit) Maar ik zal er eens op letten, afgesproken.

Referentie
Jan Draad, Martine Bijl aan het lijntje, De Rode Vaan nr.6 van 1986

(*) Aardig, maar toch ook wel al een beetje ondeugend, zoals in de ontkleedscène in de film “Help! De dokter verzuipt”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.