35 jaar geleden ging ik naar Linda Lepomme kijken in “Mijn show is klaar nu ga ik in première” in het Gentse Arenatheater.

Indien Linda Lepomme net als Richard Clayderman op een persconferentie zou verklaren : « Mijn succes berust voor 50 % op mijn spannend zittende broek en waarom ze mij hiervoor hebben gekozen ? Omdat Katrien Devos reeds “Devos los” heeft mogen doen », dan zouden we er misschien nog in kunnen komen. Helaas was er van zelfrelativering niks te merken, maar integendeel vrezen wij dat theater Arena echt denkt hiermee een « progressieve » productie op touw te hebben gezet. De ongewilde karikatuur van het feminisme die we hier echter te zien krijgen (Lepomme als een soort van westcoast-zangeresje dat zich ontvoogdt t.o.v. haar impressario), kan slechts de meest fervente tegenstanders behagen terwijl ware feministen wellicht de gordijnen ingejaagd worden. De typisch Amerikaanse muziek is niet slecht en Lepomme vertolkt ze dynamisch, zij het iets te onbeheerst, maar de liedjesteksten en vooral de gespeelde scènes zijn van dermate slechte kwaliteit dat je er enkel een indigestie aan overhoudt.
Enfin, niets liet voorzien dat Linda Lepomme enkele jaren later directrice zou worden van de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen. Toen ben ik ze gaan interviewen.
— Laten we beginnen bij het begin : hoe is men eigenlijk bij haar terechtgekomen voor die belangrijke functie ?
Linda Lepomme:
« Ik kende Panov reeds voor de moeilijkheden zich bij Arena begonnen voor te doen. Omdat zijn vrouw, Galina Panova, in Londen de hoofdrol had vertolkt in de musical « On your toes », liep hij al een tijdje met de plannen in zijn hoofd om hiervan een Nederlandse versie te brengen. Daarvoor had hij naast klassieke dansers (het stuk gaat eigenlijk over een Russische balletgroep) ook een paar jonge musical-artiesten nodig, waarvoor hij aan Daan Van den Durpel en mij had gedacht. Toen dan die musical-afdeling bij het Ballet van Vlaanderen werd gevoegd, vroeg men mij meteen ook of ik niet zijn adjunct wilde worden om hem wegwijs te maken in het wereldje van de Vlaamse acteurs en dan zeg je uiteraard niet nee. Al vlug bleek echter dat zo’n volledige integratie niet doenbaar was. De balletdansers zaten te veel in het buitenland en ondertussen moesten wij hier dan toch een andere productie brengen en zo is dat plan om « On your toes » te brengen tamelijk vlug op praktische gronden afgesprongen. »
— « Uiteraard zeg je dan niet nee », zeg je, maar zo vanzelfsprekend was dat toch niet?Je was nog geen dertig en je wilde per se ook blijven spelen! Je doet dat nu trouwens zonder er een cent aan te verdienen, terwijl het je op de koop toe niet in dank wordt afgenomen…
Linda Lepomme:
« Door een paar mensen, ja. Maar je kan toch niet voortgaan op een handvol mensen die afgunstig zijn? Trouwens, waarover hebben we het eigenlijk? Op acht producties heb ik één keer een rol gespeeld (« My fair lady », RDS) voor de rest was ik understudy voor Maria Magdalena in « Jesus Christ Superstar », waarvan ik op 140 voorstellingen er drie heb gedaan, en voor Maria in « West Side Story ».
— Maar die rol is nog steeds niet ingevuld, wat er dus op neerkomt dat…
Linda Lepomme:
« Ik ben nog steeds volop bezig met audities!
— Maar geef toe dat je die rol meer dan drie keer hebt gespeeld…
Linda Lepomme:
« Dat lag echter niet aan mij, dat was te wijten aan het feit dat Anne Clicteur zoveel ziek is geweest. En verder wil ik daar geen woord meer over vuil maken, want dat kun je beter nagaan bij alle collega’s die in die productie zaten. Ik zou liever hebben dat je dat aan hen vraagt. Zij is ziek geworden en ik had geen andere keuze. Ik heb zelfs niet eens kunnen repeteren!
«Ik heb nog in de coulissen gezongen, terwijl anderen op de scène stonden te doen alsof »
— Ik meen me toch te herinneren dat je ook in « Little shop of horrors » zat…
Linda Lepomme:
« Dat klopt. Maar dat was een klein rolletje. We hadden een paar mensen te kort en ik voel me daar niet te goed voor. Dit is een vak, weet je, en ik heb in Arena ook nog gezongen in de coulissen terwijl andere mensen op de scène stonden te doen alsof ».
— Net als in « Singing in the rain »!
Linda Lepomme:
« Precies. Met dat verschil dat ik dat graag doe. Ik hou van dit vak en zoiets hoort er nu eenmaal bij! »
— Er is wel gezegd, en met name door Liliane Dorekens, dat je de stukken koos in functie van jezelf en niet zozeer van het publiek, zelfs indien dan achteraf blijkt dat je de rol uiteindelijk toch niet zelf speelt. Ik denk hierbij aan « Evita »…
Linda Lepomme:
« Tegen roddels kan je niet strijden. Er is niets zo hardnekkig als roddels. Ik doe daar zelfs geen moeite meer voor om die te ontzenuwen. Ik weet voor mezelf dat ik kies in functie van wat het op de markt goed zal doen. Wij krijgen nu eenmaal zo bitter weinig subsidies dat we wel verplicht zijn onze producties veel te verkopen. Uiteraard moet ik er artistiek gezien ook achter staan, maar ik wil of ik kan geen producten maken waar niemand wil komen naar kijken. Met een subsidie die slechts tachtig procent van de loonkosten dekt, betekent dit dat we alle overige productie- en reiskosten zelf moeten opbrengen. Die luxe kan ik me dus niet permitteren.
Luister, in de tijd van Arena was er inderdaad reeds sprake van om « Evita » te brengen. We hebben toen de rechten niet gekregen, maar als we dat wél hadden gedaan, dan had ik inderdaad die rol gespeeld, tenminste als ik regisseur Jaak Van de Velde mag geloven. En ik droomde daar ook van, dat wil ik heus wel toegeven. Als actrice kan ik nog wel tien rollen opnoemen die ik graag zou willen doen! Maar ik ben ook realistisch genoeg om te beseffen dat dit niet altijd gaat. Ik wil echter niet de voeling met de Bühne verliezen en ik heb dan ook bij de aanvaarding van mijn functie aan de Raad van Bestuur de toelating gevraagd om één rol per jaar te spelen. Tenslotte ben ik nog relatief jong en bovendien had ik oorspronkelijk slechts een tijdelijk contract. Wat als men dat niet had verlengd ? Hoe moest ik dan opnieuw in het vak geraken ? Maar uiteraard kun je niet àlles zelf spelen, niet alleen om praktische redenen, maar ook omdat dit niet goed is. Je moet andere mensen aantrekken, jonge mensen een kans geven, enz. Maar ik voeg daar wel altijd onmiddellijk aan toe dat er nu eenmaal officiële minima zijn vastgesteld om te mogen deelnemen aan de Olympische Spelen. Het probleem is natuurlijk dat in de sport deze minima exact kunnen worden vastgesteld, wat in ons vak niet steeds het geval is… »
— Maar hoge noten b.v., die haal je toch of die haal je niet?
93 linda lepommeLinda Lepomme:
« Ik hoor het je graag zeggen, maar niet iedereen wil dat geweten hebben ! Zelfs al is het volledige artistieke team dat aanwezig is op de auditie ervan overtuigd dat iemand die noten niet heeft gehaald, dan nog durft men dat te ontkennen. Vandaar dat ik nu elke auditie op band of zelfs op video opneem. Als er dus opnieuw dergelijke roddels worden verspreid, zal ik de journalist gewoon de video-opname in de hand kunnen drukken en zeggen : oordeel zelf! Ik denk trouwens dat daar mijn grootste fout ligt, dat ik een aantal mensen zware desillusies heb willen besparen en dat ik misschien wel teveel de nadruk heb gelegd op de positieve kanten. Ik heb de negatieve ook wel vermeld, maar mensen luisteren selectief, nietwaar? En eigenlijk is dat ook wel een beetje normaal. Je hebt zo naar die rol toegeleefd, er wellicht in je omgeving reeds mee geschermd en dan moet je aan je lief, je vrouw, je moeder gaan zeggen: sorry, ik heb het niet gehaald… »
— Het droevige verhaal van Annelies van Sas van Gent in Zeeland, zoals Louis Neefs het heeft gezongen…
Linda Lepomme:
«Precies! Maar zo is het toch ? Hoe dan ook, ik heb me nu voorgenomen om het anders aan te pakken. Dat klinkt misschien hard, maar vooral in Nederland apprecieert men dergelijke aanpak wel. Meestal krijgt men daar immers hoegenaamd géén reactie op een auditie, het fameuze « don’t call us, we’ll call you » weet je wel, en nu weten ze tenminste waaraan ze moeten werken in de toekomst. »
— Het nieuwste stuk, « Chicago », werd destijds reeds in Arena opgevoerd, met dezelfde regisseur trouwens, namelijk Jaak Van de Velde. Waarom deze herneming?
Linda Lepomme:
« Omdat ik het een schitterende musical vind. Hij is geschreven door John Kander en Fred Ebb, de makers van Cabaret, en dateert van 1972. Het verhaal is gebaseerd op een waar gebeurd feit uit 1924, namelijk een jong meisje dat haar minnaar vermoordt, maar vrijgesproken wordt omdat haar advocaat erin geslaagd is de jury via de pers dermate te manipuleren dat men in haar onschuld geloofde, alhoewel ze het zonder enige twijfel had gedààn. Later zijn ze dan getrouwd en is zij in de showbusiness gegaan, maar dat is dan slecht afgelopen want op 24-jarige leeftijd heeft ze reeds zelfmoord gepleegd. Zo ver gaat de musical echter niet. Een journaliste die het allemaal heeft meegemaakt, heeft daar in 1927 een toneelstuk over geschreven, maar dat is slechts een paar keer opgevoerd, omdat ze op een bepaald moment om een duistere reden de rechten ervoor heeft geblokkeerd. Na haar dood zijn die rechten opnieuw vrijgekomen, en niemand minder dan Bob Fosse heeft ze dan opgekocht om er een musical van te maken. Nadat ik het stuk in Londen had gezien, hebben we het ook in Arena gebracht, met veel succes overigens, want het is één van de weinige stukken geweest dat twee seizoenen heeft gelopen. Het is dan ook een musical die veel dieper gaat dan het gewone « boy meets girl »-verhaaltje. Zowel het gerecht als de journalistiek worden erin zwaar op de korrel genomen, maar daarnaast bevat hij ook schitterende dansnummers en is er de sfeerschepping van de jaren van de drooglegging enz. »
« Pseudo-intellectuelen zitten liever in een zaal met zeven man, want dat komt dan omdat de anderen het stuk niet begrijpen, terwijl zij tot de happy few behoren! »
Linda Lepomme: « Ik ben er dus van overtuigd dat hij het opnieuw zal doen bij het publiek. Hij is weliswaar niet zo bekend, maar ik denk dat de musicalafdeling van het BVV stilaan een voldoende reputatie heeft opgebouwd, opdat men ons het vertrouwen zal gunnen. Vandaar ook dat ik eerst al die ronkende namen als « Evita », « Jesus Christ Superstar », « West Side Story » of « My fair lady » op het programma wilde hebben, om een publiek op te bouwen. En ik zie zelfs dat ook anderen daarvan profiteren, wat mij eigenlijk toch gelukkig stemt, want zo’n gezonde competitie kan alleen maar positief werken. Ik heb niets tegen dingen die populair zijn, alleen moet « commercieel » ook voor « kwaliteit » staan. Wat helaas niet altijd zo is, maar ik pleit daar wel voor, want ik vind het een verkeerde houding van de neus op te trekken zodra iets populair is. Onder het motto van « als te veel mensen het goed vinden, zal het maar van een laag allooi zijn ». De pseudo-intellectuelen hebben zoiets van « wij zitten liever in een zaal waar slechts zeven man is, want de anderen begrijpen dat niet, maar wij behoren tot de happy few ». Sorry, ik doe daar niet aan mee. Ik vind dat cultuur er is voor het publiek, voor het volk, zeker als men met overheidsgeld werkt, ook al is het er maar weinig, zoals bij ons het geval is… »
– Met die « gezonde competitie » verwijs je wellicht naar vrije producties zoals « Ik, Jan Cremer » of « Zeldzaam », die dan in tegenstelling tot jullie met eigen materiaal uitpakken, maar er ook een financiële strop aan overhielden ! Nochtans stelt ook het BVV voor de lustrumviering een creatie in het vooruitzicht…
Linda Lepomme:
« Van een Vlaamse componist en een Vlaams tekstschrijver, ja, maar dan wel met een universeel onderwerp dat ook buiten de Vlaamse steden belangstelling kan opwekken. Het gaat terug op de middeleeuwen, maar het is een onderwerp van alle tijden dat ook in de plastische kunsten en in de literatuur werd behandeld en waarover in Rusland zelfs reeds een film werd gemaakt. Ik vond het een schitterend idee toen die twee jongens daar nu reeds bijna twee jaar terug over kwamen praten en het krijgt ook schitterend vorm. Het is doorlopend gezongen, dus qua vormgeving kan je het eigenlijk een opera noemen, maar dan in de zin zoals « Evita » of « Jesus Christ Superstar » opera’s zijn. Qua muziekpatroon gaat het echter nog veel verder dan dat en ligt het dichterbij « Phantom of the opera » en de laatste werken van Andrew Lloyd Webber. Er zitten b.v. een aantal zware zangpartijen in. Maar meer wil ik er niet over verklappen, zelfs niet de namen van de auteurs. Ik hou jullie echter op de hoogte ! » (*)

Referentie
Ronny De Schepper, Mijn show is klaar nu ga ik in première, De Rode Vaan nr.13 van 1983

(*) Of ze mij op de hoogte heeft gehouden, weet ik niet meer, maar ik kan me deze productie alleszins niet herinneren. Zou in de plaats daarvan niet eerder “Sacco en Vanzetti” van Dirk Brossé en Frank Van Laecke gekomen zijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s