Op 24 februari 1848 barstte in Parijs een revolutie los en de republiek werd uitgeroepen. Deze had zowel een sterk liberaal als sociaal karakter. Angst heerste er dat de revolutionaire wind ook naar België zou overwaaien en op 28 februari lieten fabrikanten hun arbeiders tot 22 uur werken. Er was namelijk door het “Democratisch Genootschap”, de Gentse afdeling van de “Association Démocratique”, aangekondigd dat er ‘s avonds een grote vergadering op de Vrijdagmarkt zou plaats vinden. Deze ging uiteindelijk niet door wegens te slecht weer, maar de dag nadien begaven zich grote groepen arbeiders naar de Kouter. Op 14 maart kreeg Constant Dossche, een invloedrijk industrieel met orangistische sympathieën, bezoek van de politie, maar besloot te vluchten. Over de vlucht van Constant Dossche voor de politie vermeldt Willem Rogghé in zijn “Gedenkbladen” (1898) dat hij ontkwam door aan ’t Patijntje de Lei over te zwemmen en zich daar ergens schuil te houden.

Het is een verhaal dat een eigen leven is gaan leiden en voor waar werd aangenomen. Volgens Rogghé heeft Dossche echter Gent niet verlaten. Dit is dan weer in tegenspraak met de bewering van Jan Dhont, die stelt dat Dossche op 27 maart te Rijsel aankomt en zich hiervoor baseert op een vermelding in de krant “Écho du Nord” van de dag nadien. Deze aanwezigheid van Dossche aldaar is aan de vooravond van de inval van het zogenaamde “Belgisch Legioen” en volgens Dhont was Dossche een schakel tussen dit legioen en de Gentse agitatiemiddens. Op 29 maart steekt het Belgisch Legioen, een 2000 man sterk, de Belgische grens over. Het was de bedoeling om via Kortrijk en Gent naar Brussel op te trekken. Na een gevecht van twee uur bij Risquons-Tout wordt het legioen echter verslagen. Aldus de blogspot van Geert Van Damme

Constant Dossche (1807-1887), een volkse Gentse koopman en industrieel, smokkelde in de late achttiende eeuw textielmachines uit Engeland naar het vasteland en startte in Gent en Drongen mechanische katoenspinnerijen op, waardoor hij aan de wieg stond van de eerste industriële revolutie in Vlaanderen. Hij was ook een tijdlang leider van de katoenarbeiders, zelf katoenhandelaar in Afrika en bestuurder van het eerste openluchtzwembad van Gent. Theater Taptoe reconstrueerde in 1989 zijn leven in de vorm van een ambulant muzikaal theaterspektakel om, op en rond een stootkar, in een concept en op tekst en muziek van Freek Neirynck. De volledige familie Fack (Lesly, Wendy, Cindy, Noël, Henri, William) deed deze vrij mysterieuze Gentse figuur herleven met Henri Fack in de hoofdrol en Noël en William Fack als instrumentalisten. De laapnoame, bijnaam Pruuke Dossche verwees naar zijn weelderige haardos en werd de titel van de opvoering. Het scenario vormde de leidraad van “De Stroaten op”, een pseudo-historische evocatie in een bewerking en regie van Frank Van Laecke dat n.a.v. 1 mei 1990 werd uitgezonden door de BRT-televisie.

Freek Neirynck

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.