In De Rode Vaan nr.10 van 1983 startte er een nieuwe rubriek op de laatste pagina. Ik breng nog eens in herinnering dat dit traditioneel een “humoristische” pagina was, eerst met de minibrokjes en een cartoon van Goal (Fonske Goossens), later gingen bepaalde terugkerende onderdelen uit de minibrokjes, zoals “aan den toog” een eigen leven leiden, zodat de minibrokjes zelf krompen van drie naar twee kolommen. Maar ook “aan den toog” was niet het eeuwige leven beschoren en in de lente van 1983 werd het dus vervangen door een column van Johan de Belie over de familie Gebuer, een “doorsnee” familie (zoals de eerste aflevering luidde) die zich een beetje zoetzuur doorheen de economische crisis loodste (cartoon Jonathan De decker).

Ik heb helaas enkel deze eerste bijdrage bijgehouden…
Dit zou, op deze plaats, met vrij grote regelmaat, het relaas moeten worden over het wel en wee, over het kleine geluk en over de grote verdrieten, over het dagdagelijkse, kleinmenselijke bestaan kortom van de familie Gebuer.
Jonas en Sara werden geboren in de late laren veertig, hebben zodoende alvast twee wereldoorlogen gemist, maar waren in volle fleur toen het bloemengeweld opstond. Wat dan ook in hun ideeën en ja soms zelfs in hun handelingen waarneembaar is. Zij hebben 1968 gezien en geloofd. Zij hebben het volgende decennium met grote treurnis ondergaan, maar zij zijn verstandig genoeg om te beseffen dat die treurnis niet helemaal maatschappelijk te verantwoorden is ; nee, de grote droefheid zat vooral in eigen hart en geest.
Jonas en Sara zijn door de jaren heen iets gaan vormen wat men gewoon een alledaags stel zou kunnen noemen ; sociologisch bekeken zijn zij een gezinscel die vrij typisch is voor hic et nunc.
Jonas en Sara zijn zo’n tien jaar gehuwd en hebben twee kinderen, Timothy en Elke, in de volksmond een koningswens genoemd.
Op de bevolkingsgrafieken doet deze gezinskern het dus wonderwel, zij passen zich in de standaardnormen. Ze bezitten een kleurentelevisie aangesloten op het kabelnet, hebben nog geen video maar wel een hifi-installatie. Ze hebben geen auto, maar gebruiken milieu-vriendelijk en vloekend het openbaar vervoer.
Wel zijn Jonas en Sara sinds kort de bezitters van een eigen huisje, wegens financieel voordeel uit een spijtig ongeval. Maar zij hechten daaraan geen overdreven belang hoewel zij van enig zuinig comfort houden.
Een doorsnee-gezinnetje, zoals u ziet. Zijn Jonas, Saartje, Tim en Elke gelukkig? Je zou haast zeggen van wel. Indien je het hen zou vragen, ze zouden het antwoord wellicht niet kennen. Misschien komen wij er stapsgewijs, zoekend, ontledend, wel eerder achter dan zijzelf.
Wie zijn Jonas en Saartje in feite ? Ook dat weten wij niet echt; wie kent zichzelf tenslotte. Zij zijn mensen met tegenslagen, met gelukkige en trieste momenten ; mensen vol hoop en goede wil, dat wel, maar of het allemaal wat uithaalt ? We hopen dat u met ons meegaat op zoek naar de trieste realiteit achter Jonas en Sara, op zoek ook naar hun dromen en verlangens. Elke week in dit blad als het ware
.”
…en ook wel de laatste, “Afscheid”, al werd die niet door Johan, maar door mezelf geschreven.
“‘Ach,’ zucht Jonas en hij strijkt langzaam over zijn kalende hoofd, ‘nu ik via BRT-2 een heel weekend lang heb mogen meemaken hoe heerlijk het aan onze kust is, zal ik toch maar toegeven aan Saartjes onuitgesproken verlangen en mij derwaarts begeven…’
‘Hoezo? Wil ze je dan kwijt?’ Een verbaasde Waldemar heeft net aan zijn Hoegaarden genipt en er hangt nog schuim aan z’n bovenlip.
‘Natuurlijk niet.’ Een korte hik duidt aan dat Jonas een binnenpretje onderdrukt. ‘We gaan met heel de familie, bedoel ik.’
Waldemar knikt gerustgesteld. Even had Jonas hem kunnen verrassen, maar het was loos alarm: Jonas blijft die rustige persoonlijkheid die hij nu al jaren kent van op het werk.
Nochtans liet die gelatenheid zich niet onmiddellijk blijken toen ze kennismaakten. Waldemar herinnert het zich nog zeer goed, Jonas’ intrede in het bureau. Een geruchtmakend feit. Op de kortste keren had Jonas immers de poot van z’n tafel in handen en zwaaide er triomfantelijk mee in de lucht. De bureauchef perste er een moeizame glimlach uit en zei hees: ‘Ja, mijne dames en heren, ik ben u nog vergeten te vermelden dat mijnheer Gebuer een kunstenaar is…’
Waldemar begreep er niets van. Een John Massis-achtig type was Jonas zeker niet. Wat kon de chef dan bedoelen? Hij deed teken naar Jonas alsof hij viool speelde, maar deze stak zijn tong uit en wees erop. Een hele pantomime die het ganse zootje aan het lachen bracht en later bleek te beduiden dat Jonas voordrachtkunstenaar was.
Zo heeft hij trouwens ook Saartje leren kennen. Op een wedstrijd waarbij Jonas in de jury zat, maakte zij een korte buigin, keek hem strak in de ogen en fluisterde de magische woorden: ‘O krinkelende winkelende waterding…’ En Jonas ging voor de bijl.
Ja, Jonas en Saartje, het is echt een goed paartje, denkt Waldemar die ook vrijetijdsdichter is. Samen voor de kindertjes zorgen, biologisch voedsel verorberen, naar Dallas kijken, naar Adamo luisteren, op de lotto spelen, ja zelfs leuke avonden hebben na het zien van ‘Emmanuelle II’, het is me m’n leventje wel. (*)
Waldemar denkt aan zijn eigen eenzaam kamertje. ‘Z’n eten haalt-ie uit de muur,’ zingt Benny Neyman over hem, maar ook ‘een vrijgezel gaat pas slapen als-ie alle sterren heeft geteld.’
Moet ik nu lachen of huilen, vraagt Waldemar zich af, nu de familie Gebuer ons gaat verlaten. Ach, denkt hij, zo’n vaart zal het allicht weer niet lopen…”

Het exacte nummer heb ik niet genoteerd, maar ik meen te weten dat het reeds bij het begin van de zomer was, omdat op de keerzijde allerlei nieuwe rubrieken worden voorgesteld en dat deden we meestal bij het begin van de zomer, zodus…
Bij de voorstelling van die nieuwe rubriekjes gaat het dus ook over de gewijzigde laatste pagina: “En tot slot daagt er weer een ouwe bekende op. Alhoewel… bekende ? Voor velen is onze Jan Draad nog een groot raadsel. Niet zo echter voor de bekende Vlamingen die hij elke week weer « aan het lijntje » zal halen en houden. Het verschil met vorig jaar is dat Jan Draad nu het laatste woord krijgt. Dit houdt in dat de laatste pagina drastische wijzigingen ondergaat. Onze huistekenaar Goal en zijn buren de familie Gebuer hebben deze bladzijde immers verlaten om in zonniger oorden te ontsnappen aan het ach en wee van het dagelijkse bestaan. De « snippertjes » verhuizen daardoor naar de kolom waar Jonas met zijn kroost zich had ingekapseld en op die manier krijgt Jan twee kolommen om zijn lijntje te trekken. Waarmee we weer bij « af » zijn aangekomen. Over en uit dus en nog veel leesgenot !”
“De familie Gebuer” heeft dus maar heel kort geleefd. Dat was echter niet de schuld van Johan, net zoals ikzelf in de minibrokjes kreeg hij al gauw het verwijt dat zijn stukjes “niet politiek genoeg” waren.

Ronny De Schepper

(*) Als ik me goed herinner, heb ik in deze zin alle afleveringen van “De familie Gebuer” samengevat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.