Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat de Nederlandse humoristische schrijver Godfried Bomans is gestorven, de godfather van alle comedians uit de lage landen. Guy Mortier b.v. verklaart onomwonden: “Godfried Bomans was mijn grote voorbeeld en is dat eigenlijk altijd gebleven, zoals je uit de humor in Humo zou moeten kunnen afleiden.”
Anderzijds is het toch ook wel een andere soort humor, veel droger, “Haagser” zou ik durven zeggen (Nicolaas Beets wordt vaak als inspiratiebron vermeld). Of zoals Karel Jonckheere zei over hem en Simon Carmiggelt: “Het zijn geen humoristen maar fotografen. Ze leggen op een fotografische manier een stukje werkelijkheid vast, waar je dan om kunt grinniken.”

Godfried Bomans werd bij het grote publiek vooral populair door zijn roman Erik of het klein insectenboek (tien drukken in het verschijningsjaar 1941), al was “Pieter Bas” uit 1937 ook al erg populair. Maar na de Tweede Wereldoorlog ging men helemaal uit de bol met de strip Pa Pinkelman, die van 1945 tot 1954 liep in De Volkskrant, getekend door Carol Voges (1925-2001), tevens de illustrator van de kinderboekenreeks “Pietje Puk” van Henri Arnoldus.
In 1946 waren er zijn “Sprookjes”, een jaar later gevolgd door “Kopstukken” en in 1948 “Buitelingen” en ook zijn Sherlock Holmes-parodie “De avonturen van Bill Clifford”. Hierin drijft Godfried Bomans de parodie zo ver dat de super-detective Clifford een heel boek zijn “Tegenstander” achternaholt, terwijl het in feite zijn assistent Topwash is die op een heel eenvoudige manier de oplossing brengt. De met de hand geschreven staatsgeheimen waren immers als drukwerk gepost en als dusdanig niet verstuurd!
In 1953 volgden nog “Capriolen”, in 1955 “Nieuwe buitelingen”, een jaar later “Wandelingen door Rome” en in 1961 “Noten kraken”.
Bomans was een groot kenner van het werk van Charles Dickens, ook wel eens als eerste auteur van een detectiveverhaal (“Edwin Drood”) geciteerd. Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van de vertaling in het Nederlands van het complete werk van Dickens, die in de jaren vijftig van de twintigste eeuw in pocketformaat door Uitgeverij Het Spectrum werd uitgegeven. “A Christmas Carol” noemde hij terecht « de op één na beroemdste kerstvertelling ter wereld ».
De langverwachte biografie van Dickens heeft hij echter nooit geschreven. Wel houden we aan hem de geweldige anekdote over betreffende de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen toen die een bezoek bracht aan Dickens: Andersen schreef dat Dickens tranen weende wanneer hij hem verliet; in werkelijkheid schreef Dickens: “He was a terrible bore” (“Hij was een vreselijke klier”). Boven het bed waarin hij had geslapen hing Dickens het volgende briefje: “In this bed slept H.C. Andersen for three weeks; it seemed ages for us” (“In dit bed sliep H.C. Andersen gedurende drie weken; voor ons leken het echter jààààren”).

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.