Het Sint-Jozef-Klein-Seminarie uit Sint-Niklaas viert dit jaar z’n 200ste verjaardag. Tot aan de Franse Revolutie (bij ons duurde die blijkbaar tot 1799) was het gebouw een klooster van de minderbroedersrecolletten, vandaar ook de toewijding van de kapel aan Sint-Antonius. Op 16 februari 1808 kocht Maurits de Broglie (*), de bisschop van Gent, van de toenmalige eigenaar Henri van der Sarre het klooster en de tuin van de paters Franciscanen te Sint-Niklaas om er het klein-seminarie van te maken. Dat is dus het college, waar ook ik mijn broek heb versleten.

Het is ongetwijfeld hieraan, en meer bepaald aan Anton van Wilderode, te danken dat ik nadien de Germaanse behoorlijk ben doorgesparteld (dat was het beste te merken in de eerste kandidatuur toen slechts vier mensen van onze groep, waaronder Staf De Wilde en ikzelf, door de eerste zit geraakten, het was zowat mijn laatste exploot op dat vlak). Toch schrijf ik dit stukje niet als een nostalgisch eerbetoon, daarvoor zijn mijn herinneringen veel te bitter. En blijkbaar is er nog niet zo heel veel veranderd, want in de Gazet van Antwerpen van 1/3/2008 antwoordt directeur Walter Roggeman – overigens een ondertekenaar van het Gravensteen-manifest, maar dit geheel terzijde (**) – op de opmerking van journalist Koen Dewanckel dat er in het college “amper migranten” studeren: “Op dat vlak is onze school wat gehandicapt.” De culot, zeg! Alsof ze dat daar niet zelf op aangelegd hebben! In mijn tijd zat ik als zoontje van een simpele politie-agent ook al te blozen tussen al die notaris- en dokterszoontjes (die meestal te dom waren om te helpen donderen, toch die welke in mijn klas zaten en dat was dus – gezien wat voorafgaat – enkel in de laagste jaren).
Ik lees ook niets over meisjes op het college. Misschien omdat er, op een excuustruus hier of daar na, nog altijd geen zijn? (***)
Die Roggeman, die in hetzelfde jaar zat als ik (maar niet in dezelfde klas, hij deed Latijn-Wiskunde, waarmee wij, de mannen uit de Latijn-Griekse, wat overhoop lagen), doet in datzelfde artikel ook nog wat aan geschiedenisvervalsing. “Ik herinner me nog goed hoe ik in 1969 als voorzitter van de leerlingenraad de afschaffing van de plechtige uitreiking van de diploma’s gedaan kreeg waarbij alleen de besten een prijs kregen,” zo staat er. Wel daar herinner ik me nu eens niets van, zie. Wat ik me wél herinner, was dat de eerste uit de Retorica (de Latijn-Griekse dus) traditiegetrouw een dankrede moest uitspreken en dat die eer dus normaal Edwin Thoen moest toekomen. Op een geruchtmakende bijeenkomst op de kamer van onze klastitularis (“kom eens naar mijn kamer“) Daniël De Smet (de latere “superior” en dus voorganger van Roggeman) werd echter gesteld dat om geen opgegeven reden Edwin dat niet mocht doen en dat Roland Hiel (“slechts” vijfde of zoiets) het zou doen. Nu, geen kwaad woord over de “Rolle”, die later als d.j. zou bewijzen dat hij inderdaad van de tongriem gesneden was, maar de niet-aanduiding van Edwin was een kaakslag voor ons groepje dat na de uitwijzing van Miel Swillens tot stand was gekomen en waarvan Edwin zowat de leider was. Maar wat ik dus vooral wou zeggen: die plechtige uitreiking van de diploma’s heeft dat jaar dus blijkbaar wél plaatsgevonden, hé mijnheer Roggeman!
Maar goed, als de herinneringen dan toch zo bitter zijn, waarom haal ik die verjaardag hier dan aan? Omdat er op zaterdag 15 maart in het kader van de feestelijkheden een sixties dansavond plaats heeft in de zogenaamde “Calfac” (waar wij elke middag onze boterhammen moesten verorberen) en dàt beroert wel een snaar in mijn gemoed natuurlijk. Ik liep immers college van 1963 (de welkomstspeech van superior De Lange ging over het verraad van Benoni Beheyt; begin van Beatlemania) tot 1969 (eerste Tour-overwinning van Eddy Merckx; Beatles gaan uit elkaar) en dàt waren wel heerlijke tijden. En die speelden zich dan voor een groot deel af op de speelplaats van het college, ja, dat is waar. Als ik elders op mijn blog vertel dat ik door mijn ouders verplicht werd om “From the bottom of my heart” van The Moody Blues met Wim Boon te ruilen voor “Wonderful land” van The Shadows, dan gebeurde dat inderdaad op dié speelplaats. Edwin, Roland, Wim, Frank, Guido, Marc, Mark en al die anderen, ik groet jullie vanuit de toekomst!

Ronny De Schepper

(*) Maurice-Jean-Magdeleine de Broglie (°5 september 1766) was een Franse geestelijke, die als bisschop van Gent strijd voerde tegen keizer Napoleon maar ook tegen koning Willem I. Na de val van Napoleon (6 april 1814) hernam de Broglie, die sinds 1812 gevangen had gezeten, zijn bisschoppelijke taak en meteen bleek dat de Broglie niets van zijn strijdlust had verloren. Toen de nieuwe Grondwet voor het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd uitgevaardigd, ging hij er hevig tegen te keer. Om principiële redenen moesten de katholieke kiezers zich tegen deze Grondwet verzetten, schreef hij. Hij deinsde er zelfs niet voor terug om aan Willem I de les te lezen, toen die voor het eerst Gent bezocht. Dit was onverdraaglijk voor koning en regering en de strijd tegen de onwillige bisschop werd aangebonden. Hij wenste niet nogmaals te worden opgesloten en vluchtte naar Frankrijk. Op 8 november 1817 werd hij veroordeeld tot verbanning. De bisschoppelijke zetel bleef onbezet en het bisdom werd verder bestuurd door de vicarissen. Vanuit zijn ballingsoord bleef de Broglie verder ageren tegen Willem en riep zelfs de tussenkomst in van de geallieerde mogendheden die aan de wieg van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden hadden gestaan. Op 20 Juli 1821 overleed de Broglie in ballingschap, hij was nog geen 55 jaar oud. (Wikipedia)

(**) “De eerste lekendirecteur verliet in 2014 het SJKS toen hij kabinetschef werd van NVA minister Geert Bourgeois.” [Wikipedia]

(***) Hier vergis ik me evenwel, want ik lees op de Wikipedia-pagina dat o.m. de fameuze Eline De Munck een oudleerlinge is.

2 gedachtes over “210 jaar Sint-Jozef-Klein-Seminarie

  1. Beste Ronny

    wat een herinneringen, al die namen. We worden oud. Ik hoor al Jan Thijs zingen: “De tijd van toen…”
    Telkens als ik zo’n reminiscenties over die periode lees, kijk ik hoopvol of de naam van mijn favoriete groep Canned Heat valt. Helaas… En ze waren echter ook op Woodstock.
    Enfin, ik was ook een grote fan van de Beatles. Nog steeds trouwens.
    Vele groeten,
    Jan

    Like

  2. De reeks Do you, do you, scopitone bestaat uit 20 afleveringen. (Dit was de derde) Het gaat grotendeels over de Franse filmpjes. Maar je hoort ons niet klagen.

    RDS: Inderdaad. Ik dacht oorspronkelijk dat het de documentaire OVER scopitone was, die een paar jaar geleden b.v. door Arte is uitgezonden, maar ik heb ondertussen ook kunnen vaststellen dat de scopitone-filmpjes hier in hun integraliteit worden vertoond. Dus je zal mij evenmin horen klagen.
    P.S. Hou er wel rekening mee dat dit een reactie is op de INLEIDING van mijn sixties-stuk en dat die inleiding wijzigt naargelang van de actualiteit. In de toekomst zou het dus best kunnen dat een argeloze lezer niet meer weet waarop deze opmerking eigenlijk slaat.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.