Konstantinos Gavras, beter bekend als Costa-Gavras, is een Frans-Grieks filmregisseur, die voornamelijk bekend is als maker van films met politieke thema’s.

Costa-Gavras is de zoon van een Griekse regeringsambtenaar. Alhoewel zijn vader atheïstisch is, werd hij op aandringen van zijn moeder Grieks-orthodox opgevoed. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was zijn vader een belangrijke verzetsstrijder. Na afloop van de oorlog werd hij echter verdacht van communistische activiteiten en daarom geregeld opgepakt. Costa-Gavras werd hierdoor afgewezen aan een Griekse universiteit, en kreeg geen visum om in de Verenigde Staten te studeren. Daarom vertrok Costa-Gavras op 18-jarige leeftijd naar de Sorbonne in Parijs, waar hij na drie jaar afstudeerde in de richting literatuurwetenschap. Hierna studeerde hij filmmaken aan het Institut des Hautes Etudes Cinématographiques (IDHEC), waarna hij als assistent-regisseur aan de slag ging bij bekende Franse regisseurs als Yves Allégret, René Clair en Jacques Demy. In 1956 werd hij tot Frans staatsburger genaturaliseerd.
In 1965 maakte hij zijn regiedebuut met de thriller Compartiment tueurs naar het boek van Sébastien Japrisot en de eerste van een lange reeks films met Yves Montand in de hoofdrol. Het werd een commercieel succes. Met de politieke thriller Z uit 1969, een aanklacht tegen de Griekse junta, trok hij de internationale aandacht, voornamelijk dankzij de spannende opbouw en het realistische camerawerk. De film won verscheidene prijzen, waaronder de Oscar voor beste buitenlandse film. Ook werd Costa-Gavras voor deze film genomineerd voor de Oscar voor beste regie en die voor beste aangepaste scenario, en kreeg de film nog nominaties voor beste film en beste montage. Costa-Gavras werd door de New York Film Critics uitgeroepen tot de beste regisseur van 1969.
Ook zijn volgende films zijn politiek geladen. In 1970 maakte hij L’Aveu over een communistische heksenjacht in Tsjechoslovakije (*), in 1972 État de siège over de situatie in Uruguay en in 1975 Section spéciale over Vichy-Frankrijk. Voor deze laatste film kreeg hij de Gouden Palm voor beste regisseur op het filmfestival van Cannes.
In 1982 maakte hij zijn eerste Amerikaanse film, Missing, met Jack Lemmon in een van de hoofdrollen. Deze film, over een Amerikaan die verdwijnt in Chili aan het einde van de regering van Salvador Allende, is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Voor deze film won Costa-Gavras de Oscar voor beste aangepaste scenario en de Gouden Palm voor beste film. Deze film zorgde voor veel controverse, maar niet zoveel als zijn volgende film, het pro-Palestijnse Hanna K. (1983).
In 1982 werd hij voorzitter van de Cinémathèque Française. In 1989 maakte hij Music Box met Armin Mueller-Stahl over een genaturaliseerde Amerikaanse burger die wordt beschuldigd een oorlogsmisdadiger uit de Tweede Wereldoorlog te zijn. In 2003 maakte hij de film Amen, waarin hij de stelling verdedigt dat paus Pius XII wel degelijk wist van het lot van de Joden in de concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar toch weigerde de Holocaust te veroordelen.
Costa-Gavras is getrouwd met Michèle Ray-Gavras, een voormalig fotomodel voor Chanel en journaliste, die ooit gevangen is genomen door de Vietcong.

In het begin van de jaren zeventig bekeek ik in totaal dertien politieke films, waaraan ik ook nog de re-release van “Modern times” van Charlie Chaplin had toegevoegd om uiteindelijk dus veertien films te vergelijken. Helaas heb ik slechts één blad teruggevonden van het toenmalige artikel, zodat er nogal wat hiaten zitten in onderstaande tekst. Er zijn zelfs een paar films die ik niet kan terugvinden. Toch doe ik een poging tot reconstructie.

In de oerversie van mijn artikel wordt er naar nummers verwezen die ik de films heb toebedeeld, maar die lijst is niet meer in mijn bezit. Aangezien ik zozeer in het duister tast, is de volgende opsomming dan ook zeker niet doorslaggevend. De titel van de film met het nummer één moet ik trouwens al meteen schuldig blijven, ook al omdat het de “unlikely” combinatie is van enerzijds een film met een vedettencast en een bijhorende hit en toch zou hij in zwart-wit moeten zijn, want in de opsomming van zwart-wit films kom ik er één te kort (**).
2. If (Lindsay Anderson)
3. Z (Costa-Gavras)
4. Marat/Sade (Peter Brook)
5. Modern times (Charles Chaplin)
6. Filet américain (Robbe de Hert)
7. Medium Cool (Haskell Wexler)
8. Sacco en Vanzetti (Giuliano Montaldo)
9. Zabriskie Point (Michelangelo Antonioni)
10. Getting straight (Richard Rush)
11. The devils (Ken Russell)
12. Ice (Robert Kramer)
13. Adalen (Bo Widerberg)
14. Joe Hill (Bo Widerberg)
KLEUR OF ZWART-WIT?
Elf films zijn in kleur (alhoewel bijna de helft zwart-wit passages met of zonder een kleurenfilter inlast om bepaalde effecten te bekomen) en slechts drie in zwart-wit (Chaplin niet meegerekend), alle om budgettaire redenen, alhoewel het in “Ice” ook een zekere waarde op zichzelf heeft (het werkt namelijk het documentaire karakter in de hand).
De titel van de film van Robert Kramer (1943-1999) symboliseert de tijdelijke toestand, de impasse waarin het revolutionaire verzet in de V.S. zich op het eind van de jaren zestig bevindt, een toestand welke door verhitting kan worden opgeheven. In “Ice” schetst Kramer een beeld van de werkelijkheid, “geprojecteerd in de toekomst, misschien drie, misschien twintig jaar, maar gevoed met al onze conflicten van nu.”
Een lokale revolutionaire groep op de oostkust van de V.S. maakt plannen voor een offensief op plaatselijk en landelijk niveau. De veiligheidspolitie is de groep, die al geruime tijd actief verzet pleegt, op het spoor en tracht zoveel leden te liquideren (o.m. door hen te castreren). Alle massamedia staan onder staatstoezicht en worden zwaar gecensureerd omwille van een conflict in Mexico, dat te vergelijken is met de Vietnamese oorlog. Om de liberale groepen toch wat informatie te verschaffen over de revolutionaire strijd is een ondergrondse filmorganisatie in het leven geroepen (in feite beschrijft Kramer hier het door hem opgerichte “Newsreel”, een coöperatieve voor het maken van revolutionaire films). Men besluit het offensief te beginnen. Communicatiecentra worden opgeblazen, bij een vuurgevecht met de politie vallen doden en gewonden langs beide zijden, inwoners van een flatgebouw worden op een nogal irreële manier aangespoord tot de strijd…
SCENARIO
Negen hebben een origineel scenario, waarvan er vijf variëren van louter documentair tot documentaire fictie. “If” neemt een ietwat bijzondere plaats in en drie zijn romantisch, geaffecteerd opgebouwd (5, 13 en 14). Bij Chaplin is dit een teken des tijds, bij Widerberg vindt het wellicht zijn oorsprong in zijn romantisch verleden en in zijn interesse voor de schilderkunst.
Vier zijn gebaseerd op romans of novellen. Een gemeenschappelijk kenmerk is wel dat bij de transpositie de klemtoon vooral is komen te liggen op het element “geweld”.
Eén tenslotte is verfilmd toneel (Brook).
MUZIEK
Niet minder dan vier films hebben een hitje voortgebracht (1, 5, 8 en 9). Dit was ook de bedoeling voor “Getting straight”, maar de muziek was hier zó slecht dat de vlieger niet op ging.
De muziek van “Medium Cool” was ook té “progressief”, zodanig dat het “Easy Rider”-recept deze keer mislukte.
Russell had voor zijn film een beroep gedaan op iemand die in de lijn van Penderecki zijn inspiratie gaat zoeken (Peter Maxwell Davies) en het doel was hier ongetwijfeld de vervreemding in de hand te werken.
Drie andere regisseurs (2, 3 en 14) probeerden hetzelfde effect te verkrijgen door een beroep te doen op diverse soorten volksmuziek. (De muziek in “Adalen” geeft enkel een tijdsbeeld.)
Deze “vervreemding” bedoel ik dan wel duidelijk marxistisch: de vervreemding van het “cultuurproduct” (zie het hiervoor zeer relevante artikel van Daniël Robberechts in het FK-Nieuws en, voor wie de term niet helemaal duidelijk is, de cursus van prof.Vermeersch, p.51).
ACTEURS
Als we Peter Brook hier met z’n toneelmensen buiten beschouwing laten, komen we tot het volgende schemaatje:
1. Vier komen met een “vedetten-cast” voor de dag (1, 9, 10, 11).
2. Drie werken met een team van jonge mensen (2, 12, 13).
3. Twee teren op het succes van de hoofdfiguur (5, 14): merk op dat het hier niet toevallig om twee “romantische” verfilmingen gaat!

Ronny De Schepper

(*) Aldus Wikipedia, maar als ik me goed herinner, ging dit juist over een aanklacht tegen stalinistische regimes.
(**) De vedettencast en de hit beletten ook dat het om een film van Roland Lethem zou kunnen gaan, nochtans dacht ik dat die wél in mijn lijst voorkwam. Het kan ook niet “Kes” van Ken Loach zijn, wat men zou kunnen verwachten, aangezien het toch de politieke filmer “par excellence” is en ik “Kes” toch al moet gezien hebben in die tijd, dacht ik zo. Dan had ik Loach kunnen citeren als hij zegt: “In een film van negentig minuten kan je de wereld niet verbeteren. Je kunt ten hoogste proberen de mensen wat te laten nadenken.” Bernardo Bertolucci is zelfs nog pessimistischer: “Het is illusoir te denken dat politieke film iets kan veranderen. Wie daar geen rekening mee houdt is kinderlijk én schuldig: geloven dat het publiek, nadat het een film heeft gezien, massaal naar de communistische partijhuizen loopt om zich in te schrijven is waanzinnig.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s