De Great Exhibition (te vertalen als Grote Tentoonstelling), ook wel bekend als de Crystal Palace Exhibition, was een internationale tentoonstelling die werd gehouden in Hyde Park, Londen, van 1 mei tot en met 15 oktober 1851. Het was de eerste in een serie van wereldtentoonstellingen over cultuur en industrie. Het Bureau International des Expositions heeft de tentoonstelling achteraf erkend als de 1e universele wereldtentoonstelling. De Great Exhibition is vandaag de dag een symbool van het Victoriaanse tijdperk.

De tentoonstelling werd georganiseerd door Prins Albert, Henry Cole, Francis Henry, Charles Dilke en andere leden van de Royal Society for the Encouragement of Arts, Manufactures and Commerce. Zij organiseerden de tentoonstelling ter viering van moderne industriële technologie en ontwikkeling. Er zijn geruchten dat de tentoonstelling tevens werd gehouden als reactie op de zeer succesvolle Franse Industriële Expositie van 1844. Prins Albert, Koningin Victoria’s consort, was een enthousiast promotor van een zelf gefinancierde expeditie. Voor het organiseren van de tentoonstelling werd de “Royal Commission for the Exhibition of 1851” opgericht.
Een speciaal gebouw genaamd het Crystal Palace [zie afbeelding] werd ontworpen door Joseph Paxton (met steun van Sir Charles Fox) als locatie voor de tentoonstelling. Het gebouw was gebaseerd op Paxtons ervaringen met de kassen van de zesde Hertog van Devonshire; gebouwd van een gietijzeren frame met glas. Isambard Kingdom Brunel was een van de leden van het comité dat toezicht hield op de bouw van het Crystal Palace. Het gebouw was 563 meter lang, 138 meter breed en werd in amper 9 maanden voltooid. Het gebouw werd later verplaatst naar Sydenham.
George Jennings ontwierp de eerste openbare toiletten voor het Crystal Palace, waarvoor hij een penny toegang vroeg.
De Koh-i-Noor, destijds de grootste diamant ter wereld, was onderdeel van de tentoonstelling, evenals de Tempest Prognosticator, een barometer die gebruik maakte van bloedzuigers om storm te voorspellen. Frederick Bakewell demonstreerde er een voorloper van de hedendaagse fax, Mathew Brady won er een medaille voor zijn daguerreotypie en William Chamberlin Jr. stelde een apparaat tentoon dat gezien kan worden als de eerste stemcomputer. Deze machine telde stemmen immers automatisch en had een systeem om meerdere malen stemmen te voorkomen.
De tentoonstelling veroorzaakte destijds enige controverse. Sommige conservatieven waren bang dat de vele bezoekers een revolutionaire opstand zouden vormen, maar mensen zoals Karl Marx zagen de tentoonstelling eerder als een embleem van het kapitalistische fetisjisme.
Zes miljoen mensen, destijds gelijk aan een derde van de gehele Britse bevolking, bezochten de tentoonstelling. In totaal bracht de tentoonstelling £186.000 op, wat gebruikt werd om het Victoria and Albert Museum, het Science Museum en het Natural History Museum te bouwen. Deze werden allemaal gebouwd op het gebied ten zuiden van de tentoonstelling, bijgenaamd “Albertopolis”. Het resterende geld werd gebruikt om een educatieprogramma op te zetten dat studiebeurzen verleende voor industrieel onderzoek. [Wikipedia]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s