“Uiteraard” stonden de Verenigde Staten aan de wieg van de fiets (zij het dan met de uitgeweken Fransman Pierre Lallement, die zijn opleiding nog had gehad bij de broeders Michaux, de ontwerpers van de fiets met pedalen), maar zeker niet aan die van de wielerwedstrijden! Toch waren ze er al bij al vroeg bij met de oprichting van The Boston Bicycle Club, vandaag precies 140 jaar geleden.

De Verenigde Staten stonden wel aan de wieg van de zesdagen. Over het algemeen wordt weliswaar aangenomen dat de eerste individuele zesdaagse plaatsvond op 25 februari 1878 in Londen, maar het evenement werd pas populair toen in 1891 de eerste zesdaagse werd gehouden in Madison Square Garden in New York. Eén van de eerste vedetten was niemand minder dan… een zwarte! De 27-jarige Jan Boesman uit Gentbrugge heeft in 2008 over hem een boek geschreven.
Marshall W.Taylor was bevriend geworden met de blanke rijkeluiszoon bij wiens ouders die van Marshall in dienst waren. Op die manier kreeg hij een afgedankte fiets in zijn bezit, waarop hij al vlug allerlei kunstjes kon uitvoeren, zoals we dat nu nog kennen bij trial of bij kunstrijden. Een fietsenverkoper in Indianapolis vroeg hem dan ook deze kunstjes te komen vertonen vóór zijn fietsenwinkel om op die manier publicitetit te maken voor het nieuwe vervoersmiddel. Dat deed hij in een oud uniform uit de secessieoorlog en zo kreeg hij de bijnaam van “Major” Taylor.
Die fietsenverkoper organiseerde elk jaar ook een wedstrijd. Op aandringen van zijn baas nam Marshall deel aan de wedstrijd en won. And the rest is history, zoals men dan zegt. Major Taylor kwam in het begin van de twintigste eeuw zelfs naar Europa en lag zo onrechtstreeks zelfs aan de basis van het ontstaan van de Ronde van Frankrijk. Maar dat is weer een heel ander verhaal.
Major Taylor betwistte – en won – hier in Europa uiteraard wedstrijden op de baan, die waren toen (vóór de “uitvinding” van die fameuze Ronde van Frankrijk dus) immers veel populairder dan wegwedstrijden. Voor de eerste Amerikaan die een wielerwedstrijd won op het vasteland moesten we dan ook wachten tot 1935, voor de genaamde Joseph Magnani. In 1947 zou hij zevende (en laatste) worden in het wereldkampioenschap in Reims, dat was de beste plaats van een Amerikaan tot Jock Boyer voor de pinnen kwam in 1980 met een vijfde plaats in Sallanches.
Maar vóór Boyer was er eerst nog Ted Smith, die op 9 mei 1992 op 63-jarige leeftijd overleed in Cheektowaga (N.Y.). Smith was Amerikaans kampioen geworden op 16-jarige leeftijd in 1945 en verlengde zijn titel in de twee daarop volgende jaren. In 1948 nam hij deel aan de Olympische Spelen en nadien werd getracht met hem als trekpleister het fameuze zesdagencircuit in de V.S. te doen herleven. Dat mislukte en toen kwam Smith naar het vasteland, waar hij in 1950 een wegwedstrijd won.
Later, in 1976, Mike Neel of Berkeley, California, rode on the Italian professional team Magniflex and finished 10th at the worlds pro road race in Ostuni, Italy. His performance at the time represented a major advancement for American cycling. Magnani’s previous seventh place had been forgotten by a new generation that reported Neel had achieved the highest-ever placing at the world’s by an American.
But the Yankees made their first entrance, with some name, in pro cycling with Jonathan Boyer. Jonathan Boyer became professional in the team of Renault. This was a French team with nothing but French riders, only the Luxemburger Didier was a foreigner. So it was quite strange that an American yankee joined the respectable French team. He was active as an amateur in France and he gathered some good results. Those results were of course the foundation of his pro contract. Jonathan Boyer did never become what they expected from him but he gathered some good results. In 1981 he was also the first American to enter the Tour de France. But the race of his life was definitely the worldchampionship in 1982, where he was on his way to be the worldchampion, when a member of his own team and a fellow countryman went after him. At the end of 2002 Boyer made headlines again, however not in a favourable way. He was accused of child abuse since 1997. As the girl was consenting, he escaped the most severe punishment, but still he did some time in prison. Not surprisingly, as the girl was 17 in 2002. Which means that she was only 12 when the relationship started! Als een soort van boetedoening vertrok Boyer daarna naar het voormalige oorlogsgebied in Rwanda, waar hij zich met succes bekommerde om een aantal jongeren die het wilden proberen in de wielersport.
The teammate who went after Boyer was the man of the future Greg LeMond. By the way Greg LeMond didn’t become worldchampion in 1982: he was beaten in the sprint by the Italian bomb Giuseppe Saronni. In “De Nieuwe Revu” werd de “ruzie” tussen LeMond en Merckx weer eens opgerakeld. Je weet wel, Merckx die LeMond geen echte kampioen vindt, omdat hij alleen maar naar de Tour piekt. LeMond was vroeger nochtans een Merckx-supporter: “Toen ik als 18-jarige naar Europa kwam, won ik 3, 4 wedstrijden in de week. Ik had een ideaal, ik wilde Eddy Merckx worden. Ik wilde net zo groot zijn als hij. Op school in Amerika had ik mijn klasgenoten verteld van Merckx, maar niemand luisterde naar mij, niemand was in wielrennen geïnteresseerd. Toen heb ik me maar voorgenomen dat allemaal voor mezelf te gaan bewijzen en ben hier in België gaan wonen en heb er dagelijks wedstrijden gereden. Ik wilde weten hoe dat was en ik won ook. Ik verloor ook wel eens. Van Dirk De Wolf herinner ik me nog. Ik ging toen overigens met het meisje om dat nu Dirks vrouw is. Wist je niet, hé?”
Voor hij naar Europa kwam, had Noël De Jonckheere reeds contact met hem gehad in de States. De Jonckheere was immers bevriend met Roger Young (of is daar ermee bevriend geworden) en reed op die manier veel in de V.S. (dat is ook de reden waarom hij later sportdirecteur werd van 7-Eleven: de zus van Young, Sheila, ooit zelf nog Olympische kampioene, is getrouwd met de manager van het team). In die wedstrijden reed LeMond als veertienjarige reeds bij de liefhebbers! De twintigjarige De Jonckheere, die als enige buitenlander in de Ronde van Nevada 1976 door het plaatselijke televisiestation werd gevolgd en dus een beetje “show” wou geven, kon die kleine niet uit zijn wiel krijgen! Dat talent had Greg volgens De Jonckheere van vader Bob, die ooit een ereplaats behaalde in de Coors Classic, zonder te hebben getraind. Integendeel, hij was een kettingroker die wel eens een biertje lust. Misschien vooral Coors en vandaar…?
Ook goed om weten is dat LeMond nogal een hevige anti-racist is. Omdat hij één achtste indianenbloed (Cherokee) in zijn lichaam heeft. Hij is zoals alle Amerikanen dol op westerns, maar unlike de meesten onder hen, “supportert” hij dan voor de indianen. Het is ook wel fijn om te vernemen dat vooral de scène in “Dances with wolves” wanneer “die ruwe kerel” zoals hij hem noemt, uitroept dat iedereen mag weten dat hij een vriend is van “Dances with wolves”, hem heeft ontroerd. Vandaar dat ik alweer Martin “natte vinger” Ros niet kan geloven, als deze schrijft dat Greg tijdens een broeiend hete etappe ooit eens zijn drinkbus opzettelijk liet leeglopen, toen Colombianen hem om drinken vroegen.
Greg also started with Renault and grew for about two years in the shadow of Bernard Hinault. He was the teammate and the future rival of Bernard Hinault. Greg was definitely born to be one of the best cyclists in the universe. Even one of the best of all times. Greg made his name by following Bernard Hinault. He finished twice second in the Tour de France after Hinault and then he started to attack Hinault. They had a lot of historical fights and that finally lead to LeMond’s first victory in the Tour de France of 1986. Meanwhile he had also won the most important one-day race in the world namely the worldchampionship in 1984.
Greg’s career was cut short by a hunting accident, when he was taken for a bunny rabbit by his brother-in-law. Nobody expected Greg ever to win the Tour again. Only José De Cauwer had faith in Greg’s possibilities after the shooting incident. José, Greg’s team manager and also the man who brought him back as a superstar, was the man who LeMond needed in that specific time. José put back the trust that LeMond had lost in the past three years. Greg proved his gratitude to José by winning the Tour de France of 1989. And what a Tour it was, it was the Tour with the most thrilling finale. In the closing time trial Greg had to make up 1’53” to Laurent Fignon. Greg won the time trial by being 2’01” ahead of Laurent Fignon. And so he won the Tour with hardly 8″.
The same year he became for the second time worldchampion. This was in the French town Chambéry. It was a very hard race with mountains to climb and as if that wasn’t enough it started also to rain very very hard. In the finale he beat the Soviet rider Dimitri Konyshev and the Irish veteran Sean Kelly in the sprint.
The next year Greg LeMond won once again the Tour de France but this time it wasn’t so glamorous as the year before. This Tour wasn’t an exciting race at all. In the first week there had been an early escape with four riders, Ronan Pensec (France), Steve Bauer (Canada), Frans Maasen (the Netherlands) and Claudio Chiappucci (Italy). They came in with more than 10′ ahead. First Bauer had to defend the yellow jersey, Pensec followed him when it got a little mountainous and when we really hit the mountains the Italian rider Claudio Chiappucci became the leader. Meanwhile Greg LeMond had become second in the overall ranking. And again just like the year before Greg finished the job in the last time trial. This time with more conviction but less glamour.
Meanwhile in the year 1985, in the wake of the Olympic Games in Los Angeles, a real American team came to ride in Europe. This team was sponsored by 7-Eleven, a chain of supermarkets. The team leading man was Ron Kiefel. This name is not so familiar in Europe but it was a great name in the United States. His best result was in 1988 when he became American pro-road champion.
His successor was Andy Hampsten who turned professional in 1986 in the team of LeMond-Hinault. When the American team hired Andy, the team gained more publicity and they also started to mean something in Europe. Andy, also known as the mountain-goat, won the Giro d’Italia in 1987. Andy never won again and didn’t excell in the Tour. He did of course win the Tour of Switserland, a very difficult tour indeed but it doesn’t have the reputation of a great tour. Andy built up his reputation by gathering several places of honour in various tours and one-day races. Only a medal of the worldchampionship is missing in his trophy closet.
Andy Hampsten ended his career in the team of Motorola, a computer company that was the successor of 7-Eleven. His team mate was a certain Lance Armstrong. Lance Armstrong was only 21 years old when he had already a reputation of being a obstinate rider and a pain in the ass, according to Hennie Kuiper his first team manager: “He is terrible to work with but it is undoubtedly the man of the future.”
Lance Armstrong kwam tot het wielrennen via triathlon, wat hij reeds op z’n vijftiende jaar betwistte. LeMond is overigens geen “idool” voor deze verwende knaap die in 1992 uit de Amerikaanse ploeg voor het WK werd gezet wegens “vedettenkuren”. Zijn enige idool is zijn moeder, zegt hij, omdat ze pas zeventien jaar was toen ze hem ter wereld bracht en dat niet welgevallig was bij de omgeving. Hij is trouwens ook rancuneus: hij vindt dat hij door Ekimov en Nevens “geflikt” werd in het Kampioenschap van Zürich 1992 (wat wellicht juist was: hij was immers pas beroepsrenner en dat is zo’n soort van ongeschreven wet) en dreigt “dat ze hem nog wel eens zullen tegenkomen!” (*)
En we kunnen uiteraard een bijdrage over het Amerikaanse wielrennen niet afsluiten zonder het ook eens over 9/11 te hebben gehad. Le coureur Uruguayien Alberto Dominguez, quâtrième du six jours de Montevideo 1959, est décédé le 11 septembre 2001. Il était dans l’avion Boston‑Los Angeles qui a servi a détruire une des tours du World Trade Center. Son équipier Alberto Camillo Velasquez est l’entraineur de Milton Wynants médaille d’argent au JO de Sydney en 2000. Curieux destins, schrijft Alain Zgajnar, en inderdaad het kan soms raar gaan. Zo zat de Engelse prof Richard Smith op de Herald of Free Enterprise op het moment dat die zonk. Aangezien hij voor een privé-sponsor reed, was hij meteen zijn materiaal kwijt. Hij werd in maart 1987 uit de nood geholpen door Brian Rourke en Mick Morrison van Action Sports. Een maand later (in april ’87 dus) werden overigens drie renners gedood in Sri Lanka. Ze werden tijdens een wedstrijd neergeschoten door Tamil Tijgers.

Ronny De Schepper
(met dank aan mijn zoon John voor het verhaal over Boyer en Lemond)

(*) Ja, O.K., eenieder die me kent, weet dat ik een hekel heb aan Lance Armstrong, maar de waarheid heeft ook haar rechten. Ik weet niet of Jan Nevens ooit nog iets van Armstrong heeft ondervonden, maar Slava Ekimov werd nadien zowat zijn favoriete ploegmaat!

Selectieve bibliografie
Jan Boesman, De vliegende neger en de kleine koningin, Major Taylor en het begin van de Tour de France, uitgeverij L.J.Veen, 2008.
Peter Joffre Nye, Hearts of Lions: history of American bicycle racing, W.W.Norton & company, 1988.
Peter Joffre Nye & John Howard, Pushing the limits, WRS Publishing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.