Honderd jaar geleden werd de kieswetgeving veranderd in Engeland. Voortaan is er stemrecht voor Engelse mannen boven de 21 en voor vrouwen boven de… 30 jaar.

Ook in Indië, Ceylon en Birma is het de beurt aan de vrouwen om te gaan stemmen.
1919: In ons eigen land komt men tot een compromis tussen de partijen. Om „ervaring” op te doen, mogen de vrouwen wel aan de gemeenteraadsverkiezingen, maar nog niet aan provinciale en parlementsverkiezingen deelnemen.
1920: Algemeen vrouwenstemrecht in de Verenigde Staten. In België wordt op 19 februari de wet gestemd waardoor vrouwen aan gemeenteraadsverkiezingen mogen deelnemen.
Na het verkrijgen van het vrouwenkiesrecht rond 1920 zakte de vrouwenbeweging ineen. Eén van de oorzaken hiervan is ongetwijfeld dat de strijd voor het verkrijgen van dit recht én te beperkt én te intensief is geweest. Tevens speelde de economische crisis de vrouwenbeweging parten, waardoor vrouwenbelangen weer op de tweede plaats belandden. Rond 1920 bestond er dan ook een paradoxale situatie: de ideeën van de strijdbare feministen hadden een totaal nieuw beeld van vrouwen opgeleverd, terwijl tegelijkertijd door de economische crisis en het opkomende fascisme vrouwen sterker dan ooit bevestigd werden in hun rol van moeder (van het ‘zuivere ras’) en hoedster van huis en haard.
Het aantal vrouwen dat na het verkrijgen van het vrouwenkiesrecht actief werd in de partijpolitiek bleef lange tijd nihil, mede door het weer opnieuw opkomende beeld van ‘vrouwelijkheid’: een ‘vrouwelijke’ vrouw bemoeide zich niet met politiek, al bleven vele vrouwen, ook na 1920, actief in uiteenlopende vrouwenorganisaties, maar dit werd niet als politiek beschouwd.
1921: De vrouwen krijgen in België het recht als parlementslid te worden verkozen.
1922: Stemrecht voor de Engelstalige Canadese vrouwen, de dames uit Quebec moeten tot in 1940 wachten.
1923: Dat jaar volgen een hele reeks landen met de invoering van het vrouwenkiesrecht. Het zijn Oostenrijk, Hongarije, Polen, Tsjechoslovakije, Letland, Litouwen en Estland.
1927: The Federal Industrial Institute for Women opens in Alderson, West Virginia, as the first women’s federal prison in the United States.
1928: De Britse vrouwen mogen nu ook van hun 21ste jaar af stemmen.
1937: The Philippines holds a plebiscite for Filipino women on whether they should be extended the right to suffrage; over 90% would vote in the affirmative.
1945: Invoering van het vrouwenstemrecht in Frankrijk en Italië.
1948: Door de wet van 19 februari mogen ook de Belgische vrouwen aan parlementsverkiezingen deelnemen. Maar ons land was niet het laatste om het vrouwenstemrecht in te voeren, want de Zwitserse vrouwen zouden nog tot in 1971 moeten wachten om te mogen kiezen.
Na de Tweede Wereldoorlog konden en moesten vrouwen het door hen verrichte mannenwerk weer aan de mannen overlaten. In de meeste West‑Europese landen werd door zowel socialisten, liberalen en confessionele politici gepleit voor ‘gezinsherstel is volksherstel’. Moederschap werd weer de enige plicht.
Uit verkiezingsonderzoeken uit die tijd blijkt dat het electorale gedrag van de doorsnee Nederlandse vrouw nochtans weinig afwijkend was van dat van de Nederlandse man. Vrouwen toonden echter minder ‘politiek zelfvertrouwen’, d.w.z. ze hadden minder het idee politieke invloed uit te kunnen oefenen. Dit verschil hangt mede samen met het veel lagere opleidingsniveau dat vrouwen rond die tijd nog hadden.
1963: The publication of Betty Friedan’s The Feminine Mystique reawakens the Feminist Movement in the United States as women’s organizations and consciousness raising groups spread.
Tot ongeveer 1970 is het aandeel van vrouwen in het politieke leiderschap dus uitzonderlijk gering, terwijl men er tegelijkertijd van uitging dat de gelijkheid der seksen bijna was bereikt. Het verlangen de maatschappij te veranderen was eind jaren zestig in Europa en de Verenigde Staten vooral onder jongeren immers zeer groot. Men dacht op het breukpunt van een algehele maatschappelijke omwenteling te leven. Korte tijd was de verbeelding aan de macht. Toenmalige rebellen van de commune‑ en de studentenbeweging daagden zowel de machthebbers als ‘Oud Links’ uit door de grenzen van wat als politiek werd opgevat te verleggen. Ze verweten hen dat ze geen enkel oog hadden voor seksualiteit en voor het, door de kapitalistische maatschappij opgedrongen, autoritaire en op consumptie gerichte patroon van het gezinsleven. Repressie vond volgens de woordvoerders van de generatie van ’68, zowel op seksueel, cultureel als economisch gebied plaats en bovendien waren deze drie gebieden niet te scheiden. Toch waren de vrouwen zelf bijna niet betrokken in deze discussies. Vrouwen waren meer het probleem dan dat ze het probleem definieerden, m.a.w. vrouwen waren eerder het object dan het subject voor de zestigers.
De leuze ‘het persoonlijke is politiek’ van de vrouwenbeweging van begin jaren zeventig van vorige eeuw was dan ook tegelijk een vervolg op de maatschappijkritiek van (alternatief) “Nieuw Links” van de jaren zestig als een kritiek op de dogmatische verwording ervan. De zestigers hadden theoretische steun gezocht bij Herbert Marcuse maar diens theorie bood geen duidelijke strategie, terwijl Marx, onder meer herontdekt via Marcuse, dat wél deed. Een groot deel van de rebellen werd dan ook marxistisch, waarbij de voordien geuite kritiek op het socialisme werd ingeslikt; de uitbreiding van het begrip politiek met seksualiteit en kritiek op het gezin werd uitgesteld tot na de revolutie.
Toch kan men stellen dat de ‘democratische ruimtes’ die de nieuwe sociale bewegingen van de sixties hadden gecreëerd, vrouwen de mogelijkheid gaven om zichtbaar te worden in de openbare sfeer. Met het begin van de vrouwenbeweging eind jaren zestig, en vooral via de praatgroepen begin jaren zeventig, begonnen vrouwen hun eigen ervaringen te onderzoeken en zichzelf als subjecten van de geschiedenis te definiëren. Wat vrouwen eerst zagen als hun persoonlijke problemen was niet alleen politiek bepaald, maar ze konden deze problemen ook veranderen door hun eigen acties. Vrouwen breidden het begrip politiek niet alleen uit met seks, maar ook met sekse, niet alleen met kritiek op het gezin, maar ook op de werkzaamheden daarbinnen. Wellicht dààrom nam het aantal vrouwelijke politici heel langzamerhand toe, vooral eind jaren zeventig, als het aantal vrouwen dat naar het hoger onderwijs gaat ook aanzienlijk is toegenomen.
Het aantal vrouwelijke partijleden en vertegenwoordigers in de Nederlandse Tweede Kamer bedraagt momenteel resp. 30 en 25%. Opmerkelijk is echter dat deze toename zich niet op alle terreinen voordoet: in het bedrijfsleven bekleden ongeveer 15% vrouwen de hogere posities, op de Nederlandse universiteiten is nog geen 5% van de vrouwen hoogleraar.
De huidige theorievorming binnen vrouwenstudies, ontwikkeld vanuit de feministische beweging, kan worden gezien als een zeer belangrijke, nog steeds werkzame voortzetting van delen van het radicalisme van de zestigers. Vanuit de praatgroepen van de jaren zeventig, waarbij de overeeenkomsten in persoonlijke problemen als politieke problemen werden benoemd, ontstond het idee van ‘wij vrouwen’. Dit idee werd echter rond 1980 bekritiseerd binnen vrouwenstudies: er bestond niet zoiets als een eenduidig subject ‘vrouw’ (of ‘man’). Het idee van ‘essentiële’ vrouwenlijkheid werd afgewezen: vrouw/vrouwelijkheid en man/mannelijkheid zijn constructies, waarvan de betekenissen bepaald zijn door de machtsrelatie in de maatschappij. Omdat mensen niet alleen bepaald worden door hun sekse, maar ook door hun etniciteit, klassepositie, seksuele voorkeur, koloniale geschiedenis etc., wordt binnen vrouwenstudies sekse niet meer als dé centrale politieke categorie gezien, maar als één van de relevante politieke categorieën.
De leuze ‘het persoonlijke is politiek’ wordt ten dele bekritiseerd, omdat deze impliceert dat àlles politiek is of moet zijn met als consequentie dat er geen persoonlijke, maar alleen collectieve oplossingen zijn voor vrouwenonderdrukking. Als het persoonlijke en het politieke samenvallen kan dit leiden tot moralistische oplossingen. De huidige verwarring is echter ook positief omdat nu alles ondervraagd kan worden. Al heeft de collectivistische ‘orthodoxie’ heeft plaatsgemaakt voor nadruk op het individu en al is het hoopvolle idealisme grotendeels veranderd in onzekerheid, toch zijn de politieke idealen grotendeels dezelfde gebleven.

(met dank aan Dr.Saskia Poldervaart)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.