Voor wie zich afvraagt vanwaar de uitdrukking “de Jonge Turken” afkomstig is: in 1908 pleegde een groep Turkse officieren een staatsgreep. Zij noemden zich “de Jonge Turken”.

Zij stelden zich ten doel: modernisering van de staat; de oprichting van een parlementaire democratie; afschaffing van allerlei voorrechten voor groepen buitenlanders (zoals Engelsen, Fransen en Duitsers). Ze werden geïnspireerd door het voorbeeld Japan, dat zich eind negentiende eeuw in hoog tempo had gemoderniseerd. Het waren nationalistische officieren, die de Europese opdringerigheid en overheersing haatten en tegelijk de westerse techniek en vooruitgang bewonderden.
Sultan Abdülhamit II beschikte niet over loyale troepen en capituleerde voor de opstandige Jonge Turken. Hij moest akkoord gaan met het kortwieken van zijn macht. Binnen een jaar werd hij vervangen door zijn kleurloze broer Mehmet V, die geen enkele invloed had.
De Jonge Turken hebben Turkije omgevormd tot een seculiere en – ondanks hun oorspronkelijke doelstellingen – op het westen gerichte staat. Van de latere president Mustafa Kemal Atatürk wordt beweerd dat hij was beïnvloed door de ideeën van de Jonge Turken, alhoewel hij het nooit met ze kon vinden.
Vrouwen kregen stemrecht na de Eerste Wereldoorlog, de macht van het parlement werd hersteld en de constitutie hervormd aangenomen. De scheiding tussen godsdienst en staat werd strikt doorgevoerd, elke uitdrukking van islamitische religie verboden. Het ideaal van de Jonge Turken was een systeem van lokale islamitische geestelijken die loyaal aan de staat waren en de seculiere staat accepteerden.
Aanvankelijk hoopten de Jonge Turken op een soort Ottomaans nationalisme, dat aan alle onderdanen van alle nationaliteiten of geloven appelleerde. Het zou bovendien hiermee de christelijke Europese landen een argument ontnemen om zich met Ottomaanse zaken te bemoeien. De eerste dagen na de staatsgreep vonden dan ook met name op de Balkan verbroederingstaferelen plaats tussen Turkse, Griekse, Bulgaarse, joodse en Armeense onderdanen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen de Jonge Turken echter in Duits vaarwater terecht. Eén van hen, Enver Pasja, was enige tijd militair attaché in Duitsland geweest en als nieuwe minister van Oorlog oefende hij grote macht uit. Hans Freiherr von Wangenheim, de nieuwe Duitse ambassadeur, won zijn vertrouwen en zo verminderde de Britse invloed in Turkije. Maar de belangrijkste reden dat de kant van Duitsland werd gekozen was het feit dat de andere mogendheden (Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland) weigerden om in te gaan op het verzoek van het Ottomaanse rijk bondgenootschappen aan te gaan. [Wikipedia]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.