De jaarlijkse barokopera in de Vlaamse Opera in Gent was in januari 1996 “Serse” van Georg Friedrich Haendel, een productie van the English National Opera uit 1987.

The English National Opera, dat betekent dus ook dat ze in het Engels werd gezongen en dat gaf vooral bij de recitatieven grote problemen, aldus Jos Van Immerseel, die in Antwerpen en Gent wel degelijk een originele Italiaanse uitvoering leidde. Het was zelfs zo erg dat hij het continuo er niet onder kreeg en men dus énkel een clavecimbel te horen kreeg.
Bovendien was de Engelse versie gebaseerd op de zogenaamd kritische uitgave door Charles Mackerras, maar Van Immerseel heeft deze resoluut van de hand gewezen en heeft teruggegrepen naar het origineel. “Alweer was de regisseur heer en meester,” aldus Jos. “Als je de partituur niet respecteert, ben je eigenlijk met toneel bezig. Bovendien wordt er veel te visueel gedacht, in termen van film of televisie, waarbij theaterwetten met de voeten worden getreden. Men speelt b.v. te ver achteraan, wat problemen geeft met de simultaniteit met het orkest. Ik wil niet terug naar de dictatuur van de dirigent, maar er moet een samenwerking zijn.”
Natuurlijk heeft hij principieel gelijk, maar daar staat tegenover dat de regisseur waarover hij het heeft dus niemand minder dan Nicholas Hytner was, die op dat moment zo’n geweldig bioscoopsucces had met “The madness of King George” en in de Londense West End met de rockmusical “Miss Saigon”. Dat maakte natuurlijk ook dat Hytner op dat moment andere dingen aan het hoofd had en dat het Julia Hollander was die de instudering voor haar rekening nam (de Vlaamse Opera had vroeger reeds een andere Hytner-productie geprogrammeerd, namelijk “King Priam” van Michael Tippett, maar ik kan me niet meer herinneren of Hytner in dit geval zelf de regie in handen heeft genomen). Anderzijds mocht Jos Van Immerseel het werk deze keer (in tegenstelling tot “Alcina” van enkele jaren terug) met zijn eigen orkest Anima Eterna uitvoeren.
De titelrol was oorspronkelijk voor een castraat geschreven, maar werd in Engeland door een tenor gezongen, met name de Fin Jorma Silvasti, en in Gent en Antwerpen was het uiteindelijk een mezzo-sopraan (Mariana Cioromila). Zijn broer Arsamene daarentegen werd oorspronkelijk gezongen door een sopraan, maar hier door een contratenor (Christopher Robson). In de barok veranderde men immers van geslacht alsof het niets was. Denk maar aan de bekendste aria uit deze opera (“Ombra mai fu”) waarvan opnames bestaan door zowat alle stemtypes! Ook Händel veranderde trouwens de stemtypes bij hernemingen, zodat Van Immerseel hiermee veel minder moeite heeft.

Referentie
Ronny De Schepper, Haendels opera Serse, Het Laatste Nieuws 9 januari 1996

P.S. Ik heb geen illustratie meer teruggevonden van de opvoering door de Vlaamse Opera. Aangezien ik graag de bekendste aria “Ombra mai fu” wou in beeld brengen, moet u het dus stellen met een foto uit de productie van de opera van Houston.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.