Johann Lukas Ignatius Dismas Zelenka was een Boheems contrabassist en componist.

Over zijn leven is weinig bekend. Vast staat dat hij Johann Sebastian Bach en zonen persoonlijk heeft gekend en dat Bach hem tot de belangrijkste componisten van zijn tijd rekende. Aan het begin van de twintigste eeuw was zijn werk vrijwel geheel in de vergetelheid geraakt. Pas sinds de jaren zeventig wordt zijn werk weer meer en meer uitgevoerd.
Zelenka ontving zijn eerste muzieklessen waarschijnlijk van zijn vader, de cantor en organist van een stadje nabij Praag. Hij bezocht daarna zeer waarschijnlijk het Jezuïetencollege Collegium Clementinum te Praag, waaraan hij in de periode 1704-1723 ook enkele composities leverde. In 1709 was hij als musicus verbonden aan de huishouding van de keizerlijke stadhouder Johann Hubert Ritter von Hartig. In 1710-1711 verhuisde hij naar Dresden, waar hij als bassist in de hofkapel van August de Sterke werd aangenomen. Dit orkest, waaraan Zelenka voor de rest van zijn leven verbonden bleef, groeide gaandeweg uit tot een van de beste orkesten van Europa.
De jaren 1716-19 stonden voor Zelenka in het teken van studie en verdieping. Veel blijft over deze periode onduidelijk. Zelenka maakte studiereizen naar Wenen en naar Italië. Hij bezocht in deze jaren Venetië, waarvoor in 1715 in de hofkas geld vrijgemaakt werd, en was enige tijd leerling van de componist Antonio Lotti. Ook Alessandro Scarlatti zou hem les gegeven hebben. In elk geval verbleef hij vanaf 1716 met grote regelmaat in Wenen, waar hij in contrapunt les kreeg van de in zijn tijd vermaarde keizerlijke kapelmeester Johann Joseph Fux. In Wenen gaf Zelenka zelf ook les in contrapunt aan Johann Joachim Quantz.
Terug in Dresden nam Zelenka vanaf 1719 – samen met kapelmeester Johann David Heinichen – de taak op zich de composities te verzorgen voor de nieuw gebouwde hofkerk van Augustus de Sterke, die katholiek was geworden om de troon van Polen te kunnen verwerven. Vanaf 1720 groeide Dresden onder hun handen uit tot het centrum van katholieke kerkmuziek in de Duitstalige landen. Zelenka’s belangrijkste composities uit deze jaren zijn de 27 Responsoria pro Hebdomada Sancta (ZWV 55) en zijn tegenwoordig bekendste werk, de zes triosonates (ZWV 181), die op 19 januari 1995 in Gent werden uitgevoerd door Arie van der Beek en Marleen Gorgon hobo, Jérôme Dayan fagot en Christoph Gerlach clavecimbel, tijdens een lunchconcert van de Vlaamse Opera. Van deze vooruitstrevende kamermuziek is de structurele en thematische complexiteit in deze periode alleen te vergelijken met het werk van Johann Sebastian Bach.
In 1721-22 bezocht Zelenka Praag. In 1723 ontving hij van het Collegium Clementinum de opdracht om een Melodrama de Sancto Wenceslao (ZWV 175) te componeren ter gelegenheid van de kroning van keizer Karel VI tot koning van Bohemen. De uitvoering in september 1723 in het bijzijn van het keizerlijke echtpaar werd voor Zelenka een artistieke triomf. Misschien ook in samenhang met de kroningsfeesten ontstonden in 1723 een aantal orkestwerken (ZWV 186-189).
In 1726 begon Zelenka een lijst op te stellen van zijn composities. Ondanks zijn grote inzet voor de Dresdense hofkapel in deze jaren (hij nam veelvuldig de plaats in van de ziekelijke kapelmeester Heinichen) behield hij het magere salaris van een gewoon orkestlid. Toen Heinichen in 1729 stierf, nam Zelenka al diens verantwoordelijkheden op zich. Het is uit enkele petities aan zijn werkgever duidelijk dat de componist vergeefs verwachtte dat hij Heinichen zou opvolgen. Waarschijnlijk omdat hij de modieuze nieuwe opera in zijn stad wilde bevorderen, benoemde de Dresdense Saksische keurvorst en Poolse koning in 1733 niet de traditionele Zelenka, maar de jongere aanstormende operacomponist Johann Adolf Hasse tot kapelmeester. In plaats daarvan ontving de oudere componist enkele jaren later de benoeming van hofcomponist en in 1735 van „Kirchen-Compositeur“ en daarmee een verhoging van zijn salaris.
Vanaf 1733 liep de compositorische activiteit van Zelenka snel terug. Zijn gezondheid liet vanaf 1735 waarschijnlijk steeds meer te wensen over. Er zijn ook aanwijzingen dat hij betrokken raakte in een slepende rechtszaak. Desondanks ontstonden in deze jaren zijn belangrijkste werken: vijf missen, waaronder de drie zogenaamde Missae Ultimae (1740-1741).
Hij stierf in 1745, ongehuwd, enkele dagen voor Kerstmis. Er is geen enkel schilderij of afbeelding van hem bekend, al circuleren er wel enkele beeltenissen op het internet. Aangezien ik – in tegenstelling tot bij Pieter Van Maldere – niet kon achterhalen wie de afgebeelde persoon dan wél mocht zijn, heb ik het toch maar gewaagd een beeltenis over te nemen. Voor het geval ik er alsnog achter zou komen dat het niet kan kloppen, publiceer ik hieronder het CD-boekje van Paul Dombrecht, de man die instond voor zijn herontdekking hier bij ons, en dat kan dan nog eventueel van pas komen.  (Wikipedia)

Referentie
Ronny De Schepper, Herontdekt, Het Laatste Nieuws 19 januari 1996

foto1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s