Mensen, wat vliegt de tijd! Het is vandaag al 35 jaar geleden dat de eerste aflevering van het kunstenprogramma “IJsbreker” op de BRT werd uitgezonden. De centrale gast was Panamarenko. Dat is het enige wat ik ervan heb onthouden, want een recensie heb ik niet. Wellicht omdat die door Lode De Pooter werd geschreven. Maar na die ene uitzending had Lode er genoeg van en moest ik opdraven. Ik heb dat naar bestvermogen gedaan (en hier en daar zie ik nog wel invloeden van Lode die ik vaak willens, maar soms ook nillens in mijn recensie heb verwerkt), maar wat mij na al die jaren absoluut verbaast, zodanig zelfs dat mijn verstand er stil bij staat: ik heb het nergens over Pol Hoste (foto), die het geheel aan elkaar praatte!

Het ijs was gebroken voor de tweede aflevering van « IJsbreker ». Na de afslachting van Panamarenko vroegen wij om « een betere gast » en het werden er niet minder dan… vijf !
Natuurlijk namen Gaston Durnez en Guido Van Hoof enerzijds en Paul Goossens, Bob Van de Voorde en Ronald Soetaert anderzijds de gelegenheid te baat om uitgebreid reclame te maken voor hun winkel (resp. de « Standaard der Letteren » en de weekendbijlage van « De Morgen »), maar het kan niet worden ontkend dat een discussie over hoe men cultuur tot de lezers moet brengen leerzaam kan zijn voor alle betrokkenen. Of laten we ons nu misleiden omdat ook bij ons de strijd tussen « elitair » en « populair » nog steeds niet is uitgevochten ?
Wel jammer dat men als « lezerspubliek » vier verlichte geesten uit Geel liet opdraven, die plat achterover gingen voor de Heilige Koe, zijnde de cultuurbijlage van het « NRC-Handelsblad ». Alhoewel wij ons af en toe aan zijn arrogantie stoorden, moeten we hier dan toch hulde brengen aan Ronald Soetaert die deze aanbidders vloerde door erop te wijzen dat de « polemieken » waarvoor de Hollandse bladen zo worden geprezen, vaak op niets berusten en enkel dienen om elkaars verkoop aan te zwengelen. Hoe dan ook, een geslaagde televisieavond. (De Rode Vaan nr.9 van 1983)

Bij het eind van vorig seizoen kwamen we tot de conclusie dat de « IJsbreker », waarmee de dienst Kunstzaken van de BRT maandelijks trachtte de barrière tussen kunstenaars en het grote publiek te doorbreken, op een zandbank was vastgelopen. Wij vroegen ons zelfs af of men het logge schip ooit wel weer vlot zou trekken. Met vereende krachten is dit blijkbaar wel gebeurd, aangezien er op 31-8 met een nieuwe reeks werd gestart. Helaas, in onze ogen is het schip alweer gekapseisd.
Dit lag in de eerste plaats zeker aan het onderwerp, tatoeage, zelf. Hier is namelijk een jammerlijk misverstand ontstaan. Het is niet omdat wat tatoeëerders doen zeer « kunstig » is, dat het ook « kunst » is. De elementaire drijfveer van deze mensen is immers niet de Kunst te dienen, maar integendeel de Mammon. Voor ons part is dat hun goed recht en dat ze hun werk zo prachtig mogelijk proberen af te leveren lijkt ons niet meer dan normaal. Op dat gebied zijn ze (als we even oneerbiedig mogen zijn) eerder te vergelijken met zondagsschilders dan met James Ensor.
Maar op de tweede plaats is er ons inziens ook iets fout met het hele opzet van het programma. Het per se vanuit verschillende locaties live in de ether willen gaan, mag op zich wel aanlokkelijke televisie lijken, maar is het meestal niet. Zeker nu niet, nu er geen « conflictstof » was tussen Bertie in Oostende en zijn vriendin Gina in Antwerpen. Bovendien bleef de studio in Brussel eigenlijk ongebruikt (op het tonen van een paar foto’s na), zodat de « stem » helemaal op z’n eentje de hopeloze leemte diende op te vullen.
Nu, « IJsbreker » is nog niet de ergste kwaal die ons in dit « nieuwe » (?) televisieseizoen is komen teisteren. « Mini-Micro-Macro » of « Hoger-Lager » zijn natuurlijk nog van een ontstellend lager peil (bovendien — mogen we dit terloops even kwijt ? — gaat de prijs van debiliteit naar het Amerikaanse feuilleton « Van 9 tot 5 », maar we hebben niet de gewoonte ons met de, erg dubieuze aankooppolitiek van de BRT in te laten).

Het programma van de dienst Kunst-Zaken, « IJsbreker », heeft reeds zoveel kritiek te verduren gekregen, niet op het idee zelf maar op de manklopende technische uitwerking, dat de makers moeten hebben gedacht : laten we een bekend regisseur zelf de touwtjes in handen geven. Lukt het, dan hebben we een primeur. Lukt het niet, dan is het toch onze schuld niet.
Het spreekt vanzelf dat men voor dit « experiment » een beroep moest doen op iemand die uitdagingen niet vreest. Zo iemand is Franz Marijnen die in de Antwerpse opera op dat ogenblik (28-9) keet schopte met een « merkwaardige » aankleding van Verdi’s « Aïda » (zie ook hier).
Eén van de locaties was trouwens de Antwerpse opera waar mezzosopraan Livia Budai een nummertje « caprices » weggaf. Ingetogener was bariton Wolfgang Lenz die Wagner vertolkte tegen een achtergrond van Ensor-schilderijen in het Antwerpse museum. Deze schilderijen werden verder in beeld gebracht met « geïmproviseerde » muziek van een Argentijns pianist vanuit een studio in Brussel. En tenslotte waren er ook nog een aantal videobanden met « hoogtepunten » uit Marijnens oeuvre en zowaar ook een fraaie opname van een dribbel van Johan Cruyff.
Ondanks de bedenkingen bij het optreden van Budai merkt u reeds dat, wellicht voor het eerst, de verschillende relais goed werden aangewend. De manier waarop van het ene naar het andere werd overgeschakeld liet echter nog te wensen over. Vooral omdat Marijnen eigenlijk als presentator fungeerde en zijn regie-aanwijzigingen delegeerde naar één van de vier (!) « echte » regisseurs die aan de knoppen zaten. Zo kwam niet alleen Marijnen in beeld terwijl dat eigenlijk niet hoefde, maar ook de regiekamer zelf, een oude truuk waar je rap op uitgekeken bent.
Natuurlijk leidde dit concept automatisch ook tot een programma « voor vriendjes ». Dit kwam o.m. tot uiting in de commentaar van Marijnen die zich al te vaak beperkte tot de stoplap : « Wat moet ik hier nog over zeggen ? » alsof de beelden voor zich spraken. Nu, voor hem en zijn vrienden zal dat wel zo geweest zijn, maar voor de modale kijker zeker niet. Die kreeg bij elke shot de indruk van : kijk, dit is nu Kunst zie, o god, wat is dat Kunst… en wat ben ik toch een arme stakker dat ik er niets van begrijp en mij eigenlijk zit te vervelen ! (De Rode Vaan nr.41 van 1983)

Eén ding moeten we « IJsbreker » nageven : het programma weet ons constant te verbazen. Het eerste half uur van « Let’s dance » (25-10) konden we zelfs onze ogen niet geloven. Ge moet het maar kunnen : een dansschool in Borgerhout, primitieve Afrikaanse dansen in Eeklo en Oosterse bewegingen in de studio (door sommigen zelfs niet als dansen beschouwd) aan elkaar laten praten door actrice Cara van Wersch en ballroom-danser Eduard Vermeulen. Die twee zitten onder mekaar een beetje te keuvelen, terwijl ondertussen lukraak wordt overgeschakeld van het ene naar het andere. Soms kreeg je zelfs Afrikaanse dansen te zien, terwijl je « Foxy Foxtrot met je elastieken benen » hoorde (in Borgerhout).
Hét beeld van de uitzending was echter de man die eenzaam stond te tapdansen in de gangen van de BRT. Dat zal ons voor altijd bijblijven. De eenzaamheid van de lange afstandstapdanser… (De Rode Vaan nr.45 van 1983)

Met de jongste aflevering van “IJsbreker” (11/4/1984) met als thema “Laat u niet ont-goochelen” was het weer volop prijs. Zodanig zelfs dat we ons afvroegen of we ons al die tijd niet hebben vergist. Misschien is het juist het opzet van “IJsbreker” om ruzies uit te lokken. En dat was in déze aflevering natuurlijk te verwachten indien men enerzijds goochelaars (mensen die doelbewust truuks gebruiken en daarop ook fier zijn) en anderzijds mensen die zich met parapsychologie inlaten (en die als dusdanig beweren een beroep te doen op “paranormale” gaven en alle truuks schuwen… ook al worden zij door professionele goochelaars vaak ontmaskerd als bedriegers) op het scherm brengt. Traditiegetrouw werden zij van elkaar gescheiden (Gent en Kortrijk) en in de studio te Brussel plaatste men een professor en zijn akoliet die een paar kritische vragen stelden aan de “parapsychologen” en bijgevolg ook door deze “bezetenen” werden bestreden, zodat de spraakverwarring compleet was. Nogmaals, “ont-goocheld” waren we niet want dit blijkt nu eenmaal het opzet te zijn van “IJsbreker”. Alleen dus een technische opmerking: het moet toch mogelijk zijn om de klank in de andere lokaties weg te draaien terwijl iemand aan het woord is? Zou dit niet beter zijn dan het elkaar voortdurend onderbreken? Alles bij elkaar misten we de lichte insteek, of inbreng pardon, van een Lode Willems, oud-r.v.-redacteur en nu sterrenwichelaar bij een blad voor mensen die denken dat ze denken. Die zal zeker weer de bus gemist hebben…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s