Thor Hushovd, de Noorse voormalige wielrenner uit Grimstad, viert vandaag zijn veertigste verjaardag (foto Erik Westerlinck).

Al van bij de jeugd bleek dat Thor Hushovd een enorm potentieel had. Zo werd hij in 1995 als eerstejaars junior Noors kampioen individuele tijdrit in deze categorie. Een jaar later prolongeerde hij deze titel, en won hij ook nog de wegrit.
In 1998 volgde dan zijn grote doorbraak. In mei van dat jaar reed hij in de Parijs-Roubaix voor beloften iedereen naar huis: hij versloeg de Belg Geoffrey Demeyere en Moris Sammassimo uit Italië. In oktober reed hij als voorbereiding op het nakende wereldkampioenschap Parijs-Tours voor beloften, deze wedstrijd wist hij ook te winnen. Op het WK dat in het Nederlandse Valkenburg verreden werd startte hij zowel in de tijd- als wegrit. In de wegrit wist Ivan Basso het peloton uiteindelijk 16 seconden voor te blijven. In de spurt om de tweede plaats moest Hushovd Rinaldo Nocentini, Danilo Di Luca en Aljaksandr Oesaw laten voorgaan, en werd dus 5de. In de tijdrit over bijna 32 kilometer duldde Hushovd echter geen tegenstand: hij reed er zijn dichtste belager Frédéric Finot uit Frankrijk op net geen 4 seconden (43:19.84 om 43:23.35). Dit was voor de Noren het eerste WK-goud bij de mannen.
Zijn uitstekende resultaten in de jeugdreeksen leidde tot veel interesse van grote wielerploegen. Zo mocht hij vanaf 1 september 1999 een stage lopen bij het Franse topteam Crédit Agricole. Eerder dat jaar had hij al etappes gewonnen in de Ronde van Zweden en in de Ringerike GP, in deze laatstgenoemde won hij ook het eindklassement, net als in de Ronde van Loir-et-Cher. Door al deze goede resultaten kreeg Thor Hushovd vanaf 2000 een profcontract bij Crédit Agricole, hij werd toen net 22.
Voor het seizoen 2000 verhuisde hij naar Frankrijk, waardoor hij Frans leerde spreken. Nadat hij 3 etappes in de Ringerike GP, een kleine rittenkoers in zijn thuisland, had gewonnen, eindigde hij ook 2de in het eindklassement achter de Pool Arkadiusz Wojtas. Verder won hij nog ritten in de Ronde van de Oise, en in de Ronde van de Ain. Op het wereldkampioenschap van dat jaar eindigde hij 22ste in de tijdrit op 4 minuten en 8 seconden achter de Oekraïner Serhij Hontsjar. In de wegrit eindigde hij pas 109de op 16 minuten van de Letse winnaar Romāns Vainšteins.
In 2001 begon hij zijn seizoen goed met 3 ritten en de eindoverwinning in de Ronde van Normandië. Ook in de Ronde van Zweden won hij 2 etappes en het eindklassement met amper 17 seconden voorsprong op zijn ploeggenoot de Australiër Stuart O’Grady. Eind juni begon hij aan zijn eerste grote ronde: de Ronde van Frankrijk. In de 5de etappe won hij samen met Bobby Julich, Jens Voigt, Jonathan Vaughters, Frédéric Bessy en Stuart O’Grady de ploegentijdrit. Tijdens de 12de rit gaf hij op. In Parijs-Tours eindigde hij dat jaar 4de op 2 seconden van winnaar Richard Virenque.
2002 begon voor Thor Hushovd aarzelend, het was wachten op zijn eerste zege tot in de Ronde van Frankrijk. Hij was al drie keer in de top tien geëindigd en schreef uiteindelijk de achttiende etappe naar Bourg-en-Bresse op zijn naam, door zijn medevluchters Christophe Mengin uit Frankrijk en de Deen Jakob Piil in de spurt te verslaan. Hierna won hij zijn eerste nationale titel bij de elite voor Steffen Kjærgaard en Bjørnar Vestøl.
Het seizoen 2003 was wat mager voor Hushovd: hij won enkel een etappe in de Ronde van Castilië en León in april en in juni ook nog in de Dauphiné Libéré. In het najaar won hij ook zijn eerste wedstrijd in België: de GP Jef Scherens te Leuven.
2004 was een boerenjaar voor de sterke Noor. Na meerdere overwinningen in het voorjaar won hij in juni 2 jaar na zijn eerste nationale titel in het tijdrijden een tweede. Hiernaast wist hij ook voor de eerste maal de wegrit naar zich toe te trekken. In 2004 veroverde Hushovd in de eerste etappe van de Ronde van Frankrijk meteen de groene trui. In de tweede etappe vergaarde hij dankzij bonificatieseconden ook de gele trui. Beide truien moest hij later echter weer inleveren. Wel maakte hij tot Parijs kans op de groene trui en werd hij na Robbie McEwen uiteindelijk tweede in dit puntenklassement. In zijn Noorse kampioenentrui won Hushovd in die tour wel de achtste etappe naar Quimper, door de Luxemburger Kim Kirchen, die zich in de laatste honderden meters wat van het peloton afgescheiden had, net op tijd te kloppen.
In het voorjaar van 2005 werd Hushovd derde in Milaan-San Remo en negende in Parijs-Roubaix. In de twaalfde rit van de Tour van 2005 veroverde hij weer de groene trui na opgave van Tom Boonen. Deze keer ging de strijd tot de laatste dag om het groen tussen Hushovd, opnieuw McEwen en diens landgenoot zijn voormalige ploegmaat Stuart O’Grady. De traditionele massasprint tijdens de laatste rit op de Champs-Élysées in Parijs bleef echter uit, want Aleksandr Vinokoerov wist uit handen van het peloton te blijven, zodat Thor het groen – weliswaar zonder etappewinst – definitief mocht behouden.
In het voorjaar van 2006 won hij Gent-Wevelgem, na een massasprint waarin hij David Kopp en Alessandro Petacchi klopte. In de Tour van 2006 won Hushovd zowel de proloog als de laatste etappe in Parijs, wat een primeur was. Tijdens de massaspurt op de Champs-Élysées koos hij het wiel van McEwen, de drager en uiteindelijk winnaar van de groene trui, en klopte hem in een rechtstreeks duel.
In de Tour van 2007 won Hushovd de vierde etappe na een massaspurt voor de Zuid-Afrikaan Robert Hunter. In de Tour van 2008 won hij de tweede etappe, na opnieuw een massaspurt, waarbij hij op het juiste moment uit het wiel van zijn gangmaker Mark Renshaw sprong en op de streep Kirchen afhield.
In januari 2009 werd besloten – na enkele jaren in Zwitserland te hebben gewoond – naar Monaco te verhuizen, waar het klimaat er wielrenners gunstiger gezind is. Ook stapte Thor over naar een andere wielerploeg, namelijk het Zwitserse Cervélo. In zowel Milaan-San Remo als Parijs-Roubaix eindigde hij als derde op het podium. In de Tour van 2009 won Hushovd voor de tweede keer de groene trui, ditmaal voor topfavoriet Mark Cavendish, die wel zes ritten won. Onder andere tijdens een bergrit trok Hushovd ten aanval en sprokkelde onderweg voldoende punten om Cavendish af te houden; ook de zesde etappe sleepte hij in de wacht, door in de massaspurt Óscar Freire nog net te kloppen.
In het voorjaarsseizoen van 2010 eindigde Hushovd zesde in Milaan-San Remo en tweede in Parijs-Roubaix. Toen Hushovd in mei 2010 op training in Italië zijn linkersleutelbeen brak, kwam zijn deelname aan de Ronde van Frankrijk even in het gedrang. In de derde etappe, een door velen vooraf gevreesde kasseienrit (“een mini-Roubaix“, aldus Hushovd), was hij in de spurt vijf medevluchters, onder wie Fabian Cancellara, Cadel Evans en Andy Schleck te snel af; na de rit mocht hij zijn Noorse kampioenentrui voor de groene puntentrui inwisselen. Na de elfde rit, die Cavendish won, stond Hushovd het groen af aan Petacchi. In de twaalfde etappe, een heuvelrit, reed hij met een kopgroep mee vooruit, waardoor hij in de tussensprints genoeg punten pakte om de groene trui weer over te nemen van Petacchi, die het kleinood een dag later echter heroverde. Met een tiende plaats in de zestiende etappe, de koninginnenrit van de Pyreneeën met aankomst in Pau, haalde hij zes punten en nog eens de groene trui binnen, om deze kort daarop voor de derde keer en ditmaal definitief aan Petacchi af te staan.
Op 3 oktober 2010 veroverde Hushovd de wereldkampioenentrui in Geelong in Australië. In de laatste ronde van een koers van 260 kilometer raakte Philippe Gilbert alleen voorop, maar kon door het peloton teruggehaald worden, waarna Hushovd met krachtige halen de massaspurt won voor de Deen Matti Breschel en thuisrijder Allan Davis.
Vanaf 2011 kwam de Noor uit voor de Amerikaans ploeg Team Garmin-Cervélo. In januari werd hij door de Noorse sportpers tot sporter van het jaar 2010 gekroond. De zogeheten vloek van de regenboogtrui trof ook Hushovd, die in het voorjaar met ademhalingsproblemen sukkelde. Het grote doel was Parijs-Roubaix, maar mede door de ploegtactiek kon hij niet deelnemen aan de achtervolging op zijn ploegmaat en latere winnaar Johan Vansummeren, waardoor hij op een enigszins ontgoochelende achtste plaats eindigde.
Na acht maanden won hij dan toch voor het eerst in de regenboogtrui en wel na een taaie spurt in de vierde rit in de Ronde van Zwitserland, waarbij hij Peter Sagan, de winnaar van de vorige rit, in de laatste meters nog net inhaalde. In de Tour van 2011 veroverde Hushovd na de tweede etappe de gele leiderstrui, nadat zijn ploeg Garmin de ploegentijdrit gedomineerd had, waarna Hushovd als best geklasseerde renner – daags voordien was hij als derde geëindigd, na Philippe Gilbert en Cadel Evans – de gele trui van Gilbert overnam. Ondanks het dragen van de gele trui en twee voorgaande eindoverwinningen in het puntenklassement schikte hij zich de volgende etappe naar de teamorders en zette op 4 juli (de Amerikaanse nationale feestdag) zijn Amerikaanse ploegmaat Tyler Farrar op 150 meter van de meet perfect af, zodat deze in een massasprint zijn eerste tourrit in de wacht kon slepen. Na zeven dagen de gele trui te hebben verdedigd, moest Thor deze na de achtste rit aan Thomas Voeckler afstaan. Zijn mooiste triomf in een tourrit haalde hij tijdens de dertiende etappe naar Lourdes: op de legendarische Col d’Aubisque viel hij als eerste uit de groep vroege vluchters aan en in de afdaling maakte hij – met David Moncoutié in zijn wiel – de twee minuten achterstand op Jérémy Roy goed; op drie kilometer van het einde schudde hij eerst Moncoutié af en trok ineens fel door tot bij Roy, die hij haast meteen ter plaatse liet. Zo zorgde de wereldkampioen voor het mirakel in Lourdes, door negen jaar na Freire in de regenboogtrui een touretappe te winnen, ditmaal bovendien in een bergrit. Enkele dagen later, tijdens een heuvelachtige, zestiende etappe in de Alpen, zat hij opnieuw mee in de juiste ontsnapping; in de beklimming van de Col de Manse stuurde Hushovd zijn teamgenoot Ryder Hesjedal voorop, waarop zijn landgenoot Edvald Boasson Hagen de achtervolging inzette en Hushovd met hem meeglipte en niet overpakte. In de afdaling kwam het trio samen en toen in de straten van Gap Hesjedal de spurtdans inleidde, kwam Hushovd op het gepaste moment uit Boasson Hagens wiel. Achteraf zei Hushovd: “Het leek wel een Noors kampioenschap”.
2012 was een tegenvaller, maar in 2013 kwam hij terug met overwinningen op zowat alle plekken van de wereldbol, echter zonder uitschieters. Toen er in 2015 opnieuw geen zege meer te rapen viel, wist Hushovd dat de tijd van gaan gekomen was. Hij houdt zich nu vooral bezig met het op poten zetten van een heus Noors world team. [Wikipedia]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.