Het is vandaag al vijf jaar geleden dat de Japanse regisseur Nagisa Oshima overleden is. Hij scoorde in de jaren zeventig een schandaalsucces met “Het Rijk der Zinnen” (”Ai no corrida”).

Dat kwam merkwaardig genoeg niet omdat voor het eerst in een “normale” film de hoofdacteurs elkaar echt penetreerden (tenzij die “eer” de Nederlandse film “Blue movie” toekomt), zoals tot dan toe enkel in een pornofilm gebeurde, al wordt dat ook wel eens beweerd van films waarin een echtpaar in het dagelijkse leven eveneens een paar is in de film. Dat is dus een echt paar dat echt paart. Kim Basinger en Alec Baldwin in “The Getaway” b.v. Maar of dat nu waar is of niet, in tegenstelling tot bij Oshima wordt dat aan de kijkers niet expliciet getoond. Nee, Manu Ruys vatte het in “De Standaard” als volgt samen: “Er is naakt en er is seks-sadisme. Wie het onderscheid niet aanvoelt, ontbeert een gezond en evenwichtig oordeelsvermogen en werpt zich beter niet op als woordvoerder van de openbare opinie.”
Dit blad had zich wel heel expliciet in het onderwerp vastgebeten. Zo kopte Maria Rosseels met letters die men bij Het Laatste Nieuws was gaan lenen: “Noem het kind bij zijn naam: pornografie”. En in Duitsland was men het klaarblijkelijk daarmee eens, want in het rapport om de inbeslagname te justifiëren staat letterlijk “dat aan het gezicht van de vrouw te merken is dat seksuele praktijken plaatshebben”.
Oshima keert zich met deze film echter juist tégen de pornografie. Ondanks (of misschien juist dankzij) het feit dat deze film eindigt met de dood van de geliefde (gebaseerd op een echt gebeurd feit uit 1936, wanneer de jonge geisha Sada met het afgesneden geslacht van haar minnaar werd aangetroffen) wil het een vitalistische ode zijn aan de seksuele moraal in het nog niet verwestelijkte Japan, waar monogamie niet de dwingelandij was, die volgens Oshima juist aan de oorsprong ligt van de vlucht in de pornografie. Zijn filmbeelden willen dan ook herinneringen oproepen aan de tekeningen van Utamaro en Hokusai.
Ook legt Maria Rosseels de link met sadisme en vindt dat de naam Sada voor het vrouwelijke hoofdpersonage niet toevallig is gekozen. Merkwaardiger is wel dat Rosseels ook wel toegeeft dat de film verschilt van de doorsnee-porno, maar naast “de esthetische kwaliteiten” is er een onderscheid dat de film juist “slechter” maakt dan die porno, zodat “de directeurs van pornozalen de film van Oshima niet lusten; het publiek dat die bioscopen frequenteert wil, naast de seks, ook nog een romantisch (desnoods gecamoufleerd) verhaal. En dat zit er bij Oshima niet in. De non-stop seks wordt vlug eentonig.”
Anderzijds houdt Maria ons wel (als enige!) op de hoogte van wat we allemaal missen: het bevredigen van een oude bedelaar en een lesbische scène die met twaalf minuten werd ingekort. Op de koop toe geeft ze ons ook nog wat erotische cultuur mee. Aangezien het verbod op het tonen van schaamhaar toen nog geldig was, herinnert ze ons eraan dat dit teruggaat op een eeuwenoud taboe: “Ook in het keizerlijke China gold het tonen van schaamharen als obsceen, en de dure courtisanes, aan wier naakt-dansen niemand aanstoot nam, waren dan ook keurig onthaard.”
Hetzelfde verhaal werd dertig jaar later verteld in de kortfilm “La véritable histoire d’Abe Sada” van Noburo Tanaka. Deze kortfilm vormde een onderdeel van “Roman Porno”, een bundeling van vijf erotische Japanse kortfilms van de gespecialiseerde firma Nikkatsu. Ondanks het feit dat de bedoeling puur commercieel is, levert het toch een aantal picturale pareltjes op. Het is duidelijk dat de regisseurs (buiten Tanaka ook nog Seijin Suzuki en Tatsumi Kumashiro) in de leer gingen bij de rijke traditie van de Japanse erotische prenten. Met name deze film van Tanaka (de twee overige zijn ook van zijn hand) onderscheidt zich van die van Oshima, door meer de nadruk te leggen op het sadomasochistische karakter van de relatie tussen Sada en haar meester Kichi.
De distribiteur bracht de volgende film van Oshima uit onder de titel “Het Rijk der Passie”, omdat hij dacht van op die manier nog eens langs de kassa te mogen passeren. Ondanks de misleidende titel bleek alras dat het hier om een “zuivere” kunstfilm ging (eigenlijk betekent de titel “Ai no borei” letterlijk “Het spook der liefde” en dat zegt veel meer over de film, die inderdaad over een vermoorde rikshatrekker gaat, die in het huis van zijn echtgenote, tevens moordenares, en haar minnaar komt spoken; ah ja, die mens moest voortaan immers zijn riksha zelf trekken!) en de belangstelling daarvoor bleek zo gering dat men de film nog zelden te zien krijgt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.