Van de Brusselse componist Pieter van Maldere bestaan bij mijn weten geen afbeeldingen. In de mij bekende CD-boekjes bij zijn werk vind ik er alleszins geen terug. Op het internet wel twee op Japanse sites, maar bij wat verder speurwerk blijkt de ene Charles Alexandre de Lorraine (zijn beschermheer) te zijn en de andere Thomas Gainsborough. Laten we dus maar aannemen dat mijn twee Japanse collega’s van de onwetendheid van hun lezers profiteren om ze met een kluitje in het riet te sturen.

Pieter (Pierre) van Maldere was het derde kind van tien van een schoolmeester van de Brusselse Kapelleparochie (Onze-Lieve-Vrouwe-van-de-Kapelle), vlakbij de latere redactie van De Rode Vaan (*). Pieter kreeg zijn opleiding als violist en componist vermoedelijk van de kapelmeesters van de hofkapel, Jean-Joseph Fiocco en Henri-Jacques de Croes. Vanaf 1749 werkte hij als violist aan het hof van gouverneur-generaal der Nederlanden Karel Alexander van Lotharingen. Van 1751 tot 1753 was hij in Dublin directeur van de Philarmonick Concerts; in december 1752 publiceerde William Manwaring er de Six Trios for 2 Fiddles and thorough Bass, composed by Sieur Van Maldere.
Van Maldere speelde in het Concert Spirituel in Parijs in augustus 1754. Hij begeleidde er de prins op zijn vele reizen, onder meer naar Frankrijk (Parijs), Bohemen (Praag) en Oostenrijk (Wenen), waar hij in Schönbrunn zijn eerste twee komische opera’s liet opvoeren: Le Déguisement pastoral (1756) en Les Amours champêtres (1758). In Wenen speelde hij ook voor keizerin Maria Theresia, en zijn werken waren gekend bij Wolfgang Amadeus Mozart en Joseph Haydn. Karl Ditters von Dittersdorf vermeldt hem in zijn notities als één van de belangrijkste virtuozen van zijn tijd.
Terug in Brussel, componeerde hij enkele opera’s en meer dan 40 symfonieën, ouvertures en sonates. In 1758 werd hij gepromoveerd tot kamerheer (valet de chambre) van de prins, vervolgens werd hij co-directeur van de Muntschouwburg van 1763 tot 1767, jaar waarin de onderneming op een financieel fiasco uitliep.
Terwijl zijn kamermuziek laatbarokke trekken behoudt en de invloed van Corelli vertoont, vormen zijn vioolsonates en symfonieën historisch en esthetisch de overgang naar de klassieke Weense symfonie. De meeste symfonieën zijn driedelig, en bevatten elementen als thematisch contrast of een modulerende doorwerking. De tweede beweging is soms een tweedelige liedvorm, de finale soms een rondovorm. Enkele werken vertonen kenmerken van de Mannheimer Schule. Een aantal werken vertoont reeds de klassieke vierdeligheid (RomM 51 in C, en 120 in F; de Sonata a 3, RomM 20 in D).
Een aantal van zijn werken werden aan andere componisten toegeschreven, onder meer Joseph Haydn (RomM 80 in Bb), en Josef Mysliviček, wiens symfonie in C eigenlijk Van Malderes op.4 nr. 2 is.
Na zijn overlijden aan een beroerte (op amper 39-jarige leeftijd) werd Pieter Van Maldere door zijn broer opgevolgd als eerste violist in de kapel.(Wikipedia)

Referentie
Ronny De Schepper, Heerlijke herontdekking, Het Laatste Nieuws 6 april 1996

(*) Het dichtst bijzijnde treinstation was eigenlijk Kapellekerk. Aangezien daar echter nog heel weinig treinen stopten, werd daar zelden gebruik van gemaakt. Ikzelf ben er op al die jaren slechts één keer geweest bijvoorbeeld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.