Ik ben op dit moment naar de televisieserie “Feud” aan het kijken, over de vete tussen Bette Davis en Joan Crawford. Aangezien ik aan deze laatste nog geen artikel heb gewijd, ga ik dat verzuim nu goedmaken.

Normaal gezien vertrek ik dan van Wikipedia, maar deze keer is die bijdrage zo uitgebreid dat ik me daar niet ga aan wagen. Ik ga dan maar een beetje puzzelen met de gegevens die ik her en der verspreid reeds over haar op mijn blog heb staan.
Maar laat ik eerst en vooral beginnen met te zeggen dat de naam Joan Crawford een artiestennaam is. Haar echte naam was Lucille LeSueur. Er is echter maar één film waarin ze onder die naam optreedt: dat was “Pretty ladies” uit 1925. Dat was tegenover Norma Shearer. Naar eigen zeggen behandelde Shearer haar verschrikkelijk en negeerde ze haar het grootste gedeelte van de tijd waarin werd gefilmd. Dat zou ertoe leiden dat Joan Crawford steeds achterdochtig zou zijn t.o.v. haar collega’s. Met als culminatiepunt dus de ruzie met Bette Davis.
De carrière van Joan Crawford werd haar allerminst in de schoot geworpen. Zo gaat het gerucht dat ze oorspronkelijk in (ook lesbische) pornofilms had geacteerd (*), waaraan de producers een flink pak geld hebben verdiend, aangezien haar studio deze films heeft opgekocht, zodat ze haar reputatie niet konden besmeuren.
Maar vanwaar dan die naam Joan Crawford? Omdat filmmogul Louis B.Mayer vond dat haar naam te veel klonk als “sewer” (riool), organiseerde hij een wedstrijd in een tijdschrift. De beste ingezonden naam zou de nieuwe naam worden. Het resultaat was “Joan Arden”, maar omdat deze naam al in gebruik was, werd het de tweede keuze: “Joan Crawford”. Crawford moest in het begin heel erg wennen aan haar achternaam, omdat het haar deed denken aan “Crawfish”. In “Feud” spreekt Bette Davis (gespeeld door Susan Sarandon) Joan Crawford (in de persoon van Jessica Lange) altijd aan met Lucille, omdat zij (Bette Davis dus) er prat op ging zich géén pseudoniem te laten aannaaien door de studio’s.
Maar goed, Joan Crawford ging als zodanig in “Hollywood revue of 1929” de geschiedenis in als de eerste hoorbare tapdanser.
Clark Gable was loaned to “It happened one night” (Frank Capral, 1934) by MGM as punishment for his affair with Joan Crawford. Columbia Pictures was indeed considered a ‘poverty row’ studio at the time of the film’s release. Both MGM and Warner Bros. would lend out temperamental actors to Columbia as a ‘humbling experience.’”
In 1938 werd ze samen met onder andere Marlene Dietrich, Mae West, Fred Astaire en Katharine Hepburn dan ook als box-office poison bestempeld.
“Champion” van Mark Robson uit 1949 betekende voor de jonge Kirk Douglas (die er een oscarnominatie aan overhield) niet enkel de doorbraak in de filmwereld, het was ook een illustratie van die vrouwelijke fascinatie voor boksers of althans toch acteurs die de rol van een bokser vertolkten. Joan Crawford nodigde hem immers prompt bij haar thuis uit en begon onmiddellijk met hem te vrijen voornamelijk omdat… hij zijn oksels had geschoren voor de film. Kirk Douglas: “Ik had geen idee waarover ze het had, maar wat een opmerking op zo’n moment! Wat een afknapper! Op slag was ik van al m’n fantasieën over mevrouw Crawford verlost.” (Humo 9/8/2002)
In “Johnny Guitar” van Nicholas Ray uit 1954 is Joan Crawford een uitzondering op de regel dat “the bad girl” (in dit geval Mercedes McCambridge) zwart is en “the good girl” blond, aangezien Joan even zwart is. Misschien daarom dat haar rol niet echt wérkt? Er wordt weliswaar een hint gegeven naar het feit dat ze haar fortuin misschien wel door prostitutie heeft vergaard (en daarom is ze ook zwartharig), maar tegelijk moet ze de brave ziel spelen en die dualiteit is misschien wat te veel gevraagd voor een western uit die tijd. Een ander lachwekkend voorbeeld is het hagelwitte kleed dat Joan Crawford aantrekt om een lynching party tegemoet te treden en als ze dan nadien op de vlucht slaat samen met de Johnny Guitar uit de titel (die eigenlijk Johnny Logan heet, rol van Sterling Hayden), dan blijft die jurk kraakwit!
Daarna verdwijnt ze een beetje uit beeld, zodat ze op andere manieren in de kijker moet komen. Zo speelde ze bloemenmeisje bij de laatste rit van de Giro d’Italia 1961. Miguel Poblet klopte Rik Van Looy in de sprint en de kale Poblet mocht van haar de zegekussen in ontvangst nemen!
Toch maakte ze in 1962 nog een schitterende comeback, naast Bette Davis nota bene, in “Whatever happened to Baby Jane?” When producer William Frye considered taking an option on the novel by Henry Farrell in 1960, he and his friend Bette Davis tried to get Alfred Hitchcock interested in directing. He declined, as he was busy promoting Psycho (1960) and trying to develop The Birds (1963) into a screenplay. According to Bette Davis in her book “This’n’that”, the film was originally going to be shot in color. Davis opposed this, saying that it would just make a sad story look pretty.
Bette Davis was nominated for the Oscar for Best Actress for her performance in this movie. Had Davis won, it would have set a record number of wins for one actress. According to the book “Bette & Joan – The Divine Feud” by Shaun Considine, Davis and Joan Crawford had a lifelong mutual hatred, and a jealous Crawford actively campaigned against Davis winning Best Actress, even telling Anne Bancroft that if Bancroft won and was unable to accept the Award, she would be happy to accept it on her behalf. According to the book – and this may or may not be 100% true, but it makes a good anecdote – on Oscar night, Davis was standing in the wings of the theatre waiting to hear the name of the winner. When it was announced that Bancroft had indeed won for The Miracle Worker (1962), Davis felt an icy hand on her shoulder as Crawford said, “Excuse me, I have an Oscar to accept”.
Toch kwamen de drie (Davis, Crawford, Aldridge) overeen om een tweede film te draaien, die zich in dezelfde sfeer afspeelde. Dat werd dan “Hush, hush, sweet Charlotte” (1964). On Friday, June 12, 1964, the last day of shooting in Louisiana, after some late-afternoon shots, Joan Crawford was relaxing in her trailer, on hand if needed for additional scenes. She apparently dozed off, because when she woke up, it was dark. When she sent her maid to check when shooting would be completed, she found the place empty. The crew had packed up and left, leaving Joan at the rear of the house, in her trailer, with no transportation back to the motel. Outraged, Joan returned to Los Angeles, California the next day and checked herself into Cedars Sinai Hospital.
After being in the hospital for five weeks, Joan Crawford returned to work on Monday, July 20, 1964. On the first day, after she spent three hours in make-up, she stepped onto the soundstage, where she was greeted with applause and hugs from the cast and crew. Bette Davis also joined in the welcoming and handed Joan one perfect red rose.
Uiteindelijk zou Joan Crawford er toch uitstappen, omdat Bette Davis in haar contract had bedongen dat ze ook creatief zeggenschap zou hebben en haar in die functie voortdurend bekritiseerde: “She’s practically directing the picture for him right in front of me, so God knows what else she’s up to behind my back. I might wind up on the cutting-room floor.” (IMDb)
On the second day, Davis announced during a scene between Crawford and Joseph Cotten that she wanted some lines eliminated. “I am cutting some dialogue,” said Bette, wielding a large red pencil and excising large chunks of dialogue from Joan’s scene. “Miriam doesn’t need them, and you, Mr. Cotten, I hope you don’t mind. These lines hold me up.” Joan abandoned her professionalism and turned on her heels and went to her dressing room. After this incident she was unable to work a full day without feeling tired.
On Wednesday, July 29, 1964, Joan Crawford worked until 1:30 p.m. Crawford then informed Robert Aldrich that she had overtaxed herself the previous day, and would have to return to a less strenuous shooting schedule. Aldrich informed her that he wanted her examined by the company’s insurance doctor. Resenting his suspicions and harassment, Joan returned to her dressing room and made it clear she would no longer talk directly to the director. “The only way they communicated was through me”, said Crawford’s make-up man, Monty Westmore. “Joan would tell me something, then I’d go and tell Aldrich. He would give me a reply to take back to Joan. It was an unpleasant, awkward position for me to be in.”
Uiteindelijk werd ze vervangen door Olivia De Havilland, één van de weinige vriendinnen van Davis. Joan Crawford was seething when she read that director Robert Aldrich had replaced her with Olivia de Havilland. She was quoted in “Hollywood Reporter” as saying: “Aldrich knew where to long distance me all over the world when he needed me, but he made no effort to reach me here that he had signed Olivia. He let me hear it for the first time in a radio release, and, frankly, I think it stinks.”
When the production resumed on Wednesday, September 9, 1964, Davis and de Havilland pulled a “Ding Dong the Witch is Dead” routine by toasting one another with Coca-Cola, a catty observation of the fact that Crawford’s husband Alfred Steele had been an executive of Pepsi-Cola and after his death, she was elected to fill his spot on the Pepsi Board of Directors. Joining in on the toast were Joseph Cotten and director Robert Aldrich.
Joan Crawford was approached to play the role of Emily Livingston in “Airport 77” (Jerry Jameson) but declined, later saying, “I wanted Joel McCrea to play opposite me, and anyway, they actually asked me to fly out there with only one week’s notice. Why, that is hardly enough time for make-up tests or rehearsals, and when I asked about costume fittings, they said they wanted me to wear my own clothes!” Once again she was replaced by Olivia de Havilland.
Faye Dunaway portrayed Joan Crawford in “Mommie Dearest” (1981) and received numerous negative reviews for her over the top and downright inaccurate portrayal of Joan. To this day, Ms.Dunaway refuses to discuss “Mommie Dearest” or her experience making it.
In 2017 vertolkte Susan Sarandon de rol van Bette Davis in de televisieserie “Feud” tegenover Jessica Lange als Joan Crawford.  So Jessica Lange, who has won two Oscars in her career, played Joan Crawford, who won one Oscar in her career. Susan Sarandon, who has won one Oscar in her career, played Bette Davis, who won two Oscars in her career. Both leading actors were considerably older than the real life individuals they are playing. Bette Davis was 54 during filming of Whatever happened to Baby Jane? (1962) and Susan Sarandon was 70. Joan Crawford was 56, Jessica Lange was 67. (Internet Movie Database)

(*) Cfr.Bette Davis: “Joan Crawford heeft met iedereen bij de studios van MGM geslapen, behalve Lassie!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.