De jaarwisseling 1982-1983 was de eerste zonder mijn kinderen. Blijkbaar inspireerde bij dit in De Rode Vaan tot een aantal artikeltjes, die ik hier heb samengebracht onder de titel “De eenzaamheidsindustrie”…

« Nodig een eenzame uit… ». Een slogan die je vooral in deze kerst- en nieuwjaarsperiode in trams of, bussen ziet opduiken. Meestal denkt men hierbij aan oude dompelaars, de paar sukkelaars, die je ’s morgens slapend op een bank in het station aantreft en die dagelijks hun kommetje soep gaan slurpen bij het Leger des Heils.
Natuurlijk, dit leed bestààt. Het is misschien zelfs leed in het kwadraat. Maar het is onderkend leed. En dat helpt. Negatief soms, de marge van de maatschappij, het geweten van zekere begoeden die plots de filantroop willen uithangen, jawel, maar het helpt.
Er zijn echter veel meer eenzamen dan deze mensen. Véél meer. En toch zie je ze niet. Je zit ermee op de trein en je ziet ze niet. Het zijn je collega’s op het werk, maar je ziet ze niet. Je slaat er een babbel mee op café, maar je merkt het niet.
Je merkt niet dat zij achterblijven als je naar huis gaat. Naar huis. Waar een huis nog een thuis is. « A house is not a home », fluisterde Dionne Warwick in het begin van de jaren zestig reeds.
Zielig, zal je nu misschien zuchten, maar daar zit ’t ‘em precies : ze zien d’r helemaal niet zielig uit, ze zien eruit als u en ik…
En een deel van dat soort mensen bevolkt dan de praatgroepen.
Ach, de praatgroepen, de zachte sector van de eenzaamheidsindustrie, het gewatteerde toiletpapier als het ware.
Want het is òòk een dooddoener natuurlijk. Goed, er zijn mensen die er terecht kunnen… omdat ze er onder gelijken zijn.
Daar ligt immers het kalf gebonden : ondanks de benaming “praatgroepen” kan daar hoegenaamd niet gediscussieerd worden, tenzij over randfenomenen.
Ziet ù al een « gewone » vrouw midden een hoop feministen ? Of een « gewone » man op een bijeenkomst van mannen die in de ban van de lul zijn geslagen ?
Je zou verdomme op de duur nog gaan denken dat de « marginalen » beter gesoigneerd worden in onze maatschappij. Homofielen, lesbiennes, pedofielen, sadomasochisten, ze hebben allemaal wet hun clubje waar ze gezellig onder elkaar kneuterig onder de kerstboom kunnen zitten.
Maar gewoon zijn, én alleen. Dát kan dus nog anno 1982…
Vanwege François…
« Wie is dát, François Vanwege? » Een historische uitspraak uit mijn prille jeugdjaren toen in onze met een kolenkachel verwarmde huiskamer een nieuwjaarskaartje kwam binnendwarrelen (uit de bekende serie : 25 voor 5 frank) getekend: « Vanwege François ».
Nieuwjaar dus. Buiten waait de wind om het huis, maar binnen staat de kolenkit paraat. Dat soort sentiment dus. Ik betrap er mezelf op dat ik naar correspondentievriendinnen in Afrika en Amerika zichtkaarten stuur met daarop pakken sneeuw, huizenhoge dennenbomen en bergen waarvan we hier in de lage landen bij de zee enkel durven drómen…
« Made in ltaly » blijkt er dan ook ergens in het klein op te staan.
Maar goed, met hun « best wishes », hun « merry christmas » en het bekende « happy new year » zullen deze kaartjes alvast geen verwarring zaaien door het gebruik van het woordje « vanwege ».
Zouden ze met dergelijke problemen ook geconfronteerd worden bij onze buren?
Onze buren, dat zijn sinds kort mensen die zich uitgeven als « écrivain public ». Een crisisverschijnsel.
Een crisisverschijnsel omdat de bedoeling van zo’n « écrivain public » niet is wenskaarten te schrijven of liefdesbrieven (al kàn je daarvoor theoretisch ook bij hen terecht), maar wel sollicitatiebrieven, curricula vitae, antwoorden op advertenties.
Na slechts enkele dagen is het al duidelijk waaruit het gros van de klanten bestaat : ouden van dagen die gepeperde rekeningen krijgen voorgeschoteld, o.a. van hun huisbaas, en gastarbeiders die zelfstandigen zijn geworden en met de hele papieren bazaar geen weg weten (andere gastarbeiders die nog echt « arbeider » zijn — of werkloos… — die kunnen bij de vakbond terecht).
Maar daarnaast krijgt monsieur l’écrivain ook merkwaardige opdrachten. Zo is er een man die zijn dochter sedert meer dan twintig jaar niet meer heeft gezien, die zelfs niet weet waar ze nu ergens uithangt en « l’écrivain » moet het dan maar uitvissen.
Doffe ellende dus, misschien nog beklemtoond door de weeë geur die rond deze periode van gevulde kalkoen voor gevulde buiken hangt en door het druilerige weer dat Brussel herschept in een provinciestadje.
Relaxeren bij Joëlle
Voor échte contactadvertenties moet je bij voorkeur in « Het Laatste Nieuws » zijn, wat voor Kwik-lezers wel niet verwonderlijk zal zijn.
Voor de niet-kenners zullen echter vooral twee andere, heel uiteenlopende zaken verwonderlijk zijn, namelijk : ten eerste dat je die advertenties kunt terugvinden onder de rubriek « lichaamsverzorging » en ten tweede, wat staat dit nu in ’s hemelsnaam op de laatste bladzijde van de r.v. te doen ?
Deze twee vragen zijn nochtans gemakkelijk te beantwoorden. Die « lichaamsverzorging », dat heeft te maken met onze dubbelzinnige wetgeving over prostitutie. Enfin, de wetgeving is niet dubbelzinnig (prostitutie is verboden), maar de toepassing ervan.
Het antwoord op de tweede vraag ligt, lach niet, op het sociaal-economische vlak.
Inderdaad, het is opvallend dat naarmate de crisis nijpender wordt, naarmate er meer werklozen zijn, en dan nog vooral werkloze vrouwen, naarmate meer en meer gezinnen of alleenstaanden moeite hebben om de maand af te ronden met een sluitend budget, dat in evenredige mate het aantal contactadvertenties stijgt.
Zo heeft onze lieve vriendin Joëlle van de Louisalaan (voor zover wij weten een baanbreekster op dit terrein) reeds het gezelschap gekregen van Anne, Carine, Caroline, Claudia, Anina, Michèle, Souko, Josy, Martine, Tyni, Mona en Indara. De paar exotische namen uitgezonderd (en dan nog, what’s in a name ?) zouden het best de buurvrouw of een verre nicht kunnen zijn.
We overdrijven ? U gaat ons toch niet vertellen dat u niet wéét dat er in Nederland een hele commerce is opgezet rond huisvrouwenprostitutie ? En wat dan gedacht van anonieme advertenties als « Jong meisje ontvangt u in privé van 10 tot 18 uur ». De tijd dat de kinderen naar school zijn en manlief naar zijn werk, precies.
Grappig is dit echter niet. En platvloers al evenmin. Of toch ? U vindt het laag bij de gronds winstbejag ? Wat dan met deze advertentie (uit een reclameblad) : « Zeer mooie lieve jonge vrouw van hoog niveau (univ. opleid.) wenst een vrijblijv. speels tedere relatie met een zeer welstell. heer » ? Je komt van d’unief, je hebt op z’n minst vier jaar hard geblokt, en dan : op straat. Zonder geld, zeker in een eerste periode, daarna met een minimumbedrag.
Winstbejag ? Mijn oren ! Of moeten wij in dit geval zeggen : mijn kl… ?
J.m. zkt. j.vr. om mee te vr.
Een artikel in De Standaard, één in Oxygène en een lezersbrief in De Morgen. Alle met hetzelfde onderwerp: contactadvertenties.
Nee, deze keer hebben we het niet over de “beroeps”, maar over gewone mensen zoals u en ik, die zich evenwel voor contactstoornissen geplaatst zien, zodat zij hun toevlucht moeten nemen tot deze toch wel onpersoonlijke vorm van kennismaking.
De krant die we hiervoor ter hand nemen is ditmaal dan ook niet Het Laatste Nieuws maar De Morgen. Het is trouwens als reactie op de zaterdagse “zoekertjes” dat een lezer zich in dat blad boos maakt. Hierbij schrikt hij (of zij?) er niet voor terug om althans zijn (of haar) familienaam prijs te geven. Want het is inderdaad tegen de anonimiteit dat deze lezer protesteert: “Zij (d.i. de beantwoorders) worden steeds gevraagd zich figuurlijk (soms letterlijk) voor 100 pct bloot te geven. Maar de opstellers van de zoekertjes verschuilen zich voor het merendeel achter ‘Schrijven bureel blad’ of ‘Zenden naar postbus X’.”
En wat er dan met je (toch intieme) brief gebeurt, daar heb je het raden naar, want antwoord krijg je meestal niet.
Hetzelfde kon de ploeg van Oxygène vaststellen, die zelf de proef op de som nam en in het Franse blad Libération twee advertenties plaatste. De “grote bruine hengst” kon op stal blijven staan, maar “la petite blonde” kreeg 24 brieven binnen, tot zelfs uit Algerije. En in die brieven geven de meesten zich inderdààd figuurlijk en soms letterlijk bloot. Oxygène trapt trouwens zelf in de val door hele uittreksels (uiteraard naamloos) uit deze brieven te publiceren. Tercht besluit de redactrice dan ook met “het is hoe dan ook diefstal, verkrachting.”
Van diefstal kan men zeker spreken in het geval, aangehaald door De Standaard. Een grappenmaker (?) had namelijk een seksadvertentie laten verschijnen, waarbij men moest opbellen naar een bepaald nummer, toevallig (?) dat van een vertegenwoordiger in elektriciteitsapparaten. De telefoon rinkelde zowat aan één stuk door zodat aan één stuk door zodat de vertegenwoordiger zich verplicht zag een ander nummer aan te vragen. Wat hem uiteraard verlies van klanten heeft opgeleverd. Is dit een grap of om te huilen?

Referenties
“Nodig een eenzame uit…” De Rode Vaan nr.52 van 1982
Vanwege François… De Rode Vaan nr.1 van 1983
Relaxeren bij Joëlle… De Rode Vaan nr.6 van 1983
J.m. zkt. j.vr. om mee te vr. De Rode Vaan nr.9 van 1983

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s