Vandaag wordt Willy Spillebeen 85 jaar. Dat moet worden gevierd! Zowel Johan de Belie als ikzelf hebben destijds voor De Rode Vaan een boek van hem besproken en we hebben hem ook eens ontmoet. Nee, niet geïnterviewd, gewoon een glas gedronken op een boekvoorstelling. Een zeer aimabel man, nietwaar Johan?

“De hel bestaat” werd aangekondigd als het debuut van Willy Spillebeen als jeugdschrijver, een epitheton waar de schrijver zelf terecht liever af wil. Het is inderdaad geen specifiek jeugdboek, al blijkt de jeugd er wel degelijk in geïnteresseerd te zijn (waarmee terloops ten overvloede bewezen is dat etiketten plakken en in vakjes stoppen voor niks goed is). Spillebeen zelf verwijst eerder naar zijn vorige werk “Doornroosjes honden”, waarmee hij van dat andere etiket, dat van “moeilijke auteur” af wou. In hoeverre hij daar zelf schuld aan had, aan het feit dat men hem dat had “opgespeld”, laten we maar best in het midden.
DOORNROOSJES HONDEN
De tragiek die Willy Spillebeen in zijn verhaal “Doornroosjes Honden” verwerkt, verwordt nergens tot sentimentaliteit of tot melodramatiek. En dat is voor mij de sterkste zijde van deze kleine roman. Het verhaal van de kleine Cindy die haar vader verliest wanneer hij haar moeder verlaat, die haar liefde, haar angst en hoop projecteert op poppen, die bedrogen wordt in haar verwachting tegenover een hond, die een reeks ooms verwerkt en tenslotte een nieuwe vader en pseudo-minnaar van haar ontluikende erotische verlangens moet offeren aan socio-culturele verschillen om daarna met een handvol slaaptabletten de honderdjarige slaap van Doornroosje te zoeken, dat verhaal blijft sober ontroerend in zijn vertelling, strak in zijn psychologische uitdieping nooit geforceerd in zijn sterke symboliek.
Spillebeen laat ons de omgeving en het gebeuren registreren door de ogen van het kind; de intuïtie wordt daardoor belangrijker dan de logische redenering. Het is de waarneming van details die de werkelijkheid vormt en de leefwereld opbouwt. Cindy begrijpt via een oogopslag, een steelse blik, beter dan wat men met duizend zinnen wil verklaren; een intonatie, een klemtoon of stembuiging kunnen belangrijker en betekenisvoller zijn dan woorden die niet aan concrete belevenissen refereren. “Doornroosjes Honden” is een belangrijke bijdrage aan de literatuur over het kind. Het verschaft inzicht over de opbouw van het drama in een kinderleven, over de mechanismen als kwetsbaarheid, ontgoocheling in de zorgvuldig opgebouwde hoop. Precies omdat het zo verantwoord is, blijkt het dramatische slot zo schokkend. We kunnen er allemaal mee geconfronteerd worden, de ontstaansgeschiedenis van dit boek gaat trouwens terug naar de realiteit, alleen was het meisje daar nog jonger dan de tienjarige Cindy. Een belangrijk boek opdat we nooit zouden kunnen zeggen “we hebben het niet geweten”. Het is bovendien te verwachten, en te hopen, dat deze roman hoog gaat scoren in de literatuurlijsten van het middelbaar onderwijs. Problematiek en verwerking verdienen dat tenvolle.
DE HEL BESTAAT
“De hel bestaat” gaat over Guatemala, meer bepaald over de Maya-indianen. Aan de hand van een vier-, vijftal flitsen uit de geschiedenis kunnen we vaststellen dat voor deze mensen inderdààd de hel bestaat. Uitgemoord – of toch bijna – achtereenvolgens door een rivalisererende indianenstam, door de Spanjaarden en nu door een kleine elite, ondersteund door de Amerikanen, weten zij echter toch hun waardigheid, hun strijdbaarheid, hun overlevingswil te behouden. Een aangrijpend relaas, zij het misschien iets te fragmentarisch, te versnipperd, met vooral een boeiend slot (ongetwijfeld geënt op het verhaal van Serge Berten).
DE ENGEL VAN SAINT-RAPHAEL
Na het succes van zijn uitstekende romans, « Doornroosjes honden », « De varkensput » en “De hel bestaat” verscheen van Willy Spillebeen « De engel van Saint-Raphael » (Manteau, 1986, 155 blz.).
Een vrij ingewikkelde structuur bepaalt deze roman; desondanks wist de auteur hem zeer helder en vlot leesbaar te houden. Het enige bezwaar is dan ook dat die vormgeving soms te gezocht lijkt en de spontaneïteit van het verhaal doorbreekt.
Centraal staat het café Saint-Raphael waar vooral jonge werklozen en marginalen elkaar treffen. De roman valt in diverse, door elkaar geweven delen, uiteen. Er is vooreerst het verhaal dat de verteller, een werkzoekende leraar, ons vertelt, de voor onze neus liggende roman dus. Dan is er de roman die hij (eveneens over het café) concipieert en de notities zoals dromen, plus het ontwerp van zijn roman zoals hij dat verwoordt en dat veel overeenkomsten vertoont met het uiteindelijke resultaat. En dan is er tenslotte het toneelstuk van Brecht « De goede mens van Sezuan », dat door enkele van de cafébezoekers wordt opgezet onder leiding van de ik-persoon en dat evoluerend wordt naverteld en steeds meer parallellen toont met de gebeurtenissen in de Saint-Raphael en waarvan de personages eveneens sterker gaan lijken op hun vertolkers.
Bovendien heeft Spillebeen in dit complexe geheel (dat zich toch eenvoudig laat lezen), een spiegelstructuur ingebouwd : de reflectie van toneelstuk met de realiteit wordt tenslotte meer dan enkel een parallellisme, de verteller wordt steeds meer de vliegenier Yang Sun, het meisje Angela (die haar lotto-winst uitdeelt) wordt steeds sterker de prostituée Shen Te, terwijl cafébaas Eddy de incarnatie blijkt van het kwade (de dubbelrol Shui Ta, de vermomde goedheid van Shen Te).
Brengt Spillebeen in deze roman een interessant beeld van de jaren tachtig, ook filosofisch staat hij zeer sterk in zijn analogie met Brecht, de noodzakelijke verwijzingen en de soms evidente, soms gefundeerde afwijkingen. De wet van de drie goden wordt gesteld tegen de wet van de mensen; het lot wordt modern maar niet modernistisch gesymboliseerd in een lotto-formulier; het absoluut kwade en het absoluut goede strijden tot een aanvaardbaar slot zich aan alle personages en aan de auteur lijkt op te dringen. De mikrokosmos van Saint-Raphael en van Sezuan wordt een groteske van de maatschappij die we vanuit ons raam zien. Een handig verwerkte vondst, een boeiend verhaal en een door de realiteit én door de fictie geschraagde filosofische ondertoon. Spillebeen heeft voor een waardige opvolger gezorgd.

Referentie
Ronny De Schepper, “Geen rekening houden met de dwang van het katholicisme”, De Rode Vaan nr.31 van 1984
Johan de Belie, Van Spillebeen en de dingen die niet overgaan, De Rode Vaan nr.44 van 1984
Johan de Belie, Spillebeen “regisseert” Brecht, De Rode Vaan nr.37 van 1986

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s