Het is vandaag precies 45 jaar geleden dat België de Duitse Democratische Republiek heeft erkend. Het belang daarvan was dat ons land daarmee de eerste lidstaat van de NAVO was om dit te doen…

Na de Tweede Wereldoorlog genoot de D.D.R. een groot moreel aanzien. Groter dan de Bondsrepubliek alleszins waar prominente nazi’s als Globke en Kiesinger vrij snel tot de hoogste staatsambten konden doordringen. Een groot deel progressieve (niet enkel communistische) intellectuelen kozen er dan ook bewust voor om aan dit veelbelovende experiment mee te werken. Mensen als Anna Seghers, Bertolt Brecht, Arnold Zweig, Peter Hacks, Stefan Heym en Hanns Eisler vestigden zich opzettelijk in de D.D.R.
Heiner Müller van zijn kant is weliswaar niet van west naar oost overgelopen, maar als zijn vader in 1951 het hazepad kiest naar het westen, blijft Müller bewust achter. Ook hij ontpopt zich in de jaren vijftig als een soort van partij-ideoloog (“Traktor”), maar naderhand zal de zachte kritiek op de inefficiëntie van de overbureaucratisering de overhand beginnen krijgen, tot hij, mede onder invloed van Artaud en Lautréamont, uiteindelijk nihilistische en uitgesproken pessimistische stukken gaat schrijven.
In 1953 had het geloof in de DDR immers reeds een eerste knauw gekregen na een brutaal onderdrukte arbeidersopstand (Brecht: “Als deze regering niet tevreden is met dit volk, dan moeten ze maar een ander volk zoeken”) en het ging helemaal verloren in 1961 bij de bouw van de Berlijnse muur. Toch bleef de kritiek in tegenstelling tot de rest van Oost-Europa eerder uit linkse hoek komen dan uit rechtse. Mensen als Wolf Biermann, Rudolf Bahro en Stefan Heym kon men moeilijk het etiket “agenten van het kapitalisme” opkleven. Ook iemand als Günter Grass kan men moeilijk “rechts” noemen. (*)
Iemand als Rudi Dutschke was na de bouw van de muur niet meer teruggekeerd naar zijn geboorteland, omdat hij er omwille van zijn religieuze overtuiging niet mocht deelnemen aan het examen voor sportjournalist. In West-Duitsland kreeg hij dan contact met Ernst Bloch, die eveneens het christelijke denken met de linkse utopie trachtte te verzoenen.
Vele jaren later, terwijl de pers bol stond van geruchten over secretaressen die de muur nu eens van west naar oost in plaats van omgekeerd overschreden, gingen in Vlaanderen een toneelproductie in première van een Duitse auteur die – ondanks bepaalde kritiek op het regime – zeer bewust in de DDR is gaan wonen en werken.
Peter Hacks werd geboren in 1928 ergens in de omgeving van München, maar nam in 1955 de wijk naar de DDR. Daar viel hij oorspronkelijk in de prijzen (Lessing-preis) en mocht hij met beroemde gezelschappen als het Berliner Ensemble en het Deutsches Theater werken, maar in de jaren zestig ontketenen zijn stukken een aantal politieke en erotische getinte rellen. In het volgende decennium neemt Hacks vrede met de toestand, hij maakt een soort van zelfkritiek (“in de gegeven situatie is de opvoering van mijn werk in de DDR inderdaad niet opportuun”) en beperkt zich voortaan tot het herwerken van historische en mythologische stukken, die dan nog vaak enkel in het Westen worden opgevoerd. Zo onder meer, “Amphitryon” dat we in Vlaanderen te zien kregen in de versie die de Mannen van den Dam daarvan hebben gemaakt. Opvallend daarbij is dat politieke kritiek inderdaad volledig achterwege blijft, maar dat de erotiek een drijvende kracht blijft in Hacks’ stuk.
“Amphitryon” is immers, kort samengevat, één van de vele liefdeavontuurtjes tussen goeden en mensen (een courant gebruik in bijna elke godsdienst ter wereld, behalve dan de puriteinse, meer bepaalde de joods-christelijke en de islamitische). Om de mooie Alkmene (Karen De Visscher) in te palmen, neemt Jupiter (Rafaël Troch) de gedaante aan van haar man, de krijgsheer Amphitryon (Daan Hugaert). De kracht van Hacks’ bewerking van deze mythe bestaat er nu in dat Alkmene Jupiter snel doorheeft, maar dat zij desondanks het spelletje meespeelt, niet zozeer omdat zij de goddelijke almacht boven de menselijke beperktheid verkiest, maar omdat zij in Jupiter met het lichaam van Amphitryon het “goddelijke” in de mens ziet.
Dit wordt heel nadrukkelijk geëxpliciteerd in het deel na de pauze, dat voor een goed verstaander eigenlijk overbodig is, ook al is het op zich geen verzwakking van het zeer onderhoudende, zelfs grappige stuk, die onder meer door de wijsgerige beschouwingen van de filosoof Sosias (uitstekend vertolkt door Johan Van Lierde). Tegelijk krijgt het publiek meteen de boodschap mee dat men door “heldendaden” of gelijkaardig macho-gedrag z’n liefde niet bewijst. En lijkt de bedwelmende sensualiteit waarmee Jupiter zijn woorden kracht bijzet ook dicht bij dit soort gedrag aan te leunen, dan meen ik dit toch niet als een tegenstrijdigheid te ervaren, maar eerder als een pleidooi om de menselijke beperktheid (de lichamelijkheid) om te zetten in een pluspunt.
Stippen we tot slot nog aan dat er geen echte regisseur is van dit stuk, maar dat dit niet te merken is, aangezien Viviane De Muynck (die – niet toevallig waarschijnlijk – ook voor de vertaling zorgde) in de rol van Mercurius een soort van regisseur-op-scène is.
De vervalste gemeenteraadsverkiezingen van 17 mei 1989 en de goedkeuring van de slachtpartij op het Plein van de Hemelse Vrede stortten de D.D.R. in een stroomversnelling. Men vierde nog wel de 40ste verjaardag van de D.D.R., misschien zelfs in de overtuiging dat de grootste lastposten nu wel naar het westen waren overgelopen, maar het waren de mensen die bewust in het land bleven die de eigenlijke omwenteling veroorzaakten. Op 12 november 1989 viel de Berlijnse muur en op 20 november schreef Christoph Hein: “We beginnen in ons land een bijzonder gewaagd experiment: sinds een paar weken trachten we hier een socialistische maatschappij op te bouwen.” Met “we” bedoelde hij: de hervormingsgezinde vleugel van de SED en de burgerbeweging. Hij voegde er dan ook aan toe: “Als we mislukken, vreet McDonald’s ons op.” Op 2 oktober 1990 werd Duitsland weer herenigd en Heins voorspelling komt uit. Maar in 1993 moet men reeds vaststellen dat het herenigde Duitsland in een diepe culturele crisis is terecht gekomen.
Bij de parlementsverkiezingen van oktober ’94 in het “herenigde” Duitsland werd de 81-jarige Stefan Heym als onafhankelijke verkozen op de lijst van de PDS (ex-SED). Fractieleider is overigens Gregor Gysi. Schrijver Günter Grass veroorzaakt een jaar later heel wat commotie bij de conservatieven als hij in een boek de hereniging van Duitsland als een mislukking voorstelt. Want ook cultureel ging men er fel op achteruit. Oorspronkelijk waren er meer dan honderd operatheaters (met een verhouding van 55 in West-Duitsland tegenover 45 in Oost-Duitsland), maar nu dienen die aan de lopende band te sluiten. Het repertoiretheater verdwijnt en de ensembles worden duchtig afgebouwd. Het paradoxale is dat door de slechtere opleiding in Oost-Europa deze mensen op die manier nog moeilijker aan de bak komen, want door de ingekrompen werkgelegenheid liggen de eisen juist veel hoger.
De West-Vlaamse Lydia Billiet, die sedert 1960 in de DDR speelt, vertelt aan Roger Arteel in Knack van 29 mei 1996: “Ik heb een tijdje in Anklam gewerkt. Daar was een cinema, een cultureel centrum en een theater dat altijd vol zat. Na de Wende zijn cinema en cultureel centrum weg. Het theater houdt nog het hoofd boven water dankzij de zomervoorstellingen in een tent op het strand van Heringsdorf op het eiland Usedom. In de DDR-tijd werden in Anklam voorstellingen gespeeld voor de fabrieken en allerlei arbeidersverenigingen. Maar die zijn er niet meer. De actieve bevolking gaat stempelen, de acteurs zijn freelancers geworden en West-Berlijnse acteurs hebben hun plaats in Anklam ingenomen. Ik, een Belgische, was er nog de enige Ossi! (…) In Dresden echter zitten de theaters weer vol zoals vroeger, maar met een ander soort volk. Nu gaat de fabrieksbaas naar het toneel waar hij naast de dokter of de advocaat zit, maar niet naast de werkman, want die gaat niet meer. Maar het is een feit dat iedereen die hier ooit acteur was, het ook blijft. (…) Werk brengt werk en in de theaterwereld kent iedereen iedereen. In ieder geval was het in de vroegere DDR zo, dat iedereen voor iedereen zorgde.”

Ronny De Schepper

(*) Grass zou volgens Ludger Jorissen in Die Zeit van 23/11/1990 de ideeën voor zijn “Blechtrommel” (1959) overigens uit Boons “Abel Gholaerts” (1944) gehaald hebben. Het gaat met name over de figuur van Oscar, die weigert op te groeien. Een opvallende overeenkomst, akkoord, maar men moet daarbij wel over het hoofd gezien hebben dat het werk van Boon nog niet in het Duits was vertaald en dat Grass uiteraard geen Nederlands kon lezen. (Hij schreef “Die Blechtrommel” weliswaar in Frankrijk, maar een Franse versie van “Abel Gholaerts” bestond – en bestaat? – al evenmin.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s