Het is vandaag al veertig jaar geleden dat Hollywood-regisseur Howard Hawks is gestorven (op de foto samen met actrice Angie Dickinson). Hij is het prototype van een regisseur, die zich niet bindt aan één genre, maar die met zijn films wel een cruciale rol heeft gespeeld in de codificatie (of sterke definitie) van genres.

Zo is “Scarface” (1932), hét voorbeeld van de klassieke gangsterfilm. De op Al Capone gebaseerde klassieker “Scarface” was geen pionier in het gangstergenre, maar wel een trendsetter. Vergeten we immers niet dat deze film amper twee jaar na de reële feiten werd gedraaid! Regisseur Hawks, cameraman Garmes (die zijn sporen verdiende bij Von Sternberg) en scenarist Ben Hecht brachten een film vol expliciet geweld zonder die agressie te veroordelen. Geen wonder dat de censoren van de Hays Office “Scarface” pas een jaar na afwerking groen licht gaven. En dan nog enkel na de aanpassing van de titel tot “Scarface, shame of a nation”, het milderen van de gesuggereerde incestueuze relatie tussen Tony en zijn zus Cesca, het invoegen van een scène waarin de politie verdedigd werd (door een krantenuitgever) en het draaien van een alternatief einde (voor sommige staten) waarin Tony op bevel van de rechter opgeknoopt wordt. Een leuk weetje: Hawks probeerde zoveel mogelijk X‑en in beeld te krijgen. Een verwijzing naar het onderschrift ‘X marks the spot where the corpse was’ bij krantenfoto’s van ‘crime scenes’. Het enige positieve dat de film hieraan overhield, is dat men nu ook films kon maken voor een “gespecialiseerd” publiek. Vroeger waren alle Hollywoodfilms per definitie immers “voor alle leeftijden”.
Maar hij was ook een kraan in de zogenaamde screwball comedy. “Bringing up baby” uit 1938, waarin Katharine Hepburn met haar tijger de beendercollectie van professor Cary Grant om zeep helpt, moet zowat tegelijk het beste en ook het meest bekende voorbeeld zijn.
Regisseur Howard Hawks maakte voor “His girl’s friday” uit 1940 van de hoofdpersoon (een journalist) een vrouw, wat de komedie meteen in een ander perspectief plaatste en er een dolle oefening van maakte in een genre waarin de regisseur excelleerde, de zogeheten “screwball comedy”, waarin de oorlog tussen de seksen snel en flitsend wordt uitgevochten. Cary Grant is de cynische, egocentrische eindredacteur Walter Burns die nergens voor terugdeinst, zelfs niet zichzelf totaal belachelijk maken, om de trouwplannen te verijdelen van de topjournaliste Hildy Johnson, die hij niet kan missen. Deze rol wordt door Rosalind Russell weergaloos ondeugend vertolkt.
In 1941 is er dan nog “Ball of fire”, dat gewoonlijk wordt afgedaan als een screwball-versie van het sprookje van Sneeuwwitje, waarin de zeven dwergen zijn vervangen door acht professoren. Hallo? Acht professoren voor zeven dwergen? Omdat de jongste (zij het zeer, zeer relatief!) van de professoren “prins” Gary Cooper is natuurlijk, die tot over zijn oren verliefd wordt op ball of fire Barbara Stanwyck. Voor de rest heeft het verhaal echter weinig te maken met dat van Sneeuwwitje. Het speelt zich immers af tegen de grimmige achtergrond van een afrekening onder gangsters. Klinkt bekend in de oren, nietwaar? Aan de oorsprong van het verhaal ligt dan ook Billy “Some like it hot” Wilder! Toch haalt deze film in de verste verte het niveau niet van “Some like it hot” en dat vooral omdat Gary Cooper een totale miscast is in een komische rol. Zelfs Barbara Stanwyck, die toch gewend is “het gangstermeisje” te spelen, is uit haar hum in deze prent waarin ook een gastrol is weggelegd voor drummer Gene Krupa.
Maar ondertussen woedde reeds de Tweede Wereldoorlog en werd Hollywood ook ingeschakeld. Tijdens de oorlog werden aan het front zelf ook films gedraaid, die met hun semi-documentair karakter uitsteken boven de clichés die Hollywood gewoontegetrouw spuide. Een voorbeeld daarvan is “Air Force” van Howard Hawks (1943).
In “To have and have not” (Howard Hawks) spreekt de 19-jarige Lauren Bacall tot Humphrey Bogart de onsterfelijke woorden: “If you want anything, just whistle. You know how to whistle, don’t you? Just put your lips together and blow.” Even later trouwen ze. For real, bedoel ik. Naar het schijnt heeft ze een fluitje met dit opschrift in zijn urne gelegd. Maar er is nog niets gehoord. Verstopt geraakt door de asse, denk ik. Eigenlijk overleefde deze zin de film, want in het algemeen wordt deze film uit 1944 als een half mislukte remake van “Casablanca” beschouwd.
“The Big Sleep” (1946) groeide dan weer uit tot zowat de meest invloedrijke film noir. Howard Hawks directs Raymond Chandler’s novel on the silver screen. None other than William Faulkner is primary screenplay writer. Bogart and Bacall star in this grand black and white thriller. Private eye Philip Marlowe (Bogart) is hired by a very wealthy family to protect a young woman (Martha Vickers) from her own indiscretions. Right smack in the middle of this complex case Marlowe finds time to fall in love with his client’s eldest daughter (Bacall). Vanaf de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Koude Oorlog komen de Verenigde Staten in een periode van politieke instabiliteit terecht. Paranoia en een onderdrukt onveiligheidsgevoel zijn elementen die we terugvinden in o.a. het film noir genre. In “The Big Sleep” van Howard Hawks zien we hoe de maatschappelijke onzekerheid van die periode in beeld wordt gebracht. De ambiguïteit en de onduidelijkheid vinden we niet alleen terug in de visuele stijl, maar ook in de ambiguïteit van de personages zelf. Om het met Howard Hawks’ eigen woorden te zeggen: ‘Neither the author, the writer, nor myself knew who had killed whom.’ E.g. there is some confusion as to the identity of Shawn Regan’s killer. In the novel Carmen is definitely the culprit, but that would have made Vivian, Marlowe’s love interest, an accessory to murder, which would have run afoul of the Hollywood Production Code. Hence, the film edits the original story, to imply that Mars killed Regan himself because Regan was romancing Mars’s wife. He then convinced Vivian that her sister committed the crime during one of her mental blackouts so that he could blackmail the Sternwood family. De complexiteit van de film wordt eveneens verklaard doordat bepaalde zaken uit het boek uit de film zijn weggelaten, waardoor het verhaal minder goed te begrijpen is. Zo wordt in de film geen gewag gemaakt van homoseksuele bendeleden en de clandestiene porno-industrie. In the novel, Geiger is selling pornography, then illegal and associated with organized crime, and is also a homosexual having a relationship with Lundgren. Likewise, Carmen is described as being nude in Geiger’s house, and later nude and in Marlowe’s bed. To ensure the film would be approved by the Hays Office, changes had to be made. Carmen had to be fully dressed, and the pornographic elements could only be alluded to with cryptic references to photographs of Carmen wearing a “Chinese dress” and sitting in a “Chinese chair”. The sexual orientation of Geiger and Lundgren goes unmentioned in the film because references to homosexuality were prohibited. The scene of Carmen in Marlowe’s bed was replaced with a scene in which she appears, fully dressed, sitting in Marlowe’s apartment, when he promptly kicks her out. The scene, shot in 1944, was entirely omitted in the 1945 cut but restored for the 1946 version. De film zit dan ook vol “goofs”, missers die ikzelf trouwens meestal over het hoofd zie, maar déze had ik wel gezien. Hij gaat over the guns hidden in Marlowe’s car: first he chooses the one on the left and later when he shoots Canino he picks the same gun, but the other is missing. Wat ook niet in de film wordt verklaard, dat is de titel. Ook hiervoor moeten we ons tot het boek wenden: the title is a euphemism for death; it refers to a rumination in the book about “sleeping the big sleep”.
Voor een film als “I was a male war bride” (1949) moet de reputatie van Cary Grant nog onbesproken geweest zijn, want anders had hij de travestierol die hem in de film wordt opgedrongen zeker geweigerd.
In 1953 draaide Howard Hawks “Gentlemen prefer blondes”. Normaal had Betty Grable hierin de hoofdrol moeten spelen, maar de legendarische pin-up vroeg teveel geld en producent Sol Siegel besloot haar te vervangen door Marilyn Monroe. Wat meteen het einde inhield van Grable als sekssymbool en Monroe tot haar even blonde opvolgster promoveerde. Dat kwam vooral tot uiting in Monroe’s volgende film “How to marry a millionaire” (Jean Negulesco, 1953), waarin zij precies tegenover Betty Grable (en Lauren Bacall) werd geprogrammeerd. In “Gentlemen prefer blondes” is de zwartharige Jane Russell haar tegenspeelster die (gezien “The outlaw”) op dat moment een veel grotere reputatie had dan Monroe die enkel nog maar een paar kleine rolletjes had vertolkt (zoals in 1952 in “Monkey business”, eveneens van Howard Hawks), maar zoals de titel reeds aangeeft wordt Russell in deze film door Monroe in de schaduw gesteld. Hiervoor incasseerde Marilyn oorspronkelijk een veel kleinere gage dan tegenspeelster Jane Russell, maar op basis van de titel kreeg ze opslag.
Voor “Land of the Pharaohs” van Howard Hawks uit 1955 had niemand minder dan William Faulkner het scenario geschreven.
In “Rio Bravo” (1959) doet zich precies hetzelfde voor als in “High noon”: in Rio Bravo, een stadje in Texas, heeft de sheriff (uiteraard John Wayne) de moordenaar Joe Burdette (Claude Akins) gearresteerd. Zijn broer Nathan (John Russell), een machtige veehouder, huurt een paar gangsters om de sheriff uit te schakelen en laat het stadje omsingelen. Maar in deze film scharen alle bewoners zich wel eendrachtig achter de sheriff en gedragen ze zich allemaal als helden. John Wayne vertolkt een rechtschapen sheriff die het moet opnemen tegen een bende ‘bad guys’, die een bendelid willen bevrijden uit de plaatselijke gevangenis. Regisseur Howard Hawks, een meester in uiteenlopende genres, wordt ‑ samen met John Ford ‑ beschouwd als een van de tenoren van de western. De traditionele mix van schietpartijen, heldenmoed, humor en een vleugje romantiek maken “Rio Bravo” tot een klassieker in het genre, nog voor er sprake was van het rauwe geweld en het cynisme van de jaren zestig‑westerns. Na “Rio Bravo” maakte Hawks nog twee gelijkaardige films met Wayne in de hoofdrol: “El Dorado” (1967) en “Rio Lobo” (1970).
Hawks is driemaal getrouwd geweest, met Athole Shearer (zus van actrice Norma Shearer) van 1928 tot 1940, met Nancy Gross van 1941 tot 1949 en met Dee Hartford van 1953 tot 1959.
While he was filming The Boys in the Band in 1970, Friedkin began a relationship with Kitty Hawks, daughter of director Howard Hawks. Friedkin asked Hawks what he thought of his movies (besides “The Boys in the Band”, this was only “The night they raided Minskie’s”), to which Hawks bluntly replied that they were “lousy”. Instead Hawks recommended that he “make a good chase, one better than anyone’s done.” Friedkin made “The French Connection” (1971) and became instantly famous. The relationship lasted two years, during which the couple announced their engagement, but ended about 1972.

(Zeer) selectieve bibliografie
Todd McCarthy, Howard Hawks: the grey fox of Hollywood, New York, Grove Press, 1997.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s