Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Nederlandse auteur Anton Koolhaas is gestorven.

Anthonie Koolhaas werd geboren in Utrecht op 16 november 1912, wat hem een tijdgenoot maakt van Vlaamse auteurs zoals Louis Paul Boon en Johan Daisne. Hij studeerde aan de Rijksuniversiteit Utrecht in, naar hij zei, ‘enige vakken die verband konden houden met de journalistiek’. Als lid van de Utrechtse studentenvereniging Unitas vormde hij een vriendenkring met Albert Alberts en Leo Vroman. Met hen richtte hij het Utrechts Studententoneel op. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij tien jaar als buitenlandredacteur bij de Nieuwe Rotterdamse Courant. Daarna was hij kunstredacteur van De Groene Amsterdammer, totdat hij in 1952 benoemd werd tot directeur van de Stichting Culturele Samenwerking in Indonesië.
In 1955 keerde Koolhaas terug naar Nederland en werd toneelrecensent bij Vrij Nederland. Tegelijk werd hij leraar aan de filmacademie te Amsterdam, waarvan hij van 1968 tot 1978 directeur was. Hij schreef ook zelf scenario’s, onder meer voor Bert Haanstra’s films “Alleman” (1963, zij het dat “officieel” enkel Simon Carmiggelt als auteur wordt vermeld), “Bij de beesten af” (1972) en “Dokter Pulder zaait papavers” (1975, naar zijn eigen roman “De nagel achter het behang”).
Pas op 44-jarige leeftijd schrijft hij zijn eerste boek, de verhalenbundel “Poging tot instinct”, in 1956 verschenen en een jaar later gevolgd door “Vergeet niet de leeuwen te aaien”. Koolhaas’ verhalen gaan vaak over dieren met typisch menselijke eigenschappen. Zo ook z’n bekendste roman “Vanwege een tere huid” uit 1973, waarin zijn hoofdpersonage Jokke bijna verdrinkt, maar toch nog aan wal kan geraken. Daar wordt hij echter verscheurd door een “hoedna”, een beverachtig dier dat Koolhaas zelf heeft uitgevonden, want “het is een boek over de verrukking van het leed, als het enige dat harmonie in een leven kan geven.”
In 1976 schrijft hij ook nog “De geluiden van de eerste dag” en in 1978 “Nieuwe maan”. Op Bibliofilos schrijft een vrouwelijke fan over dit laatste boek: “Mijn eerste kennismaking met Anton Koolhaas was zijn boek Hond in het lege huis. Ik las het – inderdaad – voor mijn lijst op de middelbare school. Hond in het lege huis is het enige boek dat ik tot dusver drie maal gelezen heb. En ik hoop dat ik hem nog drie of vier keer mag lezen in dit leven. Iedere tien jaar nog een keer.
Hond in het lege huis greep mij dus vrij fundamenteel aan. Bij de eerste lezing wist ik nog niet waarom. Nu heeft het boek, door mijn eigen levenservaringen, nog meer diepgang gekregen. Het gaat over het verliezen van je partner, rauwe rouw. Het gaat over het gevoel dat niets klopt, dingen vergeten, dingen ongedaan willen maken. (…)
Het zijn allemaal elementen die ik terugvond in Nieuwe maan. Wederom reist een stel af naar een vakantie eiland (net als bij Hond in het lege huis). Nu strijden echter Enno (de man) en Marij (de vrouw) ieder afzonderlijk hun strijd. Enno kijkt naar zichzelf als een teleurstellend mens. Hij heeft weinig bereikt, zijn bedrijf is failliet gegaan en in hem zit een diepe leegte. Voor Marij is hij in wezen een twee keus geweest. Voordat Marij Enno ontmoet had was ze intens gelukkig met een man die volkomen onverwacht in haar armen stierf. Marij zoekt al decennia lang naar een glimp terug van haar overleden lief en Enno bungelt daar een beetje bij. Op de mysterieuze Kaap (Koolhaas vertelt ons niet in welk land deze Kaap zich bevindt) storten zij zich in een avontuur.”

Bibliofilos (die zichzelf dus eigenlijk beter Bibliofila zou noemen) vertelt daarop ook omstandig in wélk avontuur ze zich storten, maar dat zou ikzelf liever achterwege laten, want het is een behoorlijke spoiler. Wel wil ik jullie deze omschrijving niet onthouden: “De tochten door de grotten zijn pure hallucinaties – wat dat betreft is dit boek één grote LSD trip. Het is nauwelijks te beschrijven, je kunt het alleen ervaren door het te lezen.”
En ook de conclusie mag er voor mijn part bij: “Uiteindelijk vinden Enno en Marij elkaar meer dan ooit in en door hun afzonderlijke zoektochten. Een roman vol symboliek en mooischrijverij. Men spreekt dat woord wel eens uit alsof het een scheldwoord is: ‘Mooischrijverij’. Ik vind het eerder een vereiste.”
Daarover ben ik het in theorie volledig eens met Bibliofila, zoals ik ze nu maar zal noemen. Maar het probleem is dat ik het in dit boek toch een beetje als scheldwoord ervaar. Ik zal eerlijk toegeven: dat verbaasde me van Koolhaas. Uiteindelijk ben ik het eerder eens met ene Teunis Bunt die op haar recensie reageert met: “Van Koolhaas heb ik het meeste wel gelezen. Nieuwe maan herinner ik mij als een van zijn mindere boeken, wat niet wil zeggen dat ik het indertijd niet met plezier heb gelezen. Maar voor mij heeft het niet het niveau van bijvoorbeeld Een kind in de toren, Vanwege een tere huid of Tot waar zal ik je brengen? Het lukt Koolhaas echter altijd om je mee te laten leven met zijn personages, of dat nu mensen of dieren zijn.”
Anton Koolhaas sterft in Amsterdam op 16 december 1992. De Boekenweek van 2009 was gewijd aan het dier in de literatuur. Daarom onthulde bioloog en dierenschrijver Midas Dekkers op 19 maart van dat jaar aan Koolhaas’ woonhuis aan het Amsterdamse Vondelpark een plaquette met een zin van Koolhaas: ‘Ik zit in alle figuren, al zijn het regenwormen’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.