Het is vandaag 125 jaar geleden dat in Eeklo de legendarische marktzanger Lionel Bauwens, nog beter bekend als Tamboer, werd geboren (beeld van Achiel Pauwels).

Hij werd geboren als zoon van Alfons Bauwens die in Eeklo bekend was als straatzanger. Aanvankelijk koos Lionel voor het beroep van textielarbeider. In 1909 huwde hij met Clementine Verstraete en werd metser. Na een conflict met zijn werkgever koos hij vlug voor het beroep waarmee hij bekend geraakte.
Het hoogtepunt van zijn carrière beleefde hij tijdens het interbellum waarbij hij de toenmalige nieuwsfeiten bezong in zijn werk. Het waren vooral gebeurtenissen in Beernem die voor hem een grote bron van inspiratie en inkomsten werden. In zoverre dat Lionel Bauwens een levensstandaard kon bereiken die ver boven die van de gemiddelde man lag.
Een marktzanger als Tamboer werd dus niet arm door te gaan zingen. Volgens zijn drukker (ene Pauwels uit Eeklo) heeft hij in de periode 1926-1930 voor zowat 80.000 fr. “vliegende blaadjes” verkocht. Hij vroeg 1 of 2 frank (als “De Moord van Beernem” erop stond, moest men dubbel betalen) voor een blad met 6 tot 8 teksten en dat was zeker niet goedkoop want een brood kostte toen slechts 25 centiem. En hij was niet alleen. Een andere marktzanger, Van Peteghem, verdiende zoveel dat hij uiteindelijk zélf een drukkerij opstartte.
In 1929 kocht vader Lionel met de opbrengst van zijn “hit” De Moord van Beernem zowaar een café voor 150.000 fr. (een werkmanswoning kostte toen 10.000 fr.). Die Moord van Beernem (de moord op boerezoon Hector Dezutter in 1926, door de overheid afgedaan als zelfmoord, maar wellicht moest het een vrouwenhistorie maskeren) had overigens geen vaststaande tekst, maar werd aangepast naarmate het onderzoek van Victor Delille (uitgever van “Het Getrouwe Maldegem”) vorderde. Hier speelt duidelijk nog de functie van de marktzanger als een soort van journalist. Dankzij de perskaart van Delille kon Bauwens zelfs aanwezig zijn op het proces, zodat hij de dag na de uitspraak, nog vóór het verschijnen van de kranten kon zingen dat “Hoste en Schepers tot twintig jaar dwangarbeid waren veroordeeld”.
Zijn bekendste lied (dat hem weliswaar minder heeft opgebracht) is echter wellicht “Den Europeeschen Oorlog” uit 1918. Die titel zal weinig zeggen, maar als strijdlied tegen de Duitsers op muziek van “Sous le pont de Paris” werd het ooit door duizenden mensen gezongen. Dit systeem was natuurlijk noodzakelijk om de verkoop van de “vliegende blaadjes” te bevorderen, want een tekst op een nieuwe melodie zou eerst moeten aangeleerd worden en bovendien moest men dan nog afwachten of dit wel succes zou hebben.
Tamboer had echter een gat in zijn hand – en vooral veel dorst. Zo heeft het communiefeest van zijn zoon 30.000 fr. gekost! Het duurde drie dagen en er was zoveel belangstelling voor dat de rijkswacht de stoet moest escorteren. Die zoon kreeg later belangstelling voor het wielrennen en toen Romain Maes na de huldiging in het Kuipke voor zijn overwinning in de Tour de France zich liet ontvallen: “Zo’n velootje kunt gij u niet veroorloven, hé!”, kocht Tamboer er prompt twee voor zijn zoon. Nochtans is Willem Bauwens nergens in de uitslagen terug te vinden…
Zijn belangstelling voor het wielrennen heeft hem nog eens in nauwe schoentjes gebracht. Zij het zeer onrechtstreeks. Hij had namelijk een lied gemaakt over een gemeentesecretaris die betrapt werd met een ongetrouwde vrouw. En hij had de bijnaam van die man, Schiepe, in dat lied verwerkt, zodanig dat iedereen wist dat het over hem ging. Dat heeft tot een proces geleid dat drie jaar heeft geduurd, waarna de klacht onontvankelijk werd verklaard, maar het had hem wel zoveel gekost dat hij zijn café en zijn Minerva kwijt was. En die bijnaam was nu afkomstig van het wielrennen. Tijdens de oorlog was een Duitse renner, Nietzsche (*), erg populair in onze streken. Maar die secretaris kon die naam maar niet onthouden en sprak altijd over Schiepe. Vandaar.
Zoals men kan zien was “een dikke nek” Tamboer niet helemaal vreemd. Toch zingt ook hij veel liedjes die sociaal onrecht aanklagen. En in ruil voor het tonen van een dopkaart, kon men een gratis blad krijgen en meestal zelfs nog een pint er bovenop. Behalve boeren. Die kon hij niet luchten. Dat ging terug op een lied over een jojo, waarin hij stelde dat men dit speeltuig ook aan de staart van een koe kon binden “en dat gaat dan open en toe, open en toe”. Toen de burgemeester van Watervliet (een boer) hem verbood dit “zedeloze” lied nog langer te zingen, hadden alle boeren het bij hem verkorven. En de oorlogsomstandigheden zouden daar geen verbetering in brengen. Toen in 1945 een boer een bladje van hem kocht (toen al 5 fr), sprak hij luid: “Is dat vijf frank die ge in den oorlog hebt verdiend door de werkmens de boter van uw muile te laten lekken?”
Bedelzangers mochten van de wetgever geen blaadjes verkopen. Dus boden ze deze gratis aan, d.w.z. men mocht geven wat men wou. Op de blaadjes stond bovendien gedrukt: “Als ge ze toch weggooit, geef ze ons dan liever terug.” Om zich hiervan duidelijk te distanciëren weigerde Tamboer b.v. geld op te rapen dat hem werd toegeworpen.
Rond 1950 was de rol van de marktzanger uitgespeeld door de opkomst van de radio (die was er natuurlijk al van vroeger, maar door de oorlog werd de grote doorbraak nog even uitgesteld). Zelf herinner ik me uit mijn prilste jeugd nog wel zo’n liedjesventer met accordeon, maar het was toen al zeer uitzonderlijk. Wellicht waren dit de zogenaamde “Volendammers” uit Antwerpen en niet zozeer Hubert Geens uit Aarschot, die als laatste marktzanger geboekstaafd staat, want marktzangers trokken per definitie niet rond van deur tot deur. Als socialist was Geens eveneens sociaal geëngageerd, zeker tijdens en na de Tweede Wereldoorlog met liederen als “Hitler is een ezeldrijver”, “De moffen liggen buiten” en “Snijd Mie heur haar af”.

(*) Ik heb dit natuurlijk opgezocht op de Wielersite, maar ik heb geen enkele Duitse renner uit die tijd gevonden met die naam of zelfs met een naam die er nog maar op gelijkt.

Selectieve biblio- en discografie
Willy L.Braekman, “Hier heb ik weer wat nieuws in d’hand. Marktliederen, rolzangers en volkse poëzie van weleer”, Gent, Stichting Mens en Cultuur, 1991, 521 blz.
Ronny De Schepper, Mag een communist ook de horlepijp dansen?, De Rode Vaan, 28 juli 1977.
Roger Hessel, “Lionel Bauwens, de onvergetelijke Tamboer”.
Stefaan Top, “Komt vrienden, luister naar mijn lied. Aspecten van de marktzanger in Vlaanderen (1750-1950)”, KUL 1985.
“Het volksleven in het straatlied”, een kanjer met meer dan driehonderd Gentse liedjes, uitgegeven in 1932 door Richard Van Kenhove en Albert Lepage.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s