De Amerikaans-Britse schrijver Charles Palliser viert vandaag zijn zeventigste verjaardag.

In het najaar van 2008 las ik twee boeken van zijn hand: de vuistdikke “Quincunx” en de flinterdunne “Sensationist”. Eigenlijk wilde ik alleen “The Quincunx” lezen, maar in zijn nawoord dringt de auteur er zelf op aan om daaropvolgend “The Sensationist” te lezen, ook al hebben beide boeken helemaal niks met elkaar te maken. Integendeel, ze zijn compleet aan elkaar tegengesteld. Ik kan alleen maar vermoeden dat Palliser zich voor “The Quincunx” wilde houden aan de Victoriaanse preutsheid die eigen is aan de romantraditie waarin hij zijn boek wilde plaatsen, maar dat hij tegelijk wou “bewijzen” dat hijzelf helemaal niet preuts is. Een andere verklaring zie ik niet. Hoe dan ook, ik ben door “The Quincunx” gevlógen, terwijl ik me slechts moeizaam door “The Sensationist” heb gezwoegd. Een vaststelling die ik wel even onder de aandacht wil brengen van middelbare scholieren die bij een boekbespreking steevast voor het dunste boekje kiezen.

Charles Palliser heeft niet enkel een familienaam die zo is weggelopen uit een boek van Anthony Trollope, hij is ook de meest Engelse van alle moderne Amerikaanse auteurs. Niet te verwonderen, want hij werd weliswaar in de VS geboren maar bracht zijn jeugd in diverse Europese landen door. Hij studeerde Engels in Oxford en was een tijdlang hoogleraar literatuurgeschiedenis aan de universiteit van Glasgow. Daar werkte hij twaalf jaar aan zijn debuutroman “The Quincunx”, die uiteindelijk in 1990 verscheen.
Het is een vuistdikke queeste-roman (meer dan 800 pagina’s, dicht op elkaar gepakte kleine druk), waarin een Engelse jongen betrokken geraakt bij de jacht op het testament van zijn grootvader (de ondertitel is inderdaad “De erfenis van John Huffam”).
Palliser steekt niet weg dat hij vooral beïnvloed werd door Charles Dickens. Tussen zijn tiende en dertiende jaar heeft hij alles van de auteur gelezen en sindsdien herleest hij geregeld nog een of ander werk. Hij is als professor trouwens gespecialiseerd in de Victoriaanse periode. De ontmoeting met de inbreker (p.32) is alvast helemaal te vergelijken met de bekende scène op het kerkhof in “Great expectations”. Net zoals de ontmoeting met Henrietta (p.56) aan die tussen Pip en Estella doet denken. En het verblijf bij de dievenbende roept uiteraard reminiscenties op aan “Oliver Twist”. Maar net zo goed doet het werk je aan Alexandre Dumas (“Le masque de fer”) of Victor Hugo (“Les misérables”) denken. Maar dat zeg ik dan wel met alle respect (*).
Hetzelfde jaar nog verscheen echter een flinterdun boekje “The sensationist”, waarmee Palliser zich wou “afreageren” (een beetje zoals Boon “Mieke Maaike” schreef na “Daens”) en dat volgens sommigen dan weer eerder in de richting van Peter Handke wijst. Ikzelf ken Handke enkel van zijn toneelwerk, dus ik kan deze bewering noch beamen noch ontkennen, maar ik hou alleszins veel meer van “The Quincunx” dan van “The sensationist”.
“The Quincunx” is een van de weinige boeken waarvan men kan zeggen: “Ik ontwikkelde de gewoonte – of verwierf het vermogen, want ik weet niet goed hoe ik het moet noemen – om mij zelf te verliezen (of misschien om mij zelf terug te vinden?) in een boek en mij af te sluiten van de wereld,” zoals Palliser zelf schrijft op p.43. Alhoewel dat in het tweede deel (“The Quincunx” bestaat uit vijf delen, telkens genoemd naar één van de families die een hoofdrol spelen in het verhaal, die delen bestaan dan zelf ook weer uit vijf “boeken”) wat vermindert, wanneer Palliser de heren Pentecost en Silverlight introduceert, die resp. staan voor het kapitalisme en het socialisme. Dat geeft aanleiding tot langdradige filosofische discussies.
Daarna volgt de ene rampspoed op de andere, wat wel een beetje (nou, heel erg) deprimerend werkt, maar dat is natuurlijk opnieuw volledig in de Dickensiaanse traditie. Toch vraag ik me af of die totale neergang van de familie Huffam wel zo realistisch is als het lijkt. Het boek speelt zich immers af in de achttiende eeuw als het analfabetisme nog welig tiert. Toch kunnen John Huffam en zijn moeder deze kennis niet te gelde maken als ze in de problemen geraken. Maar iemand die kan lezen, die zou toch wel een beter beroep moeten kunnen krijgen dan strontschepper of prostituée?
“Wat hebben we echter wél geleerd?” zoals Piet Huysentruyt zou zeggen. Wel, dat als je iemand vastbindt dit beter met de handen op de rug gebeurt, want anders is die persoon soms nog in staat om straffe kunsten uit te voeren. Zoals b.v. vanuit ijskoud water zich ophijsen aan een ladder (p.723). Ik moet zeggen dat de “suspension of disbelief” op dat moment wel erg groot was…
Het boek is grotendeels geschreven in de ik-vorm, al begint de auteur elk deel met het “alwetend” standpunt, waarbij hij de personages ook graag een “symbolische” naam geeft (Recht, Billijkheid, enz.). Dat wérkt, dus dat is geen probleem. Wat wél een probleem is, dat is dat de auteur opnieuw in de ik-vorm (maar de “ik” hier dus zijnde duidelijk de auteur) soms een historische “à part” geeft (“dit was in de tijd dat de doopregisters enkel nog bijgehouden werden door de parochies” e.d.). Aangezien de “echte” ik-figuur een kind is (later een jonge man) dacht ik eerst nog dat deze reflecties aan de “volwassen” of “oud geworden” ik-figuur dienden te worden toegeschreven, maar dat zou dan wel moeten betekenen dat de geciteerde “à parts” nog tijdens het leven van de hoofdpersoon zijn gewijzigd. Ik heb niet de moeite gedaan om dit telkens op te zoeken, maar ik twijfel eraan. Laten we het er dus maar op houden dat hier twee verschillende “ik-personen” door elkaar worden gebruikt.
Een ander detail, waarmee nochtans alles staat of valt, is de vraag wanneer – als we voorhuwelijksbetrekkingen uitsluiten (in die tijd en in die klasse ondenkbaar) – de vader van de ik-figuur in godsnaam de tijd heeft gevonden om zijn nakomeling te verwekken? De gebeurtenissen na het huwelijk volgen elkaar immers in sneltempo op en op minder dan een dag tijd worden de beide echtgenoten van elkaar gescheiden. Of… is niets zoals het lijkt en is Johns vader dan toch zijn biologische vader niet (p.585)? (**)
Een laatste merkwaardigheid is – uiteraard – de titel, waarvoor niemand een gepaste uitleg schijnt te hebben. Alleszins “The Oxford English Dictionary” alvast niet. Toch blijkt vanaf het moment dat de naam voor het eerst in het boek voorkomt (p.585), vrij duidelijk wat bedoeld wordt… (***)
Tien jaar later (in 1999 dus) greep Palliser met “The Unburied” (Ned.vertaling: “Dolende geesten”) duidelijk terug naar de formule die “The Quincunx” zo populair maakte, ook al situeert het verhaal zich een paar honderd jaar later (einde negentiende eeuw), al is er wel een “nevenverhaal” dat zich dan weer enkele honderden jaren vóór “The Quincunx” afspeelt.
Eerst en vooral moet ik waarschuwen wat de titel betreft. Ik weet niet wat Palliser bezielde om die te bedenken (toch niet inspelen op de vampierrage, zeker?), maar zowel voor- als tegenstanders van dergelijke vampierenverhalen moeten weten dat dit boek niets, maar dan ook helemaal niets met die toestanden te maken heeft.
Daarnaast dient gezegd dat dit boek de kwaliteit van “The Quincunx” helaas niet haalt, ik zou het eerder als een middelmatige Goddard bestempelen…

Ronny De Schepper

(*) Het boek volgt zijn illustere voorbeelden zelfs tot in de preutsheid die eigen is aan de Victoriaanse tijd. Dat valt vooral op omdat voor de rest alles minutieus wordt beschreven. Dat wil dus zeggen: alles minus seks, uiteraard, maar ook minus de lichamelijke uitscheidingsfuncties bij de mens. Die preutsheid is dus een “stijlkenmerk” en zeker niet eigen aan Palliser. “The sensationist” gaat zelfs (zoals de titel reeds laat vermoeden) bijna uitsluitend over erotiek. Wat niet wil zeggen dat het een erotisch werk is, dat is dan weer helemaal iets anders…
(**) “Het verborgen verhaal draait om de gebeurtenissen tijdens de huwelijksnacht van Peter en Mary (…) De alles onthullende tekst voor het oplossen van dit raadsel is het relaas van zijn moeder – de ‘bekentenis’, zoals zij het noemt – dat in haar notitieboek is opgetekend. Terwijl ze op sterven ligt laat ze John de bladzijden waar alles om draait verbranden, en wanneer hij veel later in de roman haar relaas leest, is het ontbrekende gedeelte letterlijk het middelpunt van het boek – het midden van het middengedeelte van het middelste hoofdstuk van het middelste boek van het middelste deel. De spil van de hele roman is dus een lacune, een duizelingwekkende leegte van het soort dat John voortdurend onder zijn voeten vreest aan te treffen.” (De auteur zelf in zijn nawoord, p.818)
(***) Volgens Filip Rogiers is het zelfs heel eenvoudig: het patroon van de vijf ogen op een dobbelsteen. Daarom is hij het misschien wel, waarover Palliser in Humo verklaart: “Ik heb nog maar twee mensen ontmoet die dachten te weten waar het woord voor stond, en één ervan zat ernaast. Zelf heb ik dat woord mijn hele leven gekend: ik kwam het op school tegen, in een gedicht van Alexander Pope. Het verwijst daarin naar en groep van vijf bomen.” Toch antwoordt Palliser op de vraag van Rogiers “waarom een quincunx?” : “Toeval (lacht). Het had net zo goed een hexagoon of iets dergelijks kunnen zijn. Ik had een structuur nodig om de idee van een patroon kracht bij te zetten en om de willekeur van het toeval weg te cijferen. Daarom zocht ik ook naar een cijfer als basisplan. Het nummer 5 leek mij het interessantst en omdat een quincunx een middelpunt heeft, laat dat allerlei complicaties en verbanden toe. Méér nog, het bracht mij op het idee om een roman te schrijven waarvan het middelpunt er eigenlijk geen was. Een typisch postmodern cliché natuurlijk, maar het intrigeerde mij om dat net in een Victoriaanse roman te gaan doen.”

Referenties
Filip Rogiers, “Toeval bestaat niet, tenzij het berekend is”, Knack 17 oktober 1989
Mark Schaevers, “Als ik van een leuke vrouw een hoer moet maken, ben ik daar zelf kapot van”, Humo 9 april 1992

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s