De rock’n’roll-generatie is ondertussen bijna uitgestorven (met alle gevolgen vandien: ze zijn nergens nog te bespeuren in de “top-zoveel-allertijden” waarmee we in deze periode weer worden overspoeld), maar twee oude knarren houden voorlopig nog stand: Jerry Lee Lewis en Little Richard. Blank of zwart, dat doet er dus niet toe, als je maar frenetiek de piano betokkelt!

En in het geval van Little Richard mogen we ook stellen dat veel aan de Tutti Frutti likken blijkbaar ook goed is voor de gezondheid. Want vandaag wordt Richard Penniman dus 85 jaar. Ondanks het feit dat ik eens een biopic heb gezien (van Robert Townsend uit 2000), waarin de rol van deze Amerikaanse pionier van de rock’n’roll door een soort van basketspeler van 1,91 meter werd gespeeld (Leon Robinson), werd hij toch terecht Little Richard genoemd, want hij was maar een onderdeurtje. Net zoals zijn geestelijke zoon die hem al lang vooraf is gegaan naar het rock’n’roll-paradijs, Prince. Maar naast Prince zijn er nog grote namen die dank u mogen zeggen tegen mijnheer Richard: Jimi Hendrix bijvoorbeeld of James Brown. En ook bleekscheten zoals Paul McCartney of Mick Jagger. Kortom, een grote mijnheer, deze kleine mijnheer…

Hét muzikale symbool van de rock’n’roll is wellicht de (Wurlitzer-)jukebox. Nochtans bestond die al veel langer (maar dan met 78-toeren platen). Eigenlijk is het dus niet de jukebox die aan de wieg van de rock’n’roll stond, maar wel de transistorradio die in 1951 werd uitgevonden.En zo profiteert de naoorlogse jeugd enerzijds van het materialisme van de opbloeiende economie (meer zakgeld, meer vrije tijd, meer ontspanningsmogelijkheden), anderzijds verzetten zij zich tegen een te slaafs navolgen van een plat materialistisch bestaan. De beste manier om met een eigen identiteit de goegemeente te shockeren blijkt al vlug een heel eigen soort muziek te zijn, de zogenaamde rock’n’roll.
Rock’n’roll is vooral gebaseerd op zwarte rhythm’n’blues, wat vooral in het racistische zuiden van de Verenigde Staten al meteen op banbliksems kan rekenen. Daarnaast zijn er ook de seksuele connotaties in de tekst die aanstootgevend blijken. (Het woord rock’n’roll zelf is zogezegd een dans maar eigenlijk is het natuurlijk een hint naar een stevige vrijpartij.)
Algemeen wordt aangenomen dat in 1954 de rockcultuur ontstaan is als de blanken, met name Elvis Presley en Bill Haley, zich ermee gaan bemoeien. Vooral deze laatste, op dat moment al een gezette burger met een verleden in countrymuziek, wordt al snel lacherig afgedaan, maar ook met Elvis Presley rekent De Nieuwe Snaar op een onweerstaanbare manier af in hun “Duizend kings of rock’n’roll”.
Toch is het wààr, want als je in het verleden van de zwarte muziek duikt, dan is daar helemaal niet zo’n “breuk” te bespeuren als “Rock around the clock” of “Jailhouse rock” wél deden. Big Mama Thornton had bijvoorbeeld al veel vroeger een ruigere versie van “Hound dog” opgenomen, waarin dat nummer duidelijk niet over een hond gaat die geen konijnen kan pakken. En er waren de jump bands van Ike Turner (*) en Johnny Otis die een soort van rhythm and blues speelden dat niet of nauwelijks van rock’n’roll valt te onderscheiden. Bij die Johnny Otis debuteerden trouwens ook rockers als Lloyd Price, Little Richard en Fats Domino.
Fats Domino maakte al platen voor hij dankzij de rock’n’roll bij een groot publiek bekend zou raken. Ook Little Richard was al vóór ’54 actief, maar zijn grote hits dateren pas van ná 1955: “Trutti frutti”, “Jenny Jenny”, “Lucille”, “Good Golly Miss Molly”, “The girl can’t help it”, “Long Tall Sally”, “Ready Teddy”, “Rip it up”, “Keep a-knockin’”, “Get down and get with it” enz. In een poging om deze rebellie in te dijken moest de brave Pat Boone een heleboel hits van Domino en Richard « in toelaatbare versie – op plaat zetten.
Ondertussen komen de rockfilms aanzetten. In “The girl can’t help it” (Frank Tashlin, 1956), in “Mr.Rock’n’roll” (Charles Dubin, 1957) en in “Don’t knock the rock” (Fred F.Sears, 1956) was vooral Little Richard te zien. Hij zingt de titelsong van “The girl can’t help it”, waarin hij ook nog “Ready Teddy” en “Rip it up” zingt, daarnaast zingt hij in “Rock around the clock” “Long tall Sally” en “Tutti frutti” en in “Mr.Rock’nroll” “Lucille”.
In het eigen orkest van Little Richard speelde een jonge Jimi Hendrix. Little Richard is op dat moment zijn hele repertoire van Specialty opnieuw aan het opnemen voor Vee Jay en als je Jimi wil horen als begeleider van Little Richard, kan je dus op deze opnames terecht (**).
Jimi Hendrix en zijn tijdgenoten gingen aan drugs ten onder. Alhoewel er vast en zeker ook gebruikt werd door de rockers tien jaar eerder, viel dat uiteindelijk nog mee wat het dodental betrof. Maar dat neemt niet weg dat de man met de zeis ook bij hen van jetje gaf. In Engeland werd in april 1960 Eddie Cochran (22) gedood in een auto-ongeval, nadat iets meer dan een jaar daarvoor Buddy Holly, Richie Valens en The Big Bopper reeds tot hun vaderen werden verzameld. Tel daarbij de schandalen door seks met minderjarigen die Jerry Lee Lewis en Chuck Berry ten laste werden aangewreven (Chuck Berry zou pas in oktober 1963 weer vrijkomen, nadat hij de helft van een gevangenisstraf van drie jaar had uitgezeten voor seks met een minderjarige prostituée) en Little Richard die “de muziek van de duivel” afzwoer (***) en men dacht dan ook dat rock zelf ten dode was opgeschreven. Maar niets bleek minder waar…
Want Danny van the Juniors had wel degelijk gelijk als hij stelde dat “rock’n’roll is here to stay”, m.a.w. het ritme zelf was niet meer weg te denken. Men kon het echter wel polijsten en bijschaven tot het weer “beschaafd” werd. Dat is dan de zogenaamde “highschool rock”, die zich meer tot middelbare scholieren richtte dan tot werkende jeugd. Dus leek het toch nog even de verkeerde kant uit te gaan. Maar gelukkig was er even later the British Beat Invasion om de Amerikanen opnieuw the real thing te leren kennen. Zij haalden mensen als Little Richard of Chuck Berry opnieuw van onder het stof en deze keer voorgoed.

Ronny De Schepper

(*) Zijn band ‘The Kings of Rhythm’ heeft met “Rocket 88” volgens kenners in 1951 de allereerste rock & roll-plaat afgeleverd, maar ook daar is veel discussie over. Zie hiervoor de eerste voetnoot op deze pagina. In tegenstelling tot Tina was Little Richard overigens wél aanwezig op de begrafenis van Ike, naast o.m. ook Phil Spector.
(**) In België werden de platen van Little Richard door Ronnex uitgebracht, de platenfirma van Albert Van Hoogten. Een interessant gegeven in deze kwestie is dat de B-kant van Little Richard-platen op Ronnex door een andere artiest werd geleverd. Zo staat op de B-kant van “Tutti Frutti” heel toepasselijk “Chop Chop” van The Chimes.
(***) Tijdens de eed moet hij ongetwijfeld zijn vingers achter zijn rug hebben gekruist, want hij nam anoniem wel degelijk nog rockmuziek op samen met The Upsetters.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s