De Amerikaanse scenario- en toneelschrijver, regisseur en acteur David Mamet viert vandaag zijn zeventigste verjaardag.

David Mamet, die werd geboren in Chicago, is de oprichter van het theatergezelschap Atlantic Theater Company. Gedurende de jaren zeventig ontving hij als schrijver goede kritieken voor de toneelstukken The Duck Variations, Sexual Perversity in Chicago en American Buffalo. Het toneelstuk Glengarry Glen Ross leverde hem in 1984 de Pulitzerprijs op. Deze zwarte komedie over elementair kapitalisme en de strijd tussen werkende mensen, over angst en hebzucht en het aansmeren van vastgoed aan mensen die het niet kunnen betalen (waar heb ik dat nog gehoord de laatste tijd?) werd in oktober 2012 in Gent opgevoerd door het Multatulitheater.
Zijn eerste scenario dat verfilmd werd, dateert van 1981. Hij schreef toen The Postman Always Rings Twice, gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1934 van James M.Cain. Het scenario voor de film The Verdict schreef hij weliswaar reeds eind jaren zeventig en is daardoor het eerste screenplay dat hij ooit schreef, maar het werd pas enkele jaren later verfilmd door Sidney Lumet (met Paul Newman in de hoofdrol). Het leverde Mamet overigens een eerste Academy Award-nominatie op.
In 1987 debuteerde Mamet als regisseur. Hij regisseerde House of Games, een psychologische thriller met in de hoofdrollen zijn echtgenote Lindsay Crouse en Joe Mantegna. Naast het schrijven van scenario’s verdiende Mamet ook geld met het herschrijven van enkele grote filmproducties. Dit deed hij soms onder een pseudoniem. Zo bewerkte hij het scenario van Ronin onder de naam “Richard Weisz”. Regisseur Spike Lee vond zijn versie van Malcolm X dan weer niet goed genoeg (“te blank” wellicht).
Begin jaren negentig werd Mamet genomineerd voor de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes. In 1992 schreef hij zelf het scenario voor een film gebaseerd op zijn toneelstuk Glengarry Glen Ross. De film, geregisseerd door James Foley, verzamelde een cast bestaande uit onder meer Al Pacino, Kevin Spacey, Ed Harris, Jack Lemmon, Alan Arkin, Jonathan Pryce en Alec Baldwin en wordt vaak geprezen als één van zijn beste films. Zijn tweede Oscarnominatie ontving Mamet in 1998 voor de satire Wag the Dog, een vlijmscherpe satire op mediamanipulatie en het politiek gekonkel in Washington. De Amerikaanse president wordt beschuldigd van verregaande seksuele intimiteiten met een padvindster. En wat doet zijn gehaaide adviseur (De Niro) om het schandaal de kop in te drukken? Hij haalt er een verwaande Hollywoodproducer (Dustin Hoffman) bij om een niet bestaande oorlog met Albanië te ensceneren, een virtual reality‑crisis die tot aan de nakende verkiezingen de aandacht moet afleiden van pers en bevolking.
Klinkt vertrouwd in de oren, nee? Dankzij een wonderlijke toevalstreffer belandde “Wag the Dog” in het heetst van Clintons Zippergate in de Amerikaanse bioscoop. De timing van de bioscoop‑release van “Wag the Dog” was zo mogelijk nog perfecter dan van “Primary Colors”. Deze satirische prent van Barry Levinson belandde in de Amerikaanse zalen net op het moment dat de VS ermee dreigde Irak aan te vallen indien Sadam Hoessein zich niet onvoorwaardelijk neerlegde bij alle VN‑eisen. Was Clinton die oorlog niet aan het gebruiken als bliksemafleider voor zijn problemen op het thuisfront, nu de aantijgingen van Monica Lewinsky de voorpagina’s beheersten?
Het Amerikaanse publiek wordt de laatste tijd door zijn filmpresidenten niet verwend. Eerst kregen we in “Absolute Power” van Clint Eastwood de prez als een SM‑minnende schurk van jewelste, bovendien nog gespeeld door Gene Hackman, de incarnatie van de modale Amerikaan. In “The Second Civil War” sleept de bewoner van het Witte Huis zijn land mee in het ondenkbare: de tweede burgeroorlog uit de geschiedenis. Zowel in “Wag the Dog” als in “Primary Colors” zou de president “nieuwe stijl” zich hebben vergrepen aan kleine meisjes. Het vervelende is dat al deze presidentiële figuren geloofwaardiger overkomen dan de enige positief heldhaftige supreme chief van de laatste tijd: Harrison Ford die in “Air Force One” eigenhandig de First Family moet redden uit de klauwen van goddeloze terroristen. Waar is de tijd gebleven dat presidenten in Hollywoodfilms steevast als eerbiedwaardig, aseksueel en honderd procent betrouwbaar werden afgeschilderd? Ideaal dat nog het best werd belichaamd door Henry Fonda (van “Young Mr.Lincoln” van John Ford tot “Fail Safe” van Sidney Lumet).
Het echte doelwit van “Wag the Dog” is echter minder Washington dan Hollywood; uiteindelijk is het minder Robert De Niro’s probleemoplosser dan Dustin Hoffmans producer die de meeste aandacht voor zich opeist, de beste scènes en dialogen toegespeeld krijgt in het sardonisch script van David Mamet. Hoffman imiteert in zijn vertolking zowel de fysieke eigenaardigheden (onnatuurlijk gebronsd, buitenmaatse bril, opgeföhnd zwartgeverfd haar) als de megalomane trekjes van Robert Evans, op jonge leeftijd heerser van een studio ‑ Paramount ‑ maar ten val gebracht door overmoed, cocaïneverslaving en criminele connecties. (Patrick Duynslaegher in Knack)
51 jan bogaert
Mijn eerste kennismaking met David Mamet was « Duck Variations » door Theater Onfijlbaar in 1987. Hier kregen we ook wel te maken met alle kommer en kwel die ons in dit aardse tranendal welhaast dagelijks overvalt, maar zowel auteur Mamet (zie ook « After hours » en « Sexual perversity in Chicago »), als regisseur Mia Grijp hebben perfect begrepen op welke manier men dit het best op de toehoorder kan overdragen. En zoals het leven zelve is dit, met een lach en een traan. Terwijl muziek van Vincent D’hondt, uitgevoerd door hemzelf en Bart Defoort, tegelijk voor het tot bezinning aanzettende vervreemdingseffect zorgt.
Maar de lof gaat toch vooral naar de twee acteurs, Daan Hugaert en Dirk Buyse. Twee verschillende stijlen merkte iemand op. Nogal wiedes ! Ze vertegenwoordigen o.i. immers precies de twee componenten die in iedere mens om de macht strijden, namelijk de rede (Buyse) en het gevoel (Hugaert). Met de rede die op alles een antwoord heeft… zolang het maar futiliteiten betreft. En het gevoel dat met een teugelloze fantasie vaak belachelijk aandoet en steeds kan worden weerlegd, maar dat uiteindelijk toch de rede beentje kan lichten als men graaft naar de werkelijke zin van het bestaan. Maar dat alles dus op een zeer vlotte, ontspannende manier, waarbij de lach bijna nooit uit de lucht is. Een bevrijdende en toch bevragende lach, terwijl de eendjes in de vijver verder hun kringetjes draaien. En het gevoel maar eindeloos brood werpen, terwijl de rede zoals in het lied van Annie M.G. Schmidt sakkert : « Kijk nou toch, je jurk wordt nat, je handjes vuil en papa boos »…
Blijkbaar onder invloed van Daan Hugaert bracht men daarna in Arca nog een ander stuk van David Mamet, “The Woods”, in een regie van Paul Kaptein. Met Carla Hardy (Ruth) en Daan Hugaert (Nick). Net als het eraan voorafgaande “Zimmerschlacht” en Albee’s “Huwelijk-Spel” dat ook nog op het programma staat, alweer een afrekening tussen een koppel. Alleen, hier is het niet een verhouding die na zovele jaren uitzichtloos blijkt, hier moet ze eigenlijk zelfs nog beginnen. Maar de uitzichtloosheid is even groot. Al leveren de acteurs uitstekend werk (Carla Hardy is een – ook fysieke – verrassing, ondanks haar Engelse “r” die er dus eigenlijk geen is: “in o’de”), toch steelt vooral het decor van Tom Schenk de show. Het stuk speelt zich immers af op een wankel staketsel midden een “moeras”.

Referenties
Ronny De Schepper, « Kijk nou toch, je jurk wordt nat, je handjes vuil en papa boos », De Rode Vaan nr.27 van 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.