En op het moment dat wij dus ’t zotteke zaten uit te hangen terwijl we Germaniak in elkaar aan het knutselen waren, ging in Brussel “Mistero Buffo” van de Internationale Nieuwe Scène in première. En zo waren wij er ons totaal niet van bewust dat er op dat moment theatergeschiedenis werd geschreven…

Op 16 november 1972 werd “Mistero Buffo” gecreëerd in het kleine zaaltje van de Muntschouwburg. Het was een vrije productie die tot stand was gekomen onder impuls van Muntdirecteur Huysman. Het enorme succes gaf in februari 1973 aanleiding tot de vorming van de Internationale Nieuwe Scène, die prompt met “Mistero buffo” zowat overal in het binnenland en zelfs hier en daar in het buitenland voorstellingen gingen geven.
Ikzelf zag het stuk op die manier in de stadsschouwburg van Sint-Niklaas. Dat moet in februari 1974 geweest zijn, want rond diezelfde periode ontspon er zich een grote discussie in het lokale weekblad “Het Vrije Waasland”, naar aanleiding van een interview van Marc Colpaert met Daniël De Smet, de latere superior van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie van Sint-Niklaas (*). Dit zogenaamde “interview” was niets anders dan een podium voor De Smet om zijn conservatieve opvattingen te kunnen ventileren (**). “Wij zijn er ons van bewust,” schreef de redactie, “dat de visie van de geïnterviewde er een is uit één bepaalde ideologische hoek. Reacties uit marxistische of christen-atheïstische (wat is dat voor iets? RDS) richting zijn dan ook welkom.”
En die reacties bleven dan ook niet uit. Het is alles bij elkaar wel een interessante discussie die ook na al die jaren nog altijd interessant is. Ik begin met de reactie van Hedwig Schoeters, doctor in de moraalwetenschappen, leraar aan het Koninklijk Atheneum van Sint-Niklaas en later nog waarnemend SP-burgemeester van die stad, als Freddy Willockx ministeriële verplichtingen had.
“Zelden heb ik een grotere eenstemmigheid vastgesteld tussen vragensteller en ondervrager, dan in het vorige week gepubliceerde interview van Marc Colpaert met Daniël de Smet: ‘Dialoog of Afbraak’. Hand in hand evolueren vraag en antwoord vrij gemakkelijk tot de vernietigende uitspraak: ‘Fo’s Mistero Buffo is AFBRAAK en laat geen mogelijkheid tot DIALOOG’.”
En hij eindigt met: “Wie meent dat het marxisme door het ontbreken van een buiten- of bovennatuurlijke vluchtheuvel gevaar loopt het slachtoffer te worden van datgene wat het materialistische Westen zo erg naar beneden haalt: de onbetamelijke weelde, de overconsumptie, het winstbejag, vergeet één ding, namelijk dat het precies de sedert bijna tweeduizend jaar geestelijk en wereldlijk oppermachtige christelijke kerken zijn geweest die de huidige structuren mede hebben mogelijk gemaakt. Over de diepere zin en morele waarde van de huidige mekaar bekampende maatschappijopvattingen, de neo-kapitalistische en de marxistische, gezien als fase in een nog zeer lange EVOLUTIE, zullen trouwens generaties oordelen die lang na ons met weer andere en nieuwe gegevens zullen worden geconfronteerd.”
MISTERO BUFFO: NIEUW LEVEN
De laatste reactie kwam van Karel Heirbaut, in Het Vrije Waasland aangekondigd als gewestleider van de KWB-Waasland:
“Naar aanleiding van het vraaggesprek met de heer De Smet, over de opvoering van ‘Mistero Buffo’ te Sint-Niklaas, volgende bedenkingen van een gelovige.
Vooreerst lijkt mij de tegenstelling ‘dialoog of afbraak’ onnodig. Men moet niet vóór het net proberen te vissen…
Gewoonlijk begint de kritiek op artistiek gebied; hier is echter geen vuiltje aan de lucht, gen discussie, de vorm is prachtig. Eens dat gezegd, springen de critici op hun ideologisch paard, rijden tot zij vermoeid of afgemat het terrein moeten verlaten. Ondertussen stroomt het volk naar ‘Mistero Buffo’, zowel bij ons hier, als in Italië, Frankrijk, Nederland, enz.
Dat wil nog niet zeggen dat ‘Mistero Buffo’ een meesterwerk is; ook rondreizende circussen trekken soms veel volk! Een punt van kritiek is zeker dat de bindliederen onvoldoende overkwamen, doordat tekst en melodie onbekend waren. Wat zou het betekenen als morgen iedereen het ‘bevrijdingslied’ kon meezingen, uit volle borst. Dàn zouden banden zonder onderscheid gesmeed zijn tussen toeschouwer en acteur, of beter: dàn zouden toeschouwers en acteurs zich opheffen als één geheel. Dàn eerst zou Dario Fo in zijn opzet geslaagd zijn.
Ook de tekst van het stuk zou op voorhand ter beschikking moeten zijn, dat zou veel zaken verduidelijken en de discussie vergemakkelijken.
Wanneer De Nieuwe Scène terugkeert naar Sint-Niklaas, moet men daarmee rekening houden.
Maar laten wij niet rond de pot draaien: de kritiek, van Daniël de Smet en anderen, slaat niet op de vormgeving, maar op de inhoud.
Wie heeft ‘Mistero Buffo’ geschreven? De marxist Dario Fo. Vanuit een marxistische visie dus, niet vanuit een christelijk-gelovige, dat is nogal normaal. De figuur van Jezus van Nazareth, van geboorte tot kruisdood, wordt beschreven, bezongen, belicht, verwoord en vooral bespeeld door de acteur(s). Dario Fo bekijkt de Christusfiguur en het Christusgebeuren
(sic, RDS) als ongelovige, zonder Godsbesef. Het hiernamaals is voor hem onbestaand. Hij gelooft in de natuur, in de stof, in de voortdurende ontwikkeling van de materie. Hij gelooft niet in mirakels. De opwekking van Lazarus uit de dood is voor hem een smoesje.
Dat dit christenen, en vooral conservatieve christenen, kan schokken, is best te verklaren: zo lang en zo dikwijls kreeg de christen een bepaald beeld voorgeschoteld van de Christusfiguur. En nu komt een marxist die vertrouwde dingen eens op zijn kop zetten… dat werkt wel in!
Christenen moeten niet zo verontwaardigd doen:
* De wanhoop van Maria bij de kruisdood van haar geliefde zoon doet haar roepen: “Gabriël, ge hebt mij belogen, gij hebt mij vanalles beloofd, ik ben bedrogen.” Traditionele christenen kunnen zich hierdoor geërgerd en geschokt voelen omdat zij zijn vergroeid met een poppenfiguur als Maria onder het kruis. Maar een moeder die hoort zeggen dat haar kleine is overreden op de hoek van de straat???
* De opwekking van Lazarus uit de dood is voor de auteur aanleiding om geheel dat mysterie- en mirakelgedoe belachelijk te maken. Hij onthult hoe machtigen van alle tijden de zogeheten mirakelen gebruiken om machtig te blijven: Gaverland, Scherpenheuvel, enz.
* De wijze waarop Dario Fo de ontmoeting van paus Bonifatius VIII met Jezus schetst en ‘interpreteert’, kan door vele christenen worden onderschreven. “Wie zijt gij? Ik ken U niet.” De opvolgers van Petrus waren immers na 300 jaar christendom terecht gekomen op de hoogste top van de maatschappij; ze hadden zich laten kronen als vorsten en zich omringd met goud en tempels. Nu nog dragen zij de mijter en de kromstaf die in die tijd hun verschijning deden. Ook de oude bijbelse profeten zouden zulke toestanden gehekeld hebben!

Christus was bereid om voor zijn bevrijdingsopdracht te sterven. De christen wordt door dit voorbeeld geïnspireerd om zich in een totale overgave in te zetten voor vrede en verdelende rechtvaardigheid. Zoals duizenden niet-christenen hun leven hebben gewijd aan en vaak gegeven voor de bevrijding van de arbeidersklasse, laten we dat niet vergeten!
Christenen en marxisten hebben tot nu toe elkaar bekampt. Onvoldoende zijn zij vertrokken van het standpunt dat zowel christendom als marxisme in hun fundamentele inhoud ‘bevrijding’ betekenen. Beide strijden tegen onrecht, uitbuiting, onderdrukking, onwetendheid.
Christenen en marxisten moeten nu gaan samenwerken en alle middelen die ter beschikking zijn hanteren om het kapitalisme (het échte materialisme) te vernietigen: dat is een opdracht.
Als ‘Mistero Buffo’ bij enkelen deze zienswijze heeft doen doordruppelen, zijn wij op de goede weg. De eerste werkelijk eerlijke daad bij zulk een moeilijke confrontatie is: elkaar recht in de ogen kijken.
‘Mistero Buffo’ komt terug naar Sint-Niklaas!”

MANNEN VAN DE DAM
Of dit echt ooit is gebeurd, weet ik niet. Ondertussen had de INS in 1973 immers reeds “De ballade van de grote en kleine poppen” in een productie van het Masereelfonds gecreëerd. In mei 1974 had ikzelf dan een aanvaring met de Nieuwe Scène, maar veel erger was natuurlijk de afsplitsing van de Mannen van de Dam o.l.v. Wim Meuwissen. Die moet daar in Humo een en ander over hebben verteld dat in het verkeerde keelgat is geschoten, want op 9 september 1976 schreef “het Kollektief” een brief waaruit volgend fragment: “Het theaterwerk van het Kollektief bewonderen, zoals Wim Meuwissen dat doet, maar de inhoud ervan betreuren, is een contradictie. Vorm en inhoud zijn één zoals hij na lange samenwerking binnen de Nieuwe Scène toch zeker zou moeten weten. Wanneer Wim Meuwissen en de Mannen van den Dam Charles Cornette ervan betichten ‘succesfragmenten uit Mistero Buffo op te warmen’ – daarmee doelend op de voorstelling ‘Over Mistero Buffo, jongleurs van vroeger en nu’ met Charles Cornette en Hilde Uitterlinden – waarbij andere motieven zouden meespelen, kunnen wij niet anders dan de meest twijfelachtige motieven veronderstellen die tot zulk een uitspraak hebben geleid.”

Ronny De Schepper

(*) “Mistero Buffo: dialoog of afbraak?”, Het Vrije Waasland, 22 februari 1974.
(**) Een paar voorbeelden van vragen van Colpaert: “Tijdens het nagesprek – of moeten we scheldpartij zeggen…” en “Uiteindelijk is het marxisme toch ‘maar’ een ‘materialisme’. Mist het niet een diepere ontologie of metafysica?” Ook de tussentitels spreken boekdelen: “Dynamitering van de dialoog”, “Een dubbelzinnig stuk”, “De marxist durft het gelovig risico niet nemen”, enz.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s