Op 12 november 1962 werd het Kuipke, zoals de velodroom die in 1927 in de kleine hal van het Gentse Floraliënpaleis was gebouwd, algemeen werd genoemd vanwege zijn kleine omtrek (160m.) en erg steile bochten, door een brand verwoest. Een onvoorzichtige toeschouwer had de avond voordien een sigaret vlakbij butaangasflessen laten vallen. Die flessen ontploften en de houten piste, het dak en de muren gingen volledig in de vlammenzee op. Een nieuw Kuipke met een baan van 166,66 m werd pas in november 1965 in gebruik genomen. De grote baas was toen nog ex-wielrenner Oscar Daemers, maar in 1974 werd hij vervangen door André D’hont, die ik in 1989 ben gaan interviewen voor De Dulle Draak n.a.v. de jaarlijkse zesdagen, die dit jaar overigens op 14 november start. Ik heb vandaag nog eens op internet gezocht hoe het op dit moment met mijnheer D’hont is gesteld, maar ik heb niets over hem gevonden. Wie mij wat meer kan vertellen, wordt hierbij dus ten zeerste uitgenodigd dat te doen…

60 kuipkeTerwijl in Lombardije de laatste wielerklassieker op de weg werd betwist, werd in het Gentse Sportpaleis het winterseizoen op de baan in gang geschoten. En daarvoor werden de grote kanonnen van stal gehaald, want renners uit niet minder dan veertien landen streden om vier Europese titels. Daarbij ook Japanners en Australiërs, want in de wielersport neemt men het niet zo nauw met de aardrijkskunde. Gent had ook de primeur van drie Russische beroepsrenners. Op de piste dan, want iedereen herinnert zich wel dat op de weg er reeds een profploeg actief was, zeker nadat één ervan, Dimitri Konyshev, tweede eindigde in het wereldkampioenschap.
47 andre dhontAndré D’hont, de directeur van de N.V.Sport-Inn, die de belangen van het Kuipke behartigt, ziet het dit jaar dus groots. Hij laat zich niet ontmoedigen door de zwakke prestaties van onze wegrenners, integendeel, volgens hem kan dit de belangstelling voor de wedstrijden op de piste juist aanwakkeren, omdat de supporters op de weg een beetje op hun honger blijven.
‘Vroeger sprak men nogal vlug over combines’, bijt André D’hont van zich af, ‘vooral dan nog op de piste, maar ik zeg je, het Gentse publiek is een kennerspubliek. Dat laat zich niet belazeren. Men kijkt met één oog naar de renners en met het andere naar de klok. Als er te traag gereden wordt, laat men vlug zijn ongenoegen blijken. En wie kan er nog van combine spreken als er gevlamd wordt tegen vijftig of zestig per uur?’
‘Ik heb er bijgevolg dan ook geen moeite mee om wegrenners aan te trekken… als ze op de piste kunnen rijden! Greg Lemond kan misschien wel op de piste rijden, maar dan moeten de anderen tegen 35 per uur rijden of hij staat na één dag al op tien ronden. Fignon hier binnenbrengen voor een massa geld heeft ook geen enkele zin.’

Striptease
‘Maar ik ben ervan overtuigd dat de piste toekomst heeft. Vorig jaar hadden we voor onze zesdaagse 32.000 man. En dat in een stadje gelijk Gent! Maar je moet sport brengen, hé.
Het Gentse publiek komt niet naar show, zoals in Duitsland met striptease en wat weet ik allemaal.
Nee, het Gentse publiek komt voor de sport. Vorig jaar dacht iedereen dat bij voorbaat vaststond dat De Wilde-Tourné moest winnen: Het is Freuler-Hermann geworden. In een ware heksenketel.
De supporters van ‘onzen Tienne’ waren razend. Ze hebben geroepen en getierd. En ik was in mijn sas daarmee. Dat was de beste publiciteit die ik kon hebben. Combine? Laat me niet lachen!’

91 patrick sercuPatrick Sercu
Aan het optillen van de sportieve prestaties op de Gentse piste is wedstrijdleider Patrick Sercu zeker niet vreemd. Niet alleen is hij een zeer integer man met een hart voor de baansport, hij heeft vooral nog altijd een groot prestige bij de renners. Dit jaar heeft Sercu de idee gelanceerd een klassement voor pisterenners op te maken, vergelijkbaar met het FICP-klassement op de weg.
André D’hont: ‘Een uitstekend idee, maar dit jaar is het nog in een experimenteel stadium, we gaan er dus nog niet mee naar buiten treden. We willen immers aan een formule dokteren waarin renners als Clark b.v. die bijna alle zesdaagsen rijden niet teveel bevoordeeld worden tegenover, ik zeg zo maar iets, een Rik Van Slijcke die buiten Gent en Antwerpen misschien maar aan één of twee zesdaagsen mag deelnemen.
Ook beperken we de punten tot zesdaagsen en ploegkoersen, maar het wordt toch een individuele rangschikking, want er wordt teveel van ploegmaat gewisseld gedurende het seizoen’.

27 Rik Van SlijckeHet is duidelijk: de strategie is om uiteindelijk de wereldkampioenschappen op de piste in de winter en op de overdekte banen te laten betwisten in plaats van in de zomer als zielig aanhangsel van het wegwereldkampioenschap. Een probleem is wel dat dat ongeveer de enige keer is dat de pistebedrijvigheid het televisiescherm haalt. En zonder televisie geen sponsors? En zonder sponsors geen heropleving?
André D’hont: ‘Oh, maar ik leef niet van televisie, hoor! Dat heb ik wel al geleerd in die veertien jaar dat ik het roer overgenomen heb van Oscar Daemers. Televisie is natuurlijk wel belangrijk, maar ik zal nooit de finale van mijn zesdaagse aan de televisie verkopen. Nooit! Want dan drinken de mensen hun pintje thuis. En voor een groot percentage moet ik leven van de pinten. Als het weer dan nog een beetje mee wil zitten, niet te veel sneeuw of mist, lukt dat nog wel, hoor.’
Koorddansen
Het is dus niet langer zo dat wielerbanen andere evenementen moesten brengen (tennis, ijsrevue, rockoptredens …) om uit de kosten te komen?
André D’hont: ‘In Gent is dat nooit het geval geweest. Slechts één jaar heb ik een negatief cijfer gehad. Ik weet immers op voorhand hoeveel toeschouwers ik moet trekken om geen verlies te maken. Dat kan ik gewoon uitrekenen. En dan wordt de tering naar de nering gezet. Als Freuler het in zijn hoofd zou halen om het dubbele te vragen van vorig jaar, dan mag hij thuis blijven, want ik kan dat niet betalen. Luister, het is en blijft business, hé. Ik wil wel een beetje koorddansen, maar de put waarin ik kan vallen mag niet te diep zijn!’
92 urs freulerHet Gentse Sportpaleis staat ook bekend voor zijn jeugdwerking…
André D’hont: ‘Dat is een investering, hé. Als we dat niet deden, dan was er nu al geen sprake meer van pisterenners.’
En de piste op de Blaarmeersen? Is daarvan reeds de weerslag voelbaar of is dat nog te vroeg?
André D’hont: ‘Dat is totaal iets anders. In eerste instantie is dat een oefencentrum. De piste wordt te weinig benut, akkoord, maar hoeveel sporthallen staan er niet leeg of hoeveel zwembaden? Daar laat de jeugd het ook afweten. En waarom dan niet investeren in een wielerbaan? We zijn het wielerland bij uitstek en we hebben ocharme één bruikbare zomerpiste. Maar dat belet niet dat ze wat meer mocht gecommercialiseerd worden.
De piste op de Blaarmeersen wordt slecht gemanaged. Ik zit wel in de raad van bestuur, maar dat is dan ook alles. Nee, je moet affiches maken, je moet de pers onder de arm nemen. Nu lezen de mensen soms ’s maandags in de krant dat er in het weekend een wedstrijd heeft plaatsgehad. Dat kàn niet natuurlijk. Ik heb daar nogal problemen mee.
Je zit daar ook op vuile stoelen b.v. Neem van mij dan maar aan dat je vrouw misschien wél één keer zal meegaan, maar geen twee! En men klaagt dat de kantine niet goed draait. Nogal wiedes! Als men in de kantine staat, ziet men niets! Bij ons is het middenplein het hart van de zesdaagse. En waarom denkt ge dat ik tijdens de zesdaagse televisieschermen plaats in het restaurant…?

Referentie
Ronny De Schepper, “Het Gentse publiek is een kennerspubliek”, De Dulle Draak, 27/10/1989

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s