Heeft het debat waarnaar ik zo lang heb uitgekeken tussen Bart De Wever en de Gravensteengroep op 3 november 2012 tijdens de Boekenbeurs wel ooit plaatsgevonden? Ik heb het aan Bart De Wever gevraagd, ik heb het aan moderator Jean-Pierre Rondas gevraagd, bij beiden kreeg ik nul op het rekest. En als ik het als zoekterm intik op Google krijg ik zowaar mijn eigen website als antwoord terug. Dus als iemand mij kan helpen, graag. Gelukkig heb ik via mijn opzoekingswerk wel een leuke column van Bart De Wever over de Gravensteengroep in De Morgen gevonden.

Dankzij Lode Willems, die het mij had doorgestuurd, ben ik in staat geweest het zogenaamde Gravensteen-manifest te ondertekenen. Hieronder vindt u de volledige tekst, die u ook kunt terugvinden op de website van de Gravensteengroep, zo genoemd omdat de groep voor het eerst samenkwam in de schaduw van het Gentse Gravensteen. Op hun website kunt u uiteraard zelf ook het manifest ondertekenen. Dat werd ondertussen o.m. al gedaan door Etienne Vermeersch, Jan Verheyen, Piet van Eeckhaut, Jef Turf, Raf Vandenbussche, Ferre Weustenraad, Aurèle Looman, Jaak De Boever, Janine De Rop, Rudy Coppieters, Hugo Raspoet, Mark Rummens, Jo Decaluwe, Ludo Abicht, Miel Dullaert, Miriam Van Hee, Hilde Braet, Andrea Sansen, Erkki Liukku, Patrick Michiels, Gerda Everaert, Françoise Vanhecke, Godfried-Willem Raes, Jan Briers jr., Florian Heyerick, Zeger Van der Steene, Willy Van Doorselaer, Sam Van Rooy, Wouter Van Bellingen, Hilde Van Haesendonk, Tuur De Weert, Jaak Van Assche, Frans Redant, Raymond Bosschaert, Luk De Koninck, Walter Frans, Jan Becaus, Willem Elias, Fred Braeckman, Paul Van der Haegen, Laurens De Keyzer…
(Opmerking: op een bepaald ogenblik ben ik gestopt met na te kijken of er geen nieuwe BV’s zich hadden gemeld. Wie dus vindt dat hij of zij in dit rijtje thuishoort, mag me altijd een seintje geven. Pas bij zijn dood vernam ik b.v. dat ook Willy Courteaux erbij hoorde, al stond hij bij de regionale verkiezingen van 2004 wel op de lijst van de Vlaamse Democraten Brussel, een linkse scheurlijst van de N-VA.)
Mensen die beweren: “Er zijn heel wat belangrijker zaken dan de splitsing van BHV” hebben natuurlijk honderd procent gelijk. Wat zij er echter niét bij vertellen is dat nà een verregaande staatshervorming die “belangrijker zaken” veel grondiger en veel efficiënter zullen kunnen worden aangepakt. Een land waarbij de ministers geen verantwoording verschuldigd zijn aan (grosso modo) de helft van de bevolking (namelijk de Waalse bevolking heeft niks te zeggen over de Vlaamse ministers en de Vlamingen kunnen de Waalse overheden niet afstraffen) kàn gewoonweg niet functioneren. Dus ofwel moeten we terug naar het unitaire België met één tweetalige kieskring of anders moet er meer onafhankelijkheid komen voor de gewesten, zodat de bevoegde ministers verantwoording kunnen afleggen over hun beleid. Aangezien een retour à la Belgique de papa totaal uitgesloten is, kan dus enkel een verregaande staatshervorming (op z’n minst confederalisme) een uitweg bieden. Vandaar dat ik nog eens in herinnering breng dat Latinisten zich nog wel die Romeinse redenaar (Cato) zullen herinneren die elke redevoering afsloot met het lapidaire “Ceterum censeo Carthaginem esse delendam”, “voor de rest ben ik ervan overtuigd dat Carthago dient te worden vernietigd”. Zelf pleeg ik dit geregeld aan te passen tot “ceterum censeo Belgicam esse delendam”. Maar er is ook nog een andere mantra die steeds weerkeert bij mij en dat is dat de Gravensteengroep zich tot een politieke partij zou moeten omvormen om een verregaande staatshervorming mogelijk te maken.
Dit gezegd zijnde, ziehier de oorspronkelijke tekst van het manifest…

De ondertekenaars van dit manifest vertrekken vanuit verschillende politieke en ideologische uitgangspunten, maar zijn het eens in hun gehechtheid aan de democratie en de mensenrechten. Zij stellen de waarden van vrijheid, gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect centraal, en wijzen alle vormen van racisme en xenofobie radicaal af.

Zij zijn echter verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met (extreem-) rechts gedachtegoed worden geassocieerd. Daarom wensen ze de volgende standpunten naar voren te brengen.

Bij het ontstaan van België in 1830 heeft de francofone bourgeoisie de kans schoon gezien haar prioriteiten veilig te stellen, door een regime te installeren dat essentieel op sociale ongelijkheid en discriminatie van de Vlaamse taal en bevolking was gefundeerd. Die sociaal-economische ongelijkheid is mettertijd in grote mate weggewerkt dankzij een strijdbare arbeidersbeweging. Het recht op eigen taal en cultuur hebben de Vlamingen echter moeten afdwingen via een kluwen van ondoorzichtige compromissen. Het resultaat is een omslachtige staatsstructuur, een institutionele doolhof met zeven parlementen en zes regeringen. Onze ‘imago-schade’ in het buitenland wordt niet alleen veroorzaakt door de voorbije formatiecrisis, maar ook door de chaos die de Belgische constructie na 177 jaar lapwerk kenmerkt. De verkiezingsuitslag van 10 juni 2007 in Vlaanderen is mede veroorzaakt door het ongenoegen over deze historische vergroeiing en lijkt een onomkeerbare optie op de toekomst te nemen.

Dat een flink deel van de Vlaamse culturele wereld de intellectuele moed mist om deze analyse te maken, is onbegrijpelijk. Dat ze zich, samen met de oude Belgische elites, vastklampt aan een Belgische status-quo, is onaanvaardbaar. Dit zelfverklaard ‘progressief Vlaanderen’ stelt zich behoudsgezind op en dreigt de trein van de geschiedenis te missen. Ons aanknopingspunt is niet een belegen Vlaams romantisme, maar wel de Verlichtingsfilosofie, het democratisch gelijkheidsbeginsel, een moderne visie rond decentralisatie, subsidiariteit, schaalverkleining en regionale autonomie die overal in Europa aan de orde is, van Schotland tot Kosovo, en van Catalonië tot Estland.

Centraal staat daarin het principe van territorialiteit. In 1962-63 werden de definitieve grenzen vastgelegd van Vlaanderen, Wallonië en Duitstalig België, als taalkundige én culturele ruimtes binnen het Belgisch federaal bestel. Dit nadat al in 1932 de eentaligheid der regio’s -mede onder sterke Waalse druk- werd aanvaard. De taalgrens heeft hier in dit opzicht de kracht van een staatsgrens. Zo’n ruimtelijke afbakening impliceert bepaalde spelregels, nodig voor een gezond sociaal weefsel. Wereldwijd beschouwt men het namelijk als evident dat een immigrant, mits een aanpassingsperiode, zich inburgert door zich de taal van het nieuwe thuisland eigen te maken. Dit doet geen afbreuk aan de mensenrechten inzake godsdienst, culturele eigenheid of taalgebruik in de privé-sfeer. Laagopgeleide allochtone migranten doen deze inspanning met vrucht, terwijl veelal hoogopgeleide Franstalige inwijkelingen in Vlaanderen dit om principiële redenen niét blijken te doen, hierin gesteund door hun politici. Sommigen menen zelfs dat het volstaat, in een grensgemeente een meerderheid te verwerven, om de grenzen te verplaatsen. Daarmee ondergraven ze het principe van de politieke solidariteit tussen de gewesten, en meteen ook van de Belgische federale structuur op zich. Men kan zich indenken hoe de Fransen zouden reageren, mocht een Duitstalige meerderheid in een Franse grensgemeente eventjes de grenzen tussen beide landen willen wijzigen…

De ondertekenaars van dit manifest vinden daarom dat elke discussie over sociaal-economische solidariteit onmogelijk wordt, indien men de politieke solidariteit, d.w.z. het wederzijds respect voor grens en ruimte niet eerbiedigt. Er is een ommekeer in de mentaliteit nodig bij de francofone politici: wij hoeven dit respect niet ‘af te kopen’. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is een toepassing van dat in de grondwet verankerd territorialiteitsbeginsel. Daarnaast vormt reële tweetaligheid in Brussel, als hoofdstedelijk gewest, de laatste kans voor België om als confederale staat te overleven.

Als een consensus over deze basisbeginselen wordt afgewezen, is elke discussie over staatshervorming zinloos. Noodgedwongen moeten we dan de nodige stappen zetten om de regio’s als onafhankelijke staten deel te laten uitmaken van de Europese Unie. Overigens, in de post-Belgische context van de Europese samenwerking kan interregionale solidariteit maximaal spelen. Wij willen, als welvarende regio, zowel de interpersoonlijke als de interregionale solidariteit in stand houden. Met ons hoofd én met ons hart. Maar niet met een latent onbehagen omtrent cultuurimperialisme, ongezond parasitisme, en verborgen partijpolitieke agenda’s.

Dit België is zonder duidelijke, onherroepelijke afspraken niet werkbaar; wie een hervorming in deze democratische zin afwijst, pleit in feite voor de ontbinding van die staat. In het verlengde van deze moderniseringsgedachte vragen wij transparante politieke structuren, responsabilisering van de regionale besturen, de toepassing van democratische grondrechten, en onschendbaarheid van taalgrenzen. Met onze Franstalige vrienden als het kan, zonder hen als het moet.

Meer autonomie zal eenieder tot voordeel strekken. Gelukkig groeit aan beide zijden van de taalgrens het besef dat ook Franstalig België zijn eigen groeikansen hypothekeert in de mate dat het zich laat gijzelen door politici die zweren bij de status-quo.

De oude vijandbeelden moeten vervangen worden door nieuwe samenwerkingsverbanden, gebaseerd op een evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Wallonië als bevriende partnernatie lijkt ons een aantrekkelijker perspectief dan een staatsbestel dat zich van de ene crisis naar de andere voortsleept.

Referentie
Joël De Ceulaer, “Bart De Wever is de erfgenaam van priester Daens”, Knack, 11 juni 2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s