Eén van onze medewerkers (*) heeft zich met voorbeeldige moed op een groep scholieren geworpen om te peilen naar hun muzikale en literaire interessen. De atheneum-leerlingen van 14 tot 18 jaar kregen twee eenvoudige vragen voorgeschoteld: “welk is je geliefde muziekgroep (of zanger)?” en “welk is je geliefde schrijver?”

MUZIEK? NOOIT VAN GEHOORD
Zonder verpinken drukken we hier de “top vier” af van de vier ondervraagde leeftijdsklassen.
14-15-jarigen: Abba, Beatles, Baccara, Pink Floyd;
15-16-jarigen: Abba, Rolling Stones, Beatles, Elvis;
16-17-jarigen: Pink Floyd, Beatles, Abba, Elvis;
17-18-jarigen: Elvis, David Bowie, Status Quo, Frédérique François.
Je kunt daar nu van alle soorten besluiten uit gaan trekken naar wat de goede of slechte smaak betreft van het jonge volkje, je kunt er ook de nodige besluiten uit trekken wat de kwaliteit van de “markt” betreft die de tieners aangeboden wordt.
Abba, vlot klinkende muziek, leuke deuntjes, maar zeker niets nieuws, niets creatiefs.
Beatles, ontzettend creatief en nieuw… geweest op het ogenblik dat de ondervraagde jongelui voor het eerst naar “de grote school” gingen.
Baccara: Mi Amigo-hits zonder inhoud en erg commercieel.
Over Pink Floyd kunnen we geen kwaad woord vertellen. We veronderstellen dat de 14-15-jarigen ook wat oudere broers of zusters hebben die deze muziek thuis af en toe draaien, vandaar…
De 15-16-jarigen hebben de antwoorden blijkbaar ingevuld in volle geschiedenisles. De jaren vijftig en zestig zijn er immers prachtig in vertegenwoordigd. De bewondering voor “the King” zal wel meer te maken hebben met zijn dood dan met zijn muziek, terwijl bij de Stones de overlevenden gelauwerd worden om hun zilveren ambtsjubileum.
Bij de 16-17-jarigen ontdek je dan plots de eerste generatie “oudere broers en zusters” van de 14-15-jarigen. Lekker met het lief in de zetel liggen vrijen op muziek van Pink Floyd is eenvoudigweg zàààlig.
En eens de 17 jaar voorbij komt er dan toch een onderscheid. De Beatles, de Stones en Pink Floyd verdwijnen, maar er komt weinig goeds in de plaats. Met enig respect voor de Bowie van toen en voor de opgewektheid van Status Quo van datzelfde toén, vragen we ons af of die keuze niet bepaald is door het ongenoegen over de markt van vandaag, veeleer dan door de mateloze bewondering voor de producten van een nabij verleden. Waaruit Frédérique François zo plots komt opduiken bijvoorbeeld is ons een volkomen raadsel!
Het totaalbeeld van de enquête is ook niet verrassend: Abba, Pink Floyd, Elvis, Beatles, Stones.
Er valt het jonge volkje dus geen gebrek aan goede smaak te verwijten. Elk van de vijf toppers is op een bepaald ogenblik erkend geweest als de groep van het ogenblik. Als Abba dat vandaag is, valt er enkel uit te besluiten dat er vandaag niet veel gebeurt in de muziekwereld. Of dat hetgeen gebeurt niet aan de oppervlakte komt. De ondervraagde leeftijdsgroepen zijn allemaal nog erg jong, houden het bij “gemakkelijke” muziek en komen enkel in aanraking met wat radio en TV hen voorschotelt.
De “soul music” die hen opgedrongen wordt, lusten zij blijkbaar niet, maar ook de eigen Vlaamse muziek komt niet aan bod. Noch Tura, noch Verminnen, noch Wannes van de Velde. De nadruk ligt duidelijk op de mziek, niet op de teksten.
Ook het soort muziek dat zij op school in muzieklessen voorgeschoteld krijgen, spreekt hen bitter weinig aan. Waarop wacht het onderwijs dan om rekening te houden met de muzikale interessen van de jongeren? Een goed muziekonderwijs in de humaniora zou alvast jongeren in aanraking kunnen brengen met muziek die zij kunnen begrijpen, die hen aanstaat, maar waar ze nu te weinig mee worden geconfronteerd.
IK BEN 14 EN IK LEES JOMMEKE
Het tweede deel van de enquête werpt zich op de literatuur of wat er moet voor doorgaan. Gevraagd naar hun lievelingsauteur uitten de tieners volgende voorkeur.
14-16-jarigen: Willy Vandersteen, Jules Verne, Jef Nys, Ernest Claes, Felix Timmermans, Agatha Christie, Marc Sleen
16-18-jarigen: Ward Ruyslinck, Jos Vandeloo, Willy Vandersteen, Agatha Christie, Ernest Claes, Willem Elsschot
Geen wierook, enkel tranen deze keer, want wat stelt dit in godsnaam voor! Veel referentiemateriaal hadden we niet, behalve een steekproef genomen tijdens het schooljaar ’74-’75, bij de oudste kategorie. Toen prijkte Jan Wolkers op kop, gevolgd door Jef Geeraerts, Ward Ruyslinck, Cyriel Buysse, Hubert Lampo, Willem Elsschot…
De eerste twee waren toen bevoordeeld door het succes van respectievelijk “Turks Fruit” en “Black Venus”. Hun afglijden vandaag is dus wel logisch, maar in hun plaats een Willy Vandersteen en Ernest Claes… Is er nu ook in de moderne literatuur, toegankelijk voor jongeren, een leegte gekomen?
De uitslag bij de 14-16-jarigen is uiterst pijnlijk. Het stripverhaal hoef niet minderwaardig te zijn, tal van striptekenaars hebben het bewezen, maar bij deze hoort zeker niet Jef Nys, die volkomen banale, ongeïnspireerde en ziekelijk brave Jommekes produceert.
Ook op het vlak van de literatuur staat het onderwijs duidelijk veel te ver van de interesses van de jongeren, die er geen aanknopingspunt vinden en dan maar vervallen in strips van middelmatige kwaliteit.
ZELF EVEN ONTNUCHTEREN
Tenslotte wilden we ook weten welke tijdschriften en kranten de jongelui liefst lezen. De nuchtere antwoorden geven een ontnuchterend beeld van de situatie. Mensen tussen 14 en 18 jaar lezen in volgorde: Joepie, Het Laatste Nieuws, Het Volk, Humo, Het Nieuwsblad, Het Rijk der Vrouw, Libelle-Rosita, Vooruit, Story en Knack. De Rode Vaan had niemand ooit gelezen.
Uit de opsomming blijkt overduidelijk dat de jongen piepen wat de ouden zongen. De tieners lezen thuis wat hun ouders ontvangen. Een duidelijke uitzondering daarop is Joepie. Twee minder duidelijke uitzonderingen zijn Humo en Story, die ook ten dele een specifiek jongerenpubliek aanspreken.
Maar informatieve jongerentijdschriften zijn in de voorkeurstabel niet weer te vinden. Is er geen vraag naar? Of is er ook hier een kloof tussen hetgeen bestaat en hetgeen toegankelijk is? In katholieke scholen bestaan vaak bibliotheken met jongerentijdschriften. In het officiële onderwijs is dat bijna nergens het geval. Het resultaat is de “verjoepizering” van het jonge volkje.
Joepie, Willy Vandersteen, Abba. En een wereldvreemd literatuur- en muziekonderwijs. Dat was het dan voor 1977.

(*) De enquête werd door mij gehouden bij mijn leerlingen in het Atheneum van Dendermonde, het artikel zelf werd echter voor De Rode Vaan van 3/11/1977 geschreven door vaste redacteur Jan Turf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.