Vandaag is het precies 500 jaar geleden dat volgens de overlevering Maarten Luther, op de vooravond van Allerheiligen, op weg naar de slotkapel van Wittenberg, zich woedend maakt om de schande van de aflaatverkoop. Hij rolt een groot vel papier uit, pakt de hamer vast en nagelt het op de deur van de kerk.

Op dat papier staan dan de 95 stellingen waarop zijn nieuwe leer is gebaseerd. “Maar is het wel allemaal zo gegaan?” zo vraagt Dick Wursten zich af op zijn website, die volledig aan Maarten Luther is gewijd.
“In 1961 liet een (rooms-katholieke) professor kerkgeschiedenis, Erwin Iserloh, een bom ontploffen in het kamp der Luther-geleerden door te suggereren dat de Thesenanschlag (zoals deze gebeurtenis in theologische kringen wordt genoemd, RDS) hoogstwaarschijnlijk nooit heeft plaatsgevonden. Hij stelde 1. dat Luther er zelf nooit iets over heeft gezegd, wat vreemd is, want Luther is juist behoorlijk openhartig over z’n leven en hield wel van een ‘goed verhaal’; 2. dat er geen ooggetuigenverslagen van zijn; 3. dat er geen drukversie van de thesen uit Wittenberg bekend is; 4. dat het verhaal pas opduikt na Luthers dood (namelijk bij Melanchthon) en ook dan is het nog ‘van horen zeggen’, want Melanchthon was er niet bij.
Tegelijk wijst Iserloh erop dat Luther op 31 oktober wel degelijk iets gedaan heeft, iets zeer belangrijks zelfs, namelijk een ‘brief’ schrijven aan zijn overste (de bisschop van Brandenburg) en de aartsbisschop (Albrecht van Mainz) met een dringend verzoek om de zaak van de aflaatpredikers aan te pakken omdat die hun hun boekje verre te buiten gaan. Bij deze brief – en ook dat is gedocumenteerd – voegt hij dan een reeks stellingen…
Eigenlijk is het niet meer dan logisch, zegt Iserloh, om een onderwerp als dit eerst via de geëigende binnenkerkelijke kanalen aan te kaarten in plaats van er meteen de boer mee op te gaan. Die stellingen waren dan ook geen publieke provocaties, maar voer voor een debat onder theologen. Dat is bij eerste èchte lezing (van de behoorlijk complexe Latijnse stellingen) ook meteen duidelijk.
Trouwens, Luther heeft precies dàt ook met zoveel woorden gezegd, met name in een brief van 3 maart 1518, gericht aan zijn vriend en collega, Christopher Scheurl. Scheurl had de stellingen begin 1518 verspreid (ook in druk èn naast het Latijn ook in een Duitse versie). Luther schrijft dat hij daarmee eigenlijk helemaal niet zo was opgezet. Had hij dat gewild, dan had hij ze wel zorgvuldiger geformuleerd, zegt hij. Mochten de stellingen in deze collegiale conversatie sterk genoeg blijken, pas dan zou hij ze publiceren. Indien niet, dan zou hij ze klasseren. Aldus nog altijd Dick Wursten, die zelf de vraag stelt: “Is dit belangrijk?”
Maar hij antwoordt terstond: “Zeker! Door die spectaculaire Thesenanschlag uit het centrum van de aandacht te halen, komt beter aan het licht dat Luther blijkbaar binnen de officiële kerkelijke kaders is begonnen. De reacties blijven echter uit en als ze komen, zijn ze niet bemoedigend. Onderwijl zijn de stellingen wel een eigen leven gaan leiden. Voorjaar 1518 besluit Luther dan ook niet langer te wachten. Hij publiceert Sermon von den Ablass, een samenvatting in het Duits van zijn kritiek (kort, krachtig, scherp, eenvoudig). Hiermee zoekt hij nu ook zelf het publieke debat en is dus het hek van de dam. Die publicatie is het echte ‘oermoment’ van de Reformatie. Men schat dat van dit boek de oplage boven de 20.000 is gegaan (en meteen vertaald o.a. in het Nederlands), terwijl van de stellingen er ten hoogste 200 zijn verkocht geraakt. Nu lag de zaak ‘op straat’ en kon hij niet meer terug. Hij is de Rubicon overgestoken: alea iacta est.’
Toch zou ik deze al dan niet als dusdanig plaats gevonden gebeurtenis willen aangrijpen om nog eens een interview onder de aandacht te brengen dat ik heb gehad met Cor Kennis, leraar protestantse godsdienst maar ook realisator bij de Protestantse Omroep. Het werd een zeer lang en zeer leerzaam gesprek, omdat dit onderwerp nu eenmaal braakliggend terrein was voor een blad als de Rode Vaan.
Vooraf: dit interview gaat vooral over het calvinisme. Nu is Johannes Calvijn (eigenlijk Jehan Cauvin, 1509-1564) iemand helemaal anders dan Maarten Luther (1483-1546) en voor ingewijden verschilt het calvinisme wellicht enorm van het lutheranisme, maar voor ons Vlamingen, is dat allemaal één pot nat. Voor ons zijn het allemaal protestanten. Daarom dus dit interview, afgenomen in 1985 n.a.v. de vierhonderdste verjaardag van de val van Antwerpen.
“CALVINISME HEEFT OOK GEZORGD VOOR BEWUSTMAKING”
Wat is er sedert 1585 gebeurd met de protestantse gemeenschap in Vlaanderen? Wat stelt ze voor en hoe is ze gedifferentieerd? Hoe voelt ze zich als minoriteit in dit overwegend katholieke landsgedeelte? En vooral: vanwaar dat sterke sociale engagement, denken we maar aan de eerste aflevering van het dagboek van Jean Blume, maar ook aan de uitzendingen op radio en televisie van de Protestantse Omroep (PRO).
Aangezien we deze overvloed aan gegevens min of meer hadden voorzien, dachten we over de eigenlijke historische gebeurtenissen zo maar heen te stappen, maar de heer Kennis drong er zelf erg op aan om daarover toch het een en het ander kwijt te kunnen. Waarom eigenlijk?
Cor Kennis: In dat verleden is immers datgene gebeurd wat ons tot een minderheid heeft gemaakt in Vlaanderen. En het is aan de ene kant pijnlijk en aan de andere kant een uitdaging om protestant te zijn in een overwegend katholiek land. Wanneer men de zestiende eeuw schetst, dan schetst men daar een eeuw van revolutie, rebellie, opstand, misnoegen, minachting, niet alleen bij de adel maar vooral bij het gewone volk. Want de politiek die zou gevoerd worden in de zestiende eeuw zou niet door het hof worden bepaald maar wel door het volk. En met welk volk zitten wij daar? Louis Paul Boon in zijn “Geuzenboek” schetst dat prachtig. Een volk dat niet meer weet – vooral op religieus vlak – van wat hout pijlen maken. En we zitten daar met een opwaartse stroming vanuit Duitsland met Maarten Luther die schoon schip heeft gemaakt met de bestaande katholieke kerk. Dat is overgeslagen naar de Nederlanden, u weet dat twee Augustijner monniken, collega’s van Luther, de eersten zijn geweest om in Antwerpen de brandstapel op te gaan en te worden verbrand als ketters. En met deze wordt een politiek-religieuze beweging in het leven geroepen die zal voortduren tot in – ik zou bijna zeggen – het begin van de twintigste eeuw. De inquisitie is uiteraard beperkt tot de zestiende en een stuk van de zeventiende eeuw, maar voor de rest bleef er toch die zware intolerantie tegenover andersdenkenden.
Nu, dat verleden is zeer belastend voor ons geweest, maar ook hypothetisch. Hypothetisch in die zin dat wij ons wel eens afvragen: indien Farnese het pleit had verloren rond het beleg van Antwerpen, in die tijd de grootste stad in de Nederlanden met het grootste aantal protestanten, dan was de protestantse aanwezigheid in Vlaanderen nu veel groter.
Ten tweede hebben we daar behalve Luther een veel grotere invloed van Calvijn. Het Calvinisme rukt vanuit Genève via Frankrijk de Nederlanden binnen vanuit het Zuiden en gaat niet alleen de adel beïnvloeden, maar ook het gewone volk, alhoewel het Calvinisme structureel een veel grotere intelligentsia veronderstelt dan bijvoorbeeld de Wederdopers en het Lutheranisme.
– U bent Lutheraans als ik het goed heb?
C.K.: Nee, ik ben Calvinist. Ik zou bijna zeggen: jammer genoeg. Want dààr is iets gebeurd wat wij, naast dat hypothetishe, ook als een belasting ervaren. Wie was Calvijn? Een notariszoon, een notabele dus, die op een hoog niveau nadacht en dat hoge niveau is ook in zijn theologie te vinden. Terwijl Luther schoon schip heeft gemaakt met de kerk, maar de kerk als zodanig nooit heeft afgebroken, heeft Calvijn naast de Roomskatholieke kerk een nieuwe kerk gebouwd. En hij ging daarbij zeer methodisch te werk. “Want”, zei hij, “wanneer je een ander geloof gaat aanhangen, dan moet je verdomd goed weten waarom”. En daarom moet men de bijbel kunnen lezen. Maar wanneer men gaat leren lezen om die bijbel te lezen, gaat men ook andere geschriften lezen. En zo maakt het Calvinisme aan de ene kant de mensen mondig, omdat zij nu pamfletten en plakkaten kunnen lezen, naast boeken zoals de filosofische werken van Spinoza en Kant bijvoorbeeld, maar aan de andere kant ook de opruiende geschriften in de tijd van Alva zodat men zich bewust wordt. Toch is het Calvinisme ook een rem omdat het zich geweldig beperkt tot bepaalde leefregels, die uitwassen ziet men nu nog in het hoge noorden van Nederland, de naam Staphorst is veelzeggend genoeg, het Calvinisme is immers in wezen een onverdraagzame godsdienst, dat zien we ook in 1577 als er een protestantse republiek opgericht is in Gent.
“EEN GEESTELIJKE MASTURBATIE TOT EN MET”
– Als communist heb ik wel een beetje ervaring met autokritiek, maar nu gaat u toch wel heel ver? Een buitenstaander als ik vraagt zich dan af: hoe kan zo iemand nog Calvinist blijven?
C.K.: Ik heb daarvoor niet gekozen. Ik ben daarin opgevoed. En ik moet zeggen, het Calvinisme dat mijn moeder, die afkomstig is uit Friesland, mij heeft meegegeven, is niet dat strenge, dogmatische Calvinisme. Maar wat zien wij binnen onze protestantse kringen, nu vandaag? En dan spreek ik over de zogenaamde satellietkerken, de Gemeente van het Volle Evangelie bijvoorbeeld – net alsof er een Leeg Evangelie zou bestaan – of de Belgische Evangelische Zendingskerk, men zou bijna kunnen zeggen: “E.O.-mensen”… Deze satellietkerken zijn gegroeid uit dat Calvinisme en stellen zich zeer arrogant en zeer intolerant op. “Gered zijn” betekent voor die mensen: behoren tot hun gemeente. En dan ziet men ook dat ze zich van de wereld afsluiten omdat zij zich dan vooral baseren op Paulus en op Johannes die zeggen: de wereld dat is maar rottigheid, dat is de Satan, daar moet je niet aan meedoen. In wezen, een geestelijke masturbatie tot en met, een zelfbevrediging binnenshuis. En dan zeg ik als gelovig mens: nee! Want aan de andere kant heeft dat Calvinisme ook gezorgd voor een bewustmaking. En als ik dan aan autokritiek doe, dan is dat geen kritiek op het protestantisme als zodanig, maar een eerlijk terugkijken naar onze “roots”. Waar komen wij vandaan? Wij hebben in Gent voorbeelden te over van de intolerantie van de Calvinisten, aan de andere kant hebben wij in Antwerpen het prachtige voorbeeld van de tolerantie onder Marnix van Sint-Aldegonde toen is gebleken dat én de katholieken én de Lutheranen door de Calvinisten niet alleen werden geduld, maar ook ertoe werden aangezet om hun eigen geloof op hun eigen manier te kunnen beleven. Toch heeft het Lutheranisme uiteindelijk geen kans gekregen in de Nederlanden. Als ik dus spreek over het protestantisme, dan bedoel ik vooral het Calvinisme.
U weet, bij de val van Antwerpen is binnen de vier jaar de bevolking gehalveerd, omdat er hier meer dan dertigduizend protestanten woonden die zijn weggetrokken. Maar niet àlle protestanten zijn weggetrokken. We hebben daar een prachtig voorbeeld van: Jacob Jordaens is de leider geweest van een protestantse gemeente hier in Antwerpen. Vele mensen weten dat niet. En, bewijs te meer, het monument dat hieraan herinnert, staat niet in Antwerpen, maar even over de grens, in Putte. Omdat zijn lijk niet in Antwerpen kon worden begraven. De protestantse aanwezigheid in Vlaanderen is teruggedrongen, op één plaats in Sint-Maria-Horebeke bij Oudenaardse na, waar militante Calvinisten woonden die zich daar gehandhaafd hebben, mede omdat het daar een echte uithoek was vol moerassen en bossen waar een Spanjaard zich niet waagde.
“HET HUIDIGE PROTESTANTISME IS DAARNAAST OOK EEN IMPORTPRODUCT”
C.K.: Als ik dan spreek over het protestantisme in Vlaanderen nu, dan is dat aan de ene kant wat is overgebleven in stukken en brokken – of beter: stukjes en brokjes – uit dat verleden in de zestiende eeuw, maar men kan niet zeggen dat het protestantisme van nu een direct gevolg is van de protestantse aanwezigheid toen – vergeet niet dat dertig procent van de bevolking van Vlaanderen in die periode protestants was. Nee, aan de andere kant is het huidige protestantisme ook een importproduct, vooral na de twee wereldoorlogen, vanuit Engeland en vanuit Amerika. Ikzelf, ik kom uit een van oorsprong Engelse kerk, The Methodist Chuch, dat zijn mensen die het evangelie verkondigen met een bepaalde “methode”, het is bijna Amerikaans, het aanpraten van een product. En zo zijn er nog verschillende kerken ontstaan, met dan ook die uitwassen in de vorm van de satellietkerken, waarover we het al hebben gehad. De officiële kerk was eigenlijk de Calvinistische kerk met allerlei buitenlandse invloeden, zoals Franse, Engelse, Amerikaanse, Schotse, die alle hebben gezorgd voor gemeenten die her en der ontstonden.
34 cor kennisDaarbij moet ik ook nog zeggen dat de meeste protestanten in Vlaanderen overgelopen katholieken zijn. U weet, er is een periode geweest eind negentiende, begin twintigste eeuw, dat het katholicisme niet meer aansloeg. En dat men op de rand van de eerste catastrofe, de Eerste Wereldoorlog, zch allerlei vragen ging stellen, de angst groeide, de onzekerheid was groot. En deze protestanten hadden altijd de boodschap in zich om op dat moment het bevrijdend woord van het evangelie te gaan prediken. Op die manier wordt de PKB gevormd, de Protestantse Kerk in België, tot men op een bepaald moment besluit om ook de Nederlandse Kerken in België te fusioneren met mekaar, zowel de Gereformeerde als de Hervormde. En zo ontstaan uit de PKB de VPKB (V= verenigde) en dat is eigenlijk het officiële orgaan, dat is onze kerk.
En rond deze kerk zweven dan allerlei satellietkerkjes, die zich niet willen aansluiten bij deze officiële kerk, want zij zien die zoals vele protestanten de Roomse kerk zien. En als je dan wil weten hoe de satellietkerkjes eruit zien, dan kan ik dat op een vrij rudimentaire manier opsplitsen in drie fasen, die dan overeenkomen met de drie-eenheid, God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Je hebt dan kerken die nogal neigen naar de God de Vader…
– Autoritair…
C.K.: Ja. Dan daarnaast God de Zoon, The Jesus People, de naam zegt het zelf al. Dat zijn van die mensen waarvoor Robert Long (*) dat nummer “Red Jezus uit de goot” schreef, mensen die Jezus beschouwen als een “puppet on a string”, die je uit je binnenzak haalt als je hem nodig hebt. En dan heeft men de kerken die zich optrekken aan de Heilige Geest, de Pinkstergemeenten dus. Ik neem al deze kerken geweldig au sérieux omdat zij een tijdsverschijnsel vormen. De Jehova-getuigen zijn echter geen protestanten, zij hebben een heel apart geloof en een heel aparte organisatie. Als dusdanig staan ze helemaal buiten mijn gezichtsveld, dus daar praat ik zelfs niet over.
In Vlaanderen vertegenwoordigen die satellietkerken een vrij groot percentage in het protestantse midden en, al is het beslist niet mijn bedoeling om de vuile was buiten te hangen, je kan wel denken dat dit af en toe tot conflicten leidt met het officiële orgaan, de VPKB, wat ik wel betreur, want ik voel mij goed bij de VPKB. Als ik dus autokritiek uitbreng, dan heb ik het zeker niet over de protestanten van vandaag. Het protestantisme van de VPKB is inderdaad een protestantisme dat openstaat voor de wereld en vooral voor de mondigheid van die wereld, dus oog heeft voor de zwakken, voor de verdrukten, politiek geëngageerd is in de zin van “zeg het van de kansel, praat erover met de gelovigen in je gemeente” en in dat opzicht zou ik kunnen zeggen dat men de VPKB links zou kunnen noemen, terwijl de satellietkerken van het centrum tot uiterst rechts staan.
– Dat is natuurlijk iets wat de katholieken ook kennen, zowel Christenen voor het Socialisme als Opus Dei zullen zich wel op hetzelfde geloof beroepen, maar daar heeft men er steeds voor gezorgd dat alles onder die oppermachtige vleugels van Rome bleef …
C.K: Ja, dat is iets wat wij natuurlijk nooit gekend hebben, zo’n centraal gezag. Elk land heeft z’n eigen synode. Nederland heeft er zelfs twee: de Hervormden en de Gereformeerden. Hier in België is dat natuurlijk de synode van de VPKB. Hoe ziet zo’n synode eruit? Dat is de vergadering van alle plaatselijke kerken of gemeenten uit het hele land. Naast de predikant delegeert iedere gemeente nog één of twee kerkeraadsleden. Dat noemt men de afgevaardigden van een district. Zo bestaat Vlaanderen uit drie of vier districten. Op die manier wordt het beleid bepaald vanuit de basis, want die afgevaardigden brengen de wensen mee van de gemeente. We hebben natuurlijk wel een synode-voorzitter, maar die heeft geen werkelijke macht, dat is eerder een coördinator die bijvoorbeeld de leraars protestantse godsdienst aanstelt of – als dat eventueel nodig moest blijken – ontslaat. Door het Calvinisme heeft dus de democratie een kans gekregen. Een veto bestaat bijvoorbeeld niet. Op zo’n synode wordt beslist bij meerderheid van stemmen. Bovendien hebben wij ook zoiets als inspraak binnen de gemeente zelf. Leden van de kerkeraad worden namelijk gekozen en assisteren aan de ene kant de predikant bij z’n niet geringe taak, maar aan de andere kant kunnen zij hem ook bekritiseren en op z’n plaats zetten als dat nodig blijkt. Op grond van doorslaggevende argumenten kan een kerkeraad zelfs een bepaalde predikant weigeren. Dat is dus helemaal iets anders dan de Kerk van Rome, al moet ik zeggen dat daar ondertussen wel beweging in is gekomen, zodat nu op oecumenisch vlak zeer veel mogelijk is.
“OF DE NEDERLANDER NOU KAAS VERKOOPT OF BLOTE TIETEN, VOOR HEM IS DAT HETZELFDE”
– Religie heeft zeker een invloed op de volksaard. En dan stel ik in dat protestantse Noorden (ook in Scandinavië bijvoorbeeld) toch iets vast dat ik met een populaire verwijzing naar de seksshops aan de grens zou willen samenvatten. Hoe valt dit te rijmen met het puritanisme van de Calvinisten?
C.K.: Nou, als men naar de VPRO kijkt, dan weet men genoeg. De VPRO is een uiting van verzet, rebellie, cynisme, sarcasme, het bewust neerhalen van bepaalde waarden waar mensen een leven aan hebben opgehangen. En ik kan niet zeggen dat ik dit een slechte zaak vind. Omdat juist door de uitwassen die het Calvinisme heeft veroorzaakt – lees er wat dat betreft de werken van Anne De Vries maar even op na – men wordt geconfronteerd met een levenshouding die niet meer leefbaar is door z’n doorgedreven starre ethiek. Dat kan ik voor een stuk meegaan met de uitingen die in Nederland vooral gedurende de jaren zestig daartegen zijn opgekomen. ’s Zondags ging men immers als het effe kon twee keer naar de kerk, maar in de week leefde men als een gewoon mens. En hoe leeft een gewoon mens? Die moet z’n brood verdienen en als het niet kan op een normale manier, dan is het op een slinkse manier. En dat namen de jongeren niet langer. En dan zeg ik: dat is een goede zaak, want wat er vanuit dat Calvinisme in Nederland was gegroeid, had niets meer te maken met democratie maar alles met traditie. Uiteindelijk is op die manier in Nederland ook een zeer grote vleugel opgekomen van de vrijzinnigheid. Maar uitwassen zoals die sexshops hebben in se niets met deze revolutie uit de jaren zestig te maken. Dat is gewoon de gewiekste zakenman die de Nederlander steeds is geweest. Daar ziet de Nederlander wel brood in. En of-ie nou kaas verkoopt of blote tieten, voor hem is dat hetzelfde.
“ARMOEDE EN RIJKDOM KUNNEN NIET VREEDZAAM NAAST ELKAAR BLIJVEN BESTAAN”
– Maar wordt die mercantiele geest ook niet aan het Calvinisme toegeschreven? Is de val van Antwerpen niet tevens de inleiding tot de Gouden Eeuw van het Noorden, zijnde het ontstaan van het kapitalisme?
Dat samengaan van geloof en kapitaal vindt Cor Kennis alvast geen “privilege” van het Calvinisme. Hij stelt integendeel vast dat dit reeds van bij Constantijn De Grote het geval was. En dàt vindt hij dan precies de grote uitdaging van het christendom – protestantisme én katholicisme – in deze tijd.
C.K.: Het tweede aspect vind ik persoonlijk belangrijker. In mijn lessen behandel ik ook vaak de vraag hoe nu reeds bijna tweeduizend jaar geloof en kapitaal hand in hand konden blijven gaan. Ik heb daar het volgende antwoord op: sedert Constantijn de Grote heeft de christenheid de macht naar zich toe getrokken en macht bescherm je met geweld. Het is nog maar drie eeuwen geleden dat de paus nog over een eigen leger beschikte… Dat er mensen op de bandstapel werden gesleurd in de naam van God. Het is met het kruis in de hand dat de Indianen in Latijns-Amerika werden afgeslacht.
– With God on our side…
C.K.: Gott mit uns! Het is nog maar goed zestig jaar geleden! Maar dan zijn er ook altijd mannen opgestaan die gezegd hebben: nee! Dit kan niet! Niet dat zij het hebben tegengehouden, integendeel, maar de profeten komen niet enkel in het Oude Testament voor: elke tijd heeft z’n eigen profeten, mensen die willens nillens tegen de stroom opvaren. Maar ook vandaag nog wordt in bepaalde Brusselse kerken de rijkdom voor Gods aangezicht ten toon gespreid. Waar blijf je dan met het woord van Jezus: het is moeilijker voor een rijke om het koninkrijk Gods binnen te gaan dan een kameel door het oog van een naald kruipt. Ik zou bijna zeggen: een communistische gedachte.
– Neem me niet kwalijk: ik vind dit juist de negatie daarvan. Dit houdt toch de belofte in voor de armen van een gelukzalig leven in het “hiernamaals” en bijgevolg is deze uitdrukking toch een zoethouder?
C.K.: Toch niet, maar dan moet ik wel even de theoloog uithangen. Met het koninkrijk Gods bedoelt Jezus immers niet de hemel, want dat kent Jezus als jood namelijk niet. In het Oude Testament is God immers een God van levende mensen. Als hij dus over het koninkrijk Gods spreekt dan spreekt hij over een staat, een aardse bedoening, een samenleving waar mensen in harmonie zonder geweld en zonder pijn samenwonen. Want de grootste pijn is de pijn die wij elkaar aandoen. Tandpijn en zo hoort erbij, dat zijn biologische pijnen, maar de grootste pijn is die welke wij elkaar aandoen en daarom is er in dat rijk geen plaats voor een rijke, want waar rijkdom is ontstaat onvrede, ontstaat het geweld, want een rijke zal zijn rijkdom met geweld verdedigen. En dat koninkrijk daaraan moeten wij nu beginnen werken, zegt Jezus, maar de kerk heeft altijd de verantwoordelijkheid verschoven naar later, naar een hiernamaals, een handig achterpoortje dat je echter in de hele bijbel niet terugvindt.
– Maar hoe kijkt u dan aan tegen een leven na de dood?
C.K.: Ik heb daar nog niet zo over nagedacht. Maar dat er een leven na de dood zou zijn zoals de kerk dat honderdend jaren heeft verkondigd, dat geloof ik niet. De ziel bijvoorbeeld dat is ook weer zo’n heidens begrip dat via een achterpoortje door de kerk handig is ingevoerd. Het is eigenlijk een neo-platonistisch begrip. Het komt niet uit de bijbel. Daar spreekt men wel van het “wezen” van de mens, maar dat situeert men dan in het hart en in het bloed. Als je dus iemand doodsteekt, vloeit met zijn bloed ook het leven weg. De ziel is een uitvinding van de Roomse kerk en wij protestanten doen daaraan mee. In de bijbel is er ook geen sprake van “eeuwigheid”, dus een tijd zonder begin en zonder eind, al duikt dat woord in de vertalingen wel op en zo kan ik nog uren doorgaan.
Maar ik zeg ook niet: dood is dood. Het feit dat wij kunnen liefhebben doet ons zo torenhoog boven andere dingen uitsteken dat ik niet kan accepteren dat met die dood de liefde verdwijnt. De potentie om lief te hebben moet in een andere dimensie kunnen voortbestaan. Er is iets in ons dat ongrijpbaar is. Noem dat voor mijn part ziel, hoor, maar dan moeten we wel goede afspraken maken.
Als je het scheppingsverhaal goed doorworstelt dan merk je dat daar zelfs geen sprake is van een Satan of een duivel, ik geloof daar dan ook niet in. Dat zijn allemaal theorieën die aan het christendom een zeer nefaste uitdrukking geven. Ik zeg: hou daar mee op en probeer nu te leven, probeer gelukkig te zijn, probeer vrede te stichten, probeer lief te hebben en dat is heel wat anders dan je lot te dragen in afwachting van een onzekere toekomst. Want, in tegenstelling met wat eeuwen door de kerk is verkondigd, zijn armoede en rijkdom niet in het leven geroepen door God of door een andere instantie zodat ze op een volledig legitieme manier naast elkaar kunnen bestaan. Dat heeft ook het Calvinisme jarenlang verkondigd: de armen moeten maar hun lot dragen, “ieder huus êt z’n kruus”. Maar dan zeg ik nee, want er is armoede omdat er rijkdom is en deze twee kunnen niet vreedzaam naast elkaar blijven bestaan.
En dan heb ik het natuurlijk ook over de Noord-Zuid-verbinding. En dààr ligt de enorme uitdaging van het christendom, zowel van het protestantisme als van het katholicisme. Om het met Teilhard de Chardin te zeggen: het gaat om twee lijnen, de horizontale en de verticale. De horizontale lijn is de aardse lijn, die van het materialisme, het communisme. De verticale lijn is de metafysische lijn, die van het christendom. En geen van beide lijnen moeten wij bewandelen, wij moeten de resultante trekken die middendoor beide loopt. We moeten ons niet vastpinnen op systemen, maar we zijn met mensen bezig. Het zijn de systemen in dewelke de mensen gedrukt en verdrukt worden. En ik geloof dat daar de enorme uitdaging ligt voor de theologie van vandaag. Als we eerlijk zijn, moeten we immers inzien dat wij in een tijd leven: het is nu erop of eronder. Ofwel keren wij terug naar onze bronnen, laten wij ons bezinnen over met wat we bezig zijn, ofwel heffen we alles op, dan is het gedaan, dan hoeven we geen kritiek meer te uiten. Laten we als mensen van welke politieke of familiale origine ook naar een gezamenlijk doel gaan. En wat is dat doel? Dat is de bestemming van de mens: mens zijn in vrede, in harmonie, in liefde. Ik geloof dat dit het oogpunt moet zijn van alle ideologieën of van alle geloven.

Referentie
Ronny De Schepper, “Calvinisme heeft ook gezorgd voor bewustmaking”, De Rode Vaan nr.33 van 1985

(*) Vooraleer Robert Long solo én Nederlandstalig ging, was hij nochtans leadzanger bij de reli-popgroep Unit Gloria (“Last seven days”, “Follow the Leader”, “Our Father”…). Overdosis gehad? Herrie gekregen omwille van zijn seksuele geaardheid? Wie zal het zeggen? Alleszins Robert Long zelf niet meer, want die overleed in 2006.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s