Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Amerikaanse filmregisseur Samuel Fuller is overleden.

Sam Fuller had toevallig een camera bij toen zijn legereenheid het concentratiekamp Falkenau bevrijdde. Het was voor hem het begin van een filmloopbaan in Hollywood. Hij is dan ook het beste geplaatst om te getuigen dat “het onmogelijk is het ware gelaat van de oorlog op het scherm te tonen: iedereen handelt als een psychoot en gedraagt zich op dierlijk niveau. Braaksel is onvermijdelijk.”
Toch (of misschien juist daarom) specialiseerde Fuller zich in oorlogsfilms. Hij streefde namelijk naar een correcte weergave in een periode dat Hollywood nog altijd stond voor glamour en heroïek, ook als het om oorlogsfilms gaat.
Zo kregen we in “The Steel Helmet” (1951) voor het eerst een realistische visie op racisme in het leger te zien. De films die Hollywood tijdens de oorlog draaide (“Bataan” uit 1943 bijvoorbeeld) waren immers totaal leugenachtig. De rassengemengde (laat staan rassengelijke) pelotons die men erin te zien krijgt, bestonden immers niet.
Maar goed, de scène uit “The Steel Helmet” waarin een gewonde Koreaanse gevangen genomen communist een gesprek voert met de zwarte soldaat die hem behandelt, maakte filmgeschiedenis. De Koreaan doet de zwarte namelijk inzien dat hij nog steeds als een minderwaardige wordt behandeld (op de bus moet hij achteraan gaan zitten) en vraagt hem dan ook waarom hij zijn leven zou riskeren om de gelen (al zijn het dan roden) te gaan bestrijden? De soldaat antwoordt echter dat hij geleidelijkheid boven revolutie stelt: “Vroeger mochten we helemaal niet op de bus, binnen vijftig jaar mogen we misschien zelfs vooraan zitten.”
Dit is een zeer expliciete verwijzing naar de zaak van Isaac Woudard, een zwarte Amerikaanse soldaat die beladen met decoraties van het slagveld was teruggekeerd. Toen hij naar huis terugkeerde, weigerde hij in de bus achteraan te gaan zitten. De chauffeur en enkele reizigers haalden er de politie bij en deze sloegen hem en staken hem de ogen uit.
Los daarvan heeft Fuller ook belang als ontdekker van James Dean. Diens filmcarrière start immers eveneens in 1951 toen hij als figurant was aangeworven voor “Fixed Bayonets” van Sam Fuller. Dean verleidde echter Fullers scriptgirl en die kon deze overhalen om hem enkele woorden te laten zeggen, ook al had hij geen vakbondskaart van acteur. Met het verdiende geld betaalde Dean wel zijn opleiding aan de Actor’s Studio.
Samuel Fuller draaide eveneens een minder bekende film die een symbolische aanklacht vormde tegen de heksenjacht van senator Joe McCarthy: “Pick-up on South Street” uit 1953. Zakkenroller Skip McCoy (Richard Widmark) steelt in de metro van New York de portefeuille van Candy (Jean Peters) en daarin blijkt een geheime formule te zitten. Genoeg om haar van communistische sympathieën te verdenken…
De eer van de eerste Indiaan-vriendelijke western komt toe aan “Broken arrow” (Delmer Daves, 1950) maar veel verder nog ging “Run of the arrow” van Samuel Fuller uit 1957 (wellicht werd niet toevallig het woord “arrow” in de titel hernomen), waarin een verbitterde zuiderling (rol van Rod Steiger) zich aansluit bij de Sioux.
Nadien zou het nog tot in de late jaren zestig duren vooraleer “politiek correcte” westerns (naar analogie met de situatie in Vietnam) zouden opduiken, maar het mag duidelijk zijn dat dit allemaal niet waar zou zijn, als Samuel Fuller geen voortrekkersrol had gespeeld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.