Het is vandaag 25 jaar geleden dat André Leysen (CVP) ontslag nam als voorzit­ter van de Raad van Bestuur van de Muntschouwburg, omdat de Raad zijn voorstel niet wou volgen om de Munt voor het seizoen ’93-’94 te sluiten. De Munt had toen immers reeds een gecumuleerd tekort van 389 miljoen.

Zijn opvolger ad interim Robert Wan­germée beklemtoonde dat zo’n sluiting niet kon, omdat men het personeel van een openbare instelling dan een jaar technisch werkloos zou maken. Leysen van zijn kant ontkent dat hij met Foccroulle van mening zou verschillen, hij blijft trouwens lid van de Raad van Bestuur. De grootste put is immers gegraven door Gerard Mortier in zijn laatste seizoen (de Ring en de Zauberflöte, waar Brussel heeft meebetaald voor Salzburg, wat de productiekosten van 34 naar 65 miljoen heeft doen stijgen). De nieuwe voorzitter zou uiteindelijk Jan Huygebaert, eveneens CVP, worden. Van de kant van de SP wordt Willy Claes de nieuwe beheerder naast Fred Erdman.
Vroeger waren de kosten voor een andere productie van de Herrmanns, nl. “Orfeo ed Euridice” van Gluck, ook reeds de pan uitgerezen, maar Mortier wijst erop dat hij voor de voorbereiding van zijn opvolger 20 miljoen had uitgetrokken. Foccroulle heeft trouwens zelf ook voor “Les Troyens” van Berlioz 13 miljoen verlies laten optekenen, al moet men daar­bij zeker rekening houden met de brand in de Barastraat, die o.a. het oorspronkelijke decor van deze voorstelling vernie­tigde. Daarnaast gingen, zoals gewoonlijk, de grootste sommen weer naar de banken, waar de Munt geld moest gaan lenen om schulden te kunnen afbetalen, terwijl b.v. de stad Brussel voor in totaal reeds 90 miljoen frank subsidies in het krijt stond. Toenmalig schepen van cultuur Freddy Thielemans (PS) heeft deze zaak echter bij het gerecht aanhangig gemaakt, omdat hij vindt dat een stad van slechts 135.000 inwoners vooral lokale initi­atieven moet steunen en niet moet opdraaien voor nationale instellingen. Diezelfde redenering volgde ook Charles Picqué, de voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve. Het kwam er dus eigenlijk op neer dat men ook de Vlamingen wou laten meebetalen voor een instelling die – ondanks alle goede bedoelingen van Bernard Foccroulle – op de eerste plaats toch Franstalig is!
Bernard Foccroulle plaatste daar tegenover dat het stadsbestuur van Keulen één miljard geeft aan zijn opera, Lyon 430 miljoen en Straatsburg 400 miljoen (zoals geweten, dragen ook Antwer­pen en Gent elk voor 90 miljoen bij voor de Vlaamse Opera). Op de Europese “hitparade” van dure opera’s staat de Munt trou­wens ergens onderaan. Dat de Scala van Milaan, de Parijse Opéra-Bastille en de Weense Staatsoper deze lijst aanvoeren, zal wel niemand verbazen, maar ook de meeste (nochtans be­scheiden) Duitse opera’s, zelfs die van Leipzig (ex-DDR) gaan de Munt vooraf, evenals de Londense Covent Garden, zelfs nà het Thatcherisme. Die Covent Garden is dan wel veel duurder dan de Munt, wat voor de Duitse theaters (precies door die subsidies) niet het geval is.
Foccroulle wijst er ook op dat 30% van de abonnees van de Munt jonger zijn dan 30 jaar. Niet alleen is dit een wissel op de toekomst en een bewijs dat de Munt niet elitair zou zijn, het is tevens ook een verklaring waarom de volle zalen toch niet tot meer inkomsten leiden, aangezien er voor die jongeren speciale tarieven zijn voorzien. Bovendien is de zaal van de Munt zo klein dat zelfs een uitverkocht huis nog verlies maakt. En tenslotte, tachtig procent van de subsi­dies gaat naar lonen, iets waaraan weinig valt te dokteren. Alhoewel anderzijds twintig procent werkingssubsidies toch nog “veel” is, in vergelijking met de Vlaamse theaters b.v. waar het loonaandeel nog hoger ligt. Hij bracht ook in herinnering dat met de toestemming van Gerard Mortier destijds twintig miljoen van de toelage voor de Munt werd overgeheveld naar het Filmmuseum. Niet helemaal ten onrechte want het museum had dit meer dan nodig.
“Waarom niet bij de EG gaan aankloppen?” vraagt men zich in de “hoofdstad van Europa” af. Jean-Marie Dehousse, minister van wetenschapsbeleid en als dusdanig ook voogdijminister van de nationale instellingen, stelde voor dat een financieel expert Foccroulle in zijn taak zou bijstaan om te besparen zonder de kwaliteit nadelig te beïnvloeden. Voor Gerard Mortier die op 14 november speciaal overkwam uit Salzburg om de pers te woord te staan betekende dit het einde van de Munt. “Bernard Foc­croulle kan beter direct ontslag nemen dan een cerberus naast zich te dulden, zeker als die wordt gekozen door mensen als Georges Dumortier.” Ook Dehousse zelf vindt in Mortiers ogen geen genade: “Deze crisis zou onder Tobback niet voorgekomen zijn.”
Terloops weerlegde Mortier ook de bewering dat hij niet met geld kan omgaan. “In Salzburg heb ik een bonus van 24 miljoen. Jammer dat ik dat geld niet op de Munt kan overdragen…”
Verder is de nationale opera één van de weinige instellingen die jaar daarop méér subsidies zou ontvangen. Op de begroting van Dehousse stond een bedrag ingeschreven van 1,037 miljard: 849,4 miljoen subsidies en bijna 200 miljoen rentetoelagen. Hij was dan ook bereid een voorschot uit te keren op de subsidie voor volgend jaar. Daarnaast wil hij tot een nauwere samenwerking komen met de Vlaamse en de Waalse Opera. Een oud zeer dat niet alleen om communautaire redenen wellicht onhaalbaar is. Artistiek gezien mogen de Vlaamse Opera en de Munt dan nog bijna op dezelfde lijn staan, Clemeur profileert zichzelf toch graag precies tegenover de Munt-politiek. En met de Opera van Luik ligt het nog veel ingewik­kelder. Daar is er met Paul Danblon wel een nieuw intendant aan het hoofd gekomen om de Augiasstal eens uit te mesten, maar in zijn beginselverklaringen heeft Danblon er vooral op gewezen in de voetsporen van zijn voorganger Rossius te tre­den, enerzijds om een gezonde financiële politiek te voeren (wat uiteraard lovenswaardig is), maar anderzijds door op zeker te spelen, zowel wat repertoirekeuze be­treft als wat de aanpak van dat repertoire aangaat. En als men dan weet in welke vehemente bewoordingen Rossius zich tegen “nieuwlichters” placht af te zetten…
Ook volgens Gerard Mortier is een samenwerking met de regiona­le opera’s onmogelijk. Zijn verhouding met Marc Clémeur zat overigens op dat moment weer op een dieptepunt. Als reactie op het feit dat Clémeur zich erop beroemt géén schulden te maken, zei Mor­tier: “Als Marc Clémeur nu kan werken, is dat omdat ik de Vlaamse Opera één jaar lang heb gesloten, zodat met het daar­door vrijgekomen geld de infrastructuur in orde kon worden gebracht. Ik heb zijn begroting gemaakt. Die 380 miljoen subsidies, waarmee hij nu Antwerpen draaiende houdt, waren trouwens voor Antwerpen én Gent bedoeld. Als Gent opengaat, zal hij 150 miljoen méér nodig hebben.” Merkwaardig genoeg, een stelling die Clémeur bijtreedt…
Zelf ziet Mortier meer heil in een samenwerking met de Filhar­monische Vereniging en het noodlijdende Nationaal Orkest, samen met de Munt goed voor zo’n miljard staatssubsidies. “Het Nationaal Orkest heeft de laatste twaalf jaar meer dan twee miljard gekost: voor wie en voor wat? Wat betekent b.v. mijn salaris (twee miljoen toenmalige Belgische frank) tegenover de vijf miljoen per jaar die dirigent Mendi Rodan drie jaar lang bij het Nationaal Orkest heeft gekregen om niets te presteren? Welke uitstraling heeft dat gehad, welk publiek werd er gevormd, welk artistiek niveau werd er bereikt? Dergelijke projecten dienen voor niemand behalve voor enkele muzikanten.”
Bernard Foccroulle daarentegen ziet daarin geen heil. Integen­deel, toen minister Dehousse precies Jacques Brassine, de voorzitter van de Raad van Bestuur van het N.O.B., aanstelde om toezicht te houden op de financiële verrichtingen van de Munt, reageerde hij verontwaardigd: “Hoe kan men aan een voorzitter van een culturele instelling die in artistiek opzicht ziek is, de opdracht geven om een uit artistiek oog­punt in goede gezondheid verkerende instelling te gaan red­den?”
Op 19 december 1992 had alvast een grote steunmanifestatie plaats in de Munt. Terwijl tal van steunbetuigingen uit bin­nen- en buitenland werden voorgelezen, was er alvast één opvallen­de afwezige: Marc Clémeur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s