Julia Roberts blaast vandaag vijftig kaarsjes uit (als ze nog die longinhoud heeft). Ooit was ik een fan, maar dat is ondertussen fel geluwd. En, wees gerust, dat heeft niets met haar leeftijd te maken. Of misschien toch, maar dan net in de omgekeerde betekenis dan men zou verwachten: ik ben namelijk beu gekeken op die Hollywood-gezichten die altijd even oud blijven. Wat is er verkeerd aan een vijftigjarige vrouw die er ook vijftig uitziet?

Julia Roberts werd geboren in Smyrna (Georgia) in het gezegende jaar 1967. In volle flower powertijd leidden haar ouders daar een theaterworkshop. Hippies zijn echter meestal niet erg kapitaalkrachtig en het theatertje ging binnen de kortste keren dan ook over kop. De opgelopen frustraties zorgden natuurlijk ook voor spanningen binnen het huishouden en het gezin viel dan ook uit elkaar als Julie vier jaar is (Julie werd pas Julia toen bleek dat er reeds een actrice was die Julie Roberts heette). Vader Roberts gaat stofzuigers verkopen en sterft van pure ellende enkele jaren later, terwijl mama secretaresse van de pastoor wordt.
Alhoewel ze eerst aanleg vertoont om te schrijven (iets wat ze naar verluidt stiekem nog steeds doet), gaat Julie op 17-jarige leeftijd met haar oudere zuster Lisa toch naar New York om daar dramalessen te volgen. Na de gebruikelijke reklamespots en televisieoptredens als assistente van de lokale Walter Capiau, krijgt ze via haar broer Eric (ook al acteur, voor “Runaway train” kreeg hij in 1985 zelfs een oscarnominatie) een kans om op te treden in een eerste film, “Blood Red”, een western van Peter Masterson.
Daarna is ze even in de televisieserie “Crime Story” te zien, gevolgd door opnieuw twee speelfilms: “Satisfaction” (over rockmuzikanten, hoe kan het ook anders?) en “Baja, Oklahoma”, een TV-film van Bobby Roth uit 1988 met in de hoofdrol Lesley Ann Warren. Deze speelt een dienster in een bar in Texas die via haar oude vriend Slick (Peter Coyote) aan een zangcarrière begint (verder nog met zangers als Emmylou Harris en Willie Nelson). Roberts speelt hierin de dochter van Warren, maar in haar volgende film “Mystic Pizza” speelt ze zelf een sexy dienstertje en daardoor maakt ze voor het eerst ophef.
Voor het eerst mag ze overigens in de film ook al een overstapje maken van de lagere naar de hogere kringen. Een thema dat herhaaldelijk terugkomt in films met Julia Roberts en zich als het ware ook in haar eigen leven weerspiegelt. Dat alles speelt zich immers af in 1988. Daarna kwam de echte doorbraak met “Pretty woman”. Deze film had oorspronkelijk een andere titel, namelijk “3.000”. Bedoeld werd: 3.000 dollar, de prijs van een prostituée voor een hele week. Want dat is precies wat er in het originele scenario gebeurt: na een week zet de rijke manager “Bambi” (zoals het hoertje op de set werd genoemd) opnieuw op straat. Het scenario was echter eigendom van de Walt Disney Studios en die hadden het zo niet begrepen: op het einde moet de keiharde zakenman zich als een romantische prins ontpoppen. Tegen het gewijzigde einde van “Pretty woman” werd zelfs door bepaalde kringen geprotesteerd omdat het de indruk zou kunnen wekken dat prostitutie uiteindelijk inderdaad de weg naar Geld & Geluk zou kunnen zijn.
Daarna volgt voor Julia Roberts “Dying young” (1991). Storm nou niet meteen naar de bioscoop als je “The Choice of Love” al hebt gezien, want het is precies dezelfde film (van Joel Schumacher). Voor Europa werd de “pessimistische” titel echter door een “optimistische” vervangen. Een typische ingreep die de firma’s reeds meer hebben toegepast als het erom gaat het ‘product’ Julia Roberts te slijten. In “The Choice of Love” speelt Roberts Hilary O’Neil, een jonge, aantrekkelijke vrouw, die in het begin van de film vaststelt dat ze wordt bedrogen door de man die ze bemint. Ze verlaat hem, maar zo komt ze ook zonder bestaansmiddelen te staan, vandaar dat ze opnieuw bij haar moeder (Ellen Burstyn, oscarwinnares in 1974 voor “Alice doesn’t live here anymore”) gaat inwonen. Als ze in een krant een advertentie voor een jonge én mooie verpleegster aantreft, gaat ze erop in, al heeft ze daartoe geen opleiding genoten, terwijl een normaal mens als u en ik zich natuurlijk op de eerste plaats zou afvragen waarom een verpleegster zo nodig ook ‘mooi’ moet wezen. De reden blijkt te zijn dat het hier geen job voor een of andere OCMW betreft, maar wel voor een rijke miljardairszoon, Victor Geddes, die aan bloedkanker lijdt. Deze rol wordt gespeeld door Campbell Scott.
Victor ziet dit verpleegstertje wel zitten. Vader Richard (David Selby uit “Falcon Crest”) denkt daar echter anders over. Een slechte vader, die helemaal niet omkijkt naar zijn ten dode opgeschreven zoon. Deze leeft helemaal alleen in een kamer van het grote huis, waar hij zich enkel omringt met kunst en muziek. Voor Hilary geeft haar nieuwe job weer zin aan haar bestaan. Ze probeert vooral de zoon uit zijn isolement te halen. De geneeskundige behandeling is echter uitputtend en de oorspronkelijke relatie tussen Hilary en Victor loopt niet van een leien dakje. Maar je voelt het al met je ellebogen: alles komt wel goed. En niet enkel de relatie, Victor geneest ook miraculeus en samen met Hilary gaat hij in een verlaten huis op de rotskust van de oceaan wonen.
Maar helaas, zelfs in Hollywood bestaan er geen mirakels meer: de ziekte krijgt Victor na verloop van tijd weer in haar macht. Dat had Hilary natuurlijk niet zo begrepen en ze laat Victor prompt in de steek om er met buurman Oliver Gordon (Vincent D’Onofrio, die ze al had leren kennen in “Mystic Pizza”) vandoor te gaan. Daarop wacht Victor de onvermijdelijke dood zelfs niet eens af, maar pleegt zelfmoord. “Dying young”.
“Hela, hela,” zullen diegenen die de film reeds hebben gezien, opwerpen, “zo eindigt ‘The Choice of Love’ helemààl niet!” En inderdaad, ze hebben gelijk. Wat ik zopas heb verteld is de oorspronkelijke roman van Marti Leimbach, maar net zoals in “Pretty woman” moest de scenarist (in dit geval Richard Friedenberg) het einde van de film veranderen om het publiek te behagen.
Wat maakt eigenlijk Julia Roberts’ sex-appeal uit? Er zijn natuurlijk haar reusachtige benen, die na 1,10m ergens onbestemd ophouden. Zeker aangezien ze “maar” 1,75m meet. Alleszins was dat lang genoeg om voor de plaatselijke basketploeg in aanmerking te zijn gekomen. Er is natuurlijk ook het verhaal dat die benen (zeker op de beroemde foto met de kaplaarzen) eigenlijk toebehoren aan body double Shelley Michelle.
Wat is er dan nog? Haar onnatuurlijk slanke taille (50kg) misschien, maar toch wordt op foto’s vooral haar sensuele, immense mond beklemtoond. De “pearly gate”, zoals het klavier van haar enorme tanden wordt genoemd, moet zeker de lusten van de mannen opwekken, wat orale seks betreft, terwijl er tegelijk ongetwijfeld een vorm van castratieangst meespeelt. Opmerkelijk is trouwens dat de jongens waarmee ze op de middelbare school zat, vooral haar lach “als een hyena” hebben onthouden!
Alleszins is Roberts het symbool geworden van de nieuwe vrouwelijkheid. Na de unisex-periode is dit nu weer duidelijk in. En Julia Roberts is echt op en top vrouw. Zodanig zelfs dat in “Sleeping with the enemy” de scène waarin ze als jongen verkleed rondloopt, totaal ongeloofwaardig is. Regisseur Joseph Ruben had haar overigens voor die rol uitgekozen, omdat ze er zo “kwetsbaar” uitzag. In dat opzicht wordt ze vaak vergeleken met de twee Hepburns (Katharine en Audrey), maar ook wel met (hoe kan het ook anders?) Marilyn Monroe.
Deze nieuwe vorm van paternalisme hoort helaas misschien wel bij diezelfde trend. Tenslotte zijn het vaak de mannen in Roberts’ films, die haar in bescherming moeten nemen. Het lijkt wel alsof ze niet op haar eigen benen kan staan. Nu ja, ze zijn dan ook zo làng!
“Dying young” was ook de eerste productie van Sally Field, je weet wel, de hoofdvertolkster van “Not without my daughter”. Field heeft Julia leren kennen in de ensemble(vrouwen)film “Steel Magnolias”, waarin ze haar moeder speelt. Roberts hield aan haar vertolking van de suikerzieke dochter overigens een Golden Globe en een oscar-nominatie voor de beste bijrol over, hetzelfde wat haar bij “Pretty woman” te beurt viel, maar dan uiteraard reeds als “hoofdrol”! Want “het ging verbazend goed vooruit” zou Raymond van het Groenewoud zeggen.
Haar volgende film, “Flatliners”, is vooral in de publiciteit gekomen omdat J.R. er op de set verliefd werd op Kiefer Sutherland, wat voor de roddelpers ‘gefundenes Fressen’ was, want Kiefer, de zoon van Donald, was al getrouwd en had zelfs een dochtertje. Toch besloot hij te scheiden om met Roberts te kunnen huwen. Dat zou normaal moeten gebeurd zijn op 14 juni 1991, maar de peperdure plechtigheid (op een set in Hollywood was reeds een decor als uit “Gone with the wind” opgebouwd) werd drie dagen tevoren afgelast, toen een woedende Julia Roberts vernam dat Kiefer ook nog een relatie had met een 24-jarige striptease-danseres, Amanda Rice. Deze laatste gooide nog wat olie op het vuur door aan de pers te verklaren dat J.R. volgens Sutherland hoegenaamd niks waard was in bed. Ik geef dat maar voor wat het waard is, want als goed journalist zou ik dat eerst zelf willen vaststellen vooraleer dat te durven beweren.
Zelf vindt Roberts onmiddellijk troost in de armen van acteur Jason Patric, nochtans ook een bekend drinkebroer, waarmee ze in januari 1993 nochtans al had gebroken.
Wel is het zo dat Julia een beetje problemen heeft om de realiteit en de fictie uit elkaar te houden. Staat ze er immers niet voor bekend om telkens verliefd te worden op haar tegenspelers? Zo passeerden achtereenvolgens Liam Neeson (“Satisfaction”), Dylan McDermott (“Steel magnolias”) en natuurlijk Richard Gere de revue. Daarna kwam dus “Sleeping with the enemy”. In deze laatste film krijgt ze ook voor het eerst last van sterallures. Bij een bepaalde scène waarin ze op een slipje na naakt moet acteren, eist ze van iedereen die op de set aanwezig is hetzelfde.
Ook tijdens de daaropvolgende opnames van “Hook”, de Peter Pan-bewerking van Steven Spielberg, waarin ze zowaar de fee Tinker Bell speelt, heeft ze zich reeds langs een minder fraaie kant laten kennen, toen ze vond dat tegenspeler Dustin Hoffman met meer eerbied werd behandeld dan zijzelf. Het antwoord van Hoffman: “Ze zou beter haar teksten van buiten leren.”
Begin januari 1992 circuleerden er berichten als zou Julia zich aangesloten hebben bij de Missionarissen van Naastenliefde, de geestelijke orde van de 81-jarige Albanese non, zuster Teresa. Daar zal natuurlijk wel sensatiezucht achter zitten, maar het schijnt wel juist te zijn dat Roberts de non heeft bezocht toen ze eind december wegens hart- en longklachten in het ziekenhuis van La Jolla in Californië werd opgenomen.
Tijdens haar korte cameo-rol in “The Player” leerde ze de tien jaar oudere zanger Lyle Lovett kennen en op 27 juni 1993 is ze zelfs met hem gehuwd. Bijna was Lovett al meteen weduwnaar, want tijdens “The Pelican Brief” kwam bij een “special effect” het plafond bijna op het hoofd van Julia Roberts terecht. In “The Pelican Brief” van Alan J.Pakula naar de roman van John Grisham speelt Julia Roberts een studente rechten die “toevallig” een complot achter de moorden op een aantal topmagistraten ontrafelt. Op speciale aanvraag van Julia is Denzel Washington haar maatje in de film en verder spelen ook nog Sam Shepard en John Heard mee. De film is vooral in het nieuws gekomen na de brandstichting in februari 1994 in een Engelse homobioscoop, waarbij acht doden vielen en zestien zwaargewonden. Een dergelijke aanslag komt namelijk ook in de film voor.
Daarna volgde de komedie “I love trouble” met Nick Nolte, waarbij bekend werd dat Julia Roberts zwanger was. Dat komt dan wel slecht uit, want Lyle Lovett (°1957) was er ondertussen vandoor met collega countryzangeres Kelly Willis (°1968). Julia zoekt opnieuw troost bij Jason Patric.
Een andere troost was wellicht dat ze een recordbedrag kreeg om mee te spelen in de remake van “The Women” van George Cukor uit 1939. In deze film kwamen 135 sprekende rollen voor, alle vertolkt door vrouwen. De voornaamste ervan waren Norma Shearer, Joan Crawford, Rosalind Russell en Paulette Goddard. Roberts krijgt de rol van Shearer aangeboden (een New Yorkse die een echtscheiding aanvraagt maar nadien van gedachten verandert), terwijl Meg Ryan de rol van Joan Crawford zou overnemen. Het merkwaardige is dat de successen van mevrouw Dennis Quaid precies rollen waren die Julia Roberts had geweigerd, namelijk “When Harry met Sally” en “Sleepless in Seattle”. En grappig is dat Quaid en Roberts in 1995 tesamen te zien waren in “Something to talk about”, een scenario van Callie Khouri, dat tegen haar zin werd verfilmd door Lasse Hallström. Het gaat over “het gedroomde paar” tot blijkt dat de man eigenlijk vreemd gaat.
Na “The Women” draait Julia Roberts met Stephen Frears in Engeland “Mary Reilly”, wat eigenlijk een herwerking is van het Jekyll & Hyde-gegeven vanuit het standpunt van de meid. De verfilming heeft zo lang geduurd omdat men er niet uitkwam: men draaide drie verschillende finales en dan was het nog niet goed. Hier was haar tegenspeler John Malkovich, die haar na de opnames de huid vol schold omwille van haar aanstellerige gedrag.
Nadien volgde er “In a country of mothers” met Susan Sarandon, een wat gewaagde film met een lesbische ondertoon. Daarna volgde dan “Grace under pressure”, waarin ze wraak neemt op haar overspelige echtgenoot. Ze ontving hiervoor 335 miljoen frank.
Daarna was ze te zien in “Everyone says I love you” een musical van Woody Allen, gefilmd in Venetië en Parijs. Vervolgens kreeg Julia Roberts 12 miljoen dollar voor een sceptische dame die de “Conspiracy Theory” van taxichauffeur Mel Gibson uiteindelijk toch ernstig neemt.
Toch blijft ze het beste in zogenaamde “romantische komedies”, zoals “My best friend’s wedding” van P.J.Hogan (1997) of “Notting Hill” met Hugh Grant.
Daarna volgde “Erin Brockovich” een Amerikaanse biopic uit 2000 van Steven Soderbergh. Een film vol goede bedoelingen (tegen het Grootkapitaal, vóór Mother Nature) die echter mijns inziens te veel blijft steken in bekende Hollywood-concepten zoals “David versus Goliath” of “zelfs een loopjongen kan president van de Verenigde Staten worden”. De titelfiguur is immers een alleenstaande moeder met drie kinderen, die met veel moeite een baantje vindt bij een advocaat (Albert Finney) en daar (tegen de zin van haar opdrachtgever) een strijd begint tegen een milieuverontreinigende gigant (de verontreiniging heeft zelfs zeer kwalijke gevolgen voor de bevolking zelf) en die ondanks alle hindernissen ook nog wint. Zoals gezegd, het mag dan nog op reële feiten gebaseerd zijn, ik krijg meestal de creeps van het Hollywood-simplisme waarmee dergelijke ingewikkelde problematiek wordt aangepakt. Julia Roberts speelt hier een rol die wat verder afstaat van haar dan b.v. die van Anna Scott in “Notting Hill” en daarom zegt men (o.a. Humo) dan ook dat ze hier “bewijst dat ze een grote actrice is”. Ik zeg niet dat dit niét zo is, ik zeg alleen maar dat men het om de verkeerde redenen zegt. Ik zie haar alvast liever als Anna Scott.
On the set of “The Mexican” (Gore Verbinski, 2001) Julia Roberts met her husband, cameraman Daniel Moder. In de film is haar partner niemand minder dan Brad Pitt, maar eigenlijk heeft ze veel meer scènes met James Gandolfini, die in deze film een homofiele huurmoordenaar speelt.
In 2009 speelt ze naast Clive Owen in een IT-film “Duplicity” van Tony Gilroy over bedrijfsspionage. Een film doorspekt met flashbacks die zo moeilijk om volgen is dat ik me afvraag of de acteurs zelf wel wisten waar ze mee bezig waren…
We springen dan naar 2011, wanneer ze in “Larry Crowne” tegenover Tom Hanks staat in diens tweede film. Ze speelt hierin een uitgebluste lerares en zo ziet ze er ook uit.
Zelf is Julia Roberts geïnteresseerd in het verfilmen van het leven van Louise Brooks, een vedette van de stomme film. Hopelijk speelt ze dan niet de hoofdrol, want anders moeten haar mooie haren eraf om het typerende page-kopje van Brooks te imiteren. Maar als het dan toch moet, dan had ze daar in het begin van 2014 misschien een aanleiding voor. Op 9 februari pleegde haar 37-jarige halfzus Nancy Motes immers zelfmoord en in een afscheidsbrief verwijst ze naar haar “moeilijke verhouding” met haar halfzus als aanleiding voor haar wanhoopsdaad.

Referentie
Ronny De Schepper, Assepoester krijgt het op de heupen, Steps Magazine september 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s