Vandaag is het 25 jaar geleden dat ik eens naar The Night of the Proms ben geweest. Dat was toen wijlen Joe Cocker de hoofdvedette was. Ondanks uitstekende vertolkingen van “You are so beautiful”, “Sorry seems to be the hardest word”, “You can leave your hat on”, “Up where we belong” (met Jennifer Warnes, die apart ook al “The hunter” en “Joan of Arc” had gezongen) en “Unchain my heart” met de blazers van Robert Groslots “Orkest van de 20ste eeuw”, werd hij die avond toch overtroffen door enerzijds John Miles, die een unieke (want complete) versie bracht van “Bohemian Rhapsody” van Queen (naast “I heard it through the grapevine” van Marvin Gaye) en anderzijds door “onze” Raymond van het Groenewoud, zij het dat ik eigenlijk al betere versies had gehoord van “Je veux de l’amour” en “Liefde voor muziek”. Toch liet Raymond zich samen met de tegenvallende Christopher Cross (“Ride like the wind” en zijn “Sailing”) bij het gezamenlijk gezongen bisnummer “Let it be” wegdrummen door het geroutineerde duo Cocker-Warnes.

Publieksvernieuwing en publieksverruiming zijn actuele vraagstukken in de wereld van de klassieke muziek. Sommige orkesten trachten hierop een antwoord te formuleren aan de hand van een ambitieuze projecten waarbij jongeren (al dan niet samen met hun ouders) via de school en door middel van (school-)concerten in aanraking komen met klassieke muziek.
Ik heb een dergelijk experiment in de jaren negentig eens meegemaakt bij het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. Bij de meeste scholen was de keuze voor deze activiteit vrij, vandaar wellicht dat er toch wel een aandachtig gehoor was. Na afloop mocht men eerst vragen stellen aan de Chinese dirigent Muhai Tang, maar een aantal kinderen van een speciale muziekschool monopoliseerden hier de micro. Daarom waren de gesprekken tijdens de broodjesmaaltijd achteraf toch interessanter. Hiervoor had men immers wel een aantal orkestleden bereid gevonden om aan elke tafel plaats te nemen. Zo kwam ikzelf terecht bij bassist Peter Brants (die niet zo lang daarna het orkest zou verlaten) en bij een zevental blauw geüniformeerde meisjes van het Onze-Lieve-Vrouw-Instituut uit Antwerpen.
Het was de eerste keer dat ze iets dergelijks meemaakten, maar het is hen wel heel goed bevallen. Op één uitzondering na (een lid van het Antwerps Bachkoor) zijn ze niet met klassiek vertrouwd, ze horen het zelfs eigenlijk niet graag.
“Naar welke muziek luisteren jullie dan wél?” vraag ik. “Naar de radio,” krijg ik als merkwaardig antwoord. “Ja maar, Radio 3 is ook radio, wie heeft daar ooit al eens naar geluisterd?” Niemand dus. “En wie is er al eens naar een concert geweest?” Naar The Night of the Proms. Dat is voor hen dus klassieke muziek. Volgens het koormeisje is dit toch een middel om klassieke muziek te leren appreciëren. Het is overigens niet de muziek als zodanig, noch het stijfdeftige gedoe dat deze meisjes van concerten weghoudt, maar wel het feit dat er zo weinig te zien is. In tegenstelling tot een popconcert kun je naar klassieke muziek beter gewoon thuis op CD luisteren, zeggen ze. “Bij popmuziek kan je zien dat de muzikanten zich amuseren, bij klassieke muziek heerst er bijna een begrafenisstemming.”
Dan hebben ze het toch over een “bepaald soort” popmuziek. Want bij de zogenaamde “progressieve popconcerten” daar is het motto ook: “Ge zijt hier niet om u t’amuseren!” (*)
Anderzijds mag ik van hen niet verwachten dat zij vertrouwd zijn met de “historische uitvoeringspraktijk” (zie elders op deze blog), maar daar zie je dat de muzikanten zich wel degelijk “jeunen” tijdens het spelen.
Maar goed, hoe komt het dan verder nog nooit naar een concert gegaan zijn? De affichering blijkt belangrijk te zijn. In tegenstelling tot affiches voor popmuziek bevatten affiches voor klassieke muziek te veel tekst. Vaak staat het hele programma erop en daaraan hebben de jongeren niks. Anderzijds, “als een popzanger komt, dan staat die er met zijn gezicht op en dan zegt iedereen: waw! die wil ik gaan zien, maar zo’n klassieke snoet die spreekt niet echt aan.”
En Nigel Kennedy dan? Ah, maar die vinden ze allemaal “heel tof”.
De tijden zijn dus wel degelijk veranderd. Klassieke muziek behoort niet langer tot de gevestigde cultuur. Een cultuurminister kan je nu makkelijker aantreffen op Werchter dan in een concertzaal. Aangezien ‘ouders van nu’ zelf opgegroeid zijn in de sixties, is pop nog zowat de enige soort muziek waarmee jongeren in aanraking komen. Toch vinden jongeren in een recente enquête dat er nog “te veel” klassieke muziek op de radio is! (**)
Dankzij alweer de bereidwillige medewerking van een aantal leraars uit het secundair en niet-universitair hoger onderwijs deed ik daarom een onderzoek bij juist geteld 450 jongeren, waarvan 236 meisjes en 214 jongens. Wat leeftijd betreft lag die voor 52 onder hen tussen 14 en 16 jaar, tegenover 264 tussen 16 en 18 jaar en 121 tussen 18 en 20 jaar. 13 waren de 20 reeds gepasseerd, maar natuurlijk nog niet heel lang. 118 zitten in het niet-universitair hoger onderwijs (afdeling marketing om precies te zijn), 157 volgen algemeen secundair onderwijs, 161 de technische afdeling (vooral handel en hotelschool) en 14 het beroepsonderwijs (gezinshelpsters).
147 van de 450 ondervraagden waren reeds eenmaal uit eigen beweging naar een concert geweest. In vergelijking met ander cijfermateriaal is dit behoorlijk, maar daarbij dient opnieuw te worden opgemerkt dat zij “The night of the proms” als een “klassiek concert” beschouwen…
De verhouding tussen de geslachten is misschien niet zo frappant als bij een gelijkaardige enquête over theater (83 meisjes tegenover 64 jongens), maar een jongen die een meisje uitnodigt voor een concert heeft ook hier dus toch veel kans een goede beurt te maken!
Als we de cijfers opsplitsen in hoeveel keer men reeds naar een concert is geweest, dan blijkt dat voor de meerderheid (80 op 147) jaarlijks te zijn, vergeten we immers niet dat de Proms een jaarlijks gebeuren is. Voor 58 is dat minder dan jaarlijks (meestal slechts één maal in hun hele leven) en vijf jongens en vier meisjes kunnen als echte liefhebbers van klassieke muziek worden beschouwd: zij gaan ongeveer maande­lijks naar een concert. Net zoals bij ons theateronderzoek blijkt het hier om echte “freaks” te gaan, die dus niet in een categorie onder te brengen zijn. Ze zijn m.a.w. van diverse leeftijden en komen uit diverse richtingen.
De volgende vraag was: welk genre binnen de klassieke muziek verkies je? Tien jongeren, waaronder acht meisjes, antwoorden hierop “alles”. Een paar uitzonderingen geven specifieke voorkeuren op zoals ballet, opera of kamermuziek, maar de eigenlijke rangschikking is als volgt:
1.Romantische muziek 108
2.Hedendaagse muziek 60
3.Barok en renaissance 33
De meesten (216) hadden helemaal géén voorkeur. Gezien de antwoorden op de andere vragen mag aangenomen worden dat men “hedendaagse muziek” als popmuziek heeft geïnterpreteerd. Het Festival van Vlaanderen, dat een gelijkaardige enquête heeft gehouden bij zijn bezoekers, moest wel tot dezelfde conclusie komen. Hedendaagse muziek scoorde namelijk tame­lijk goed, maar binnen de “top 100” van componisten kwam geen enkele hedendaagse voor! Ook in ons onderzoek is er slechts één die een hedendaags componist opnoemt en dat is dan nog “onze” Wim Mertens, die op de rand van de popmuziek opereert. Dezelfde begripsverwarring geldt trouwens ook voor “romanti­sche” muziek, waar men het blijkbaar eerder over de sfeer heeft dan over de tijdsperiode (zie maar naar de populariteit van Richard Clayderman of Berdien Stenberg).
WOOLFIE EN WALLY
Maar wie zijn dan de lievelingscomponisten van de jeugd?
1.Mozart 107
2.Beethoven 59
3.Vivaldi 53
4.Ravel 29
5.Tsjaikovski 26
6.Bach 14
7.Chopin 9
8.Grieg 8
9.Orff 6
10.Saint-Saëns 5
“Woolfie”, wie anders natuurlijk! Opmerkelijk is wel dat de film van Milos Forman blijkbaar meer doorweegt dan het Mozart-jaar dat juist voorbij was, aangezien de arme Gioacchino Rossi­ni, die dat jaar werd gevierd, slechts op twee stemmen kon rekenen! De populariteit van Vivaldi heeft natuurlijk te maken met Nigel Kennedy, terwijl “Oh Fortuna” (o.m. gebruikt in de film over The Doors en op de concerten van Michael Jackson) blijkbaar Carl Orff aan een aantal stemmen heeft geholpen. En Ravel? Wel, in het televisieprogramma “Erotica” werd er ten tijde van de enquête een striptease uitgevoerd op muziek van de Boléro…
Vaak worden de componisten overigens ook bij de uitvoerders vermeld. Dat is theoretisch natuurlijk juist, maar men kan zich afvragen of dit niet eerder een aanduiding is van de teloorgang van het historisch besef. Wellicht denken sommigen dat Beethoven b.v. nog lééft.
Aangezien de belangstelling voor klassieke muziek zo miniem is, peilden wij tenslotte niet naar favoriete zangers of musici, want dan zouden we een irrelevant resultaat krijgen, maar we vroegen gewoon wie ze kénden. Al bedoelden we daarmee niet “persoonlijk” zoals iemand zich afvroeg!
And the winner is
1.Luciano Pavarotti 224
2.Nigel Kennedy 40
3.Richard Clayderman 34
4.Placido Domingo 33
5.Berdien Stenberg 32
6.José Carreras 24
7.Luis Cobos 20
8.Marco Bakker 8
9.Jaap Van Zweden 7
10.Herbert von Karajan 5
Bij de prijsbeesten valt vooral de overweldigende invloed van het medium televisie op, waarbij de aanwezigheid van “de drie tenoren” dan toch nog betrekkelijk positief is tegenover de schmaltz van Clayderman-Stenberg-Cobos-Bakker die bij jongeren blijkbaar synoniem is voor “klassiek”! Enkel Nigel Kennedy lijkt me in dit lijstje een bewuste keuze. Op hem komen we uiteraard elders terug. Maar eerst wilden we nog weten of ze ook klassieke muzikanten uit ons eigen landje kenden. En dat werden dan…
1.Koen Crucke 191
2.Rudolf Werthen en Willy Claes (!?) 4
4.Tars Lootens (is jazz ook al klassiek of ligt het aan de Kinderacademie?) en José Van Dam 3
6.Jan Michiels 2
7.Jos Van Immerseel, Katrijn Friant, François Glorieux, Jan Danckaert, Frédérique Devreese, France Springuel en… Peter Benoit 1
Hier is het dus wel heel erg duidelijk hoe het met de belangstelling gesteld is. Een zanger die in klassieke kringen nauwelijks ernstig wordt genomen, scoort dankzij Samson bijna zo hoog als zijn eigen idool en voor de rest is het helemààl huilen met de pet op. Niet minder dan 217 jongeren konden hier trouwens geen enkele naam invullen en dan tellen we daarbij nog niet eens diegenen die denken dat Jacques Brel, Toots Thielemans, Zjef Vanuytsel, Linda Lepomme, Miel Cools of La Esterella klassieke zangers of musici zijn. Er was zelfs één stem bij voor Wally. Niet “La Wally”, de opera van Catalani, maar “Le Wally” van Zelzate. Ongetwijfeld waren de bedoelingen van de invuller erg vreedzaam…
De enquête diende ook als uitgangspunt voor een eindejaarswerk van Linda van Dam uit Meise, die public relations studeerde en wilde nagaan hoe men de interesse bij de jongeren voor die muziek zou kunnen vergroten. Ik heb voor haar dan ook navraag gedaan bij Marc Coppey van de VRT-persdienst om te weten wat men daar op dat vlak verricht. Ik wist dat er ook daar mensen waren die zich bezig hielden met het toegankelijk maken van klassieke muziek voor jongeren en hij heeft mij daarover de volgende gegevens bezorgd:
– het programma dat volgens hem het meest aan deze doelstellingen beantwoordde (al werd het op maandag tussen 10 en 11 uitgezonden, zodat de jongeren op school zaten en er eigenlijk niet konden naar luisteren) is “Mozaïek” dat werd verzorgd door Liesbeth Vereertbrugghe;
– telkens de gelegenheid zich voordoet, wordt er ook een speciale uitzending gewijd aan een opera die in de Munt of in de Vlaamse Opera te zien is, en die bijdragen komen dan van Jean-Pierre Rondas (een bekend popularisator!);
– het programma “Van nu en straks” wil de jeugd vooral vertrouwd maken met hedendaagse muziek en de verantwoordelijke dààrvoor is Boudewijn Buckinckx;
– “Triangel” richt zich werkelijk tot kinderen en is daarom misschien minder geschikt, maar toch even de verantwoordelijke citeren: Brigitte Boelaert;
– “Muziekkabinet” tenslotte richt zich eerder tot jonge uitvoerders en daarvoor is de verantwoordelijke Guido Defever.
EPILOOG
In de film “La passerelle” brengt een man van middelbare leeftijd een bezoek aan zijn jonge buurman, waar keiharde popmuziek uit de boxen knalt. “Hoor je die bas?” vraagt de jongeman. “Dat is Watkins. Pure klasse!” “Mijn geliefkoosde bas is Nicolai Ghiaurov,” antwoordt zijn buur. De jongeman kijkt ontredderd. “Die ken ik niet. Wie is dat?” vraagt hij radeloos. “De zanger van o.m. Boris Godoenov,” antwoordt de buurman. De jongeman lacht opgelucht: “Nu had je me goed liggen, ik was al bang dat ik een gat in mijn cultuur had!”

Referentie
Ronny De Schepper, “Bij pop zie je de muzikanten zich amuseren”, Graffiti nr.66 van mei 1992
Ronny De Schepper, Rocking the classics, Nitro van mei 1993

(*) Dit wordt goed geïllustreerd in een aflevering van The Simpsons, waarin Homer hopeloos tracht “in” te zijn en in de platenzaak waar hij vroeger zijn eigen platen kocht eens gaat kijken wat er nu zoal “hip” is. Deze platenzaak heette vroeger “Good vibrations”, maar nu is dat veranderd in “Suicide notes”…
(**) Dit lijkt een onzinnige opmerking, maar in het onderwijs heb ik eens ervaren dat The Beatles als “klassiek” werden afgedaan. Met alle negatieve connotaties vandien!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s