Op 18 oktober 1907 werd de nog niet geheel voltooide schouwburg “De Vlaamsche Opera” in Antwerpen plechtig geopend met “De Herbergprinses”, gedirigeerd door de componist Jan Blockx.

Van bij het begin was de Vlaamse Opera dus Nederlandstalig en qua repertoire Germaans gericht. Recente werken werden niet geschuwd en producties van eigen bodem werden gestimuleerd, wat op heel wat kritiek stuitte vanwege de Franssprekende Antwerpenaars.
In de jaren twintig zorgden de “Ballets Russes” van Serge Diaghilev in Parijs voor een heropleving van het ballet o.a. met “Parade”, “Le spectre de la rose” en “Noces”. Als het in Parijs regent, druppelt het bij ons en in 1923 werd aan de KVO te Antwerpen een balletgroep opgericht, geleid door Sonia Korty.
In de jaren dertig spande de KVO zich in om “het nieuwe Duitse repertoire” meer bekendheid te geven. Zo werd van Werner Egk, een pseudoniem dat overigens staat voor “Ein Grosse Künstler” “Die Zaubergeige” (1935) met duidelijk anti-semitische trekjes reeds een jaar later als “De Wondervedel” in Antwerpen gespeeld, gedirigeerd door Egk zelf. In 1942 kwam Joris Diels aan het hoofd van de Antwerpse opera, die tevens geherstructureerd werd en helemaal gefinancierd door de stad. Op die manier kon Diels een beleid uitbouwen, waarbij hij zich niet in de eerste plaats om volle zalen diende te bekommeren.
VERISME
De “Cavalleria Rusticana” van Pietro Mascagni is het boegbeeld van het “verisme”, de stroming in de muziek die overeenkomt met het realisme in de literatuur. Tot dan toe waren opera’s grosso modo voorbehouden aan goden, historische helden of adellijke figuren (er was al een Beaumarchais voor nodig om daaraan wat maatschappijkritisch te sleutelen, wat Mozart en Rossini met hun beide Figaro-opera’s op muziek hebben gezet). Nu kwam ook de gewone man op de scène: de arbeider (“Louise” van Charpentier), de soldaat (“Carmen” van Bizet), de bohémien (“La Bohème” van Puccini), de boer (“Cavalleria”) en ook de botsing tussen deze twee laatste werelden in “I Pagliacci” van Leoncavallo, de opera die meestal samen met “Cavalleria” wordt opgevoerd en waarvan de bekende proloog eigenlijk als het “manifest” van het verismo kan gelden.
Muzikaal zijn de veristen weinig vernieuwend t.o.v. de grote Verdi die met werken als “La Traviata” hun overigens reeds de weg had gewezen. De enige verandering die ze aanbrachten, was het weglaten van een grote ouverture en een verkorten van de aria’s om de dramatische spanning zo weinig mogelijk te onderbreken. Maar juist door deze nadruk op dramatiek en door de verhoging van de herkenbaarheid bij het publiek, werd ook de impact op de toeschouwers groter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s