Ik heb reeds eerder gezegd dat het mijn intentie is om alles, maar dan ook werkelijk àlles, wat ik ooit heb geschreven (en bijgehouden uiteraard) te publiceren. Dat geeft soms aanleiding tot genante taferelen, maar dat moet dan maar. Zo heb ik hier een verhandeling uit de poësis (gedateerd op 17 oktober 1967, twee dagen vóór mijn zestiende verjaardag dus) en met als onderwerp “bespreking van Euripides’ ‘Elektra’ naar aanleiding van de T.V.-opvoering”.

Dit huiswerk over Euripides telde voor twee. Het huiswerk zelf uiteraard, maar ook het feit dat we daar eerst een avond voor naar televisie moesten kijken. Dat is op zich inderdaad een “huiswerk” waard, maar ik heb daar achteraf toch een paar bedenkingen bij. Dat men er in een “posh school” als het Sint-Jozef-Klein-Seminarie van Sint-Niklaas in 1967 van uitging dat iedereen wel over een televisietoestel zou beschikken, vind ik nog “normaal”. Minder normaal is echter dat dus ook al die ouders verplicht werden van naar dat (ongetwijfeld zeer swingende) programma te kijken. Akkoord, het waren toen nog geen MTV-tijden met “64 channels with nothing on”, iedereen keek sowieso naar de BRT, maar ik kan me toch voorstellen dat iemand die een hele dag gewerkt had en zich ’s avonds tot “coach potato” had omgeturnd, dan toch iets “lichter”, iets “ontspannender” wilde zien dan “Elektra” van Euripides! Maar goed, het waren andere tijden, zullen we maar zeggen…
Ik heb op de archiefafdeling van de VRT getracht iets meer te achterhalen i.v.m. deze uitzending maar dat is me voorlopig niet gelukt (een mail is onderweg). Aangezien wij als taak een antwoord moesten geven op twee specifieke vragen en deze niets van doen hadden met de opvoering op zich, spreek ik in mijn verhandeling immers niet over de opvoering zelf. Persoonlijk vind ik dat nu een groot mankement, maar blijkbaar was dat dus inderdaad de bedoeling niet want ik kreeg voor deze verhandeling uitstekende cijfers (9/10), bovendien met de vermelding “zeer goed” en dat van de hand van Daniël De Smet, die nochtans mijn bloed kon drinken (en ik het zijne, dus wat dat betreft: sans rancune). Na mijn eigen antwoord op de twee gestelde vragen, geef ik ook nog de mening van De Smet zelf, zoals ik die heb genoteerd in zijn lessen.
62 euripidesWelk is het verschil in houding tussen Orestes en Elektra?
In verband met de moord op Aegistos, legt Orestes een mannelijke vastberadenheid aan de dag, hij neemt zijn verantwoordelijkheid op (b.v. hij neemt het initiatief, verzint de list) omdat hij een onbegrensde haat koestert tegenover het slachtoffer. Wanneer het echter de moord op hun moeder betreft, wordt Orestes bevreesd. Diep in zijn hart kan hij immers nog liefde en eerbied voor haar opbrengen. Hij probeert zich aan die verderfelijke taak te onttrekken en tracht zelfs Elektra van het plan te doen afzien. En hier komt dan het grote verschilpunt tot uiting: Elektra draagt in haar hart een bijna onmenselijke haat. Zij verzint een afschuwelijke list en dwingt Orestes mee te werken. Dit is volgens mij het meest doorslaande argument om haar de hoofdrol toe te kennen. Zij neemt immers het initiatief, Orestes buigt voor haar en ze heeft een grenzeloze haat. En dit laatste was wel het thema van het hele stuk.
Wanneer Elektra haar moeder wil vermoorden, komt dat uit haarzelf of grijpt het lot in?
Dit moeten we op een dubbel vlak beschouwen. Laten wij vooreerst de aanroepingen van de goden door Elektra bekijken. Deze geschieden om bijstand te vragen om zo een vreselijke daad te begaan! Nooit (althans vóór de moord) vraagt ze begrip of medelijden. Nooit toont ze enig berouw. Volgens haar is het vanzelfsprekend dat zij het “recht” in eigen handen neemt.
Nu krijgen we slechts na de moord het standpunt van het “lot”. Eerst kwellen de wraakgodinnen de twee moordenaars (wroeging), wat echter normaal is na het begaan van zo een daad. Maar dan in de vorm van Castor en Pollux spreekt het “lot” hen toe: wat zij gedaan hebben was niet prijzenswaardig (uiteraard!) maar ze waren wel in hun recht.
Was nu het “lot” de oorzaak van die moord? Misschien, laten we echter niet uit het oog verliezen welke haat Elektra haar moeder toedraagt. Indien ze haar moeder zó kan haten, moet ze wel in staat zijn haar uit eigen beweging te vermoorden.
Wat weet Daniël De Smet er nog meer over te vertellen?
Euripides stond op een keerpunt in het Griekse denken. Enerzijds heeft hij kritiek op het traditionele geloof (vooral dan op het antropomorfisme), maar anderzijds aanvaardt hij dat de goden de oplossing brengen. Toch gaat zijn aandacht vooral naar zuiver sociale menselijke verhoudingen, zoals rijkdom versus armoede bijvoorbeeld.
Wat zijn toneelopvattingen betreft, kunnen we zeggen dat de rol van het koor nóg vermindert en dat de actie belangrijker wordt, maar meteen ook ingewikkelder, zodat hij uiteindelijk een “deus ex machina” ten tonele moet voeren. Maar het belangrijkste is zijn karaktertekening. Euripides wordt wel eens “de eerste psycholoog” genoemd, vooral dan wat het conflict van de gevoelens en de driften met het verstand betreft. Hij voert dus vooral “pathologische”, ziekelijke gevallen ten tonele. Ook niet onbelangrijk is dat hij de eerste is om liefde als motief in te voeren.
P.S. Dankzij Elke Poppe van de documentatiedienst van de VRT heb ik volgende gegevens ontvangen over deze uitzending:

Oei, in tegenstelling tot het krantenknipsel hierboven, is dit geen echt succes. Wat nog eens de waarheid bewijst van de fameuze slagzin “wat we zelf doen, doen we beter”. Want het inscannen van dat krantenknipsel is door mezelf gebeurd, terwijl die rolverdeling zoals gezegd van de VRT afkomstig is…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s