Morgen zal het al vijf jaar geleden zijn dat Sylvia Kristel is overleden. Ze stierf in haar slaap aan slokdarmkanker. In juni van dat jaar was ze al in kritieke toestand opgenomen in een Amsterdams ziekenhuis, nadat ze thuis getroffen werd door een herseninfarct. Ze lag een tijdje in het ziekenhuis, maar omdat haar toestand niet veranderde, besloot men dat ze haar laatste dagen beter kon doorbrengen met haar partner Peter Brul. Sylvia Kristel werd in besloten kring begraven.

Ik heb Sylvia Kristel in het midden van de jaren negentig geïnterviewd bij haar thuis, op haar appartementje in het centrum van Brussel. Nou ja, “haar” appartementje… Aangezien ze helemaal aan de grond zat, had Claus-exegeet Freddy De Vree voor haar dit appartementje gehuurd. Waar was al het geld naartoe van de actrice die in de jaren zeventig regelrechte superster-status had door haar vertolkingen in de soft-erotische “Emmanuelle”-films? Helemaal opgesnoven, deed het gerucht de ronde. Nee dus, alhoewel Sylvia Kristel helemaal niet hypocriet doet over de drank- en drugsverslaving die ze heeft gehad toen ze in Hollywood woonde, toch is haar fortuin niet op die manier in rook opgegaan.
Nee, het heeft alles te maken met haar laatste officiële echtgenoot, Philippe Blot, die haar persoonlijke bezittingen als garantie had gegeven toen hij investeerders aantrok voor films die geen rooie cent opbrachten.
Dat vertelde ze reeds in 1994 aan Paul Jambers, toen het Emmanuelle-thema als TV-reeks hernomen werd op VT4 en Sylvia als een soort van bindfiguur fungeerde (ze ging zelf niet meer uit de kleren: “als oma kon dat niet,” zei ze lachend). Ikzelf werkte op dat moment op het hoofdkwartier van de Socialistische Mutualiteit op het Sint-Jansplein in Brussel, samen met onder meer Walter Ceuppens.
In de uitzending van Jambers was Walter iets opgevallen. Toen we onder de middag zoals gewoonlijk samen gingen eten, bleef hij op een bepaald moment staan en vestigde mijn aandacht op de Brusselse skyline die we vanop die plaats konden waarnemen. “Dat is precies dezelfde als diegene welke je vanuit het appartement van Sylvia Kristel kon zien,” zei Walter en ik kon niet anders dan dat beamen.
“Dan moet ze hier dus in de buurt wonen,” antwoordde ik en ik ging het appartementsgebouw binnen waartegen we met onze rug hadden gestaan.
En inderdaad, daar stond het op de bel: Kristel. In een opwelling belde ik aan. Ik stelde me voor aan de parlofoon en verontschuldigde me om op die ongebruikelijke manier bij haar te komen binnenvallen. Maar als ze me haar telefoonnummer zou geven dan zouden we een “deftige” afspraak maken.
Tot mijn verbazing deed ze dat meteen en enkele dagen later keerde ik terug samen met een fotografe.
WAAR IS DE PAUWENSTOEL?
Als ik binnenkom, liggen op de grond een aantal van haar schetsen te drogen (Sylvia Kristel was zich immers vooral op de plastische kunsten gaan toeleggen), op de video ligt een cassette van “Emmanuelle” en op een tafeltje “The Penguin Book of Lesbian Short Stories”. Dit lijkt wel bestudeerd! De fameuze pauwenstoel uit “Emmanuelle” staat er dan nog niet, die is pas later door een Canadese filmploeg meegebracht. Voor de rest oogt het appartement erg kaal. Een Franstalige confrater die hierover later een opmerking maakte werd (terecht) op z’n plaats gezet.
Nochtans schaamt Sylvia Kristel zich niet over haar volkse afkomst: haar vader was kampioen kleiduiven schieten en haar moeder sleepte de nationale titel… biertappen in de weg! In haar alcoholische periode heeft Kristel aan Henk Van der Meyden ooit eens een verhaal opgedist dat ze door haar vader als kind werd verkracht, maar dat was gelogen. Eigenlijk neemt ze het hem zelfs niet eens kwalijk dat ze hem, toen ze 14 was, met een andere vrouw in bed betrapte. Hij ging toen wel het huis uit en is later aan kanker gestorven.
Haar moeder leefde op dat moment nog steeds in Utrecht. Arthur Kristel (°1975), de zoon van Hugo Claus en Sylvia Kristel, woonde toen bij haar in, omdat hij daar hotelschool volgde. Daarnaast heeft Arthur reeds een zwijgende Christus gespeeld in “13”, een kortfilm van Gert Embrechts uit 1997, waarin Christus aan Maria Magdalena de opdracht geeft om 13 dochters te baren, telkens op de 13de van de maand. Kristel kreeg enkel een onkostenvergoeding, maar volgens vader Hugo mocht hij al blij zijn dat hij er niet zelf moest voor betàlen…
Is het overigens Kristel of Kristel? “Iedereen zegt Kristel. Mijn vader heet ook John Kristel. Maar hij heeft een neef en die had een orkest waarbij hij zich wél Kristel noemde, zoals Chrystal, maar hij schreef het wel gewoon Kristel. Zelf hebben ze me ook ooit gevraagd of ik een artiestennaam zou nemen, maar welke naam is er nu beter dan Sylvia Kristel?”
Ondanks die eenvoudige afkomst heeft ze toch een kostschool-opvoeding achter de rug en dààr moet men natuurlijk de wortels gaan zoeken voor Emmanuelle en consoorten, want oorspronkelijk was het grote symbool van de jonge Sylvia Kristel zelfs – of all people – Doris Day, de brave “girl next door”!
Eigenlijk werd ze ontdekt door Jacques Charrier, de ex-man van Brigitte Bardot, toen ze haar toenmalige vriend, een journalist, vergezelde naar een verkiezing van Miss Cinema. Charrier overhaalde haar om naar Parijs te komen, maar haar vrijer bleek gelijk te hebben: het waren valse beloftes.
Toch is de Charrier-episode de aanzet van haar filmcarrière, want om zichzelf te bewijzen heeft ze dan maar haar stoute schoentjes aangetrokken en is ze bij Pim de la Parra (“Blue movie” en zo) gaan aankloppen. Die raadde haar aan fotomodel te worden en op die manier werd ze o.a. verkozen tot “Miss TV Europa”.
Zo leerde ze Hugo Claus kennen, eigenlijk via zijn vrouw Elly, van wie hij nochtans reeds tien jaar gescheiden leefde, maar zij werkte nog voor hem (met haar casting bureau) en weigerde officieel te scheiden. Als Hugo op zoek is naar een woning in Amsterdam, stelt zij voor dat hij bij haar in huis komt wonen en zelfs dan nog duurt het (volgens Sylvia) een tijdje vooraleer hij bij haar in bed terechtkomt.
Daarna loodst hij haar in “Niet voor de poezen” van zijn vriend Fons Rademakers, waarna nog “Frank en Eva” en “Naakt over de schutting” volgden.
Daarna volgde de periode in Parijs “toen Claus gedurende vijf jaar met Sylvia een gigolo-bestaan leidde”. Het was trouwens Claus die haar aanmoedigde om toe te happen voor “Emmanuelle” vooral omdat hij eens naar Thailand wou gaan…
UN JOUR, UN DESTIN
Dat was voor de film van Just Jaeckin, maar bijna onmiddellijk daarna volgde “Emmanuelle II” van Francis Giacobetti. “Eigenlijk zorgden die mannen enkel voor de fotografie,” zegt Sylvia, “want het was in beide gevallen hun eerste film. Dus die arme jongens wisten van niets en daarom deed Hugo de regie. Dat is eigenlijk een groot geheim, maar hij moet daar eigenlijk toch wel de credits voor krijgen, vind ik.”
Veel later, op 23 november 2014, zie ik een aflevering van het degelijke magazine “Un jour, un destin” op Frankrijk 2 en Hugo Claus komt bijna een hele uitzending lang niet ter sprake. Enkel op het einde beweert de maakster van een documentaire film over Sylvia dat haar relatie met Claus juist op de klippen is gelopen wegens Emmanuelle…
In die uitzending verneem ik ook dat Sylvia voor haar rol werd gedubd (door wie werd helaas niet gezegd en ik heb het ook niet teruggevonden op het internet, dus wie het weet, graag een reactie), omdat ze onvoldoende Frans sprak. Maar dat was niet erg, want met name François Truffaut zou juist op basis van het feit dat ze niet begreep wat ze zei voorspellen dat de film succes zou kennen. Een opmerking die juist op tijd kwam, want bijna was regisseur Jaeckin door de producer aan de dijk gezet en ook de mannelijke hoofdacteur Alain Cuny, die was aangetrokken om de film op te krikken tot “porno chique” of “porno voor intellectuelen”, wou op een bepaald moment zijn medewerking stopzetten omdat hij van de familie Claudel de rechten had gekocht voor “L’annonce faite à Marie” van Paul Claudel en die wou die verkoop weer intrekken omwille van zijn deelname aan de film.
Erger vond ik echter wel dat Sylvia absoluut niet met paarden wilde werken (de cameraman nam dan maar haar plaats in), terwijl ze in het script toch wel moet hebben gezien dat dit onvermijdelijk was?
89 emmanuelle arsanOver auteur Emmanuelle Arsan (foto) beweert Sylvia Kristel: “In werkelijkheid was haar man de auteur. Hij was diplomaat en kon dergelijk werk natuurlijk nooit onder eigen naam publiceren. Die Arsan, die zag aanvankelijk niks in mij. Voor haar was ik een lang Hollands scharminkel zonder sex-appeal. Later is ze bijgetrokken.”
Als ik interviews herlees, dan stel ik vast dat ze, al naargelang van de stemming waarin ze verkeert, nu eens geïrriteerd is als ze steeds op die rol van “Emmanuelle” wordt vastgepind en dan weer de verdediging van die films op zich neemt. Dat laatste blijkt ook vandaag het geval te zijn: “Ik kijk daar helemaal niet op neer. Ik ben heel blij met die films. Ze zijn klassiekers geworden. Ze hebben me zo’n bekendheid gegeven dat ik daar twintig jaar later nog steeds de vruchten van pluk. Het zou dus erg dom zijn om daarop af te geven. Niet gehinderd door enige toneelschoolopleiding of zo begon ik meteen aan de top. Ik had wel wat ervaring als fotomodel en mannequin, maar op dat moment had ik gewoon een baan als secretaresse en dat was wel een heel grote overgang, want dan werd ik bovendien in het Franse diepe gegooid, terwijl mijn Frans toch ook al niet zo schitterend was. Maar toch was het een leuke ervaring. Ik kon ook in alle sereniteit in werken. De meeste acteurs waren professioneel genoeg om geen erectie te krijgen,” zegt ze, waarmee ze meteen een hanteerbare scheidingslijn trekt tussen de zogenaamde soft porno en de harde porno, want daar moeten de acteurs juist zo professioneel zijn om op àlle tijden een erectie te kunnen krijgen.
DE “SUPERIORITEIT” VAN DE VROUWENLIEFDE
In de “Emmanuelle”-films vinden we eigenlijk de “superioriteit” van de vrouwenliefde terug, zeg ik.
“De mooiste scènes zijn met vrouwen, ja. Ik heb zelf nooit een afkeer gehad van De Man, al zal ik me misschien wel eens mentaal lesbisch gevoeld hebben. Ik denk dat dit in iedere vrouw zit: eerst de liefde voor de eigen sekse en pas dan kun je klaar zijn voor de andere soort. Deze scènes zijn dan ook heel mooi, lief, teder en sensueel (b.v.Emmanuelle, die na een partijtje squash de lusten opwekt van haar tegenstandster, RDS) en ze waren voor mij ook eenvoudiger om te doen, omdat er dan een betere verstandhouding is. Zo in de zin van: wil je je hand niet hier leggen, dan ziet men die zwangerschapsstrepen niet. Al moet ik wel zeggen dat Just een meester is in het regisseren van dit soort dingen. Niet dat hij het zo goed kan zeggen; hij legt het meer uit met handen en voeten. Hij maakt er een choreografie van en kan het tegelijk toch als erg natuurlijk doen overkomen. Op de meest intieme momenten werd de ploeg tot vijf personen teruggebracht en werd er in absolute stilte gewerkt, ofwel met klassieke muziek.”
Misschien daarom dat Goedele Liekens in haar boek “Ons seksboek” de film aanraadt als een betere erotische film? In de Gazet van Antwerpen van 30/10/2007 argumenteert ze dat als volgt tegenover Sylvia Kristel zelf: “Omdat jij dankzij je rol van Emmanuelle erotiek uit het verdomhoekje hebt gehaald. Eeuwenlang was erotiek een vies woord in onze westerse samenleving, maar dankzij die films werd het mooi en aanvaardbaar. In één woord kan ik daar over zeggen: respect!”
Maar daar staat dan weer tegenover dat de scènes met een man bijna steeds uitdraaien op vernedering of verkrachting met geweld. De scène met de groepsverkrachting werd in Engeland trouwens verboden omdat daaruit zou moeten blijken dat een vrouw daar uiteindelijk toch plezier aan beleeft.
“Nou daar ben ik blij om. Dat die scène is geschrapt, bedoel ik. Ik vond het ook verschrikkelijk om het te doen. Er was bijna een grote ruzie over ontstaan op de set. Ten eerste weigerde ik mijn onderbroek uit te trekken (kom nou, Sylvia: mijn slipje zal je bedoelen!), want we hadden niet eens een tolk en sommige van die kerels dachten dat het écht moest gebeuren. Ik zeg dus: zonder broek doe ik het helemaal niet. De cameraman pruttelde tegen, maar ik zei: het maakt me niet uit hoe je het dan filmt, maar die broek blijft aan. Ook Alain Cuny, die als Mario de aanstichter van de scène speelde (een acteur die vooral in artistieke middens erg bekend was; hij speelde vele Shakespeare-rollen en had banden met de surrealisten, met Jean Vilar, Madeleine Renaud en Jean-Louis Barrault; hij stierf op 16 mei 1994 op 85-jarige leeftijd) was die mening toegedaan. Maar goed, die producenten staan daar met hun dikke sigaren te zwaaien en dan hebben we die scène toch maar gedraaid.”
Eigenlijk is het een soort van SM-scène?
“Ja, Alain Cuny of beter gezegd: Mario in de film vond dat dit nodig was in het kader van de seksuele opvoeding, want dan zou je het hogere kunnen begrijpen en weet ik veel wat voor gelul. Maar ik vind dat toch louter een mannelijke fantasie. Ook in het gewone leven neem ik liever zelf het initiatief. Maar alles bij elkaar vielen die scènes me toch niet zo moeilijk. Ik ben namelijk vreselijk bijziend en ik zag dus nauwelijks met wie ik te doen had.”
De scène is ook een afknapper als einde. Tenzij dat men duidelijk een vervolg in het vooruitzicht stelt.
“Ze wisten helemaal niet hoe ze eruit gingen komen. Ik ben zelfs nog eens naar Parijs moeten gaan om een alternatief einde te draaien, namelijk de scène met de twee heren. Maar uiteindelijk heeft men die dan nog voor die andere scène geplaatst. Nou ja, ik had toch niet het gevoel dat ik in ‘Gejaagd door de wind’ aan het spelen was…”
Nee, maar hij heeft wel bijna evenveel geld in het laadje gebracht!
“Dat wel, jazeker! Het gaf me ook de kans om met allerlei goeie regisseurs te werken, zoals Jean-Pierre Mocky en Alain Robbe-Grillet. Hiermee draaide ik een film die oorspronkelijk ‘Opera incestuoso’ ging heten, maar daarna heeft men hem veiligheidshalve ‘Le jeu avec le feu’ gedoopt. Ik heb ook met allerlei grote acteurs kunnen werken zoals Charles Vanel, Jean-Louis Trintignant of Philippe Noiret en dat vond ik toch wel spannend om zo oog in oog te staan met die heel beroemde namen. En het was heel eenvoudig om repliek te geven, want je kon niet anders. Die trekken dat gewoon uit je. Zo heb ik dan mijn uiteindelijke roeping gevonden, want dat weet je eigenlijk toch niet zo goed als je zo jong bent. Ik was gelijk verkocht.”
81 sylvia kristel en arthur en hugo clausHUGO DEED HET MEESTE ZIJN BEST
In 1975 wordt Arthur geboren (“Hugo had altijd gezegd: wie het meest zijn best doet in de liefde, die wint, dus zal het wel een jongen worden.”). In 1976 kan Sylvia wellicht omwille van de hogergenoemde zwangerschapstrepen nog niet onmiddellijk opnieuw uit de kleren stappen en daarom draait ze “Une femme fidèle” van Roger Vadim. “Dat was wel leuk, dat was een kostuumfilm, die helemaal op locatie werd gedraaid in die prachtige kastelen in de buurt van de Loire.” Daarna volgt onder de leiding van niemand minder dan Claude Chabrol “Alice ou la dernière fugue”, een fantastische film over het niemandsland tussen leven en dood met Jean Carmet en André Dussolier.
Dan is het de beurt aan “René la canne” van Francis Girod met Gérard Depardieu en Michel Piccoli. “Ik denk wel dat die meer succes zou hebben gehad met een andere regisseur. Girod vond immers alles even leuk wat Depardieu en Piccoli uitspookten. Een strakke hand zou hier op z’n plaats zijn geweest. Wat niet wil zeggen dat ik het toch fantastisch vond om met Gérard te spelen.” Zo fantastisch zelfs dat ze ook privé nog een beetje met hem heeft “gespeeld”.
Maar toch mislukken op die manier verdere pogingen om serieuze films te draaien. Dat Borowczyk b.v. op haar een beroep heeft gedaan, kan men moeilijk als “serieus” bestempelen, aangezien het de verfilming van een erotische roman van Pierre-André de Mandiargues betrof.
Ondertussen is Claus het mondaine leventje wel hardstikke beu geworden en keert-ie terug naar Gent “om opnieuw serieus te schrijven”. Een jaar lang zal hij niet meer tegen Sylvia spreken, nadien wordt de ruzie bijgelegd.
In 1978 werkt ze nog mee aan “Pastorale 1943” van Wim Verstappen naar het boek van Simon Vestdijk met Rutger Hauer, Frederik de Groot en Renée Soutendijk in de hoofdrollen, maar daarna kwam “de roep van Amerika”. Ze was nu bij een zekere Ian McShane, een typisch Hollywood-product. Ook zij is goed op weg dat te worden: “Daar heb ik eerst een film gedraaid die in Wenen werd opgenomen, ‘The man behind the iron mask’, een soort musketierverhaal, waarin ik de Infante van Spanje speelde in een prachtig kostuum. Deze spektakelfilm is eigenlijk ten onder gegaan aan té veel sterren. Dat waren Rex Harrison, Olivia de Havilland, Ursula Andress, Beau Bridges, Lloyd Bridges, José Ferrer, Cornel Wilde… Ik herinner me dat er maar geen eind kwam aan die opnamen. We hebben wel een jaar in Wenen gezeten en uiteindelijk heeft-ie de bioscoop nooit gehaald, tenzij misschien in Azië of zo. Daarop ging ik nog even terug naar Frankrijk voor een rampenfilm over de Concorde met Alain Delon. Daar heb ik ook veel van geleerd. Vooral dat ik beter uit zijn buurt kon blijven. Misschien daarom dat ik opnieuw naar Amerika ben gegaan voor ‘Private lessons’ (*). Ik dacht: deze keer laat ik in mijn contract zetten dat ik een percentage neem op de film, maar het leek wel of de producent voelde dat het een (commercieel!) succes zou worden, want hij belde me op om te vragen of ik mijn aandelen niet wilde verkopen. En net op dat moment had ik centen nodig – kunstenaars hebben altijd centen nodig – en ik heb toegestemd. Als hij me later thuis nog eens uitnodigde voor een diner of zo, zei hij steevast tegen zijn gasten: dit huis heeft Sylvia voor mij gebouwd! (lacht een beetje bitter) Ach, het maakt allemaal niet zoveel uit.”
LADY CHATTERLEY’S LOVER
“Dan volgde ‘Lady Chatterley’s Lover’, de eerste keer dat ik met de producent Menachem Golan samenwerkte. Hij stelde dat voor en vroeg me wie ik vond dat het zou moeten regisseren en ik durfde het alleen maar met Just Jaeckin doen. O.K., zei Menachem, maar dan moet je hem wel zelf bellen, want die is ontzettend kwaad op jou. Ik dacht: wat krijgen we nou? En toen bleek dat-ie het moeilijk kon slikken dat ik na ‘Emmanuelle’ als de grote ster naar buiten kwam, terwijl hij als regisseur totaal werd genegeerd. Ik zeg: nou sorry, maar daar was ik me niet van bewust. ‘Maar je hebt het nooit over mij,’ repliceerde hij, waarop ik weer: dat kunnen we dan nù goedmaken! En zo is het gegaan, eerst een beetje bitsig, maar daarna wel fijn. Ook al omdat hij omringd werd door de grootste vakmensen. Voor de kostuums b.v. Shirley Russell, de ex-echtgenote van Ken Russell, die later een oscar heeft gehad voor ‘Reds’. De film werd ook een redelijk succes, ikzelf heb er alleszins goede herinneringen aan. Ik vond die Connie ook een erg interessant figuur. Menachem was erg enthousiast en wou me meteen onder contract nemen. Ik antwoordde: ach, laten we het maar gewoon film per film doen. Dat zal me later alweer zuur opbreken. Maar goed, op dat moment nog niet want toen volgde in 1984 ‘Mata Hari’. Eerst zei ik nog dat na Greta Garbo in 1931, Marlene Dietrich in “Dishonoured” (ook bekend als “Agent X27”, alhoewel Mata Hari door de Duitsers als agent H21 werd bestempeld) en Jeanne Moreau in 1964 wel niemand op mij zat te wachten in die rol, maar zij vonden blijkbaar van wel. Ik heb die films bestudeerd, evenals een Nederlandse serie van John Van de Rest, waarin haar rol wordt vertolkt door Josine Van Dalsum. Ze kwam hieruit naar voren als een vrijgevochten vrouw en daar kon ik me wel in vinden, ja. Curtis Harrington, die heel veel afleveringen van ‘Dynasty’ heeft geregisseerd, was ook hier de regisseur. Het werd opgenomen in Budapest.”
Met “Goodbye Emmanuelle” van Leterrier neemt ze een eerste keer afscheid van het personage dat het meest op haar lijf kleeft, maar in 1984 geeft ze toch toe om nog eens als Emmanuelle “actief” te zijn in een film van Leroi. Het is echter een heel verwarde film geworden met een soort van chirurgische operatie, waarbij Sylvia Kristel er na wat oplapbeurten uitziet als de Zweedse Mia Nygren. Ze is zelfs opnieuw maagd! Maar niet tot op het einde van de film uiteraard.
Nog in het voor haar blijkbaar rampzalige jaar 1984 draaide ze de primitief anticommunistische film “Red heat”, ik geloof zelfs dat de regisseur de extreem-rechtse John Milius was. Maar goed, voor haar maakte het in feite niet veel uit, want als geprefereerde gevangene van een kampdirectrice moet ze zich ook hier beperken tot de vrouwenliefde.
HAAR ITALIAANSE PERIODE
Toen begon voor haar d’r “Italiaanse periode”. Eerst draaide ze daar een film met Salvatore Samperi (van “Malizia”), waarin ze met het skelet van een dinosaurus een treinreis maakt. “Een heel chaotisch verhaal, want in die trein zitten ook drugverslaafden, jazzmusici en wat weet ik nog allemaal.” Daarna draait ze een sketchfilm met Luigi Zampa, waarin Laura Antonelli ook de hoofdrol speelt in een van de verhaaltjes. Dan volgt voor de Amerikaanse televisie een miniserie “The million dollar face” over een mannequin.
In die tijd was ze getrouwd met een Amerikaanse zakenman, Alan Turner, maar dat huwelijk hield ook geen stand en bovendien kreeg ze ook minder aanbiedingen, zodat ze ook minder werd gevraagd op feestjes en partijen. “Het is daar fantastisch wonen zolang als je werk hebt, maar anders, nou ja… Je moet constant ‘in the picture’ blijven, anders heb je ontzettend veel moeite om terug te komen.”
Terug naar Europa waar ze kennismaakt en huwt met filmregisseur Philippe Blot, die met haar geld allerlei onverkoopbare films financiert, zodat ze bij haar echtscheiding blut is. “Dat is iets wat je nooit mag doen, met je eigen geld films financieren. Eerst ging ons huis in St.Tropez eraan, daarna dat in Utrecht, kortom dat was zo’n catastrofe dat ik zei: laten we maar beter uit elkaar gaan.”
Bovendien zou ze dus volgens de roddelpers ook veel geld hebben verloren aan drank en drugs. De enige allusie die ze er echter tijdens het interview op maakt is wanneer ze zegt dat “je producenten steeds weer moet overtuigen dat je nog gezond en fit bent, dat je niet in een depressie zit. Als je dan ook nog een slechte pers hebt, mensen die alleen maar de negatieve aspecten van je aan bod laten komen, dan schiet je niet echt meer op.”
En zo komen we dus in Brussel terecht. Waarom die keuze?
“Holland heeft altijd te klein geleken voor mij. Daarom was er eerst Parijs en daarna Los Angeles. Bovendien is Brussel ideaal gelegen tussen Amsterdam en Parijs. En mijn nieuwe liefde is opnieuw een Belg!”
Sylvia heeft kort voor het interview “Emmanuelle” ingelezen in het Engels voor blinden, maar ze houdt zich nu vooral bezig met tekenen en schilderen. Haar schilderijen zijn, naar haar eigen zeggen, “licht erotisch, figuratief en autobiografisch”. Dat blijkt ook uit haar aandeel in de groepstentoonstelling in de galerij van Camille von Scholtz in de Brusselse Vilain XIV-straat. De francofonie weegt hier weer zwaar door. Zowel Liliane Vertessen als Jeroen Krabbé bleken totaal onbekend te zijn en dat voor mensen uit het vak!
Van Sylvia was er ook een exemplaar te zien van de bibliofiele editie van “French Concon”, een erotisch sprookje van Topor over een striptease-danseres, die niet alleen haar kleren, maar ook haar lichaamsdelen uittrekt. Uiteindelijk blijven enkel haar schaamlippen over die op een veiling te koop worden aangeboden. Daarnaast was er ook “Ruisend Gruis” van Willem Frederik Hermans. Toen hij in 1994 het boek “Malle Hugo”, inclusief een cover met een aap, uitgaf, maakte Hermans reeds op de eerste pagina duidelijk dat het niet om Hugo Claus ging, maar wel om columnist Hugo Brandt Corstius, ook bedrijvig als Piet Grijs of Hugo Battus. Aan Humo gaf hij als verklaring: “Ik ben tegenwoordig erg bevriend met Sylvia Kristel, die mijn verhaal Ruisend gruis heeft geïllustreerd en toch ook nog altijd veel van Hugo Claus houdt. Dus ik dacht: ik zal maar eventjes heel duidelijk zeggen dat het hier niet over Hugo Claus gaat. Bovendien heeft Hugo Claus mij nooit wat misdaan, ik heb geen reden om hem voor Malle Hugo uit te schelden.”
Van Hugo zelf heeft ze een dichtbundel geïllustreerd, die eveneens werd geëxposeerd en wat ik persoonlijk haar beste werk vind. Het meest expressief. Haar waterverf-schilderijen zijn nogal disparaat. Men heeft er moeilijk vat op.
Heeft haar nieuwe passie ook iets te maken met het feit dat Hugo Claus ook schildert?
Sylvia Kristel: “Jazeker, toen we samenwoonden, maakte ik wat schetsen die in zijn smaak vielen. Hij heeft me dan enkele technische raadgevingen gegeven. Ik heb overigens reeds in 1982 een tentoonstelling gehad in Amsterdam. Ik zal natuurlijk nooit weten of de kopers afkomen op mijn naam of ze werkelijk door mijn werk worden gecharmeerd. Misschien dat ik ooit wel eens onder pseudoniem tentoonstel, maar voorlopig hoop ik toch van mijn bekendheid te kunnen profiteren. Van de critici hoef ik niet veel te verwachten, die hebben me in mijn carrière als actrice ook niet gespaard. Maar dat zal mij een zorg zijn. Er zijn genoeg galerijen die mijn werk willen ten toon stellen.”
HUMORISTISCHE EMMANUELLE
In 1994 heeft ze haar naam dan toch zoals reeds aangegeven nog eens opnieuw verbonden aan Emmanuelle. Dat dan voor de videofilm “Emmanuelle forever” (of in het Frans “Emmanuelle au 7ème ciel”) van Francis Leroi, in de “Daily Telegraph” beschreven als “quite simply the worst film I have ever seen”. In de film is Kristel zoals gezegd niet meer in “actie” te zien, we worden immers verondersteld te geloven dat ze dankzij het geheim van de onsterfelijkheid dat ze van Tibetaanse monniken heeft gekregen, zich kan veranderen in het lichaam van de jonge Marcella Walerstein. Toch heeft ze nog een belangrijke rol als “madam van een virtual reality bordeel”. Om de ramp compleet te maken is ook een rolletje voorzien voor George Lazenby, de gebuisde James Bond. Eigenlijk was deze film bedoeld als “trailer” voor de TV-serie, die enkele jaren later door VT4 is uitgezonden.
Dat ze ooit een humoristische versie van “Emmanuelle” wou maken met een script van Hugo Claus is geen fabeltje, ook al is die film er nooit gekomen. In “Privé” is ooit verschenen dat ze het scenario van Hugo te slecht vond, maar dat is hoegenaamd niet waar. “Nee, ik vond het juist heel leuk, want er kwam b.v. het Russische element in naar voren, maar toen viel plotseling de muur van Berlijn en had het allemaal niet zoveel zin meer. De slechteriken konden geen Russen meer zijn. Bovendien heeft het ook te maken met mijn toenmalige echtgenoot (Philippe Blot) die dat zou produceren, maar dat bleek dus hoegenaamd geen goede zakenman te zijn en daarom is het niet doorgegaan.”
Begin 1995 was ze te zien in een aflevering van “Bex en Blanche”. Als bij toeval vertolkte ze een biseksuele vrouw, die ook naakt poseert voor de schilderijen van haar man (gespeeld door Nolle Versyp). Een deel van het verhaal speelt zich dan ook af in het lesbiennecafé “Storyville” in Antwerpen.
Daarna zou ze de rol van tsarin Alexandra vertolken in een film over het leven van Raspoetin. “Dat was ook alweer een project van Menahem Golan, die zich alweer heeft verzoend met zijn neef Globus, zodat ze het succes van Cannon Films opnieuw willen opstarten. Maar op een bepaald moment – ik had al inentingen gehad tegen cholera om naar Rusland te gaan – vraag ik hem: komt er nog wat van? En hij antwoordt: nee, we doen het niet meer, want er worden al vier films gedraaid over Raspoetin. In plaats daarvan heeft hij me dan een nieuw project aangeboden: een televisieserie naar ‘Les liaisons dange­reuses’.”
Ah? Madame de Merteuil?
“Ik mag kiezen. Alles hangt er weer van af hoeveel bedscènes erin zitten.”
Maar zij heeft er geen. Zij organiséért.
“Is dat de rol van Glenn Close? Oh ja, dat is wel het meest voor de hand liggend.”
Voor een andere film, die er bij mijn weten ook nooit gekomen is (een Amerikaans-Hollandse coproductie) moest ze naar eigen zeggen “ook een heel erg ongezellig mens spelen. Ik moet verschillende pruiken op en met elke pruik komt er ook een heel ander mens naar voren. En ze moet ook heel vals country and western kunnen zingen. Dat lijkt me wel een leuke uitdaging!”
Jazeker, maar van geen van deze beide projecten is sindsdien nog iets vernomen! In het TV-programma “Geen kaas, geen spektakel” wist ze te melden dat er “enkele projecten” met Robbe De Hert op stapel stonden. Dat bleek dan “Gaston’s war” te zijn. Op de première bleek haar stem (net zoals bij de Emmanuelle-films destijds) gedubd te zijn. In het geval van “Gaston’s war” door Vera Mann. Dat kwam wel hard aan.
ZELF OP EEN PODIUM STAAN
Tijdens het seizoen ’95-’96 zou ze de rol van een modefotografe vertolken in de tragikomedie “P.S. Je kat is dood” van de Amerikaanse auteur James Kirkwood. “Dat is wel heel griezelig, aangezien ik nog nooit op het toneel heb gestaan. Bovendien is het ook nog maar de vraag of ik van dat reizen ga houden. Allerlei achterlijke provinciestadjes in Holland afdoen, je moet er toch maar voor zijn. En gelukkig zijn in je werk is voor mij het voornaamste. Maar het lijkt me een goede stap omdat het iets is dat je kan blijven doen tot je dood. Op veertig ben ik toch nog te jong om te stoppen met acteren, vind ik. En ik moet er tenslotte voor zorgen dat ik in mijn levensonderhoud kan blijven voorzien. Bovendien betaalt het beter dan schilderen. Op het ogenblik toch nog…”
Van die opvoering kwam echter niets in huis, evenmin als van een Franse voorstelling in 1997 op vraag van Bernard Menez. Ik dacht dus dat het alweer woorden in de wind waren, maar even later is het dan toch zover. Op 18/11/1998 was ze in het Gentse Nieuwpoorttheater te zien in de productie “Mensch, durf te leven” van Kas & de Wolf. Dolle Dries, Blauwe Toon en Schele Manus zijn ritselaars, die zowel gestolen wagens als Oost-Europese vrouwen versjacheren. In een nightclub lullen ze een uur weg over het Leven. Tot een vrouw in de bar zich mengt in het gesprek. Het is, jawel, Sylvia Kristel die zowaar over zichzelf vertelt. Over haar Emmanuelle-films, over naakt acteren, over een huwelijksaanzoek van Prins Rainier. Of verzint ze dit nu maar? Want wat is waarheid en wat is verzinsel? Wat is theater en wat is realiteit? Of is dit nu het fameuze “reality theatre”?
In 1996 verleende ze ook haar medewerking (door te tellen) aan de CD “Jardin clos” van Wim Mertens. Op de vraag waarom hij op haar een beroep heeft gedaan, antwoordt Mertens in “Het Nieuwsblad” van 11 december 1996: “Ik zocht een personage dat met het thema van de CD verbonden was. In de 13de eeuw had je vrouwen die samen in een kleine groep leefden, in een ‘jardin clos’, onafhankelijk van de door mannen bestuurde wereld. Kortom, feminisme avant la lettre. Sylvia is volgens mij hét voorbeeld van de vrijgevochten vrouw.”
Soms heb ik wel de indruk dat Mertens haar hier verwart met Emmanuelle, die op een vreemde manier (feministen zullen zeggen: het is een mannelijke fantasie) net zoals O. als vrijgevochten wordt beschouwd, maar het is waar dat ik haar af en toe betrap tijdens het interview op het feit dat ze deze keer veel meer op haar onafhankelijkheid staat, nadat ze vroeger al een paar keer zich heeft laten belazeren in een verhouding.
“Ja! Wat dat betreft is de enige relatie die goed gelukt is, die met Hugo,” zucht ze…

Referentie
Ronny De Schepper, “De Emmanuelle-films werden geregisseerd door Hugo Claus”, Steps magazine april 1995

(*) Ikzelf heb deze film gezien in Saint-Raphaël als ‘Leçons particulières’, samen met dat Zwitserse verpleegstertje. Sylvia mocht ook nog opdraven voor een cameo in het vervolg “Private school” (Noel Black, 1983) met Matthew Modine. In het derde vervolg (“Private resort” van George Bowers uit 1985) met Rob Morrow en Johnny Depp was ze niet meer te zien.

Een gedachte over “Sylvia Kristel (1952-2012)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s