Op 15/10/1982 zag ik in Arca “De verzoeking” in een regie van Jacques Commandeur (die destijds het stuk creëerde) en een decor van Leo Hubrecht. Marc Lybaert zorgde voor het licht en Doris Van Caneghem speelde zuster Mechtild.

Het stuk verscheen oorspronkelijk als prozawerk bij De Bezige Bij, Amsterdam. Hugo Claus maakte er een hoorspel van en nog later een theatermonoloog, die hij zelf regisseerde bij Centrum, Amsterdam met Jacques Commandeur in de (enige) rol van de non. Drie jaar later regisseert Jacques Commandeur Doris van Caneghem in hetzelfde stuk.
De verzoeking is de monoloog van een Vlaamse non. Op de zestigste verjaardag van haar kloosterleven wordt de dikke, oude, blinde Zuster Mechtild door haar medezusters ’s morgens vroeg van bed gelicht en voorbereid op een huldiging. De vrouw is ingetreden in de kloosterorde nadat een verhouding van haar was uitgelopen op zwangerschap en een miskraam. Dat Zuster Mechtild door ouderdom en ziekte niet geschikt is om het middelpunt te zijn van een feest, en dat ze er helemaal geen zin in heeft, wordt door de gemeenschap genegeerd. Als de blinde non, losgekomen door huldigingswijn, de vader van haar doodgeboren kindje voor zich ziet en toespreekt, denken de feestgangers dat zij communiceert met de heiligen. Als Zuster Mechtild tijdens het feestmaal blijk geeft van haar lichamelijke ongeschiktheid tot het bijwonen ervan, wordt zij snel afgevoerd en dat vormt de opmaat tot het bizarre slot.
Het verblijf van Hugo Claus op een nonnenkostschool (van anderhalf jaar tot elf jaar) heeft hem zodanig getekend dat hij in z’n apenjaren geregeld de kap van nonnen aftrok op straat. Gelukkig was Hugo al bejaard en bedaard toen de moslimhoofddoeken in ons straatbeeld verschenen, anders had deze gewoonte hem misschien nog zuur kunnen opbreken…
Met deze novelle over een gebrekkige, blinde, schurftige, incontinente non wou hij die frustraties van zich afschrijven, zegt hijzelf. Verder wilde hij ook een equivalent voor de middeleeuwse mystieke poëzie, die hij zowat de allermooiste poëzie vindt die er bestaat, uiteraard niet in de laatste plaats omwille van de verbinding met de erotiek. Mechtild heet immers eigenlijk Madeleine (Magdalena!) en is nog uitgehuwelijkt aan ene Jozef. Als ze hem een doodgeboren kind (dat ze Anna noemt) baart, verstoot ze hem en gaat in het klooster. Op haar jubileum meent ze echter in een prelaat Jozef te herkennen en raakt ze in een orgastische vervoering. Op het einde sluit ze zich op in de badkamer. Een jongetje van elf tracht er haar uit te praten. Een duidelijke referentie naar de kleine Christus die de schriftgeleerden de les leest. Alleen… dit jongetje verwijst tevens naar de auteur!
Daarna volgde in het NTG Aristofanes’ “Lysistrata” in een regie van Stavros Doufexis en nogmaals in een vertaling van Hugo Claus, eveneens tijdens het seizoen 1982-83.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s